Bedreiging en afgrenzing
De gemeenschap der heiligen (3)
Ik aarzel van welke kant ik die bedreiging zal benaderen. Het lijkt mij goed om te beginnen van buitenaf en dan de bedreiging te bezien van binnenuit.
De bedreiging van de gemeenschap der heiligen komt van buitenaf de kerk binnendringen. Paulus spreekt bij zijn afscheid van de ouderlingen uit Efeze over 'zware wolven die tot de gemeente zullen inkomen en de kudde niet zullen sparen' (Hand. 20 : 29).
Zelf heeft hem het gevaar van de valse broeders zijn leven lang bedreigd en hij is er door op de voet gevolgd. Het gevaar van de invloed van hen die een ander evangelie brengen splitst de gemeente van Christus op. De kerk heeft in haar bestaan te worstelen met allerlei theologieën die vaak grif en verbijsterend ingang vinden en haar aftrekken van het zuivere Evangelie. Wie de rechte prediking niet bewaakt scheurt de gemeenschap uiteen. 'De man die met schoon voorgeven de kudde binnendringt, terwijl hij niets anders is dan een wolf in schaapskleding, verwoest de kudde meer dan de leeuw daarbuiten' (Spurgeon).
Aktueel is — om slechts dit ene te noemen — de eenzijdigheid waarmee men in het S.o.W.-proces de koinonia, (gemeenschap) en de diakonia (dienstbetoon) met klem benadrukt.
Ik mag misschien in dit verband wijzen op het 'Gezamenlijk Appèl' van Pinksteren 1989, waarin positief kritisch gereageerd is op bovengenoemde eenzijdigheid en gepleit in voornadruk op de homologia, de belijdenis der kerk.
We kunnen immers nooit recht gemeenschap oefenen en dienst betonen buiten het rechte belijden om. Omdat de belijdenis, ook als accoord van kerkelijke gemeenschap fundamenteel is voor de gemeenschap der heiligen.
Als we niet, wat het woord homologia letterlijk betekent, hetzèlfde zeggen in verbondenheid met allen die een even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, hoe kunnen we dan één kerk zijn, en één Heere belijden, en één doop, één God en Vader erkennen? Ik wil in dit verband nog eens het 'Gezamenlijk appèl' op dit punt onder uw aandacht brengen en citeer: 'naar onze mening is deze homologia de dragende grond en substantie van de koinonia en diakonia der kerk'.
Meer naar binnen gericht denk ik, als we het over de bedreiging van de gemeenschap der heiligen hebben, aan het wereldgelijkvormig leven en handelen van de gemeente, i.c. zelfs van de gelovigen zelf. De grote bedreiging is m.i. het gebrek aan diepe vreze Gods. Gebrek aan kennis van het heilswerk van Christus en aan het doorbrekend werk van de Heilige Geest. Gods kinderen kunnen elkaar alleen vinden en vasthouden in Christus. En waar we de overste Leidsman en Voleinder des geloofs niet kennen, of uit het oog verliezen waar er geen echte bevindelijke kennis is van God en goddelijke zaken, daar neemt de wereldgelijkvormigheid hand over hand toe.
Liefde
En dan denk ik bij wereldgelijkvormigheid niet zozeer aan uiterlijke dingen — hoewel we ook willen pleiten voor het bewaren van een christelijke levensstijl — maar wereldgelijkvormigheid heeft als kenmerkende uitingsvormen, liefdeloosheid, individualisme, egoïsme, geen bereidheid tot vergeven en verdragen en nog vele dergelijke zaken meer.
Het 'ik-tijdperk' dat schijnt te beginnen met jezelf en te eindigen bij jezelf, gaat ook de kerk niet voorbij. We zijn hopeloos verdeeld wat betreft ethische vragen, wat betreft vaak ook een objectivistische prediking enerzijds en een subjectivistische prediking anderzijds.
In beide gevallen wordt het hart uit het evangelie weggesneden en komen we als kemphanen tegenover elkander te staan. Waarom communiceren wij zo slecht? Is het niet omdat we zo vleselijk zijn en ieder voor zijn eigen standpunten werkt? Laten we als dienaren des Woords wars zijn van mensenbehagen. Laat onze prediking weer bloedwarm zijn of worden; en dan denk ik aan het woord van Calvijn dat in de prediking het bloed van Christus drupt op de zielen der toehoorders. Dan is onze prediking niet geesteloos. Laten we het werk van de drieënige God prediken, het werk van de Vader, het werk van de Zoon, en ook het werk van de Heilige Geest. Hoe de Geest werkt in de harten en de Geest de gemeente bedient uit de volheid van Christus. Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.
Nog altijd — en dan ben ik bij de binnenste cirkel — komt de gróótste bedreiging van de gemeenschap der heiligen vanuit ons eigen hart. Ook de gelovige, júist de gelovige zal moeten vechten tegen liefdeloosheid, verkilling, en weerstand hebben te bieden aan de vleselijke neigingen, waarin de oude mens de nieuwe overwoekert.
Dat niet enige wortel der bitterheid in ons opspruite. En dagelijks levend onder de tucht van het Woord zal ons levensdevies zijn: Gij geheel anders, want gij hebt Christus leren kennen.
De grenzen
U zult zich wellicht afvragen of de gemeenschap der heiligen onbegrensd is.
Ja en nee! Ja, omdat die grens bepaald wordt door het Woord van God en niet door ons. Buiten de werking van het Woord om, is deze gemeenschap er niet, heeft zij geen bestaansgrond. De eerste christengemeente leefde samen gelovig uit en bij het Woord en hield zich aan het onderwijs van de apostelen. In het 'Gezamenlijk appèl' wordt er terecht op gewezen dat het rechte belijden behalve verbondheid ook scheiding aanbrengt.
Verwezen wordt o.a. naar Corinthe 11 : 4, in welk verband Paulus zijn zorg uitspreekt dat er in de gemeente van Corinthe sommigen zijn, die afwijken van de eenvoudigheid, die in Christus is, en het werkt schismatisch als zij iemand die een andere Jezus verkondigt, dan die Paulus gepredikt heeft, welwillend ontvangen en hem zijn gang laten gaan.
Hetzelfde geldt voor de Galaten naar wie Paulus fel uithaalt en zelfs vervloekt allen die een ander evangelie prediken, als was het een engel uit de hemel.
Dezelfde gedachte vinden wij in de eerste en de tweede Johannesbrief (1 Joh. 4 : 2 en 3 en 2 Joh.: 7). Voor de apostelen valt hier de grens voor tolerantie en binnen de gemeenschap der heiligen is er op dit punt geen plaats voor compromis. Van Genderen merkt op, 'dat Calvijn tegenover Rome staande hield, dat de gemeenschap der kerk door twee banden wordt samengebonden: door eenstemmigheid in de gezonde leer en door broederlijke liefde' (van Genderen a.w., Hfdst. 8). Er mag zelfs geen broederlijke omgang en tafelgemeenschap zijn met hen die goddeloos en ergerlijk leven (1 Cor. 5 : 11) 'de handel en wandel van de zogenaamde broeders is een beletsel voor de onderlinge gemeenschap... het luistert nauw' (Van Genderen, idem). Het voorgaande neemt echter niet weg dat de broederliefde ook insluit liefde tot allen en het najagen van het goede jegens allen. Wat dat betreft kan de gemeenschap der heiligen niet introvert in zichzelf blijvend opgesloten zijn. Prof. J.P. Versteeg ziet de liefde tot elkaar en de liefde tot allen als twee concentrische cirkels, waarvan de liefde tot elkaar de binnenste cirkel is en waar de liefde tot allen als een wijdere cirkel omheen ligt (J.P. Versteeg, Oog voor elkaar, blz. 89).
In de broederlijke liefde schuilt het geheim dat die liefde ook ten dienste en ten zegen voor de wereld is. Aan het kruis van onze Heere Jezus Christus, waar Hij gebeden heeft om vergeving voor Zijn moordenaars, groeit de vrucht van de Stefanusbede: 'Heere reken hun deze zonde niet toe'. En zo ontsliep de eerste martelaar in vrede onder de moordende stenen. Als we dat niet kennen en beoefenen worden we ongeloofwaardig in de wereld. Me dunkt dat dit totaal iets anders is dan een verwereldlijkt oecumenisme waaraan — we constateren het met droefheid — de verticale dimensie van de ware gemeenschap ontbreekt. Treffend wijst Van Genderen op de spiegelfunktie van de gemeenschap der heiligen, waardoor de werkelijkheid van de gemeenschap met de Heere en met elkaar een weerspiegeling is van wat God in Zijn genade geeft aan liefde in en voor een verloren wereld.
Geen grenzen
Wij eindigen onze overwegingen met de bede:
'Behoed Uw Kerk, Zet uit, o God haar palen
Zij kent eerlang geen grenzen meer'
Eerlang als Gods Jeruzalem dorpsgewijs zal bewoond zijn. En zo komt het eschatologisch perspectief van de gemeenschap der heiligen aan het licht. Immers de strijdende en de triomferende kerk; de kerk van vandaag, die van straks en die van de toekomst, zijn in Christus één.
'Door heel uw kerk wordt steeds, daarboven, hier beneden
in strijd en zegepraal Uw grote Naam beleden.'
Laten we het geloof der heiligen navolgen en zien op de uitkomst van hun wandel 'en door hun voorbeeld aangespoord met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons is voorgesteld, dat wij één met hen ons gevoelen en leven in de verwachting, van tot hen te gaan, en samen tot Hèm te gaan, om met alle schepselen de Naam des Heeren groot te maken' (H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, IV, Kampen 1930, blz. 618 vlg.).
De gedachte aan de eeuwige gemeenschap met Christus en de Vader, door de Heilige Geest is de bron voor de gemeenschap der zaligen onderling, want in de hemel — en niet pas daar alleen — maar daar ten volle zal, om met K. Schilder te spreken ieder mens een leesbare brief van Christus worden voor de ander. (K. Schilder; Wat is de hemel? Kampen 1954, blz. 124-130).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's