Een pleidooi voor huisgodsdienst
De kleine kerk (3)
Bepaalde vormen van huisdevotie kende men, in navolging van de Schrift, ook reeds in de oudchristelijke kerk. Een zekere Clemens Alexandrinus, een particuliere christelijke leraar in Alexandrië (ong. 160-215) heeft geprobeerd om tegenover de Grieken aan te tonen wat nu eigenlijk een echt christelijk leven is. Een waarachtig christen is, volgens hem, iemand wiens leven gekenmerkt wordt door 'gebeden en liederen en het lezen der Schriften voor de maaltijd, verder Psalmen en lofzangen gedurende de maaltijd, ja, voor het naar bed gaan, zelfs weer gebeden in de nacht'. Zo krijgt vanuit de huisliturgie het dagelijkse leven zijn glans. Voor Augustinus was het gezin een vluchtheuvel in de wereld, waarbinnen het dienen van God op bijzondere wijze beleefd mag worden.
Middeleeuwen
In de Middeleeuwen zien we het accent evenwel verschuiven van het gezin naar de vele orden en kloostergemeenschappen. Er heerste grote onkunde onder het volk. Van een persoonlijk geestelijk leven was doorgaans geen sprake. De Bijbel ontbrak in de gezinnen. De meeste mensen kenden niet veel meer dan het Onze Vader, het Apostolicum en de Wet des Heeren. Men moest het hebben van wat de geestelijkheid hen voorhield.
Het officiële rooms-katholieke kerkboek, het zogenaamde Brevier, gaf aan hoe de geestelijken hun dagelijkse godsdienstoefeningen moesten invullen. Men had deze 'getijden', die op bepaalde uren (horae) gebeden moesten worden, afzonderlijke namen gegeven: metten (vroege morgen), lauden, priem, terts, sext, noon (noentijd), vespers ('s avonds) en completen (dagafsluiting). Het Latijnse Breviarium bevat een verzameling van psalmen, lessen, lofzangen, responsies, etc. Ondertussen waren het niet alleen de geestelijken die het urengebed praktiseerden. Wanneer in de kerken en kloosters het gebed begon, luidde de klok, zodat ook de sympathisanten buiten op het veld of elders konden meebidden.
Moderne devotie
De Moderne Devotie heeft in dit opzicht een belangrijke rol gespeeld. Deze opwekkingsbeweging binnen de Rooms-Katholieke kerk aan het eind van de veertiende eeuw was een krachtig protest tegen de veruitwendiging van de kerkelijke praktijk en een indringende oproep tot innerlijk-geestelijke beleving, de waarachtige navolging van Christus. Zowel de kloosterlingen als de broeders en zusters des gemenen levens, die in de wereld buiten de kloosters bleven, hechtten grote waarde aan de urengebeden, die het hele leven moesten doorademen en doortrekken. Het Getijdenboek van Geert Grote schijnt één van de meest gelezen boeken van de Middeleeuwen te zijn geweest. Belangrijk is dat de Moderne Devotie ervoor geijverd heeft de scheiding tussen geestelijken en leken te doorbreken en zodoende ook het gewone volk te betrekken bij het praktiseren van de huisdevotie. Men wilde ook de Schrift niet alleen in kerken en kloosters zien, maar evengoed in de huiskamers.
Reformatie
De Hervorming heeft deze lijn krachtig doorgetrokken. De reformatoren hebben de spiritualiteit weggehaald uit de kloosters en teruggebracht waar deze thuishoort: in de huizen van de christenen. Tevens maakten zij de weg vrij voor het ambt voor alle gelovigen. De ouders kregen weer de bijzondere rol toebedeeld, die zij volgens de Schrift dienen te hebben. Calvijn spreekt in dit verband wel over de gezinnen als 'kleine kerken' van God. Wij mogen nooit vergeten, meent de reformator, dat God in ons huis woont, als de Heere van alles, aan Wiens dienst kleinen en groten zich moeten overgeven. 'Het betekent geen geringe lof voor een huisvader', zo schrijft hij ergens, 'als hij zijn gezin zo weet te regeren dat het een afbeelding van de kerk is en hij binnen de vier muren van zijn huis de dienst van een pastor uitoefent'. En elders las ik: 'Wanneer een man niet zorgt dat zijn huis zuiver gehouden wordt alsof het een tempel van God was, roept hij de vloek over zijn gezin af.'
Geen afzonderlijke verhandeling
Tot mijn spijt ben ik echter geen afzonderlijke verhandeling bij deze reformator tegengekomen over de huisgodsdienst. Wij weten hoezeer hij er op aandringt thuis (privatim) door dagelijks lezen en overdenken ons te oefenen in het Woord van God. Wij vernemen in zijn algemeenheid ook Calvijns appèl tot regelmatig gebed. Er moeten bepaalde tijden in ons leven zijn, die aan het gebed gewijd zijn. De reformator geeft aan: 's morgens bij het begin van het werk, voor en na het eten en 's avonds. Deze regelmatige gebedstijden hebben niets te maken met de gebedsdiensten en urengebeden, zoals deze in de kloosters gepraktiseerd werden. Die wijst Calvijn af en daarmee drijft hij de spot vanwege het karakter van werkheiligheid. Onze trouw in het waarnemen van bepaalde gebedsuren is geen verdienste. De vaste tijden zijn nodig terwille van onze zwakheid. Wij zouden het gebed, deze voornaamste oefening van de godsvrucht, op den duur gaan vergeten en verzuimen wanneer wij ons niet de een of andere teugel zouden aanleggen. Daarom heeft God ons vaste uren voorgeschreven om te bidden. Ons is ook bekend welk een grote waarde Calvijn aan het zingen toekende. Het lied is het middel bij uitstek om onze geestelijke blijdschap (joie spirituelle) te uiten en in gloed voor God te ontsteken. Bij het zingen gaat het Calvijn niet in de eerste plaats om het esthetische, het mooie zingen, maar vooral om de gezindheid van het hart.
Het verbond
Een aparte uiteenzetting, hoe deze zaken in het huiselijke gebeuren gepraktiseerd moeten worden, is zover ik weet echter niet voor handen. Mijn indruk is dat bij Calvijn (evenals bij Luther) het accent vooral gelegen heeft op het catechetische. De onkunde binnen de rooms-katholieke gezinnen was de reformatoren een doorn in het oog. Zij rekenden grondig af met de scholastieke opvatting van de 'fides implicitas', het ingewikkelde geloof, waarbij men eenvoudig overnam wat de kerk hen leerde. Voor Calvijn bestond het geloof enerzijds uit kennis en anderzijds uit vertrouwen. Juist het kennis-element vroeg om onderwijs, niet alleen in de kerk maar ook in de gezinnen. God neemt door de doop onze kinderen op in Zijn verbond. Dat schept onzerzijds verplichtingen. Door hun kinderen ten doop te houden nemen ouders de verantwoordelijkheid op zich hun kinderen te onderwijzen in de christelijke leer. In zijn magistrale hoofdwerk. De Institutie, zegt Calvijn: 'Wanneer wij bedenken dat onze kinderen vanaf hun geboorte door Hem middels de doop als Zijn kinderen erkend worden, dan is dat een aansporing om hen in de ernstige vreze Gods en in het betrachten van Zijn geboden op te voeden.' Om de ouders bij deze taak te helpen schreef de hervormer zijn catechismus, zodat zij een korte, heldere samenvatting van het christelijk geloof hadden, die zij hun kinderen konden leren.
Het gereformeerd protestantisme in Nederland
Deze nadruk op de kennisoverdracht in het gezinsleven tekent zich ook af in de protestantse kerk van Nederland. Van meet af aan heeft de Gereformeerde Kerk veel aandacht aan deze zaak besteed op haar vergaderingen, men was er diep van doordrongen dat de ouders vanuit de kerk geholpen dienden te worden bij de godsdienstige opvoeding van de kinderen. Niet iedereen immers was bij machte om hetzelfde te doen als de Amsterdamse koopman Laurens Reael, die in 1571 zelf een catechismus of 'kinderlere' vervaardigde 'tot stichtinge van zijn eigen kinderen en huisgezin'. Ook op de belangrijke Nationale Synode van Dordrecht 1618-1619 kwam dit onderwerp op de agenda. Verscheidene particuliere synoden hadden erop aangedrongen, omdat men grote onwetendheid omtrent geloofszaken constateerde zowel bij ouderen als bij jongeren. Uiteindelijk werd besloten dat de godsdienstige toerusting van de kinderen der gemeente op drie verschillende plaatsen zou moeten geschieden: in de huizen door de ouders, in de scholen door de schoolmeesters en in de kerken door de predikanten. De taak van de ouders werd daarbij in alle duidelijkheid nader omschreven. Zij moesten hun kinderen vlijtig, naar ieders begripsvermogen, onderwijzen in de christelijke religie; ernstig en trouw vermanen tot de vreze Gods en oprechte godzaligheid. Hen gewennen 'tot de oefening van de heilige huisgebeden', de beluisterde preken bespreken, in het bijzonder die over de Catechismus, hen enkele hoofdstukken uit de Bijbel voorlezen of laten voorlezen, hun die inprenten en ze op een voor hen begrijpelijke wijze verklaren. Predikanten en ouderlingen moesten er bij de ouders met klem op aandringen dat zij deze roeping, die krachtens de doop van hun kinderen op hen rustte, zouden uitvoeren. Ouders die in dit opzicht nalatig bleven, dienden ernstig te worden vermaand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's