De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Kerkdienst
In de Hervormde Kerkbode, weekblad voor de Nederlandse Hervormde kerk op de Veluwe van 1 juni jl. schrijft dr. W. Verboom onder de gemeenteberichten van Hierden een aantal behartenswaardige opmerkingen over de kerkgang. Hij vindt dat er in veel gevallen te 'oppervlakkige' adviezen worden gegeven hoe we ons in het huis des Heeren hebben te gedragen. Hij bedoelt: we zijn veel te gauw tevreden, nl. als het met de buitenkant maar in orde is. Maar voor een waardige kerkgang komt heel wat meer kijken, is veel meer aan de orde. Vanwege de pastorale toon waarop dr. Verboom een en ander aan de orde stelt, maar ook vanwege de praktikale manier van schrijven, voor ieder begrijpelijk, geven we in deze rubriek gaarne zijn pastorale advies door.

Wáár komen wij?
'Als we naar de kerk gaan, komen we in het huis van de Heere God. Hij wil daar wonen en werken door zijn Woord en Geest, vroeger en nu. Hij opent daar Zijn Vaderhart. Laten wij daarom door genade ons hart voor Hem openen. Laat het vooral geen moeten zijn om naar de kerk te gaan, maar een mogen. Zoals in Psalm 26, berijmd, staat:
Wat een blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel,
In 't huis dat Gij U hebt gesticht.
(vs. 8).
Naar de kerk gaan betekent: een ontmoeting hebben met de Heere, de God van het verbond. En dat... onverdiend. Wat een wonder. Een wonder dat alles in de kerk z'n glans geeft.

De voorbereiding
Mijn vader leerde ons als kinderen om zaterdags op tijd naar bed te gaan. De Heere is het immers waard dat we 's zondags als het kan uitgerust zijn. Laten we vervolgens 's zondagsmorgens, hetzij samen, hetzij alleen, in het gehed aan de Heere vragen of Hij zo goed wil zijn om ons met Zijn genade in Zijn huis te ontmoeten. Ons harde hart klein en zacht te maken. En of Hij vooral mensen onder het Woord wil brengen, die afgedwaald zijn. Ik hoorde van een bejaarde vrouw, die de gewoonte had om 's zondagsmorgens al vroeg op te staan om haar knieën te buigen voor de dienaren van het Woord. Wat indrukwekkend. Velen uit onze gemeente luisteren naar de morgenuitzending van de E.O. Dat is een goede voorbereiding voor de kerkdienst. Laat het zo mogen zijn als in Psalm 84:
Hoe branden mijn genegenheên,
Om 's Heeren voorhof in te treên.

(vs. 1)

In Gods huis
Belangrijker dan hoe wij er aan de buitenkant uitzien, is de binnenkant. Waarom? Omdat de Heere het hart aanziet. Zo zei mijn moeder het ons altijd als opgroeiende jongens. Wat kunnen er anders al niet een twistgesprekken en ruzies in de gezinnen losbranden en hun verwoestende werking doen.
Een oude geoefende christin van 80 jaar zei eens: Wat een wonder, dat er nog zoveel jonge mensen naar de kerk komen. Laten we maar niet te veel over hun uiterlijk oordelen, ook al zien ze er misschien iets anders uit, dan wij." Ik ben dat nooit vergeten. Het herinnert mij aan de woorden van Paulus: "Laat die gezindheid in u zijn, dewelke ook in Christus Jezus was." (Fil. 2 : 5). Jezus, die zei tegen de tollenaren en de zondaren: Kom maar! Kom maar, zoals u bent! Laten wij zó komen, niet als eigengerechtigde mensen, maar zoals we zijn. Als goddelozen in ons zelf. Dan maakt de Heere ons door Zijn Woord en Geest anders, van binnen uit. Kom maar, neem elkaar maar mee, ook die vriend van je met zijn wilde haren. En let niet te veel op elkaar, maar doe liever als Lydia, die acht nam op hetgeen Paulus tot haar sprak. (Hand. 16:14). De ware vroomheid zetelt in het hart. Dat is vooral te merken aan eenvoud, zoals Petrus eenmaal schreef: Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud of van klederen aan te trekken, maar de verborgen mens des harten." (1 Petrus 3 : 3 en 4). Dan gaat het in de kerkdienst niet wetteloos of wettisch, maar stijlvol en eerbiedig toe.
Laten we beseffen dat het plekje waar we zitten mogen, een genadeplaats is, gekocht door het bloed van Christus. Het is niet erg, als een ander op onze plaats zit. "Onze" plaats bestaat niet. We hopen veel meer dat het hem of haar tot evenveel zegen is als het ons is. En als we naast iemand komen te zitten die zorgen en moeiten heeft, dan vragen we naar zijn of haar welstand. De kerk is een ontmoetingsplaats van de gemeente, plaats van oefening in meeleven.
En weest vergevingsgezind jegens elkaar. Dat bedoelt Paulus m.i. met de woorden: Groet elkander met een heilige kus." (2 Kor. 13 : 12).
Verhef bij het gebed uw harten tot God. Niet de uiterlijke houding van staan of zitten is het belangrijkste. We behoeven bijvoorbeeld de handen niet per se naar de hemel te heffen bij het bidden, zoals Paulus voorschrijft in 1 Tim. 2 : 8. Het gaat er maar om of ons hart naar de Heere uitgaat. Heere, ik smeek u, wilt u mij en de anderen en vooral de dominee Uw Geest geven. Laten we oppassen voor teveel nadruk op de buitenkant. Laat er diepgang mogen zijn.

De prediking
Als er gepreekt wordt, wordt als het goed is Christus Jezus aangeprezen en aangeboden aan de gemeente. Laat er dan onder het preken een vurig verlangen in ons hart zijn naar Hem. Laten we goed beseffen dat ongeloof de grootste zonde is. Laten we met al onze zonden en wonden tot Christus vluchten. Want als en we toch op zo'n grote zaligheid en liefde geen ­acht slaan. Het gaat er toch om dat we getroost worden in en door het geloof, onderwezen worden en groei in het geloof beleven. Ook in de levensheiliging. En als we de kerk uitgaan, laat er dan iets van ons mogen uitgaan. Laat het zo zijn als met Simeon: Nu laat Gij Heer, uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw Woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien." (Luk. 2 : 30).
En laten anderen kunnen zeggen: ziet hoe lief zij elkaar hebben.

Ná de kerkdienst
Laten de ouders iets vertellen aan hun kinderen van de rijkdom die ze tijdens de kerkdienst in Christus hebben ontvangen. Zodat de kinderen voelen dat er bij de ouders echt een band met de Heere is. Laat moeder eens een Psalm of lied zingen in de keuken. Tot eer van God. Dat vergeten kinderen niet meer.
En laten we vooral vragen om Gods getuige te mogen zijn in woord en daad. Ook de rest van de zondag, door 's middags of 's avonds weer naar Gods huis te gaan en God te dienen in het meeleven met onze medemens in nood. Daar leent de zondag zich bij uitstek voor. (Matth. 12 : 9 t/m 13). En ik als uw herder en leraar bid uit de grond van mijn hart: Heere, geef ons toch allemaal Uw Geest, opdat we gezegende bedelaars mogen zijn en altijd blijven, 's zondags en door de week. Ook in 1990".'

Over de Silastip
In het Hervormd Weekblad (Orgaan van de Confessionele Vereniging in de Ned. Herv. Kerk) verzorgt ds. B.H. Weegink (Steenwijk) een rubriek die hij met 'Kruimels' typeert. De toon van zijn artikelen is luchtig, maar de ondertoon geeft ernst aan. Wie regelmatig kerkelijke en algemene bladen onder ogen krijgt, merkt bij zichzelf voorkeuren voor bepaalde rubrieken vanwege de scribenten die ze verzorgen. Collega Weegink weet op humoristische manier de pen te hanteren en beschikt over een boeiend taalgebruik. Zijn rubriek 'Kruimels' is daarom zeer aantrekkelijk om te lezen. Van tijd tot tijd duiken er onder de predikheren zulke scribenten op. De al eerder geciteerde kerkbode voor de Veluwe kende vroeger een groot aantal abonnees uit het hele land vanwege de pennevruchten van de Oener pastor loei ds. J.T. Doomenbal en de kerkbode voor de stad Utrecht had een veelgelezen rubriek 'Groen bekeken', verzorgd door ds. M. Groenenberg. Het zijn uitzonderingen veelal. Er wordt tamelijk dor en droog, taalkundig vaak zeer matig verzorgd geschreven door ons predikanten. In het nummer van 31 mei schrijft ds. Weegink onder het thema 'Silastip en Pinkstergeest' de volgende ontboezeming:

'Nu, u hoort al dat ik met deze hartluchting uitkom bij de silastip. Hier in het stadje kregen we vandaag vijf brieven door de bus geschoven, anderen hebben het wrange genoegen al eerder gesmaakt of zullen dit nog mogen doen. Als ik goed heb gelezen, kan het zaakje meteen bij het oud papier. Dat verzamelen we hier voor de kerk. Als nu alle vijfduizend hervormden dat doen, hebben ze weer een paar kilo en met subsidie levert dat een handvol stuivers op, gelukkig wel. Maar als je die brief instuurt, dan heb je met die geregistreerde kerk niets te maken. Dan onttrek je je min of meer aan haar bestaan. Dan beschouw je haar als oud papier. Dan overspeel je je hand. Ik vind dat erg.
Die Sila is een verhaal apart, daarover is al genoeg geschreven. De overheid die afkoerst op de grootste gemene deler van smaakmakend Nederland, vindt dat het in de tegenwoordige tijd niet meer past om achter je naam op het gemeentehuis te vermelden of je bij een kerk behoort. Kerken dienen geen maatschappelijk doel, ze zijn er niet tot nut van het openbare leven. Je koopt er niks voor, het is louter privégoed. Of je bij een kerk hoort is net zoiets als: ik zit op tennis, ik ben lid van de postzegelclub of ik ben aktief in de geitenfokvereniging. Dat heeft met uitstraling of zo niets te maken, dat hoort helemaal tot je privédomein. Je huwelijksrelatie en je kerklidmaatschap kun je niet zomaar bespreken. Dat hou je allemaal voor jezelf omdat jij het toevallig voor jouw persoontje prettig vindt. De overheid — we hebben haar zelfverkozen, immers: het volk krijgt de regering die het heeft verdiend — vindt dat ze het "ik" van de mensen heel goed moet beschermen. De overheid staat garant voor onze "privacy". Het is dus tot bescherming van de tere ziel dat er niet meer mag geleurd met kerkgegevens. Op het eerste gezicht zou je roepen: zie, hoe goed! Maar even achter de neuslengte van dit decreet ligt de kolder van zulk gedrag. Privacy? vergeet het maar! Alles gaat worden geregistreerd. De overheid, haar elektronisch oog doorloopt de ganse aarde. We leven onder de macht van de computer, we zijn gevangen in het rijk van de streepjescode. Alle dingen staan opgetekend, je kunt straks geen zucht slaken of hij staat ergens op een groen veld vermeld. Zeer naspeurlijk worden de wegen van ons doen en denken. Mevrouw Maij-Weggen legt katteogen langs de asfaltbanen en Veendam heeft ons rijgedrag in beeld. Voor de belasting neemt Apeldoorn ons hebben en houen in the picture en je hoeft maar even A'dam te bellen of er klinkt: "uw sofinummer graag!" De rest van onze zaligheid is ergens in Rijswijk verankerd. Laat dan je naam en een onschuldige hobby privé zijn, de meest belangrijke gegevens liggen in het geheugen opgeslagen; ze worden via de druk op de knop zó tevoorschijn getoverd, we piepen ze op. Wij mensen zijn in feite niet meer dan een faktor, een dossier, een objekt, een nummer, een consument, een spriet die mag meewuiven op het stoppelveld van een ontzield bestaan waarover het doek hangt van "Big Brother Is Watching You" (Grote Broer Houdt U in De Gaten). En in die cultuur is voor een openlijk geregistreerde kerk geen plaats meer. Want we hebben het boek des levens voor de floppy disc en de printer ingeruild. Als de volksvertegenwoordiging ja zegt — de meerderheid is tegen — maakt de overheid een kunstarm. Dan komt er de Stichting Interkerkelijke Leden Administratie, een nieuw bureaukratendom waarheen tegen de som van 15 miljoen zilverlingen het reservaat van kerkelijke christenen wordt getransporteerd.
Die Sila is dan een sorteerkantoor voor mensen met een punt achter hun naam. Die Sila is een CIA, een geheime inlichtingendienst, een centrale interkerkelijke administratie waar ze uitzoeken wat je achterban is. En omdat het gaat om verwerking van overlijden en verhuizing is het niet meer dan een opruimbureau. De meest vitale gegevens komen er niet. De Sila is een bijna-thuis-huis op de lange duur, een afschrijfbunker. De hulp van de overheid duurt één mensenleven lang. Zo doet de overheid, wanneer de volksvertegenwoordiging de barmhartigheid betracht "ja" te zeggen. Ze handelt zodanig dat haar ene hand niet weet wat de andere doet.
Dat is wassen in onschuld. En de hervormden, zo grijs en zo breed als een schare die niemand tellen kan, de hervormden, zo gemakzuchtig en zo sloom — maar als het erop aankomt nog van goeden wille in hun kerk — ze tuinen erin. Ze verlaten bij bosjes hun kerk. Omdat de overheid een briefje anti-Sila bijvoegt. En daarin vanwege die vermeende "privacy" tussen de regels door laat horen: zo'n inschrijving, zou je dat wel doen?'

Voor de lezers die niet zo grondig zijn ingevoerd in het kerklijk jargon zij nog ter verduidelijking gezegd dat Sila staat voor: Stichting Interkerkelijke Leden Administratie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's