Globaal bekeken
Hier volgt een gedicht van Nicolaas Beets (1814-1903), getiteld 'De moerbeitoppen ruisten', geïnspireerd door psalm 84.
'De moerbeitoppen ruisten',
God ging voorbij:
Neen, niet voorbij, Hij toefde:
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij:
Sprak tot mij in stille,
De stille nacht:
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef Hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin:
't Voelde in zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen.
En sluimerde in.
De morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.'
In de bundel 'Bij 't voortgaan van de tijd', dezer dagen aangeboden aan Jac. Overeem i.v.m. zijn 75e verjaardag, troffen we het volgende gedicht van Arjen van Hoorn, getiteld 'Nieuw begin':
Dit is het wonder van een nieuw begin:
niet uitzien naar wat ik niet kan bereiken,
noch mijmerend naar het verleden kijken,
maar vragen naar wat toekomst heeft en zin.
Wat achter ligt is immers eeuwigheid
en morgen is het heden reeds verleden.
Mijn dagen zijn als klokgetik vergleden
in het mysterie van voltooide tijd.
Nog even... even dan klinkt de bazuin
met het Hosanna van Uw wederkomen:
in Uw gemeenschap word ik opgenomen.
ik zie de vuurgloed, catastrofe, puin,
O aarde... aarde... eens Gods eigen tuin...
o, dit verlangen... bijna niet te tomen.
Verder uit deze bundel nog een gedicht van Jan Luyken (1643-1689), getiteld 'Van Jezus de ware ruste':
Al ruisen alle wouden,
Al bruist het wilde meer,
Al beeft het al van donder,
Al straalt de bliksen neer,
Mijn hart blijft zonder vrezen
In Zijn wezen.
Het kan ons niet verschrikken,
Al wat van buiten woelt,
Wanneer men maar van binnen,
De schoonste ruste voelt:
Die schoonste rust van binnen
Kan 't verwinnen.
Als Jezus zich in 't harte
Te ruste heeft gezet:
Laat eens een onweer komen,
Dat deze rust belet:
Als 't kwaad versmelt in vrezen,
Voor Zijn Wezen.
O mensen, woudt gij leren,
Waarin Uw heil bestaat?
't Is hierin, dat gij weelde
En aardse rijkdom haat:
En dat gij tracht te winnen,
Rust van binnen.
In De Kerkvoogdij een artikel, getiteld 'Elektronisch orgel kan pijporgel niet vervangen in de kerk'. Uit dit artikel enkele fragmenten:
'In de ruim 2000 kerkgebouwen van de Ned. Hervormde kerk bevindt zich een schat aan orgels. Daarvan zijn er talloze, die al eeuwen in onze kerken staan en die als monumenten zijn aan te merken. Nog worden zij zondag aan zondag bespeeld en steunen aldus de lofzang van de gemeente. De klank van deze instrumenten heeft na eeuwen nog niets aan glans ingeboet. Doorgaans verkeren zij in goede staat van onderhoud, dank zij de aandacht die daaraan – doorgaans met steun van monumentenzorg – door de colleges van kerkvoogden wordt besteed. Terecht genieten deze instrumenten vaak wereldfaam.
Maar niet al onze orgels zijn monumenten. Soms zijn onze oude orgels door vorige generaties slecht onderhouden of – hetgeen minstens zo vaak voorkomt – door ondeskundig herstel of gedeeltelijke vernieuwing niet meer zo fraai als zij oorspronkelijk waren. Bovendien zijn in de eerste helft van deze eeuw talrijke orgels in onze kerken geplaatst, die het wat technische en artistieke kwaliteit betreft niet kunnen opnemen tegen de in voorgaande eeuwen geplaatste instrumenten. Er zijn toen veel orgels uit goedkope fabrieksonderdelen vervaardigd, vaak met speelmechanieken van ondeugdelijke makelij. Deze orgels kunnen het in geen enkel opzicht opnemen tegen de instrumenten, die verscheidene orgelbouwers thans kunnen leveren.
Herstel of vervanging
Daar zitten kerkvoogden dan mee als deze instrumenten, soms al jaren, aan herstel of vervanging toe zijn. Meerstal is men tot vervanging gedwongen, omdat het weinig zin heeft veel geld te besteden aan de restauratie van een artistiek oninteressant instrument (…).
Vandaar de belangstelling voor het zoveel goedkopere elektronische orgel, dat als vervanger voor het pijporgel wordt aanbevolen. Waarlijk niet door de minsten, zoals bijvoorbeeld Willem Mengelberg in de jaren dertig, die destijds zo onder de indruk was van het uit Amerika afkomstige Hammond-orgel, dat hij in advertentieteksten verklaarde als organist en dirigent het verschil met een pijporgel niet te kunnen horen. Dat zal niemand hem meer nazeggen. Ook destijds klonk Mengelbergs bewondering trouwens al ongeloofwaardig. Maar de voordelige prijs van het tegenwoordige elektronische instrument en de aanzienlijke verbeterde toonvorming, wekken de belangstelling van menig college van kerkvoogden voor het elektronisch instrument als alternatief voor het pijporgel. Zeker als daarvoor, naar het schijnt, zoveel meer geboden wordt dan door het veel kostbaarder pijporgel. Een kerkvoogdij staat dan voor een moeilijke beslissing. Zij kiest dan soms toch voor het voordeliger alternatief. Is deze voorkeur terecht?
Dat kan pas worden vastgesteld als men alle voors en tegens zorgvuldig op een rij heeft kunnen zetten. Dat moet wel, want er worden twee wezenlijk verschillende instrumenten vergeleken. Het lijkt een keuze tussen appels en peren. Nu is dat niet zo'n vreselijk probleem, want de Nederlandse huisvrouw lost dat dagelijks in de groentewinkel op. Zij weet dat zij haar guldens maar éénmaal kan besteden en daarom koopt zij het fruit dat haar per gulden de meeste voldoening geeft. Soms zijn dat appels, soms zijn dat peren. Haar voorkeur gaat uit naar het fruit dat haar de maximale kwaliteit per bestede gulden belooft. Wanneer de peren tweemaal zo goedkoop zijn als de appels, maar de peren zien er niet smakelijk genoeg uit, dan kiest zij appels. (...)
Hoe fraai de intenties en de elektrische signalen ook zijn, er komt bij een elektronisch orgel altijd een luidsprekersysteem aan te pas en dat is de zwakke schakel. Ook een elektronische weergave van de opname van een pijporgel lijdt aan de onvoldoende kwaliteit van de elektro-akoestische weergave-apparatuur, maar bij een elektronisch orgel is er geen alternatief. Zou men beide instrumenten via een luidspreker beoordelen, dan schiet het surrogaat niet ver beneden het pijporgel, maar er is niet bij te zingen, evenmin als bij een grammofoonopname van een pijporgel. Het komt dan ook zelden voor, dat een kerkelijke gemeente een goed pijporgel inruilt voor een elektronisch instrument. Het omgekeerde gebeurt regelmatig.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's