Woorden moorden
Met deze uitdrukking van vader Cats willen we met elkaar nadenken over roddelen. Wanneer we in een woordenboek de betekenis van het woord 'roddelen' nagaan, vinden we: 'kwaadspreken, lasteren'. Onze God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Terwijl de gehele schepping sprakeloos en woorde-loos is, schept God een sprekende mens.
Nu kunnen Adam en Eva hun Schepper eren, loven en prijzen. Maar door de zondeval is het spreken van de mens totaal veranderd. Sinds dat moment heeft satan ons mensen – inclusief onze tong – in beslag genomen.
De eerste woorden van Adam en Eva laten die na de zondeval duidelijk zien. Vandaag leven óók wij vanuit die grote leugenaar en daarom zondigen we tegen God en tegen onze naaste.
Onze woorden
We denken er vaak nauwelijks bij na, dat onze woorden grote gevolgen kunnen hebben. Onze woorden hebben grote kracht.
We lezen hierover in de brief van de apostel Jakobus. De tong wordt vergeleken met een klein roer, dat in de grootste stormen een heel schip doet draaien.
Verder lezen we: 'Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingelijk kwaad, vol dodelijk venijn. Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn' (Jakobus 3 vers 8 en 9).
Wat spreken we vaak over een ander, die er toch niet bij is. Roddelen wordt vaak gezien als een onschuldig tijdverdrijf. De roddelpraat kan betrekking hebben op allerlei zaken, zoals:
- het slechte huwelijk van de mensen op de hoek van de straat;
- de moeilijke kinderen in dat gezin;
- de dominee, die het beroep wel zal aannemen.
Het is heel goed om ons hierin nauwkeurig te onderzoeken, want roddelen is niet zo onschuldig als het lijkt!
Zacharius Ursinus geeft in zijn 'Schatboek' weer, dat de roddelaar ten minste drie personen verontreinigt, namelijk:
1. de roddelaar zelf;
2. degene over wie wordt geroddeld;
3. degene die het aanhoort.
Ursinus schrijft dan: 'Als de achterklapper zich niet bekeert, dan wordt hij daardoor (door het achterklappen = roddelen) uitgesloten van de gemeenschap Gods.
David spreekt hierover in Psalm 15 vers 1 en 3: 'Heere, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op de berg Uwer heiligheid? Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezel geen kwaad doet en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste'.
Spreken over een ander...
Soms zijn we verplicht over een ander te spreken, een ander te beoordelen. Wanneer we tijdens een sollicitatieprocedure inlichtingen over iemand moeten verstrekken, ontkomen we er niet aan om over andere te spreken. We moeten dan een persoon beoordelen en niet veroordelen. Laten we bij het beoordelen van iemand letten op wat hij heeft en kan en niet op wat hij niet heeft en niet kan. Vaak horen we onze kinderen spreken over hun leraressen en leraren. Het is positief als ouders te horen krijgen, wat er op school gebeurt. Hoe stelt u – ouders – dat aan de orde? Vraagt u aan het einde van de schooldag: 'Wat viel er vandaag weer te beleven?' Stimuleren we onze kinderen als er negatief over docenten wordt gesproken? Wanneer u de christelijke school van uw kinderen bewust hebt gekozen, zult u dat beslist niet doen.
Negatief over docenten spreken komt veelvuldig voor, maar toch is het verkeerd. In het boek Spreuken lezen we: '... en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot' (Spreuken 10 vers 18b).
We moeten onze kinderen leren de pluspunten van hun school en docenten te ontdekken. In het gesprek met onze kinderen moeten we daaraan veel aandacht schenken.
Het komt ook voor dat we onze naaste in geestelijk opzicht 'lichtelijk veroordelen of helpen veroordelen'. Over de geestelijke staat van een ander kan soms genadeloos geoordeeld worden. De Heere Jezus heeft dit herkend en waarschuwt (ook) ons: 'Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden en met welke maat gij meet, zult gij gemeten worden'.
Kunnen we nog hard over iemand oordelen, als we weten wie en hoe we zelf zijn? Wie zichzelf kent, wordt voorzichtig. Want dan weten we, dat in ons eigen hart de wortels van allerlei boosheden te vinden zijn.
Hoe gebruiken we onze tong?
Het is zinvol om over bovenstaande vraag goed na te denken. Hoe spreken we over God en over onze naaste? Spreken we wel over God of zwijgen we bewust over onze Schepper?
Zijn wij erachter gekomen, dat roddelen duivelswerk is? Is er nog 'een goed spreken'?
Er is inderdaad nog 'een goed spreken'. Dat komt niet van ons, maar van God. Als Gods Geest beslag op ons gaat leggen, doortrekt dat ons gehele bestaan. Dus... ook ons spreken!
Eenmaal zal onze tong op deze aarde voor eeuwig verstommen. God zal ons dan ter verantwoording roepen, ook over het gebruik van onze tong!
Daarom: hoe gebruiken we onze tong?
Als God beslag op ons leven gaat leggen – dus ook op ons spreken – beheerst de Heilige Geest onze tong. Dan wordt die tong weer gericht op de eer van God en op het welzijn van onze naaste.
Dan leren we dat het beter is om voor onze naaste te bidden en mét hem te spreken, dat òver hem te roddelen.
Dan leeft elk moment het gebed in ons:
'Laat U mijn tong en mond
en 's harten diepsten grond
toch welbehaag'lijk wezen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's