Gave en opgave
De gemeenschap der heiligen (2)
Als gemeente van Christus belijden wij met de kerk van alle eeuwen en door alle eeuwen: Ik gelóóf de gemeenschap der heiligen'.
We komen deze belijdenis niet tegen in het Niceanum, wel in het Apostolicum.
Luther beschouwde deze uitdrukking als een loutere herhaling van het vorig artikel: ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk. In zijn Grote Catechismus leest hij in plaats van gemeenschap dan ook gemeente. Ons dunkt dit is te weinig.
Zeker, het artikel over de gemeenschap der heiligen is pas laat in het Apostolicum opgenomen. Men vermoedt tussen de jaren 350 en 500 na Chr.
Ook al zou men zeggen dat dit artikel een nadere omschrijving wil geven van wat de Kerk is, dan wil zij toch méér zijn dan een herhaling.
Ook vat men het woord 'heiligen' op twee manieren op. De latijnse uitdrukking, communio sanctorum', kan betekenen: gemeenschap aan de heilige dingen, met name het deelhebben aan de Sacramenten, de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.
Prof. dr. A.A. van Ruler neigt er toe om daar vooral nadruk op te leggen.
Hij heeft gelijk als hij zegt: 'de eigenlijke gemeenschap — met elkaar, met Christus, met de drieënige God — is daar sacramenteel van aard'.
En als hij bedoelt dat we door de Doop in die gemeenschap worden opgenomen als in 'het huisgezin der kerk', (Calvijn) en door het Avondmaal die gemeenschap met Christus en met elkaar onderhouden wordt, dan kunnen we daarmee instemmen.
Van Ruler noemt echter ook nog andere 'heilige dingen' en denkt dan in de trant van het slot van vr. en antw. 55 van de Heidelberger Catechismus, 'dat elk zich moet schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten, gewillig en met vreugde moet aanwenden'. De heilige dingen zijn ook en vooral de talloze gaven van de Heilige Geest, zoals die in 1 Korinthe 12 door Paulus ter sprake gebracht worden.
Allen hebben in de gemeenschap der heiligen alles tezamen en dat maakt de kerk tot een gemeenschap der liefde. Gelukkig laat Van Ruler het hier niet bij. Het nu genoemde mag dan het eigenlijke zijn, het is zeker niet het eerste.
Van Ruler merkt op: 'De kerk is een gemeenschap met elkaar, die tot in de wortels van het leven gaat'. Deze gemeenschap gaat daarom dieper dan alle vriendschap, kameraadschap, werkgemeenschap, collegialiteit en sportiviteit. 'Omdat zij gemeenschap des geloofs is'.
En dat brengt ons bij Calvijn, die dit artikel, sterker dan Luther dus zo heeft opgevat dat de heiligen primair de gelovigen zijn, die alle weldaden gemeen hebben, die God hun schenkt, met behoud echter van de verscheidenheid der gaven (Vgl. Inst. IV, 1.3).
Ik kom nog even op Luther terug. Want al heeft hij formeel het artikel van de gemeenschap der heiligen als bijstelling bij de belijdenis aangaande de kerk gezien, en voor gemeenschap gemeente gelezen, toch geeft hij er een goede bijbelse vulling aan.
Luther zette zich af tegen een opvatting van de gemeenschap der heiligen, die, aldus Van Genderen, door 'Werkerei' verzakelijkt en ontaard was. Van Genderen citeert de kerkhistoricus K. Hollands met instemming, die gezegd heeft 'dat Luther de gemeenschap der heiligen van de hemel op aarde heeft gebracht'. Luthers eigen woorden zijn: 'Men moet de lieve heiligen laten blijven waar ze zijn en zorgen voor hen die hier met ons leven'. Niet naar de hemel staan gapen, waar zij reeds zijn die in Christus ontslapen zijn, maar omzien naar de geringste broeder in Christus.
De gemeenschap der heiligen is een zaak des geloofs, ik herhaal het nog eens. En de heiligen zijn de gelovigen die allen tezamen en ieder persoonlijk deel hebben aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven (Heid. Cat. vr. en antw. 55).
En met onze N.G.B. zijn de heiligen samen als leden van hetzelfde lichaam en is de heilige kerk, verbreiden verstrooid over de hele wereld, toch met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof (Art. 27 en 28).
Gave en opdracht
Als samenvatting van wat wij verstaan, van wat wij geloven van de gemeenschap der heiligen en gelukkig niet van wat wij er van zien of in de praktijk brengen, maar van wat we ondanks falen en gebreken en schuldige nalatigheid onzerzijds nochtans geloven, mogen we de conclusie trekken dat de gemeenschap der heiligen een gave Gods is, geschonken met Christus, gewerkt door de Heilige Geest.
Met de gemeenschap met Christus is de gemeenschap der heiligen al gegeven. Het geloof der heiligen Gods is het geloof dat zij niet heilig zijn in zichzelf, maar geheiligd zijn in Christus.
Daar ligt hun vreugde en troost, dat zij om met een bekend Kohlbruggiaans gezegde weer te geven onheilige heiligen zijn. Dit betekent ook dat deze gave des geloofs ons ook de ogen opent voor de veelkleurige wijsheid Gods We moeten af van de gedachte dat God die gave bedoeld heeft als zouden wij alleen maar gemeenschap der heiligen moeten beoefenen met puur gelijkgezinden, met wie men zich één kan voelen, omdat men met hen geestelijk verwant is, en op minder aangelegen punten het met elkaar volkomen eens is. We geloven de gemeenschap der heiligen, die wij niet allemaal kennen; en dat is wat anders dan dat wij ons behaaglijk thuisvoelen in het groepschristendom en knus in het eigen hoekje kijken. Het gaat om de eenheid in het ware geloof, ook al zal soms de, geloofsbeleving verschillend kunnen zijn. Dat geloof maakt ons mild in ons oordeel. Met eenzelfde mildheid waarvan sprake is in de Dordtse Leerregels, en waarvan we wensten dat die voor haar handhaving zich breed maken, ook leerden ademen in diezelfde geest der vaderen, die ons leerden: 'Voorts van degenen, die hun geloof uiterlijk belijden, en hun leven beteren, moet men naar het voorbeeld van de apostelen het beste oordelen en spreken: want het binnenste des harten is ons onbekend', (D-L III/IV, 15).
Calvijn zegt zelfs dat dit artikel in zeker opzicht betrekking heeft op de uiterlijke kerk, opdat ieder zich in broederlijke eensgezindheid saamhoude met alle kinderen Gods...: in één woord zich zo gedrage als een schaap uit de kudde past.
De gave van de gemeenschap der heiligen impliceert tevens deze gemeenschap als opgave. Niet als een wettisch opgedrongen opdracht, maar wel als een zekere wetmatigheid, zoals een goed boom goede vruchten voortbrengt. De aktieve zijde van de, gemeenschap der heiligen is totaal iets anders dan wettisch aktivisme, waarmee we van verschillende kanten geconfronteerd worden. Er heerst een geest, die zowel naar links en naar rechts ons dreigt te voeren in dopers vaarwater. Niet het moeten werkt gemeenschapstichtend, maar eerder sterk polariserend. Daarentegen werkt de Heilige Geest samenbindend. De vrucht des Geestes is immers liefde, met al wat daaruit voortvloeit. Liefde niet met het woord of de tong, maar met de daad en in waarheid. Binnen de gemeenschap der heiligen is er plaatsruimte voor de verscheidenheid van geestelijke gaven, let wel, het zijn charismata, genadegaven. Wars te zijn van alle superioriteitsgevoel, en waakzaam tegen minderwaardigheidsbesef, is vrucht van het vervuld zijn met de Heilige Geest.
De bedoeling van de Geest is dat wij in liefde elkaar dienen, als broeders en zuster, gedreven door de liefde waarmee Christus ons heeft liefgehad.
Symfonie
Calvijn gebruikt het beeld van een symfonie, die vele stemmen heeft, die samen een goede klank geven. Hij noemt het ook een symetrie of zeer schone orde, dat ieder wat hij van God ontvangen heeft, aanwendt tot het algemene nut (geciteerd bij J. van Genderen, a.w. Hfdst. 7).
Tot versterking van de gemeenschap der heiligen is ons het Avondmaal gegeven, waarvan het klassieke avondmaalsformulier in de slotzin wezen en doel van deze gemeenschap onvergelijkelijk rijk verwoordt: 'Alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door waarachtige broederlijke liefde, om Christus' onzes lieven Zaligmakers wil, die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad, allen tezamen één lichaam zijn en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen'.
Hoewel er gemeenschap is tussen de strijdende en de triomferende kerk, en ook gemeenschap met de kerk-wereldwijd voor het geloof geen onbekende zaken zijn, voor de gemeenschapsoefening kunnen en moeten wij dichter bij huis blijven. Eén van de hoogtepunten daarvan is de samenkomst der gemeente op de zondag, in de kerk en onder het verkondigde Woord.
Samen bidden, samen Gods lof zingen, samen diakonia in de praktijk brengen.
In Corinthe waren er mensen die zeiden: weet je wat eigenlijk dè weg van de kerk is? Dat is de weg van bijzondere Geestesgaven, de weg van charismata, het profeteren, het spreken in tongen, het krijgen van visioenen. We herkennen de geluiden, ze zijn te beluisteren door heel de kerkgeschiedenis heen. Velen worden er vandaag door bekoord, jongeren en ouderen. We moeten onze oren en ogen niet sluiten voor de kritische geluiden, richting kerk en haar vaak armzalige praktijk van de gemeenschap der heiligen. Als kerk hebben we in menig opzicht een dagelijkse bekering nodig, en de vermaningen die vooral in de brieven van de apostelen tot ons komen, zullen we niet hooghartig kunnen negeren.
Maar is het niet beter om met schuldige pijn en onder pijnlijke schulderkennig voor Gods aangezicht te blijven geloven in de gemeenschap der heiligen, en zo te leven van het 'nochtans' dan leentjebuur te spelen bij of over te lopen naar groepen en kringen, terwille van een zekere spiritualiteit, die lang niet altijd een garantie is voor krachtig werken van de Heilige Geest?
Paulus wijst de verscheurde en door scheuring bedreigde gemeente een weg, die veel verder omhoog voert, de weg van de liefde.
Immers met de liefde zijn we in het hart van de gemeenschap der heiligen. En telkens weer wekt de Schrift ons op de liefde na te jagen, in de broederlijke liefde te blijven. Zij is een plant die op onze akker niet groeit. Zij is hèt grote charisma, dat God door Zijn Geest uitstort in onze harten. Ze geldt als een gebod en is de vervulling der wet. In het licht van die liefde dienen we kritisch te zijn naar onszelf en ons af te vragen of we elkander liefhebben; of we liefhebben, die zich van ons afkeren en zo onze naaste voor Christus winnen. Ons niet laten verstrikken in oeverloos en moeizaam aktivisme, om zo nodig van alles en nog wat te organiseren, ademloos anderen proberen bij te houden en telkens wat nieuws moeten bedenken om de band der gemeenschap angstvallig te bewaren.
Werkt de krampachtige jacht naar telkens wat nieuws en telkens wat innigers en telkens wat geestelijkers te willen, terwijl men datgene wat er aan stille, ootmoedige en liefdevolle godsvrucht bij de broeders en zusters des Heeren leeft in de hoek drukt — niet als een splijtzwam in de gemeenten?
Zo werkt men de vervreemding en verwijdering van hen, die oprecht God vrezen in de hand.
Zonder het vele goede dat er is te diskwalificeren als overbodige onzin, hebben we maar één ding te doen, de liefde na te jagen, want de liefde is de band der volmaaktheid.
Tenslotte kunnen we de Geest niet afdwingen in wat wij organiseren, maar we mogen de Geest wel, afbidden.
Kerkverlating
En de kritische vraag die ik zou willen stellen naar hen toe, die de kerk verlaten en de gemeenschap met haar verbroken hebben is: Als er naar hun gevoel zo weinig gemeenschap der heiligen binnen de kerkelijke verbanden aanwezig is, of zij de liefde en de warmte en de volheid van de Geest, die men zegt ergens anders wel te vinden, niet opnieuw dienstbaar willen maken aan de kerk, die zij de rug toekeerden?
Kan ik de huisgenoten des geloofs in de kou laten zitten om mezelf bij de buren te gaan warmen? Speelt het geestelijk individualisme ons niet teveel parten?
Laten we samen ootmoedig bidden: Kom Schepper Geest.
Daarbij hoef je niet elkaars hand vast te houden, maar wel elkaars hart in hartverwarmende gemeenschap der heiligen. De Geest heeft immers geen lust tot nijdigheid en elkaar met de nek niet meer aankijken. Of de Geest moet niet in ons wonen, maar dan zal men de liefde vergeefs zoeken en wat men er voor aanziet zal slechts vlammen als een strovuur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's