De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het genadeverbond en de vervulling van de profetie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het genadeverbond en de vervulling van de profetie

Het genadeverbond in het Oude Testament (4)

7 minuten leestijd

In deze tijd heeft God nog steeds een speciale relatie met het volk Israël. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. De beloften, gedaan aan Abraham, Izak en Jakob zijn nog van kracht. De gemeente is bij Israël ingelijfd (Ps. 87). Paulus schrijft dat de heidenen delen in de zegen van Abraham, door op dezelfde wijze als hij te geloven: De Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof zou rechtvaardigen, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen al de volken gezegend worden. Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met de gelovige Abraham' (Gal. 3 : 8-9).

Eigen positie
Hiermee propageer ik geen tweewegenleer, alsof er een verlossingsweg buiten Jezus zou zijn. Het volk der joden is nog steeds in veel opzichten verblind en verhard (2 Cor. 3 : 14v). Ze hebben nog onvoldoende zicht op de unieke persoon Jezus Christus. Hij is veel meer dan een speciale rabbi.
Hij is de Zoon van God. De Schrift leert ons duidelijk dat Hij de enige weg is tot God de Vader. Er is onder de hemel geen andere naam gegeven waardoor wij moeten zalig worden.
De erkenning van de eigen positie van de gemeente uit de joden en uit de heidenen, doet ons beter beseffen, wat onze taak is en welke voorschriften uit het Oude Testament wij behoren te houden. Paulus ging als jood nog steeds naar de tempel, hij legde speciale geloften af en leefde enige tijd als een Nazireeër (Hand. 18 : 18). De vergadering van de apostelen in Jeruzalem bepaalde, dat de gemeente uit de heidenen niet besneden hoefde te worden, en tal van bepalingen uit het Oude Testament niet behoefde te houden (Hand. 15).
In dit opzicht is het opvallend, dat de R.K. kerk zichzelf heel duidelijk ziet als de plaatsvervangster van het volk Israël en ook veel oudtestamentische elementen in de eredienst heeft ingebracht: het priesterschap en het herhaalde offeren in de mis. En trouwens ook de duidelijke scheiding tussen geestelijkheid en het gewone volk, de leken. De rijkdom en pracht in de kerken moet iets zichtbaar maken van de glorie van Gods koninkrijk op aarde. In de protestantse traditie is veel meer ruimte voor een aparte plaats van Israël en wordt meer nadruk gelegd op de geestelijke aspecten van Gods koninkrijk. Ook de scheiding tussen geestelijkheid en gewone gemeenteleden is veel minder scherp, aangezien de gemeente beschouwd wordt als een koninklijk priesterschap (1 Petr. 2 : 9).

Heilsgeschiedenis
Hiermee komen we aan het zicht op de heilsgeschiedenis en de manier waarop wij de Schrift lezen. In het vorige artikel heb ik bepleit het nieuwe verbond van Jeremia vooral te zien als een vernieuwd verbond en in aansluiting bij Paulus erop te letten dat de nieuwe bedeling nog niet geheel gerealiseerd is in de eerste eeuw van onze jaartelling.
Dit inzicht is van groot belang voor onze manier van bijbellezen.
Als de nieuwe bedeling nu reeds geheel verwerkelijkt is, moeten tal van profetieën in het Oude Testament nu reeds vervuld zijn. Indien een letterlijke vervulling niet heeft plaatsgevonden, moet men zijn toevlucht nemen tot een sterk geestelijke interpretatie, met loslating van de letterlijke betekenis.
Een paar voorbeelden kunnen dit verduidelijken. Wat betekent in Jer. 31-34 de grote nadruk op het herstel van Israël? Is dat een beeld van de kerk, ook al wordt er gesproken over het huis van Juda en het huis van Israël?
Bekend is het visioen van Ezechiël, opgetekend in h. 37. Ezechiël ziet een vallei vol dorre doodsbeenderen. Door de Geest worden zij levend. Velen van ons zullen rond Pinksteren hierover hebben gepreekt of hebben horen preken: de Heilige Geest is uitgestort en hij maakt nu dode zondaren levend. Dit is juist. Maar letterlijk gaat het in dit hoofdstuk over het volk in ballingschap. Ze denken dat God hen verlaten heeft en luisteren niet naar de troostwoorden van de profeet. Ze zeggen 'Onze beenderen zijn verdord en onze verwachting is verloren' (37 : 11). God neemt die klacht serieus en laat zien, dat Hij zelfs dode beenderen tot leven kan wekken. In de toelichting die de profeet mag geven, blijkt heel duidelijk het nationale en geestelijke herstel van het volk Israël bedoeld te zijn. In de rest van het hoofdstuk wordt dit zelfs concreet gemaakt door de uitspraak dat het tweestammenrijk en het tienstammenrijk weer verenigd zullen worden. Ze zullen niet langer twee koninkrijken zijn, maar één. Ze zullen een koning ontvangen uit het huis van David, die over hen regeren zal. God zal een verbond des vredes met hen sluiten en de heidenen zullen zich daarover verwonderen. We staan hier voor de keus: 1) vergeestelijken; 2) letterlijk nemen en verklaren dat dit niet zo uitgekomen is; 3) letterlijk nemen en de onvervulde profetieën betrekken op de toekomst.
In de reformatorische traditie heeft men vaak de nadruk gelegd op de eerste mogelijkheid, de geestelijke vervulling in de kerk, al is in bepaalde perioden ook de letterlijke vervulling in Israël verwacht. Nu er zoveel gebeurt in het Midden-Oosten met het volk Israël, doen we er goed aan de derde mogelijkheid meer in het oog te houden. In de tijd van de Nadere Reformatie en het Piëtisme (17e, 18e eeuw) en het Réveil (19e eeuw) heeft men dit ook gedaan.
Uiteraard krijgt het Oude Testament hierdoor meer nadruk. We mogen dan niet langer het eenvoudige schema gebruiken 'het Oude Testament is het boek van de voorzegging en het Nieuwe Testament het boek van de vervulling'. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft op basis van het Oude Testament dan ook het recht van het huidige volk Israël op het land gebaseerd (in het Nieuwe Testament is dit recht niet herroepen).

Koningschap
Talrijke passages vragen in dit verband om de aandacht. Welke betekenis heeft het vrederijk in Ps. 72, het rijk tot aan de Eufraat? Is dit vervuld in de verkondiging van het Evangelie, of is dit nog toekomstig? Zacharia spreekt over het uitstorten van de Geest der genade en gebeden. Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem zullen hem aanschouwen die zij doorstoken hebben en er zal een geweldige rouwklacht zijn te Jeruzalem (h. 12). Is dit alles vervuld met het eerste Pinkster­feest, of is er nog een toekomstige bekering van Israël te verwachten? Denk ook aan Jes. 2 en 11. Wanneer worden de zwaarden omgesmeed tot ploegscharen en wanneer zullen wolf en schaap in vrede naast elkaar liggen? Komt er nog zo'n toekomst, of moet alles louter geestelijk verstaan worden?
Het is opvallend dat messiasbelijdende joden altijd kiezen voor de letterlijke vervulling. Dat was reeds in de 19e eeuw zo, en is vandaag aan de dag nog sterker. Overigens behoeven beide benaderingen elkaar niet uit te sluiten.
Net voor de hemelvaart vragen de discipelen aan Jezus, wanneer Hij het koningschap voor Israël zal herstellen (Hand. 1 : 6). Volgens Calvijn is dat een dwaze vraag, met evenveel woorden als dwalingen. Zelf denk ik echter, dat de discipelen alle reden hadden dit te vragen. Jezus heeft na zijn opstanding veertig dagen lang met hen gesproken 'van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan' (vs. 3). Hij bestraft hen niet over hun vraag, maar zegt alleen dat ze de tijd waarop dit gebeuren zal, niet te horen krijgen. God heeft zijn volk niet verstoten, al kan het daar wel op lijken.
Wie oog krijgt voor de lijn van het verbond en voor Gods trouw hierin, staat vast gefundeerd in zijn toekomstverwachting. Veel details mogen onduidelijk zijn, maar Gods koninkrijk komt zeker. Al zijn er veel spotters die vragen waar de belofte is van Gods toekomst (2 Petr. 3 : 4), God zal Zijn eeuwenoude voorzeggingen zeker vervullen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het genadeverbond en de vervulling van de profetie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's