Boekbespreking
Drs. R.H. Matzken, New Age Handboek. Uitg. Buijten & Schipperheijn; 214 blz. ƒ 32,50.
Over New Age verschijnen de laatste tijd zoveel boeken dat lezing daarvan nauwelijks bij te houden is. Dit boek is met recht een handboek over New Age te noemen. De schrijver analyseert op systematische wijze driehonderd begrippen die met New Age te maken hebben, zoals: paradigma, transformatie, holisme, bewustzijnsverruiming, psychotechniek, autogene training, encountergroep, rebirthing, regressie, reïncarnatie enz. Het is een grondig boek geworden met achterin een register van termen, zodat het een handig naslagwerk is. De indeling in hoofdstukken is zo dat telkens andere facetten van de New Age-beweging in kaart worden gebracht. Aan de orde komen o.a.: kosmisch bewustzijn, God-bewustzijn, kosmische energie, de wereld der muzen, gezondheid en welzijn, de integrale school, natuur en milieu, systeem-netwerken en feminisme. Elk hoofdstuk eindigt met de vraag (en het antwoord daarop): wat zegt de Bijbel ervan? Het boek is niet altijd gemakkelijk leesbaar, maar dat brengt het onderwerp New Age met zich mee. Ik heb een paar vragen: is het waar, dat er een wereldomvattend plan is met allerlei netwerken, dat aankoerst op een luciferische en panreligieuze wereldregering? (blz. 16). Ik dacht, dat we niet van een vast plan konden spreken, maar dat New Age een verzamelnaam is van allerlei opvattingen en dat 'de' New Age-beweging niet bestaat. Doet de schrijver recht aan de evangelische christenheid als hij de nadruk bij hen op de uiterlijke tekenen van wedergeboorte of vervulling met de Geest, evenals het succesdenken van bijv. Norman Vincent Peale als New Age-denken ziet? Zijn alternatieve geneeswijzen zoals ademhalingstechnieken, acupunctuur en iriscopie onder New Age te rekenen? M.i. kun je daar genuanceerder over denken. Jammer vind ik dat de schrijver weinig waardering heeft voor het boek 'Als het water bitter is' van Evert van der Poll. Dit boek stelt m.i. duidelijk dat de spits van het milieu-denken niet moet liggen op het behoud van de natuur ter wille van de mèns, maar dat het gaat om onze gehoorzaamheid aan God als Schepper. Wat is schrijvers antwoord op de immense vragen ten aanzien van het milieu? Zegt de Bijbel daar ook niet heel wat over? We zullen t.a.v. New Age moeten oppassen voor reaktie-denken. Gelukkig zegt de schrijver ook: een christen is wel degelijk betrokken bij de problemen rondom natuur en milieu en we moeten erkennen dat in het algemeen de christenen hierbij niet voorop hebben gelopen (blz. 167). Helder zijn de hoofdstukken 'De wereld der muzen' (over New Age-muziek) en 'De integrale school'. De schrijver zegt: 'De weg van de Bijbel is veel grootser en veel reëler dan de weg die New Age wijst. Daarom daagt New Age ook de christenen uit om de bijbelse boodschap, die van alle tijden is, in onze tijd opnieuw te verwoorden, met name voor wat betreft de roeping en hoop voor de mens en Gods plan met de volken en de aarde'. Voor wie zich nader in New Age wil verdiepen: een aanbevolen boek.
H. Veldhuizen, Hillegersberg
H.R. v.d. Kamp, Israël in Openbaring. Een onderzoek naar de plaats van het joodse volk in het toekomstbeeld van de Openbaring van Johannes, 380 blz., ƒ 59,90, Kok, Kampen, 1990.
Op 2 mei jl. promoveerde de auteur op deze studie bij prof. dr. J. v. Bruggen tot doctor in de theologie aan de Theologische Universiteit (Vrijg. Geref.) te Kampen. Uitgangspunt is de vraag of we, zoals de chiliasten beweren, op grond van de Openbaring een massale bekering van Israël mogen verwachten in samenhang met de komst van het duizendjarig rijk. Als nevenvraag komt daarbij ter sprake de vraag of Openbaring zich expliciet richt tegen het ongelovige Israël, zoals door C. v.d. Waal in verschillende studies beweerd is. De auteur geeft na een inleidende schets over de vraagstelling zoals die verwoord is door Hal Lindsey, Verwey en Ouweneel in hoofdstuk 2 een overzicht over het chiliasme, terwijl in hoofdstuk 3 de visie van C. v.d. Waal besproken wordt. Hoofdstuk 4 gaat in op de datering, terwijl de hoofdstukken 5 t/m 8 een exegese geven over Openbaring 7, 11, 12, 14 : 1-5, 21.
In een slotbeschouwing worden de conclusies gememoreerd: Geen bijzondere plaats voor het joodse volk in Openbaring; wel biedt het boek de tekening van het voltooide Israël, de gemeente uit Israël en de volkeren. Voor de schrijver is dit niet hetzelfde als het vervangingsmodel.
Er valt veel goeds van dit boek te zeggen. De exegese van de genoemde hoofdstukken is helder en degelijk, maar wel moet gezegd worden: weinig verrassend en hier en daar ontkomt de schrijver niet aan een zekere breedsprakigheid, die soms wat 'prekerig' aandoet.
Methodisch heb ik wel enkele vragen. Waarom wordt de visie van C. v.d. Waal er zo afzonderlijk bij gehaald? Had dit niet in enkele detailopmerkingen behandeld kunnen worden? Waarom geen exegese van Op. 20 over het duizendjarig rijk? Terwijl voor degenen die Van der Kamp bestrijdt hier een van de pijlers van hun bewering ligt?
Dat de auteur de chiliastische visie op Israëls toekomt afwijst, acht ik terecht. Ik meen dat hij met de stukken heeft aangetoond dat men zo Openbaring niet kan lezen. En toch... is er niet meer ruimte voor Israël dan de schrijver aangeeft? Waarom komt in Openbaring 21 expliciet Jeruzalem terug, zij het ook als een nieuw Jeruzalem? Wordt de profetische verwachting van het O.T. hier niet vervuld? En zou dit helemaal los staan van Israël, volk en land? Moeten we bovendien de vraagstelling ook niet in een breder bijbels-theologisch kader plaatsen?
Ik deel met de auteur de afwijzing van allerlei godsdiensthistorische speculaties, maar acht de argumentatie niet altijd even sterk. Het feit dat Johannes zijn Openbaring van Christus ontvangen heeft, hoeft toch niet uit te sluiten dat de schrijver in zijn teboekstelling gebruik gemaakt heeft van in die tijd gangbare beelden en tradities. Tenslotte: Wie de vervangingstheorie afwijst, moet niet tegelijk spreken over de kerk van het Oude Testament wanneer men daarmee Israël bedoelt. Dat lijkt me een anachronisme wat ook exegetisch niet juist is, maar veeleer een dogmatische positie verraadt. Waarom niet de bijbelse term 'volk Gods' gebruikt? Mijn vragen nemen niet weg dat ik met grote dankbaarheid kennis nam van deze goed gedocumenteerde studie. De auteur heeft zijn dissertatie in de pastorie geschreven. Uit ervaring weet ik hoe het inspanning vergt naast je gewone werk een proefschrift te schrijven. Ik wil daarom niet eindigen zonder een hartelijke gelukwens aan het adres van de jonge doctor.
A. Noordegraaf, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's