De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het genadeverbond en de vergeving van zonden

Bekijk het origineel

Het genadeverbond en de vergeving van zonden

Het genadeverbond in het Oude Testament (5)

7 minuten leestijd

Toen God het verbond met Israël sloot, wist Hij, dat Israël de bepalingen van het verbond meer dan eens zou overtreden. In de tabernakel moest daarom een ark komen met een verzoendeksel. Daaronder zouden de beide stenen tabletten bewaard worden en vanaf dat verzoendeksel zou God spreken tot zijn volk (Ex. 25 : 21-22). In de tabernakel kwam verder een koperen brandofferaltaar en een gouden reukwerkaltaar.
De gemeenschap met God was alleen mogelijk door het geloof in Hem en in wat Hij beloofde. Indien deze gemeenschap verbroken werd door de zonde, kon deze hersteld worderi door Gods vergevende liefde op basis van betaling. Het principe was 'Het leven/de ziel van het vlees is in het bloed, en Ik heb het u op het altaar gegeven om over uw zielen verzoening te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van het leven/de ziel' (Lev. 17 : 11). God Zelf heeft deze mogelijkheid van verzoening gegeven. Het Hebreeuwse werkwoord 'kipper' betekent: betalen door middel van een vervangingsmiddel. God kon het leven van de mens eisen bij overtreding, maar een dier mocht plaatsvervangend geofferd worden. Lev. 16 maakt duidelijk, dat op de Grote Verzoendag al de zonden van geheel Israël vergeven konden worden. De Israëlieten moesten zich verootmoedigen en hun zonden belijden (vs. 21, 29, 31). De zonden werden vergeven op basis van het Woord van de getrouwe God en het vervangingsmiddel dat Hij Zelf ingesteld had. De effectiviteit hing echter ook af van de betrokkenheid van de offeraar bij de offerhandeling. Het offer van Abel werd aangenomen en het offer van Kaïn afgewezen (Gen. 4). De latere psalmen en profetieën maken dat ook duidelijk: het hart van de offeraar moet recht zijn tegenover God, en in zijn leven moet hij niet volharden in de zonden (Ps. 50; Jes. 1 : 10-17).

Wetsbetrachting
Het houden van de wet bracht zegeningen met zich mee. 'Heel de weg, die de Heere, uw God, u geboden heeft, zult gij gaan, opdat gij leeft en het u wel ga en gij lang woont in het land, dat gij zult beërven' (Deut. 5 : 33). Gods verbond is het eerste en Hij bewijst Zijn verbondstrouw aan hen die de verbondsbepalingen doen. Het is echter niet zo, dat Israël door wetsbetrachting de zaligheid kan verdienen. De tekst uit Lev. 18 : 5 'Doe dit en gij zult daardoor leven' wordt wel eens zo uitgelegd. Bedoeld is echter niet, dat men door het doen van de geboden het eeuwige leven kon verdienen, maar: onderhoud de geboden en dat doende, zult u daarin leven. U zult al doende het goede ervaren dat God beloofd heeft. Een betere vertaling is: Doe dit en gij zult daarin leven. Het Hebreeuwse 'bahem' of het Griekse 'en autois' moeten niet instrumentaal, maar locatief opgevat worden (ook in Rom. 10 : 5 en Gal. 3 : 12).
Het bloed van dieren kon op zichzelf geen verzoening en vergeving schenken. 'Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen' (Hebr. 10 : 4). Ze konden slechts symbool zijn van het grote offer dat later gebracht zou worden, het offer van Jezus Christus aan het kruis. 'Welke God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving van zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods' (Rom. 3 : 25).
De vergeving hoorde dus reeds bij het oude verbond. Naar het woord van Jeremia wordt ook in de nieuwe bedeling de zondevergeving geschonken: Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken' (31 : 34). Het behoort bij de beloften van het verbond dat God die vergeving schenken zal. Wij behoeven niet te twijfelen aan Gods bereidwilligheid dit te doen.

Representatie
Toen Adam zondigde, strekten de gevolgen zich uit over zijn nageslacht. Adam overtrad als vertegenwoordiger van het verbond. Rom. 5 handelt hierover, en tevens wordt hier de Tweede Adam genoemd. Jezus Christus is gestorven voor veel anderen en de verdienste van Zijn lijden en sterven wordt toegerekend aan die anderen.
Die gedachte van representatie is voor ons in deze individualistische tijd niet zo gemakkelijk te begrijpen. Toch merken we in de Bijbel herhaaldelijk de verantwoordelijkheid voor elkaar. Enkeling en gemeenschap zijn onafscheidelijk. Dit komt o.a. tot uiting in de passages over de Knecht des Heeren bij Jesaja.
Wie is deze Knecht? Aanvankelijk krijgen we de indruk dat het volk Israël bedoeld is. Er staat immers: Maar gij, Israël, Mijn knecht, gij, Jakob, die Ik verkoren heb!' (Jes. 41 : 8). Even later blijkt het wel, alsof alleen het rechtvaardige deel van Israël bedoeld is, de rest. En in 49 : 1-6 gaat het over de knecht Israël, geroepen vanaf de moederschoot, om Jakob, 'Zijn knecht' tot Hem terug te brengen. Hier wordt de eerste knecht onderscheiden van het volk. Vervolgens komt het bekende gedeelte 52 : 13 — 53 : 12. De knecht is hier niet de blinde en dove natie, ook niet de rest, ook niet de profeet, maar de gehoorzame Knecht, gehoorzaam tot in de dood. Hij lijdt en sterft plaatsvervangend voor zijn volk.
De identificaties van de Knecht des Heeren kunnen weergegeven worden met de figuur van een piramide: de basis wordt gevormd door het volk. Halverwege is de gelovige rest. Aan de top is er slechts een die werkelijk knecht kan zijn. Vanuit de vervulling in het Nieuwe Testament mogen we deze ene gelijkstellen met de Heere Jezus Christus.
Voor ons is dat collectieve en individuele spreken over de Knecht verwarrend. Maar dit spreken komt voort uit de verbondenheid met elkaar. De Knecht representeert het volk. Zo kan Hij ermee gelijkgesteld worden en zo kan Hij ook ervan onderscheiden worden.
Het evangelie van de plaatsvervanging komt duidelijk naar voren in 53 : 5 'Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem.'
Het verbond is niet individualistisch. In het Nieuwe Testament is dat gebleven: de gemeente is meer dan een verzameling losse leden: de gemeente is een lichaam (1 Cor. 12).

Geslachten
God heeft mensen niet als losse personen geschapen, zoals Hij bij de engelen gedaan heeft. Wij komen allen voort uit Adam en Eva. Daarom behandelt God ons niet als losse individuen. Onze afkomst blijft op een bepaalde manier altijd een rol spelen. In het Oude Testament wreekte God in de lijn der geslachten, in het nageslacht van Abraham. Wij krijgen ook een geestelijke erfenis mee van onze ouders: een positieve of negatieve.
God handelde reeds met Adam en Eva verbondsmatig. Door hun zonde, kwam de vloek over deze aarde en over hun nageslacht. De moderne mens vindt dit onrechtvaardig, maar dit komt voort uit een individualistisch gekleurde gedachtengang. De doorwerking van de vloek in de geslachten heeft als tegenhanger de doorwerking van de zegen in de geslachten. Het tweede gebod spreekt over de straf tot in de derde en vierde generatie, en over de zegen tot in het duizendste geslacht.
Toen Israël in ballingschap verkeerde, gaf men de schuld aan de ouders: zij hebben gezondigd, en wij moeten de gevolgen dragen. Het spreekwoord kwam op: De vaders hebben onrijpe druiven gegeven en de tanden der kinderen zijn slee geworden' (Jer. 31 : 29). De doorwerking van zegen en vloek in de geslachten heft echter de persoonlijke verantwoordelijkheid niet op! Ieder heeft te maken met deze erfenis van het voorgeslacht, maar bepalend is, hoe een ieder daarmee omgaat. Voor ieder is er de mogelijkheid van bekering en berouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het genadeverbond en de vergeving van zonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's