Een pleidooi voor huisgodsdienst
De kleine kerk (2)
De beleving van de geloofsgemeenschap kan op velerlei wijze gestalte krijgen. Maar de primaire rol voor de gemeenschappelijke dienst aan God is in de Schrift weggelegd voor het gezin. Het bijbelse gezinsleven bedoelt een weerspiegeling te zijn van het verbond van God met Zijn volk. In het gezin mag het leven met God op bijzondere wijze worden beoefend. De vreze des Heeren wil juist in het gezin worden doorleefd en voorgeleefd.
Om het met de woorden van dr. J. Koopmans te zeggen: 'Het gezin behoort niet alléén tot de orde van de natuur, die door Gods voorzienigheid is gesteld, waardoor er leven op aarde mogelijk is. Het is zelfs méér dan een laatste rest van de oorspronkelijke heerlijkheid, bewaard door Gods bijzondere goedheid. Het deelt in de verzoening door Jezus Christus en in de heiliging door de Geest. Het is doorwoond van een meer dan menselijke liefde. Zo vindt het zijn doel ook niet alleen in zijn aardse bestemming... Het is bedoeld te wezen een wijze van christelijk samenwonen, in de vormen die de schepping heeft aangegeven. Het heeft zijn dienst des Woords en der gebeden, gelijk de christelijke kerk. Het is en blijft daarvan echter onderscheiden, doordat de sacramenten wel in de kerk, maar niet in het gezin gevonden worden.'
Doorvertellen
Tot op de dag van vandaag wordt het grote belang van het gezinsleven door het jodendom benadrukt. In het fraaie boek Joods gezinsleven van Chaim Bermant las ik: 'Het joodse huis, zoals de rabbijnen het zien, is een tempel, de vader is een priester, de kinderen zijn helpers en zelfs een eenvoudig iets als een maaltijd kan het karakter van een heilige gebeurtenis aannemen'.
Het is de taak van de ouders om Gods grote daden. Zijn geboden en beloften door te geven aan hun kinderen. Dat was de hoge verantwoordelijkheid van het ouderschap in Israël, dat vaders en moeders hun kinderen vertelden wie de God van het verbond is, wat Hij gedaan heeft in de geschiedenis, wat Hij ons geven wil en wat Hij van ons vraagt. Nergens duidelijker wordt dat weergegeven dan in het bekende 'Sjema Jisraeel', de kernbelijdenis van het jodendom uit Deuteronomium 6 : 6, 7: 'Deze woorden, die Ik u heden gebied, zij zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat'. Ik denk ook even aan Jozua 4 waar we lezen van de doortocht door de Jordaan. Wanneer het volk veilig en wel aan de overkant staat, krijgt Jozua de opdracht om 12 stenen op te richten. Uitdrukkelijk wordt erbij gezegd waarom: Opdat later als de vaders met hun kinderen langs de oever zullen wandelen en de kinderen tragen waarom die stenen daar staan, hij aan de hand van die stenen zal vertellen Van Gods wonderlijke daden waaraan Israël alles te danken had.
Bij de joodse feesten, tijdens de Sedermaaltijd op het Pascha bijvoorbeeld, vertelden en vertellen de vaders wat God gedaan heeft in de geschiedenis. Zijn machtige woorden en daden moeten worden overgeleverd, opdat de kinderen langs deze weg leren hun hoop te stellen op de enige ware God en niet op de afgoden van deze wereld (vgl. Psalm 78).
Het gebed
Naast het onderwijs neemt ook het gebedsleven in de bijbelse huisdevotie een belangrijke plaats in. Daarbij lijken vooral de morgen en de avond de meest aangewezen momenten te zijn. Psalm 4 is een avondgebed, terwijl Psalm 5 een morgengebed is. De stilte van de ochtend is er om allereerst Gods aangezicht te zoeken. Abraham en Jakob, Mozes en Jozua stonden vroeg op om met God te spreken en Zijn opdracht te volvoeren (Gen. 19 : 27; 22 : 3; Ex. 9 : 13; 24 : 4; Joz. 3 : 1; 6 : 12). Het is opvallend hoe frequent ook de Psalmen spreken over het aanroepen en lofprijzen van God in de morgenstond. Psalm 5 : 4 zegt: 'Des morgens Heere, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot u richten en wacht houden'. Psalm 57 : 8, 9: 'Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen. Waak op, mijn eer! Waak op, gij luit en harp! Ik zal in de dageraad opwaken'. Psalm 63 : 2: 'O God! Gij zijt mijn God! Ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water'. Psalm 88 : 14: 'Mijn gebed komt voor U in de morgenstond'. En om nog een plaats te noemen. Psalm 119 : 147: 'Ik ben de morgenschemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw Woord heb ik gehoopt'.
Eer de mens begint met zijn werkzaamheden, heeft hij zich te wenden tot God, zijn Schepper en Verlosser. De nieuwe dag is geen bezit van onszelf, maar een geschenk van Hem Die ons het leven gaf en opnieuw het zonlicht deed doorbreken na een duistere nacht. Om deze reden hebben christelijke ouders hun kinderen te leren de dag met gebed te beginnen. Net als joodse ouders dat doen. Treffend is wat ik las in het boeiende boek Jom-Jom, bestemd voor de joodse jeugd in Nederland. 'Voor we 's morgens aan het werk of naar school gaan, ja voor we ontbijten, als eerste begin van de dag, denken we aan God. Een dier loopt, als het wakker wordt, direkt naar zijn eetbak, kan niet anders denken dan aan voedsel, maar de mens en zeker de jood wil eerst aan God denken. Hij denkt aan God en dankt God. Hij dankt God, dat hij weer de kracht heeft gekregen om verder te leven, dat hij kleren heeft om aan te trekken, voedsel om te eten.
Maar behalve dat we God danken voor alles wat we steeds weer van Hem ontvangen bidden we, vragen we God ook ons verder steeds alles te geven...'
Evenmin als Gods kind de dag zonder God zal willen beginnen, zal Hij verzuimen de dag ook weer met God te besluiten. Net als David in Psalm 4 mogen we, aleer we ons te ruste begeven, voor de Heere ons hart uitstorten. Al onze zorgen en zonden, al onze dank en onze donkere gedachten, alle vreugde en verdriet mogen 's avonds bij de Heere worden gebracht. Om dan gerust ons hoofd neer te leggen. 'Ik zal in vrede tezamen neerliggen en slapen; want Gij, o Heere alleen zult mij doen zeker wonen' (Ps. 4 : 9).
Regelmaat
Opmerkelijk in de Bijbel is dat de persoonlijke en huiselijke gebeden zijn afgestemd op de vaste gebedstijden, zoals die in de tempel en later in de synagoge werden aangehouden. Religieuze joden houden tot op de dag van vandaag consequent vast aan deze vaste gebedstijden. Er is allereerst het morgengebed (sjaggariet), dat in alle vroegte plaatsvindt. Daarnaast is het middaggebed (mincha), dat wordt uitgesproken op het moment dat in de tempel het middagoffer gebracht werd, terwijl de dag wordt beëindigd met het avondgebed (mangariew).
Deze gewoonte komt regelrecht uit het Oude Testament vandaan. David zegt in Psalm 55 : 17, 18: Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de Heere zal mij verlossen. Des avonds en des morgens en des middags zal ik getier maken (...) en Hij zal mijn stem horen'. Ook van Daniël lezen we uitdrukkelijk dat hij aan deze orde in zijn gebedsleven vasthield. Zelfs als balling in het verre Babel bleef hij driemaal per dag zijn knieën buigen om te bidden, met het gezicht naar Jeruzalem gericht (Dan. 6:11, 14). En de Heere Jezus Christus heeft zich eveneens bij dit gebruik aangesloten. Van Hem lezen we immers in Markus 1 : 35, dat Hij vroeg, terwijl het nog nacht was, opstond en naar buiten ging om te gaan bidden op een eenzame plaats. Vermoedelijk mogen we hier denken aan het moment van het morgengebed. Hetzelfde zien we in Markus 6 : 46. Na de eerste wonderbare spijziging ging Jezus naar de berg om te bidden. Hoogstwaarschijnlijk was dat op het ogenblik van het avondgebed. Zich aansluitend bij de joodse gebedsuren heeft Jezus helemaal geademd in het gebed.
Na Pasen en Pinksteren zien we dat de eerste gemeente zich al evenzeer voegt in het gebedsritme van tempel en synagoge. In Handelingen 3 : 1 lezen we dat Petrus en Johannes tegen het uur van het gebed naar de tempel gaan. Op het moment dat alle joden in de tempel of thuis in gebed gaan, zijn ook deze apostelen bij het heiligdom. Van de Jeruzalemse gemeente wordt in Handelingen 2 : 46 gezegd, dat zij volhardend in de tempel waren. Dat woord volhardend kan ook vertaald worden met: en rite in acht nemend. Ook in andere teksten komen we het tegen en alles wijst erop, dat in het Nieuwe Testament de gewoonte werd vastgehouden om er vaste momenten voor gebed op na te houden.
Regelmaat in het geestelijke leven is kennelijk van groot belang. De omgang met God behoeft niet te worden vastgelegd in een strak patroon — er is ook het spontane — maar vraagt wel om ordening. Slordigheid leidt gemakkelijk tot verachtering. De kracht ligt in de regelmaat. Wie God alleen zoekt als hij er behoefte aan heeft, zal Hem steeds minder zoeken. Het geestelijke dient niet tot omlijsting van onze dagelijkse beslommeringen en bezigheden, maar omgekeerd moet onze omgang met God onze hele dagindeling stempelen en beheersen.
Het zingen
Het derde element in de huiselijke eredienst, zoals we die in de Bijbel tegenkomen, is het gezamenlijke zingen. Daarbij valt vooral te denken aan de Psalmen. Van Jezus lezen we in het Evangelie, dat Hij met Zijn jongeren rond de Paasmaaltijd geschaard de lofzang gezongen heeft. Dat was geen toeval, maar de vaste gang van zaken tijdens de Sederavond. In alle joodse gezinnen zong men dan het zogenaamde Hallel, de Psalmen 113-118 (het Hebreeuwse woord Hallel betekent: 'juichen', 'lofzingen'). Psalm 113 en 114 werden voor de maaltijd gezongen en Psalm 115-118 erna. Ook rond de maaltijd tijdens de sabbath was men gewoon om met elkaar lofzangen (zemiroth) te zingen. Uit mededelingen van rabbijnen uithet apostolische tijdperk krijgen we een vrij helder beeld van de zangpraktijk in de gezinnen. Een belangrijke rol speelden daarbij ook de scholen. In klassikaal verband werden liederen als Exodus 15 en het reeds genoemde Hallel aangeleerd. Dit repertoire kon worden uitgebreid met het zogeheten Grote Hallel, waartoe de Psalmen 120-136 gerekend werden. Uit Mattheüs 21 : 15 blijkt dat de kinderen zeer vertrouwd waren met het zingen van het Hosanna (Help toch!, zie Psalm 118 : 25). Het lag hun voor in de mond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's