De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een pleidooi voor huisgodsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een pleidooi voor huisgodsdienst

De kleine kerk (1)

8 minuten leestijd

In een vorige gemeente besloot de kerkeraad gedurende een winterperiode op zoveel mogelijk huisbezoeken hetzelfde thema aan de orde te stellen. In alle meelevende gezinnen zou men het onderwerp huisgodsdienst aansnijden. Op zichzelf was dat initiatief zo verrassend niet. Volgens de Kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk behoort het immers tot de taak van de kerkeraad in dit opzicht waakzaam te zijn en dienend te helpen.
In Ord. VI art. 8 lezen we: 'Predikanten en ouderlingen wekken, met name bij het huisbezoek de leden der gemeente op tot het getrouw onderhouden van de huisdienst met Schriftlezing, gebed en gezongen of gelezen lied...' Maar misschien is dit kerkorde-artikel zo langzamerhand wat in het vergeetboek geraakt. In ieder geval was het nieuwe van onze opzet, dat het thema huisgodsdienst een winter lang als vast gespreksthema zou worden meegenomen.
De resultaten waren, eerlijk gezegd, niet moedgevend. De meeste ouderlingen rapporteerden dat het onderwerp op zichzelf al moeilijk bespreekbaar was. Nogal wat gemeenteleden aarzelden een blik achter de schermen te geven. In vele andere gezinnen bleek er bedroevend weinig van terecht te komen. Soms door onwil, soms door onmacht. Men had moeite met het vinden van een goede vorm, van het juiste moment. Hoewel er gelukkig ook gezinnen waren, waar de huisdevotie heel bewust en betrokken beoefend werd.

Op de tocht
Deze ervaring in een doorsnee hervormd-gereformeerde gemeente staat vermoedelijk niet op zichzelf. De vele onderzoeken van de laatste tijd bevestigen het beeld dat hier één van de grootste problemen onder christenen vandaag ligt: het gebrek aan omgang met God, persoonlijk en ook samen als gezin. De praktijk der godzaligheid staat links en rechts op de tocht. De Bijbel is in nogal wat huizen niet meer dan een stuk van de inventaris. Een boek dat er­ bij hoort, net zo goed als een encyclopedie en een boek over de Tweede Wereldoorlog. Het gebedsleven van veel kerkmensen is niet meer dan een vorm, een lege huls, terwijl het samen zingen van geestelijke liederen in veel gevallen alleen nog maar een herinnering aan het ouderlijk of grootouderlijk huis is. Een enquête meldde zelfs dat in niet minder dan 90% van de kerkelijke gezinnen niet of nauwelijks meer over geloofszaken gesproken wordt.

De oorzaken
Natuurlijk zijn er tal van verklaringen en nog meer verontschuldigingen voor dit verschijnsel aan te wijzen. Ouders die erover aangesproken worden, verschuilen zich soms achter eigen onbekeerd-zijn. Zoiets kan alleen, vinden zij, wanneer je zelf zeker weet een kind van God te zijn. Anderen wijzen op de jacht van onze tijd. Niet alleen de huisgodsdienst, maar het gezinsleven op zichzelf leidt immers schipbreuk. Ieder heeft zijn eigen programma en leefpatroon, waardoor de momenten van ontmoeting schaars zijn. Veel gezinnen hebben iets van een duiventil, waar men naar believen kan binnenkomen en uitvliegen. Andere ouders zouden wel graag willen, maar kunnen hun kinderen er niet in mee krijgen. De ijskoude wind van de secularisatie gaat ook over meelevende gezinnen heen, en vele ouders weten er volstrekt geen raad mee.
Hoe reëel en relevant dit alles op zichzelf ook is, het is de vraag of daarmee alles gezegd is. In hoeverre zien kerkelijke ouders zelfde noodzaak en het nut van de huisoefening in? In welke mate leeft het bij henzelf? Wat hebben zij er voor over om er plaats voor in te ruimen in hun eigen gezin? Deze vragen mogen niet uit de weg gegaan worden. Eén ding is immers wel zeker: waar de vroomheid-beoefening niet meer functioneert, valt een wezenlijk element van het christen-zijn weg. Dat berokkent schade aan het geestelijke leven van ouders en kinderen. Dat werkt door ook naar de andere verbanden van het leven. In zijn geruchtmakende studie Het lege testament concludeerde Piet van der Ploeg, dat hier één van de belangrijkste oorzaken van kerkverlating ligt. Veel jongeren haken af, omdat ze thuis niets meer proeven of zien van wat het leven met God werkelijk betekent. Als dat waar is en wie kan het tegendeel bewijzen, wordt hiermee meteen de weg tot genezing gewezen. Zou de geestelijke opwekking, waarnaar we zo hunkeren in onze tijd, niet beginnen bij een vreze des Heeren in onze harten en huizen? Zou een terugkeer tot de echte vroomheid in de gezinnen niet een dam kunnen opwerpen tegen de verwoestende invloeden van onze post-christelijke cultuur? Ik geloof niet dat we zitten te wachten op nog weer nieuwe studies van sociologen of strategieën van theologen. Waar we dringend behoefte aan hebben is een herbeleving van de dienst aan God binnen het gezin.

Wat bedoelen we?
Voor een goed verstaan: wanneer ik pleit voor eerherstel van de huisgodsdienst heb ik niet het oog op alles wat met deze naam getooid kan worden. Men kan er namelijk meer dan één zaak onder verstaan. Toen de eerste christenen nog niet over eigen kerkgebouwen beschikten, kwamen zij samen in de huizen van welgestelde gemeenteleden (1 Cor. 16 : 19; Fil. 2; Rom. 16 : 5; Col. 4 : 15). Deze samenkomsten worden doorgaans aangeduid als huisgodsdienstoefeningen. Men gebruikt de term huisgodsdienst vervolgens ook wel voor diensten die christenen hielden in particuliere woningen ten tijde van vervolging en verdrukking. En in de derde plaats kan men denken aan samenkomsten die worden belegd buiten de publieke kerkdiensten om.
Dit soort huisgodsdiensten trof men al aan in de tijd van de Reformatie, met name in de Zwingliaanse tak, waar de zogenaamde 'profeten' een grote rol speelden in de huisdiensten. Ook binnen het Nederlandse gereformeerde protestantisme zijn dergelijke samenkomsten geen onbekend verschijnsel. Al voor de Dordtse Synode hielden kerkelijke vergaderingen er zich mee bezig. In de natijd van de Nadere Reformatie kreeg het conventikel steeds meer plaats, niet alleen naast maar ook tegenover de kerk. Vooral in de beweging van het Labadisme waren dergelijke huisgodsdiensten schering en inslag, terwijl men deze ook binnen het Reveil van de vorige eeuw veelvuldig kon aantreffen.
Over deze vormen van huisdienst hebben we het hier niet. We beperken ons tot de huisgodsdienst in strikte zin: het Bijbelgebruik, het zingen en bidden zoals dat in de gezinnen en andere verbanden waarin christenen samenleven, dagelijks mag en moet plaatsvinden.
Aan de hand van een drietal gedachtenlijnen wil ik in deze artikelenserie enige opmerkingen plaatsen die het pleidooi voor eerherstel van de huisgodsdienst willen illustreren en onderstrepen. Om te beginnen staan wij stil bij de huisgodsdienst in het licht van de Bijbel. Vervolgens bezien wij de huisgodsdienst in historisch perspectief om tenslotte aandacht te besteden aan de huisgodsdienst in de praktijk.

Huisgodsdienst in het licht van de Bijbel
Wie de Schrift erop naleest, ontdekt dat naast de eredienst in tempel en synagoge, ook de persoonlijke en huiselijke devotie een belangrijke plaats inneemt. Het individuele en gemeenschappelijke sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar juist aan. Het één kan niet zonder het ander. Veel Psalmen uit de Bijbel hebben hun achtergrond in de cultus, ze werden gezongen in de tempel waar het volk van God vergaderd is. Maar er zijn ook individuele klaagen lofliederen bij. Psalmen waarin dichters hun eigen specifieke vreugde of verdriet, strijd en schuld uitzeggen voor het aangezicht van God. Van de Heere Jezus lezen we dat Hij regelmatig de stilte opzicht om het aangezicht van Zijn Vader te zoeken. Maar Hij bezocht ook regelmatig de synagoge en Hij had er van tijd tot tijd behoefte aan dat Zijn jongeren bij hem waren en met Hem meebaden (Matt. 26 : 36 e.v.). Er is een hoogst persoonlijke kant aan het leven met God. Het eenzaam, met God gemeenzaam-zijn. Het gaan in de binnenkamer, waartoe Jezus Zijn discipelen oproept in Mattheüs 6. Maar wat is dan het gebed dat zij in de eenzaamheid hebben te bidden? 'Onze Vader, die in de hemelen zijt'. Ook in het verborgene is er de band met de anderen, die in hetzelfde geloof delen. En naast het persoonlijke gebed is er ook het gezamenlijk gebed van de volgelingen van Jezus. Zo zien we hen tussen Hemelvaart en Pinksteren eendrachtig bijeen in het smeken om de uitstorting van de Heilige Geest (Hand. 1 : 14).

Genadegift
In zijn prachtige boekje 'Leven met elkander', wijst de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer erop, welk een zegen er schuilt in de beoefening van de onderlinge gemeenschap zoals de bijbel ons daarin voorgaat. Veel te weinig realiseren wij ons, wat een voorrecht het is mensen om ons heen te hebben met wie wij kunnen bidden en zingen, kunnen luisteren naar de Schriften. Er is een bijzondere belofte aan verbonden. Psalm 133 zegt het uitdrukkelijk: Ziet, hoe goed is het dat broeders ook samenwonen. Want de Heere gebiedt aldaar de zegen en het leven tot in eeuwigheid. De gemeenschap met andere gelovigen heeft iets van een kolenvuur. Een kooltje op zichzelf is moeilijk aan het branden te krijgen. Maar samen gaat het. De één steekt de ander aan en met elkaar geven ze veel goed en warmte.
De onderlinge christelijke gemeenschap spreekt niet vanzelf. Er kan plotseling een einde komen aan deze genadegift.
Gevangenen en zieken, zendelingen op vooruitgeschoven posten en eenzame ouderen moeten deze band met andere christenen missen.
Daarom hebben wij er intens voor te danken, als God het ons geeft ons geloof met anderen samen te mogen beleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een pleidooi voor huisgodsdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's