De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ruimte en grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruimte en grenzen

Gereformeerd leven

11 minuten leestijd

Niet zelden worden 'gereformeerden' door de buitenwacht beschouwd — zoals ik dezer dagen weer eens bemerkte — als starre, strenge en vooral ook vreugdeloze mensen. Ze hebben strenge levensopvattingen, zodat ze zich maar weinig opwekkends in het leven kunnen en durven permitteren. Gereformeerd leven is somber, onverdraagzaam, ligt altijd onder een loodzware ernst. Laten we voorop stellen, dat in een méér en méér ontkerstenende samenleving er steeds minder begrip zal zijn voor mensen, die willen leven naar en bij de instellingen en inzettingen des Heeren. Het leven naar de geboden Gods is de wereld meer en meer vreemd aan het worden. Was tot voor kort onze samenleving nog gekenmerkt door een afglans van het christelijk verleden, hetgeen tot uitdrukking kwam in allerlei wettelijke bepalingen in ons land, steeds meer worden de banden verbroken en de touwen los geworpen. De discussie, die thans in het parlement wordt (is) gevoerd over Ster-reclame op zondag, maakt duidelijk, dat vele parlementariërs (en zij vormen een afspiegelingscollege van ons volksleven) geen enkel begrip meer hebben voor het hoge goed van de zondag. En wie heeft er nog begrip voor dat vandaag diegenen, die willen leven bij de inzettingen des Heeren, niet willen meedoen aan de voetbalgekte, die over de wereld slaat, al was het alleen maar omdat de dag des Heeren er mee is gemoeid! Toegegeven moet helaas worden dat ook onder diegenen, die zondag aan zondag zich bevinden onder de prediking van zonde en genade, de dijken in dat opzicht breken en dat er sprake is van schuivende panelen. Zo streng en nauwgezet nemen lang niet allen het meer als de 'buitenwacht' wel denkt.


We leven in een tijd, waarin een christen, die echt bij het Woord wil leven, steeds vaker neen moet zeggen tegen ontwikkelingen, die zich in de samenleving voordoen, en die zo langzamerhand communis opinio zijn geworden. De praktijk der godsvrucht betekent in toenemende mate — als het altijd al niet het geval is geweest — haaks staat op de tijdgeest, waarin anti-christelijke en anti-goddelijke machten woelen en werken. Gereformeerd leven is (ook) leven naar de geboden Gods. Die vormen de paaltjes langs de weg om voor afdwalen te behoeden. Die begrenzen de weg, waarlangs we gaan, bepalen de speelruimte, waarin we leven en werken. Daarvoor zal echter steeds minder begrip zijn in een samenleving, waarin steeds meer mensen het kenmerk van de zonen van de verloren zonen dragen. En ook al zeggen we vóór en ná, dat het leven naar het gebod Gods ten goede is, dat de dienst des Heeren een liefdedienst is, dat het gebod Gods een gebod is met een belofte, de betekenis daarvan dringt niet of niet meer of nauwelijks nog naar buiten door. Wie als overtuigd christen leven wil, gaat meer en meer een eenzame weg. Dat zal zich, als we ons niet vergissen, ook meer en meer in de arbeidssituatie van inensen gaan manifesteren.

Leven
Intussen realiseren we ons zeer wel dat, als het christelijke leven niet voluit leven des Geestes is, er inderdaad een strengheid over mensen komen kan, die heel gemakkelijk kan omslaan in hardheid en liefdeloosheid, ook in de omgang als gereformeerden met elkaar. Als dat het is wat de wereld ontdekt, dan mogen de signalen wel op rood springen. Geesteloosheid kan zich enerzijds openbaren in losbandigheid, onverschilligheid, relativering van Gods inzettingen, maar kan zich eveneens openbaren in wetticisme, waarin niet meer openbaar komt dat het een vreugde is om naar Gods geboden te leven en in Zijn dienst te staan.
Als we één ding nodig hebben in deze tijd is het, dat we weer allen nadruk gaan leggen op het werk van de Heilige Geest. Men zal zeggen dat dit vanzelfsprekend is. De Schrift is immers vol van de Heilige Geest en diens werk. De vraag is echter hóé het werk van de Heilige Geest aan de orde komt. Terecht wordt in gereformeerde kring, daar waar men wil leven uit en bij de verworvenheden van de Reformatie, de onlosmakelijke samenhang van Woord en Geest geleerd. De Geest werkt door middel van het Woord en niet langs buitenbijbelse, extraordinaire weg. En terècht hebben we alle nadruk gelegd op het beloftekarakter van het Woord. Het geloof hangt aan de beloften Gods. En toch, hoe gemakkelijk is er de ontsporing in die zin, dat het eigen werk van de Heilige Geest niet meer aan de orde komt. Juist in de Woordgebondenheid van de Heilige Geest komt de veelkleurigheid van de werkingen van de Heilige Geest, zoals het Woord Zelf die aan de orde stelt, naar voren. Wat dit betreft moe­ten we vandaag wellicht van een manco spreken, ook daar waar Schrift en belijdenis de basis vormen voor prediking, leer en leven. Ds. G. Boer — ik schreef dat ook enkele weken geleden — waarschuwde ervoor, dat de prediking niet zou blijven steken in wensende of beschrijvende zin. Veel prediking blijft steken, zo zei hij, in wat genoemd wordt een toeleidende weg. Moeten we inderdaad juist vandaag niet de vinger leggen bij een ernstig manco, dat dreigt te ontstaan of al aanwezig is, namelijk, dat prediking niet verder komt dan een appèl tot geloof (en bekering) of de beschrijving van een toeleidende weg tot het nieuwe leven, zonder dat het nieuwe leven zelf, in de onderscheiden werkingen van de Heilige Geest, aan de orde wordt gesteld?


Ds. C. den Boer zegt in 'Geijkte woorden': 'een (...) grote belemmering is, dat (als, v.d. G.) de dienaar des Woords zelf nooit is toegekomen aan de volle maat van Pinksteren. Dat wil zeggen, dat hij wel door de kracht van de Geest uit de zondedienst getrokken is, een strijd kent tegen de zonde, een uitzien naar de Heere Jezus ook, maar niet de radicale, ongereserveerde en onmiddellijke overgave, waardoor de Geest met de volle stroom van gaven vanuit de hemelse Christus in ons komt wonen. Gepreekt wordt dan vaak de toeleidende weg, meer dan het rijke Geestesleven, meer dan het zo heerlijke leven des geloofs in de verborgen omgang met God met al zijn diepten en hoogten, meer dan het stuk van de heiliging, de dienst van onze gezegende Koning in de praktijk van het dagelijkse leven'. En ook — en dan gaat het over wetticisme — : 'Er zijn dienaren des Woords, die zelf nooit verder gekomen zijn dan zekere indrukken van de dienenswaardigheid van God en van Zijn geduchte toom over de zonde, maar die zelf de grote bevrijding door het wonder van de begenadiging van een zondaar niet kennen. Dan is er geen sprake van een aan het eind gekomen zijn met de wet. Men sukkelt er nog zolang mee voort, ook met de gemeente samen in de prediking. Het wonder van de begenadiging van de goddeloze komt niet uit de verf. Men preekt een verborgen Christus en vaak ook een voorwaardelijk genadeaanbod.'


De Schrift geeft, als het over de werkingen van de Heilige Geest gaat, zo veel onderschéíden uitingen van Geesteswerk, dat we die bepaald niet uitputtend kunnen opsommen. Gaat het, om het algemeen te zeggen, behalve om een toeleidende weg ook nog om de dóórleidende, de verder leidende weg van de Geest? De Heilige Geest wil met de volle maat van Zijn gaven — zo leert de Schrift — komen in de harten en levens van zondaren. Vroeger sprak men, vaker dan vandaag, over 'doorgeleide christenen'. In die uitdrukking zit een diep bijbelse notie. Het duidt erop, dat de Heilige Geest meer doet dan een mens overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel (dat óók) en dat de Heilige Geest niet alléén is de Geest van uitbranding (dat óók) maar dat de Heilige Geest ook mensenharten vervult met de liefde Gods, met vreugde in en om God. De liefde Gods wordt uitgestort in harten van zondaren. Dat gebeurt niet aan de buitenkant maar aan de binnenkant. Als zo de Geest over mensen komt worden ze stil tot God, of spreken ze ervan wat God deed ondervinden. Die innerlijke werkingen van de Geest kunnen stil toegaan of overweldigend over een mens komen. De wijze waaròp en de mate, waarin de Heilige Geest werkt is aan Hem voorbehouden. Maar de Heilige Geest wil wèl ook een mens vervùllen met Zichzelf.


Hoe verstikkend objectief kan het niet worden op de preekstoel en daaronder. We hebben vaak de mond vol van bevinding of bevindelijkheid. Maar het beschrijvende of objectiverende ervan krijgt de boventoon. En het doorleidende werk van de Heilige Geest straalt niet of te weinig meer door. Dan gebéúrt er ook zo weinig meer. Er wordt geen verwondering meer gewekt. Het wordt windstil in de gemeente. Wat we weer nodig hebben is dunkt me diepgaande bezinning op bijbelse elementen als verzegeling met de Heilige Geest (der belofte, dat wel), de vervulling met de Heilige Geest, het instorten van de liefde Gods in de harten, de leiding van de Heilige Geest in de praktijk der godzaligheid.

Ruimte
We moeten elkaar de ruimte geven, zo horen en zeggen we vandaag alom. Meer pluriformiteit betekent dat. Welnu de Heilige Geest Zelf zorgt er wel voor, dat er sprake zal zijn van veelkleurigheid. De Heilige Geest maakt de veelkleurige wijsheid van God bekend en werkt deze ook uit in het toebrengen en voortleiden van zondaren op de weg van het leven. Maar als de Heilige Geest ruimte schept dan stèlt Hij allereerst in de ruimte. Die man of die vrouw is tot ruimte gekomen, zo heet (heette?) het dan. Dan gebeurt er wèl iets. Dan valt er iets te vertellen ook, al zal de vrijmoedigheid van de één groter zijn dan van de ander.

Het zijn vandaag vaak de mensen uit evangelicale kring, die met hun al of niet imponerende verhalen naar voren worden gehaald om getuigenis te geven van wat de Heilige Geest in hun leven deed. We missen daarin vaak iets, zeggen we dan als gereformeerde mensen nog wel eens. En we bedoelen dan: de diepe ondertoon van schuldbesef, ontdekking aan de vuile bron van onze zonden, ontdekking aan de ergernis des Kruises ook. Maar tot ons komt dan de vraag of er in de kerken nog iets te vertellen valt.


Onmiskenbaar zijn er ook vandaag de ritselingen van het werk van de Heilige Geest in harten en levens van ouderen en jongeren. Maar we hebben nodig onderlinge opscherping in liefde, opdat bevindelijke noties niet teloor gaan en derhalve dóórleidend en dóórbrekend werk van de Heilige Geest gaat worden gemist. De Heilige Geest stelt ook in de ruimte en doet voortgaan op de weg van het leven. 'Is er groei in Uw geloofsleven?', zo vroeg een reeds lang overleden predikant vaak in zijn preken. Dat betekent: is er voortgang en voortleidend werk van de Heilige Geest?

Grenzen
Wie weet van het ruimtescheppende werk van de Heilige Geest weet ook van het in vrijheid gesteld zijn, weet van het staan in de vrijheid waarmee Christus vrijmaakt. Christusprediking is dan ook de doodsteek voor alle vervlakking en verstrakking. Daarom is prediking van het werk van de Heilige Geest ook voluit Christusprediking, prediking van de algenoegzaamheid van Christus. Ademen mensen niet dàn op onder de prediking wanneer, vanuit de diepte van hun door de zonde gekerfde bestaan, het Kruis oplicht en het Open Graf? Als de diepten van het Borgtochtelijk lijden van Christus worden voorgesteld, als de Borggerechtigheid van de Middelaar wordt getekend, dan schept de Geest ruimte, giet Hij water op het droge.
Bèvindelijk leven is zó bepaald niet een leven, waar altijd de domper op ligt, zeker ook geen leven, waarin de boeien van het wetticisme ons kluisteren. Het is wel een begrensd leven, namelijk een leven, waarin we met vreugde, hoe aangevochten ook in de praktijk van het leven van elke dag, het pad van Gods geboden begeren te gaan.


Gereformeerd leven is gekenmerkt door gebondenheid aan de Schrift en aan de belijdenis der kerk als accoord van kerkelijke gemeenschap. Daar liggen kerkelijk gezien de grenzen en de ruimte van het gereformeerde. Maar die binding gaat ook uit boven het louter formeel juridische. Het gaat om belijden en beleven. Juist ook wanneer de religie van de belijdenis ons ter harte gaat, wordt duidelijk dat het de Heilige Geest is, die ons datgene wat we met de mond belijden te binnen brengt.
Pinksteren is een eenmalig heilsfeit. Maar de werking van Pinksteren gaat door, ruimtescheppend, in ruimte stellend en zo ook grenzen trekkend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ruimte en grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's