De vrouw in het ambt? (4)
4.2.4. Andere ambten?
Zijn er nu naast de ambten van oudste en diaken nog andere kerkelijke ambten als zodanig te vinden? In het begin noemde ik toch een rij van ongeveer 20? Na het voorafgaande moge duidelijk zijn, dat ik een aantal uit die rij van 20 als soort synoniemen wil zien, of beter: als specificaties van een bepaald ambt. Zo heb ik helpers, dienaren in dienstbetoon, uitdelers en degenen, die barmhartigheid doen, allemaal geplaatst onder het overkoepelende ambt van diaken. Zo zijn er bij het ambt van oudste ten eerste de opziener-ouderling en ten tweede de ouderling, die arbeidt in het Woord en de leer. Ook hiervoor wordt een aantal aparte benamingen gebruikt om een bepaald aspect alle aandacht te geven. Zijn er na deze nog andere? Ik ben van mening, dat de grote opsomming niet duidt op een evenzogroot aantal ambten, maar op een zo grote verscheidenheid van gaven van de Heilige Geest. De profetie was toch, dat de Heilige Geest uitgestort zou worden op alle vlees? Maar als iemand zo'n gave van de Heilige Geest heeft, bekleedt hij nog niet gelijk een kerkelijk ambt.
4.2.5. Profetisch ambt
Naast de twee hierbovengenoemde cultische ambten wil ik nog graag een ander belangrijk ambt noemen, dat ook in het Oude Testament al te zien was, namelijk het profetisch ambt. Anna was een profetes, evenals de dochters van Filippus (Hnd. 21 : 9). Agabus profeteerde tot Paulus over zijn gevangenneming. Hier is hetzelfde te zien als in het Oude Testament. Zowel mannen als vrouwen kunnen dit ambt bekleden.
4.3. Vrouw en ambt
Nu de vraag naar de vrouw en deze ambten.
4.3.1. Vrouwelijke ouderling?
We lezen nergens, dat er vrouwelijke ouderlingen waren. Dit past ook in de lijn, die we al gezien hebben. In het Oude Testament waren er geen vrouwen, die een cultisch ambt hadden: de Heere Jezus stelt alleen als mannen aan. De gemeenten volgen deze lijn, en hebben dan ook alleen als ouderling.
4.3.2. Vrouwelijke diaken?
Hoe zit het met de diaken? In Rom 16:1 lezen we over Febe, een dienares, letterlijk diakonos, van de gemeente van Kenchreeën. Dit is de enige plaats in het Nieuwe Testament, waar het woord diakonos voor een vrouw gebruikt wordt. Nu gaat het erom: Hoe vertalen we dit diakonos? Als diaken of als dienaar? Ik kies voor de laatste vertaling, en zie in Febe een dienares van de gemeente. Zij helpt en dient de gemeente, maar bekleedt daarmee nog niet het ambt van diaken. Waarom zou hier ineens afgeweken worden van de lijn van mannelijke ambtsdragers? Wie heeft daar dan toestemming voor gegeven? Waarom wordt dit dan niet vermeld? Dat zou toch belangrijk geweest zijn voor de kerk? Deze vragen zijn voor mij van die aard, dat ik niet tot vrouwelijke diakenen kan komen. En wat dan met 1 Tim. 3 : 11, waar het midden tussen de voorschriften over ouderlingen en diakenen ineens over vrouwen gaat? Voorstanders van vrouwen in het ambt willen die hier zien. Behalve het feit, dat er dan op een vreemde wijze over die ambtsdragers gesproken wordt, vind ik het opmerkelijk dat aan die vrouwen veel minder eisen gesteld worden dan aan de mannen (10-4). Ik kies dan ook voor een andere oplossing: de verzen 11 en 12 horen bij elkaar; in die verzen gaat het over de huiselijke omstandigheden van de diaken. Dan gaat het dus in vers 11 niet om vrouwelijke diakenen, maar om vrouwen van diakenen. We zien volgens deze visie geen vrouwelijke cultische ambtsdragers in het Nieuwe Testament. Daar komt nog bij, dat er wel teksten te noemen zijn, die beperkend zijn voor de vrouw. Als de vrouwen te veel willen, worden zij teruggezet op hun plaats. Dan lezen we: de vrouwen moeten in de gemeente zwijgen (1 Kor. 14 : 34), zij mogen niet leren (1 Tim. 2 : 11, 12) en zij moeten onderdanig zijn aan hun man (1 Pet. 3 : 1, 2; Ef. 5 : 22, 3; Kor. 11 : 3). Waren de vrouwen dan helemaal uitgeschakeld? Nee, integendeel, zij werden weer ingeschakeld. Is het in het Oude Testament nog moeilijk vrouwen te vinden, die behulpzaam zijn bij de cultus, in het Nieuwe Testament is dat wel anders. Er worden nogal wat vrouwelijke helpers genoemd: Febe (Rom 16 : 1), Prisca of Pricilla (Hand. 18 : 26), Tryfena en Tryfosa (Rom. 16 : 6), Persis (Rom. 16 : 12). Al deze vrouwen waren dienstbaar in de gemeente; zij horen er op hun plaats helemaal bij.
4.3.3. Vrouwelijke Profetessen?
Hierover hoeft geen onenigheid te bestaan. Zoals in het Oude Testament al profetessen voorkwamen, zo komen zij ook in het Nieuwe Testament voor. Het profetisch ambt is voor mannen en vrouwen.
5. Evaluatie
Tenslotte nog even de belangrijkste punten op een rijtje en enige lijnen naar nu.
5.1. Bij de vraag naar de vrouw in het ambt moet eerst de vraag naar het ambt beantwoord worden. Eerst moeten we weten over welke ambten we spreken en wat die ambten inhouden, voordat we kunnen zeggen of de vrouw die ambten kan bekleden.
5.2. Bij de vraag naar het ambt moeten we de hele Bijbel laten spreken en dus niet een paar teksten uit het verband rukken en daar dan allerlei conclusies aan verbinden.
5.3. De plaats van de vrouw ten opzichte van de man is bij de schepping gegeven; zij is wel gelijkwaardig, maar niet gelijk aan de man. Bij de zondeval is deze verhouding verstoord en zal de rnan heerschappij over de vrouw hebben.
5.4. In het Oude Testament zijn er vijf ambten te onderscheiden: het koninklijk, het profetisch en de drie priesterlijke ambten, priester, hogepriester en leviet. Het koninklijke ambt is vooral staatkundig, het priesterlijke met name cultisch en het profetisch ambt was erop gericht het Woord en recht van God te handhaven.
5.5. Het profetisch ambt kon bekleed worden door mannen en vrouwen. Het koninklijke ambt en de priesterlijke ambten werden daarentegen in Israël nooit door vrouwen vervuld. Vrouwen hadden wel een plaats binnen de regering en cultus; zij waren niet buitengesloten.
5.6. In Christus is de schepping hersteld; de vrouw krijgt haar plaats terug, die haar bij de schepping is gegeven. De Heere Jezus doorbreekt met die herwardering alle normen voor die tijd, maar we lezen nergens, dat Hij een vrouw in een ambt heeft gesteld.
5.7. In het Nieuwe Testament komen de cultische ambten van diaken en ouderling voor in de christelijke gemeenten; daarnaast is er ook het profetische ambt.
5.8. De Oudtestamentische lijn van alleen mannelijke ambtsdragers binnen de cultus wordt door de Heere Jezus bevestigd en loopt door in het Nieuwe Testament. Ook daar vinden we geen vrouwen in godsdienstige ambten als zodanig, maar werken zij wel mee in de gemeente. Evenals in het Oude Testament zijn er in het Nieuwe Testament wel vrouwelijke profetessen.
5.9. Deze lijn van mannen als godsdienstige ambtsdragers loopt mijns inziens ook door naar onze tijd. Maar dan moet tegelijkertijd erkend worden, dat de vrouwen ook hun plaatsen hebben in de gemeente. Mannen en vrouwen hebben elk hun eigen plaats in de gemeente van Christus. In deze tijd zijn we helaas het profetisch ambt kwijt. Als dit weer hersteld wordt, zou dit tot voordeel zijn van kerk en staat. In dat profetisch ambt kunnen zowel mannen als vrouwen dienen.
5.10. Een herwaardering van de plaats van de vrouw in onze tijd moet echter wel opkomen uit Bijbelse gronden en moet niet een uitwerking zijn van allerlei feministische gedachten, dat de vrouw ook zonodig gelijk moet zijn aan de man. Dit feministische streven is te veroordelen; het Bijbelse streven is te waarderen en toe te juichen.
Literatuurlijst
C. den Boer, Man en Vrouw in Bijbels perspectief. Kampen 1985.
H. Goedhart, Een vrouw op de kansel? Woerden, 1966.
G. Huls, De dienst der vrouw in de kerk, Wageningen 1951.
G.P. van Itterson, Het kerkelijk ambt in geding. Kampen 1974.
H. Schroten/H. Goedhart, De vrouw en het ambt, De vrouw in het ambt, een discussiehandleiding, 1980.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's