Het vaste offer
Want Achaz offerde de goden van Damaskus, die hem geslagen hadden, en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrië hen helpen, zal ik hun offeren, op dat zij mij ook helpen; maar zij waren hem tot zijn val, mitsgaders aan gans Israël. 2 Kronieken 28 : 23
Het levensbeeld van koning Achaz van Juda staat in de Heilige Schrift met zwarte inkt beschreven. Zijn regering is een aaneenschakeling van wandaden, mislukkingen en nederlagen. Syrië en Israël benauwen hem. Dat was een straf van de Heere God vanwege zijn uitbrekende goddeloosheid. Want welk een gruwelen bedreef deze vorst al niet? Hij maakte zelfs gegoten beelden voor de Baäls. Ja, hij ontstak offers in het dal Ben-Hinnom en verbrandde zijn zonden met vuur in overeenstemming met de gruwelen der volken, die de Heere voor het aangezicht van de Israëlieten had verdreven. Hij bracht offers en ontstak die op de hoogten, op de heuvels en onder elke groene boom. Van alle zijden werd hij benauwd. De Filistijnen en de Edomieten traden met succes op tegen Juda. In deze nood zocht Achaz hulp bij het grote wereldrijk Assyrië. Weliswaar heeft nu de koning van dit rijk hem van zijn twee vijanden Syrië en Israël verlost, maar hij werd daardoor niet weer eigen baas. Hij bleef een vazalvorst van deze wereldmacht. Steeds verder wijkt hij van God af. Na een regering van zestien jaar sterft hij, maar wordt niet in de graven der koningen bijgezet. Deze eer keurde men de diepgezonken koning niet waardig.
Achaz verloor veel aan geld en gebied. Maar in plaats van ten tijde van zijn benauwdheid de Heere te zoeken of deze hem mogelijk nog helpen zou en zich over hem ontfermen, ging hij voort met ontrouw te zijn jegens de Heere. Hij offerde de goden van Damascus, die hem geslagen hadden en zeide: Omdat de goden der koningen van Syrië hen helpen, zal ik hun offeren, opdat zij mij ook helpen. Achaz schrijft zijn dreigende ondergang niet toe aan het verlaten van God, maar aan de grotere kracht der heidenen, Syrische goden. Dit is het bewijs, dat hij steeds dieper wegzinkt. Wanneer wij het niet met onze ogen lazen, zouden wij het niet voor waar kunnen houden: dat een koning van Juda, zelf deelgenoot en voorganger aan het Verbond, aan de heidense schijngoden offert, om door hen geholpen te worden.
Wij zien hier een vreselijke drieëenheid van zonde.
Vooreerst betekent deze daad ongeloof tegen God. Achaz verwacht niet de hulp van Hem, Die alléén kàn en beloofd heeft te doèn, krachtens het Verbond, dat Hij met Zijn volk had gesloten. Aldus beledigt hij de Almachtige en Gewillige. Hij wantrouwt de Heere en loopt Hem zonder meer voorbij.
Vervolgens is zijn optreden een uiting van bijgeloof. Achaz verruilt het ware geloof voor de superstitieuze verbeelding, dat een afgod redden kan. Hij stelt zich gelijk met mensen als de Filistijnen, die, toen Simson gevangen was, een offerfeest vierden voor Dagon, zeggende: Onze god heeft onze vijand in onze hand gegeven.
Maar het derde element van schandelijkheid in zijn daad is, dat hij offert aan een macht, die hem – volgens zijn opvatting – schade heeft betrokkend. Zijn mening was: je weet nooit waar het goed voor is. Die afgoden van Syrië zijn blijkbaar sterk. Laat ik maar eens wat aan hen offeren – voor wat, hoort wat. Dit nu is karakterloos. Dit is vijandschap afkopen en vriendschap inkopen! Moeilijk kan de mens lager zinken.
Toch leeft een groot deel der mensheid niet hoger dan dit levenspeil. Het zijn degenen, die van godsdienst en levensbeschouwing veranderen, naarmate het hun voordeliger schijnt. Wij denken aan de ontmoeting met een man, die nooit de samenkomsten der gemeente bezocht. Maar opeens verscheen in de bidstond voor het gewas. Op de vraag waarom hij er toen wèl was, luidde het antwoord: 'k Dacht, je moet God toch ook tevreden houden. Het gaat toch om de komende oogst!
Ongetwijfeld kunt ge deze gedachte uitbreiden tot in het oneindige.
Daar is de vrouw, die weliswaar weet dat haar aanstaande man God niet dient. Maar ach, er is zoveel dat lokt! Waarom niet een weinig van de gestrengheid der oude godsdienst opgeofferd? Waarom niet een offer gebracht aan de goden dezer eeuw? Zo nauw komt het toch niet! Je weet trouwens nooit waar het goed voor is. Het gaat iedereen, die naar moderne trant leeft goed, waarom dan mij niet? 'k Heb aan die oude God nooit veel smaak beleefd, laat ik het nu maar eens elders proberen.
Daar is de man, die heel zijn opvoeding verloochent en zijn levensbeschouwing opgeeft – omdat het hem zó beter gaat. Kun je er ten aanzien van vrienden en kennissen beter mee uit het kerkgaan en de dienst van God na te laten, waarom dan niet?
Practisch staat ieder christen aan deze dwaze zonde schuldig, wanneer hij God zoekt alleen wanneer hij Hem, hoofdzakelijk voor tijdelijke hulp, meent nodig te hebben!
Ontsluit zich hier niet een ruim veld van toepassing?
We hebben het allen wel eens meegemaakt. In een zware ziekte vermenigvuldigde zich het gebed. Wat smeekten we vurig! Hoe oprecht hebben we het gemeend! Maar God diende eigenlijk voor nooduitgang. En hoeveel komt deze zonde niet voor onder ons?
Goed, wel laten nog wel dopen... maar het is uit burgerlijk fatsoen. En je weet nooit: we konden God nog weleens nodig hebben.
We willen ook nog wel een kerkelijke begrafenis... het staat. Je kunt tenslotte ook niet als een dier begraven worden. Maar het is sussing van het geweten voor een leven, dat zonder God uitbrandde. O, we gebruiken God ten eigen bate.
Maar de Heere is niet onze knecht. Hij is onze Meester.
Hij helpt menigwerf boven verwachting uit. Ook wanneer we telkens weer van Hem wegvallen. Maar dan is deze wonderlijke uitredding nog een waarschuwing. De Heere is vol van barmhartigheid. Niet maar voor een ogenblik, maar voor een leven, ja, voor eeuwig!
Waarom dan een deel Hem gevraagd, als Hij alles geven wil?
Bedenkt het wel: Achaz werd diep teleurgesteld. De goden werden hem tot een val, mitsgaders aan gans Israël.
Wie God alleen maar aanroept om wat Hij gééft, niet om wat Hij is, zal op de duur bemerken, dat hij wandelt op het heilloos spoor der bozen. God is zeer lankmoedig. Maar bespotten laat Hij zich niet. Want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's