De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe kunnen christenen overleven?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe kunnen christenen overleven?

8 minuten leestijd

Een nieuw boek van Georg Huntemann is uitgekomen. De emeritus-predikant van Sankt Martini in Bremen, hoogleraar in Bazel en Leuven, ethicus, dogmaticus en filosoof, heeft een vruchtbare pen. Na het geruchtmakende boek over Dietrich Bonhoeffer is de vermelding van een nieuw boek reeds voldoende aanbeveling. De titel luidt, in het Nederlands vertaald: De overlevingsstrijd van het christendom in Duitsland. Zoals alle boeken van de schrijver is ook dit boek een helder werk, dat in aansluiting aan de klassieke geloofsleer elk hoofdstuk van een thema uit de geloofs- en zedenleer voorziet: de weg in het geloof van de christen, het geloof in God de Schepper, het geloof in verzoening en verlossing, christelijk verzet tegen een beschaving die aan lusten vervallen is, belijdenis van de ware kerk, een hoofdstuk over het christelijke westen, en tenslotte een over het geloof in Gods toekomst. Elk hoofdstuk sluit af met enkele stellingen, die het standpunt van de auteur kort en bondig samenvatten. Busse-Seewald heeft het boek keurig en met weinig drukfouten uitgegeven, al heeft het stofomslag dan ook een andere titel dan het boek (Vom Ueberlebungskampf i.p.v. Der Ueberlebungskampf).
Uit de opschriften boven de hoofdstukken blijkt dat dogmatiek en ethiek bij de schrijver in elkaar overgaan. Het slothoofdstuk is m.i. noch dogmatisch noch ethisch, maar draagt een sterk pastoraal en predikend karakter. Het hele boek heeft, als alle boeken van Huntemann, een appellerende inslag. Ook dit boek is een strijdboek, geschreven vanuit een duidelijke strijdpositie, en tegelijk getuigend van een grote liefde tot de zaken waarover en de mensen voor wie hij schrijft.

Feminisme en Gods geboden
Die mensen, voor wie Huntemann schrijft, zijn in de eerste plaats Duitsers, en wel voornamelijk Westduitsers. Een enkele maal, bijvoorbeeld in het hoofdstuk over de kerk, werd ook Oost-Duitsland in het onderzoek betrokken. Onderzoek, want Huntemann kletst niet. Hij vermeldt zijn bronnen, geeft percentages en resultaten van de nieuwste vormen van onderzoek en gaat daarbij bewust en bedoeld ver over de grenzen van de kerken heen. Eigenlijk is hij voortdurend bezig op het brede terrein van de relatie tussen kerk, staat en maatschappij. De grote dreiging, die hij waarneemt en waarvoor hij met alle kracht waarschuwt, is de vervrouwelijking van God en dan ook van alle instanties in staat en maatschappij, die gezag dragen, dus het feminisme met al zijn wortels en gevolgen. Daarom is het boek zo belangrijk voor heel West-Europa, al is het primair in en voor Duitsland geschreven. Wanneer het christelijke westen feministisch wordt, dan is het met het christendom gedaan en zijn wij verloren. Dat is min of meer de belangrijkste stelling van Huntemann.
Het bizarre is echter dat dit feminisme, deze hoererij, deze afgodsdienst der promiscuïteit als een oordeel begint in het huis van God. De onversneden pen van de auteur wijst ons van a tot z aan, hoe met name de Evangelische Kirche Deutschlands van deze volledig onchristelijke religie doordrenkt is. Een tweede bron van bedreiging voor het hedendaagse christendom ziet hij in de showbusiness van Amerikaanse televisiedominees op de toer van Oral Roberts en zijn collega's van de electronische kerk. Wat bij hen gevoel heet, heet in de verwereldlijkte maatschappij lust! Daardoor ontstaat een merkwaardige spraakverwarring. Mensen houden voor godsdienstig wat in het geheel niets met God en Zijn dienst te maken heeft. God wordt genoemd als pleister, maar de televisiedominees met hun Colgategebit bedoelen slechts zichzelf Het opvallende is dat deze lust, deze van godsdienst overgoten lust niet bevredigt, maar de afgematte ziel en lichaam dodelijk uitput en te gronde richt.
Wat hiertegen te doen?
In elk hoofdstuk predikt Huntemann als remedie het gebod Gods, dat in Jezus Christus geneest, opricht, moed en hoop geeft. De struktuur van een maatschappij, die uit Gods geboden leeft, is daarbij patriarchaal en nooit matriarchaal!

Enkele punten van kritiek
Een aangrijpend boek. Huntemann kan schrijven en is geïnspireerd. Hij heeft een boodschap voor ons allen en doet ons ontwaken uit menige soort van slaap en ingezonkenheid. De schrijver heeft zich een stijl eigengemaakt, die geen tegenspraak duldt en waarbij elk tussenstandpunt snel met lafheid afgedaan kan worden. Maar ik weet dat de schrijver een bezonken oordeel, dat anders luidt dan het zijne, waardeert, vooral wanneer degene die dat oordeel uitspreekt, ten diepste eens geestes met de schrijver is. Daarom een paar vragen.
1. Waarom wordt voortdurend over Heilige Geest geschreven en niet over DE Heilige Geest? Ik houd het voor onmogelijk, dat de auteur het Persoon-zijn van de Geest ontkent of niet zou onderkennen, dat het spreken over Heilige Geest hun een wapen in de hand geeft, die van de Geest een kracht maken en niet belijden dat Hij de derde Persoon van God is.
2. De alles omverwerpende revolutie aan het slot van de twintigste eeuw is de opstand van de vrouw in kerk en maatschappij, aldus Huntemann.
Zeker, al is het wel nuttig om deze revolutie in een verband te zien. Zij vormt m.i. een fase in een groter geheel, dat samenhangt met beelden uit het Boek Openbaring.
De Stuttgarter filosoof Günther Rohrmoser heeft o.a. in zijn boek Chaos gesteld, dat de revolutie zich in onze eeuw een klasse zoekt: eerst de arbeiders, daarna de studenten, dan de zwarten, bruinen en gelen, vervolgens de kinderen en nu de moeders of vrouwen. Met de laatsten is niet alleen een afgodscultus geschapen, maar ook het gezin als laatste en beslissende kern van de maatschappij in het geding.
3. Bij zijn verdediging van het christelijke westen ziet Huntemann na een zeer genuanceerde paragraaf over de Franse Revolutie, in Pruisen op een m.i. ongenuanceerde manier de 'Bewahrer des abendländischen Erbes', de bewaarder van de erfenis van het westen.
Hij stelt het Pruisisch-monarchale 'Gottesgnadentum' tegenover het nazirijk en de revolutionaire autoriteit van Adolf Hitler, die een gezag vertegenwoordigde dat niet van boven maar van onderen kwam. Ook hier, zoals in de andere hoofdstukken van het boek, is Dietrich Bonhoeffer kroongetuige.
Ik vraag mij af, of het feit – niet de gronden – van de opheffing van Pruisen als staat in 1947 werkelijk een historische dwaling is, zoals Huntemann meent. En hiermee staan wij voor de vraag naar het model van een christelijke staat en politiek in een verwereldlijkt tijdsgewricht. De schrijver gaat met omzichtigheid om de vraag heen, of demokratie te verbinden is met gezag van boven. Slechts in het historisch verband van de Franse Revolutie geeft hij er een min of meer positief antwoord op. Natuurlijk moeten ook historische dwalingen rechtgezet worden. Maar weten wij dan daarna de weg, hoe het verder moet?

Volkskerk of niet?
4. Het vijfde hoofdstuk handelt over de kerk. Hoofdtitel is dat de christelijke gemeente geen godsdienstige amusementsinstelling is en ook geen politiek propaganda-instituut. De ondertitel luidt: de belijdenis van een christen inzake de ware kerk. Reeds uit zijn boek over Bonhoeffer bleek, dat de schrijver een afwijzend standpunt ten aanzien van de volkskerk inneemt, namelijk déze volkskerk, die zich in de twintigste eeuw vooral ook tijdens het Derde Rijk heeft geprofileerd als de plaats van de goedkope genade. Met name doop en confirmatie in het huidige Duitsland moeten het bij Huntemann ontgelden. Hij vergeet daarbij m.i. te vermelden, dat de Doop in onderscheid van de confirmatie ofwel openbare belijdenis des geloofs een sakrament is, door Christus ingesteld, en dat bij die instelling het gebod gegeven werd om de volken te dopen. Precies de woorden waar altijd weer alle strijd over loopt. De ook door Huntemann begeerde basisgemeente is geen alternatief voor de volkskerk (blz. 155) en inderdaad is sedert Arles 314 elke doop, die 'rite', dat wil zeggen in de Naam van de drieënige God is bediend, een geldige en rechtsgeldige Doop – hetgeen de schrijver blz. 154 betwijfelt.
Wat betekent het begrip volkskerk? Mijn Leuvense collega Huntemann pleegt te zeggen, dat de Nederlandse en de Duitse volkskerk eenvoudig niet met elkaar te vergelijken zijn en hij wijst daarbij op de volledige verdorvenheid van wat zich in de Duitse volkskerk afspeelt. Ik waag die stelling toch te betwijfelen. De hele teneur van zijn boek is: Het gezag komt van boven. God is in de hemel, het christendom mag niet verwereldlijkt worden.
Maar het hoofdstuk over de kerk vormt hier plotseling een uitzondering op, in die zin dat de afschuwelijke sekularisatie waardoor christelijke opvoeding van dopelingen uitgesloten schijnt, de Doop aan op te voeden baby's tot een zinloze ritus maken zou en naar een basisgemeente, een gemeente der gelovigen doet vragen, waarbinnen o.a. een christelijke opvoeding wèl gegarandeerd is. Zou juist hier niet het geloof op zijn plaats zijn, dat het heil van boven is? En zou de aanspraak tot ouders die zich met 'ja' verplichten tot opvoeding van hun kind in de voorzeide leer, wel enigszins verschillen van elk ander appèl van de kerk op hen die van nature èn in hun verwereldlijkte levensstijl 'neen' plegen te zeggen? Het is een reformatorisch beginsel, dat de tucht bij voorkeur niet (pas) bij de sakramenten wordt toegepast.

Slot
5. Mijn diepste bezwaar tegen dit voortreffelijke boek is, dat het hoewel onbedoeld, toch rekent met een kleine getrouwe schare, die het Woord hoort en verstaat, en die gehoorzaam is aan Gods geboden en ernaar leeft, die in kerk, politiek en maatschappij geëngageerd bezig is en zich toch op een of andere wijze institutair buiten de meerderheid, buiten het volk stelt.
Ik beveel dit boek, dat vooral op het slot antwoord geeft op de vragen rond politieke prediking en politieke betrokkenheid van christenen, aan alle theologen, alle politici en vooral aan alle gemeenteleden aan. Uw zaak is in het geding.

N.a.v. G. Huntemann, Der Ueberlebungskampf des Christentums in Deutschland, 223 blz. geb., Busse-Seewald Herford 1990.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe kunnen christenen overleven?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's