Globaal bekeken
Al enkele malen kwamen we tegen een stukje, getiteld 'Kent u tafelmanieren?', geschreven door Hugo de Sint Victor (N.B.! 1096-1141), overgenomen uit 'Didaskalion'. We laten het ook hier volgen.
'Aan tafel moet men zich in twee opzichten gediciplineerd gedragen: ten eerste als het gaat om de houding en ten tweede met betrekking tot het eten zelf. Bij het eerst genoemde aspect, de houding, hoort de dicipline van het zwijgen, van het kijken en van het maat houden.
Stilte tijdens het eten is dáárom noodzakelijk, omdat de tong, die steeds nogal snel geneigd is zondige dingen te zeggen, gevaarlijk los gaat zitten onder invloed van de etensroes. Verder had de rijke onder zijn maaltijden zijn mond altijd weten te roeren, maar toen hij in de hel was had zijn tong het juist zwaar te verduren.
Bovendien is het noodzakelijk de ogen in bedwang te houden, want het past aan tafel zeker niet dat men nieuwsgierig alle kanten op kijkt en dat men – om het wat uitvoeriger aan te duiden – onbeschaamd gaat kijken wat de ander aan het doen is. Laat men liever met neergeslagen ogen de blik richten op alleen die dingen die in de onmiddellijke nabijheid staan.
Ook wat betreft de zelfbeheersing moet men zich in acht nemen. In houding en manieren dient men zich fatsoenlijk en beleefd te gedragen, geen lawaai, geen onrust maken. Laat men de ledematen beheerst en rustig bewegen. Dus niet zoals sommigen doen, die gaan zitten en door heel gejaagd en onrustig, hun ledematen te bewegen laten zien hoe onbeheerst hun innerlijk is. Ze schudden hun hoofd, zwaaien met hun armen, steken hun hand omhoog en doen tegelijkertijd schaamteloos een poging de hele maaltijd naar binnen te werken en laten daarmee enorm onfatsoenlijke bewegingen en gebaren gepaard gaan. Ze hijgen en zuchten, omdat er niet genoeg tegelijkertijd naar hun rommelende buik kan gaan; men zou denken dat ze een wijdere opening dan hun smalle keel zoeken, dier ervoor zorgen kan dat er toch nog een redelijke hoeveelheid in hun hongerige maag terecht komt Ze bezetten maar één plaats, maar met hun ogen en handen zijn ze overal: ze nemen stukken van het brood af, schenken de bekers vol met wijn, gieten de drinkschalen vol, geven de borden door in de kring en twijfelen als een koning, die een belegerde stad gaat bestormen, op welke plaats ze de aanval gaan inzetten, terwijl ze er eigenlijk tegelijkertijd van alle linten op los willen gaan. Misschien is het niet zo kies van ons dit allemaal zo te zeggen, maar die mensen vergeten soms te blozen, als ze te ver gaan; dat doen ze namelijk pas als ze wel heel erg ver gaan. Dus gaat het bij het eten om drie punten van discipline; de tong beteugelen, de ogen bedwingen en de ledematen beheerst en kalm bewegen.'
In de Waarheidsvriend van 5 juli namen we in deze rubriek het gedicht 'De moerbeitoppen ruisten' van Nicolaas Beets op. Op gezag van een deskundige merkten we daarbij op dat Beets zich bij het schrijven van dit gedicht geïnspireerd wist door psalm 84 ('Als zij door het dal der moerbeziënbomen doorgaan'). Een (niet minder deskundig) lezer laat ons weten dat de inspiratie van Beets lag in 2 Sam. 5 : 24.
We citeren de verzen 23-25:
'En David vroeg de HEERE, Die zeide Gij zult niet optrekken; maar trek om tot achter hen, dat gij aan hen komt van tegenover de moerbeibomen;
En het geschiede, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbeibomen, dan rep u; want alsdan is de HEERE voor uw aangezicht uitgegaan, om het heirleger der Filistijnen te slaan.
En David deed alzo, zoals de HEERE hem geboden had; en hij sloeg de Filistijnen van Geba af, totdat gij komt te Gezer.'
Tegen deze achtergrond wint het gedicht aan diepgang, aldus de lezer.
Dat Jan Luiken (geciteerd in het zelfde nummer) niet leefde van 1649-1989 zal de oplettende lezer al wel hebben begrepen. De jaren van Methusalem liggen achter ons. Luiken leefde van 1649-1712.
In onze vakantielectuur troffen we een aantal Japanse wijsheden die we hier doorgeven.
• 'Wijn is water versneden met wartaal.'
• 'Zelfs een aap valt wel eens uit een boom.'
• 'Zelfs een wagen met vier paarden kan de menselijke tong niet inhalen.'
• 'Een wilde gans is honderd geldstukken waard, maar men moet er eerst drie uitgeven voor een pijl.'
• 'Voed een hond drie dagen en na drie jaren herinnert hij zich nog steeds uw vriendelijkheid. Voed daarentegen een kat drie jaar en binnen drie dagen is zij uw vriendelijkheid vergeten.'
• 'Het oog van de mens is een schrikwekkende poort.
Niets verlangt een mens zozeer te zien
als wat hij vreest te zien:
zo verlangt de nachtvlinder naar de aanblik van de kaarsvlam.
Mensenogen, zegt de Wijze, zien slechts de mensen, maar de zielen zien zij niet.'
'Het oor van de mens is een schrikwekkende poort. (...)
Wantrouw het woord dat van mond tot mond gaat,
wat wit was wordt zwart, wat zwart was wit,
een hond wordt een baviaan,
een baviaan een brulaap
en een brulaap een manspersoon;
toch is een manspersoon iets geheel anders dan een hond.
Voor velen zou het beter zijn in het geheel niet te luisteren...'
'De mond van de mens is een schrikwekkende poort.
Want het woord van de mens is sneller, helaas,
dan een wagen getrokken door vele paarden.
Ligt een woord nog onuitgesproken op de punt van uw tong,
slik er dan de helft van in;
menig hoofd van een mens immers viel onder het zwaard van zijn eigen tong.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's