De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Dr. G.C. Berkouwer, Zoeken en vinden. Herinneringen en ervaringen. Uitg. J.H. Kok B.V., 436 blz., ƒ 59,50.
Dat de uitgever de prijs zo laag heeft kunnen houden zal wel samenhangen met zijn overtuiging dat hij met dit boek geen kat in de zak heeft gekocht, rijk als het is aan een zeer persoonlijke visie op de kerkgeschiedenis van de laatste 60 jaar, vol als het is van persoonlijke herinneringen van de schrijver — en daar zijn wij in zijn andere werken niet verwend mee — en vitaal als de schrijver blijkt, niet alleen van herinnering maar ook in zijn wijze van zich uit te drukken. Ook dit boek vertelt de dingen weliswaar soms wat omfloerst, een wezenlijke karaktertrek van de schrijvende Berkouwer, maar geen boek van hem geeft zoveel prijs van Berkouwers zelfstandige zoektocht door het stukje geschiedenis dat zijn leven, hoe lang ook, bestrijkt.
Naast zijn vitaliteit treft ons — weer — Berkouwers grote bescheidenheid. Hij was op zoek, maar dit zoeken was altijd een volgen van anderen op hun zoektochten. Het conflict rondom dr. J.G. Geelkerken, de scheuring waarmee vooral de naam van dr. K. Schilder verbonden is geraakt, en het conflict rondom het R.K. dogma, het wordt alles — hoeveel stelligheden er ook worden geconstateerd in allerlei kerkelijke strijdsituaties — onder het aspect van het zoeken gesteld, ook wanneer Berkouwer hen niet meer kan volgen, of zichzelf niet meer, en zichzelf dus herziet. En dat gebeurt alles op een ontspannen wijze die niet alleen met de mildheid en relativering van de ouderdom te maken heeft, maar vooral met het weten dat wat wij mensen zoeken in wezen het gevondene is. Het zoeken betreft niet de zaak, maar het gaan op de weg die de zaak eist: die achter Christus.
Daarom tilt Berkouwer ook niet zwaar aan zijn eigen zelfcorrecties in de loop van de jaren. Zijn aandeel aan de afzetting van dr. K. Schilder acht hij niet zozeer schuld als wel een aanleiding om ter ere van Schilders nagedachtenis als kerk schuld te erkennen. Als persoon kan hij volstaan met de uitleg hoe zijn gedachtengoed er, mede door deze ervaring, anders uit is komen te zien. De Berkouwer van toen was die van zijn boek over Assen en over de Schriftkritiek. Dit eenmaal ingenomen standpunt heeft hij gecorrigeerd. Wie het zoeken ernstig neemt heeft ook het recht om te veranderen. Dit zoeken heeft prioriteit. En als er schuld moet worden beleden is dit een zaak van de kerk in haar geheel, niet zozeer die van de zoekende of nog niet gerijpte theoloog.
Dit is echt een theologische stellingname, al onttrekt deze zich aan onze directe waarneming. Men moet daarvoor achter het vertellen luisteren. Datgene wat gevonden werd of gevonden is gaat bij Berkouwer altijd schuil in het voortgaan van de geschiedenis van de zoekende mens. De vraag of het gevondene wel naar waarde geschat is gebleven, dus ook die naar de ontwikkelingen na Berkouwer, komt dan ook niet echt aan de orde.
Zijn leerlingen en diegenen die zijn ingezet waar hij geëindigd is, komen dan ook in hoofdzaak ter sprake voor zover hun bedoelen overeenstemt met het zijne. Dan opeens hipt de vogel Berkouwer over op een andere tak. Dat het door hem verworvene zelf telkens in de schaduw blijft komt dus niet alleen doordat hij 'slechts' bezig is herinneringen op een rij te zetten.
Ik vind dit een geweldig boek, en echt niet alleen voor lezers in de gescheiden kerken. Bijna alle namen die in de laatste zestig jaar bekendheid hebben ontvangen kan men erin terugvinden, en makkelijk ook. In de inhoudsopgave van dit boek treffen we uiteraard de typisch-Berkouwerse wijze van typering van het betoog via slagwoorden aan. Ze markeren de onderwerpen die besproken worden. Achterin het boek is echter ditmaal ook een naslagregister opgenomen, en dit is dan een welkome aanvulling op datgene, wat onlangs over al zijn werken verscheen.
Berkouwer ziet ook hoe dingen mis zijn gegaan, anders hadden kunnen lopen, en dit vooral omdat hij de man is, die altijd op zoek geweest is naar gemeenschappelijkheid in bedoelen. Wegen die uiteen zijn gegaan hadden meer kruispunten dan men toen zag. Denken wij aan de scherpe discussie tussen Schilder en Noordmans, wier theologische ontmoeting tevens hun afscheid werd, zeker van de kant van Schilder, en dat terwijl deze beiden in hun verkiezingsleer de souvereiniteit van de genade zo centraal hadden staan. (Waarom toch koos Berkouwer Hoeksema uit om de afweer van de dubbele verkiezing te onderbouwen, en niet Schilder? Dat was o.i. echt niet om het zichzelf makkelijk te maken. Was het wellicht om conflicten niet aan te scherpen?) Letten wij er ook op hoe Den Hartog, de apologeet, door Berkouwer veel meer naar Noordmans wordt toegetrokken, en daarmee ook naar Barth, dan door Barth, die in Den Hartog niets anders kon zien dan een herleving van het idealisme (Kutter). En Berkouwer heeft gelijk, scherp opmerker als hij is. Ook al laat hij het op het kritische moment systematisch gesproken vaak afweten. Maar in een boek als dit mag het.
En dit laatste brengt mij dan weer op het volgende. Enerzijds is Berkouwer in hart en nieren een 'Kirchenmann', iemand die er moeite mee heeft de structuren van de kerk te doorlichten. Zijn dogmatische studies over de kerk kwamen dan ook pas heel laat in zijn serie uit. Ook dit heeft te maken met het centrale thema van het zoeken als een op-weg-zijn, met verzet tegen het zich vastleggen op posities, met zijn behoedzaamheid, zo niet vage tegenzin, als de structuren ter sprake moeten komen.
Berkouwer is theologisch opgegroeid in een apologetisch klimaat, theologisch hecht gestructureerd, polemisch naar buiten gericht. Hij heeft er ademnood gekregen en heeft zich naar buiten toegewend. Zijn zoektocht betekende de breuk met hen die alles al gevonden hadden. Nochtans heeft hij o.i. op andere wijze iets van de apologeet aan zich gehouden, maar dan niet in de zin van iemand die te allen tijde eigen posities verdedigt, maar van een die het denken van de ander aftast, met name dat van de gereformeerde traditie, totdat het moment komt waarop hij systeemvorming meent te ontdekken. Dan haakt hij af. Na zijn eerste boeken is hij weliswaar voor de bedoelingen van anderen heel open komen te staan, maar er is toch ook zoiets als een grondstructuur die dezelfde is gebleven: verzet tegen alles wat gesloten is omdat het een systeem is.
Berkouwer heeft, bij alle gesprekken die hij zelf voerde of innerlijk meemaakte, altijd de bijbel in het oog gehouden. Ook in dit boek is het op iedere bladzijde merkbaar. Ontsnapt uit de engte is hij via de breedte tot zijn verdieping gekomen, en niet langs de tegengestelde weg. Kuyper, en later de irenischer en voorzichtiger Bavinck die hem tot voorbeeld werd, Dooyeweerd, Vollenhoven, Schilder, Barth, Noordmans, Miskotte, allen hebben zij aan zijn vorming bijgedragen, maar geen van hen is de door hem gekozen leermeester. Deze rijpe theoloog, theologisch even nieuwsgierig als mild, blijft zeer terughoudend, zowel ten aanzien van eigen stellingname als in het oordeel over anderen. Dat is voor hem de levensles die hij heeft overgehouden aan de twintiger jaren met hun stelligheden en oordeelvellingen en kwetsen van anderen. Daarom eer ik Berkouwer, ook al grijp ik als leermeester bij hem mis.
In de feestbundel aangeboden aan Kuitert, die ik eerder besprak, geeft H. Berkhof een milder oordeel over Berkouwer dan in 1945: Berkouwer is degene geweest die de gereformeerde theologie van scholastiek verlost heett. Ik onderschrijf dit niet helemaal. Berkouwer heeft ook vaak scholastiek genoemd wat het niet was, althans niet bedoelde te zijn, maar er alleen scholastiek uitzag. En daarmee viel dan een stuk substantie weg, inhoud van belijden werd erdoor versluierd. Denken wij aan de Raad Gods, de triniteit, de kerk en de laatste dingen, alle zaken die Berkouwer heeft omzeild, iets wat hij ook heeft uitgesproken en wat men in dit boek tussen de regels door telkens terugvindt. Maar dit neemt niet weg dat men in dit boek een stuk informatie aantreft die vanuit groot meeleven en uit diepe kennis van waarom het werkelijk in allerlei kerkelijke strijdvragen ging, is geboren.
Wij raden aan dit boek samen te lezen met de 15 (!) jaar geleden verschenen uitwerking van zijn afscheidscollege Een halve eeuw theologie. Daarbij kan men dan het, zelfstandig verschenen, naamregister gebruiken, om dit dan vervolgens aan te vullen met het naamregister uit dit boek. Met als kanttekening dat men zichzelf te kort doet wanneer men dit boek niet gewoon van a tot z leest. Men moet de historie kennen om eigentijds theoloog te zijn, en dit geldt zeker in een tijd waarin de jongste historie door velen als stokoude geschiedenis wordt ervaren. En deze raad geldt zeker predikanten en andere belangstellenden uit de gescheiden kerken die geneigd zijn hun eigen verleden te verdringen. Maar dit overkomt theologen over de hele linie. Zeker in deze tijd.
S. Meyers, Leiden

Klaas Snijder, Heraut van de antichrist; ondertitel: New Age tegen het licht van het eerste gebod. Uitg. De Banier, 64 blz., ƒ 14,75.
Wie een boekje schrijft over een veelomvattende beweging als New Age moet in de eerste plaats op de hoogte zijn en in de tweede plaats de New Age-beweging serieus nemen. Geen van beide is in dit boekje het geval. De schrijver blijkt de boeken van Fritjof Capra (Het Keerpunt) en Marilyn Ferguson (De Aquarius Samenzwering), welke beide boeken 'de bijbel' van de New Age-beweging genoemd worden, niet gelezen te hebben. Hij gaat blijkens de literatuurlijst uit van enkele zeer eenvoudige boeken die over New Age geschreven zijn, zonder New Age-literatuur zelf geraadpleegd te hebben. Geen woord over de pantheïstische achtergrond van New Age, behalve de opmerking dat God in het New Age-streven plaats maakt voor de godin Gaia, een opmerking die niet juist is: we kunnen alleen zeggen, dat New Age de vergoddelijking van de aarde leert. Het boekje komt tot aantijgingen die m.i. in de richting gaan van wat de Heidelberger Catechismus noemt: lichtelijk oordelen of helpen veroordelen en eigen werken van de duivel (zondag 43). De aanvallen op dr. ir. Zoeteman (mede-auteur van het rapport 'Zorgen voor morgen'), op drs. J.D. Kraan (vanwege zijn opvattingen t.a.v. andere religies), op dr. O. Jager (vanwege zijn beoefenen van de yoga) en op Von Weizsäcker (hij zou christenen gebruiken om de deur naar vervolging van de christenen open te zetten) zijn beneden peil. De schrijver blijkt niet op de hoogte te zijn van het aantal belijdenisvragen in de hervormde kerk en de geref. kerken (blz. 16) en komt tot een aantal onjuistheden zoals: de meeste (!) Nederlanders van vandaag hebben openbare belijdenis van het geloof afgelegd, Tibet is de oorsprong van de New Age-gedachte, de Beatles droegen het New Age-bewustzijn uit. We hebben de New Age-gedachte zeer beslist af te wijzen. Maar anders dan hier gebeurt. Van dit boekje kunnen we alleen maar zeggen: zo niet.
H. Veldhuizen, Hillegersberg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's