De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een pleidooi voor huisgodsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een pleidooi voor huisgodsdienst

De kleine kerk (5)

13 minuten leestijd

Huisgodsdienst, vandaag nog een haalbare zaak? Of houden we ons bezig met een vrome fictie, die gespeend is van elke zin voor realiteit? Eenvoudig is het zeker niet. Werk en school, vereniging en hobby's zetten de huisdevotie onder zware druk. Het lijkt ook zo haaks te staan op de trend van onze dagen. Onze samenleving heeft veel te bieden, maar stilte is een schaars artikel geworden. Onze zelfvoldane, oververzadigde cultuur biedt weinig ruimte voor spiritualiteit. Er zijn teveel zaken die zich aan ons opdringen, onze aandacht gevangen willen houden. De media zeker niet in de laatste plaats. De geest van onze tijd, met zijn verafgoding van materiële welvaart, met zijn drang naar genot en zelfbeschikking, doet een gigantische greep naar onze jongeren en weet tallozen te bekoren. God, kerk en Bijbel hebben in het wetenschappelijk denken vrijwel geen plaats meer en zijn goeddeels naar de rand van onze samenleving gedrongen.
Opgroeiende jonge mensen ademen in dit klimaat tijdens hun studie en op hun werk. Moet de huisdevotie het bij deze overmacht aan tegenkrachten niet bij voorbaat verliezen?

Hernieuwde aandacht
Toch kan en mag dat alles binnen de gemeente van Christus niet het laatste woord hebben. De vraag is vooral, in hoeverre we overtuigd zijn van de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de huisgodsdienst. Persoonlijk geloof ik dat hernieuwde aandacht voor de huiselijke vroomheid tot grote zegen kan leiden voor gezin en kerk. Het is onloochenbaar dat de beoefening van huisdevotie een geweldige uitstraling heeft gehad in het Engeland en Nederland van de zeventiende eeuw. Het vormde één van de pijlers van de opwekking die Puritanisme en Nadere Reformatie met zich meebrachten. Zo zal naar mijn diepe overtuiging in onze dagen een dam opgeworpen kunnen worden tegen kerkverlating en secularisatie, wanneer bijbellezing, gebed en lied weer opnieuw gaan functioneren binnen onze gezinnen.
Nu gaat het niet om de praktijk van een aantal eeuwen terug te imiteren. Onze tijd vraagt om eigen vormen en eigen invulling. Waar wij dringend behoefte aan hebben, is een devotio moderna, een herleving van de spiritualiteit, van de verborgen omgang met God. Er zou al veel gewonnen zijn, als we bewuster leerden omgaan met datgene wat we gewoon zijn te doen. Bezinnen we ons ooit op deze vragen binnen ons gezin? Vermoedelijk wordt in veel kerkelijke gezinnen het bidden en bijbellezen rond de maaltijd nog in ere gehouden. Maar betekent het even de handen vouwen ook dat we werkelijk bidden met elkaar? En houdt het feit dat de Bijbel gelezen wordt in, dat we ook echt horig zijn aan het Woord? Heeft het ons iets te zeggen en delen we ook met elkaar wat we uit het Woord hebben opgevangen? We kunnen te weinig bidden en lezen uit de Schrift, maar er is ook het gevaar van de sleur, van de dode gewoonte. Een gebed zonder wezenlijke aandacht is geen gebed. En even een stukje lezen wordt op den duur een ritueel, dat aangeeft dat het eten gedaan is. Gebed en Schriftlezing dienen meer te betekenen dan het openen en sluiten van het hekje voor en na de maaltijd.

Geen tijd?
Ik denk, dat in nogal wat gezinnen de tijdsfactor een probleem vormt. Het ontbreken van ontmoetingsmomenten ervaart menig gezin als een gemis. Wanneer zien we elkaar nu eigenlijk nog? Misschien moeten we opnieuw leren ons dagprogramma erop in te stellen. Niet afwachten welke tijd er voor huisdevotie overblijft, maar plaats ervoor inruimen in onze agenda. Dat kost weliswaar offers, maar heeft dat ook niet te maken met wat Jezus ons leerde: Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en alle andere dingen worden u toegeworpen (Matth. 6:33)? Het moet toch mogelijk zijn met elkaar af te spreken tenminste één maaltijd per dag gezamenlijk te gebruiken?
Ik was nogal onder de indruk van een gesprek dat ik bijwoonde op de orthodox joodse school Het Cheider in Amsterdam. Tijdens een (werk)bezoek aan deze school was ook een van onze parlementariërs, lid van een kleine christelijke partij, aanwezig. Rond een kop koffie raakten we in gesprek over het dienen van God in de joodse en christelijke gezinnen. Het bewuste Tweede Kamerlid vertelde hoe hij en zijn vrouw, ondanks de overvolle agenda toch probeerden er gestalte aan te geven. We zijn zuinig op de zondag, vertelde hij. Dat is voor ons ook echt een dag van het gezin. En we staan iedere morgen allemaal wat extra vroeg op om met elkaar te ontbijten. Dat moment gebruiken we dan tevens om bij te praten, niet alleen over de school en het werk, maar ook over de eeuwige dingen.

De Schrift in het gezin
Ik wil deze artikelenserie afronden door een paar opmerkingen te maken over de wijze waarop we de huisdevotie vandaag gestalte kunnen geven. Het zijn maar enkele stippellijntjes. Het was slechts mijn bedoeling om elkaar aan het nadenken te zetten en ik sta graag open voor andere gedachten of suggesties uit de lezerskring van de Waarheidsvriend. Laat niemand aarzelen te reageren.
In de omgang met God, persoonlijk en gemeenschappelijk, zal de Bijbel altijd de centrale plaats moeten innemen. Wie de Schrift gesloten laat, snoert God als het ware de mond en verhindert Hem om ons aan te spreken. Wie geen tijd heeft voor Gods Woord, heeft ook geen tijd voor God Zelf Als iemand doordrongen was van het belang van de Schrift, was het de reformator Johannes Calvijn wel. Hij noemde haar 'het voornaamste en kostbaarste goed dat wij in de wereld bezitten.' De hervormer vergeleek de Bijbel met een sleutel, die ons het Koninkrijk van God opent. Zij is het licht dat ons leidt, de lamp die ons verlicht temidden van de duisternis dezer wereld. Zij is de spiegel waarin wij het aangezicht van God aanschouwen om zo veranderd te worden tot Zijn eer. Zij is de koninklijke scepter, waardoor Hij ons als Zijn volk regeert, de herdersstaf die Hij ons geeft ten teken dat Hij onze Herder wil zijn. Zij is het enige voedsel voor onze zielen, dat ze voedt ten eeuwigen leven...
Daarom heeft de Schriftlezing ook in de huisgodsdienst alle aandacht te krijgen. Het is goed daarover als gezin voortdurend in gesprek te blijven en telkens weer bewuste keuzen te maken. Ieder gezin is anders en heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Een gezin met kleine kinderen zal het anders doen dan wanneer er alleen volwassenen zijn. Maar ieder gezin dient ernaar te streven om de Bijbel zoveel mogelijk aan het woord te laten.
Om de betrokkenheid van alle gezinsleden te vergroten is het zinvol, wanneer ieder meeleest uit zijn eigen Bijbel. En waarom zouden we niet ieder om de beurt een gedeelte laten voorlezen?
Voor de kinderen een goede oefening om thuis te raken in de taal van de Schrift. Laten we niet uit gemakzucht over moeilijke teksten of passages heenlopen, maar elkaar vragen wat het gelezene wilde zeggen. Als we er zelf niet uitkomen, kunnen de kanttekeningen of een handzame bijbelverklaring ons zeker helpen. Zo brengt de Schriftlezing ons verder en is er groei in kennis, in het verstaan van de bijbelse boodschap. En laten we de vragen die onze kinderen naar aanleiding van het gelezen bijbelgedeelte stellen niet uit tijdgebrek naast ons neerleggen. Zij maken het ons soms lastig, maar hun vragen biedt een geweldige mogelijkheid om met elkaar te spreken over de zaken van Gods Koninkrijk.

Hoe lezen we?
Sommige gezinnen hebben de gewoonte om de Bijbel van begin tot einde door te lezen. Wanneer Openbaring 22 aan de beurt geweest is, beginnen ze meteen weer bij Genesis 1. Zo gebeurde het vroeger bij mijn grootouders en bij ons thuis en ik bewaar daaraan goede herinneringen. In ieder geval komt op deze wijze de hele Schrift aan de orde en worden we bewaard voor selectief bijbelgebruik. Toch kiezen we in ons eigen gezin voor een andere methode. Ik geef het maar door als een mogelijkheid.
's Morgens bij het ontbijt hebben we de gewoonte om een Psalm te lezen. We volgen de Psalmen op de voet en werken zo het hele Psalmboek door. De Psalmen hebben hun eigen plaats en betekenis in het geloofsleven. Men ziet er, om met Luther te spreken, alle heiligen in het hart. Alle hoogten en diepten, strijd en overwinning, klacht en jubel die er in de omgang met God aan de orde kunnen zijn, komen we erin tegen.
Na de middagmaaltijd lezen we uit een kinderbijbel. We hebben ondertussen al heel wat kinderbijbels onder ogen gehad. De één is eenvoudig en aansprekend, de ander blijft dichter bij de Bijbel. Heel positief hebben we de kleuter- en kinderbijbels van Evert Kuyt ervaren, met name ook vanwege de vragen na ieder gedeelte. Het is een goede manier om het gehoorde met de kinderen te verwerken.
's Avonds plegen we het Schriftgedeelte te lezen, dat wordt aangegeven door het dagboek dat we volgen. Niet alle dagboeken zijn even bevredigend. Persoonlijk vind ik een goede structuur heel belangrijk, zodat de Bijbel niet hap-snap gelezen wordt, vandaag in Exodus en morgen in de Handelingen der apostelen. Voor het dagboek Gods weg met mensen, waarvan ik de redactie mocht voeren, hebben we bewust gekozen voor een opzet die de hele Schrift doorwandelt, door successievelijk de belangrijkste bijbelse figuren te behandelen. Voor het slapen gaan lezen we met onze kinderen nogmaals een dagboek, maar dan voor ieder kind afzonderlijk, afgestemd op hun leeftijd. Gelukkig zijn er momenteel heel goede dagboeken voor (kleine) kinderen te krijgen die in verstaanbare taal zijn geschreven.
Eén ding staat vast: hoe meer we als gezin leren 'wonen in het Woord' (Geert Boogaart), des te veiliger veste zal het huiselijk leven ons bieden. Levend bij en uit de Schriften is ons gezin bolwerk en basis tegelijk. Er is bescherming en beschutting tegen veel stormen die over ons heenwoeden in onze tijd. Tegelijk mogen we worden toegerust voor het leven op school en in de maatschappij. Om zo als 'mensen Gods' de plaats in te nemen die God ons aanwijst, leesbare brieven te zijn van Hem die het Leven van ons leven is.

Het gebed in het gezin
Wordt er in uw gezin hardop gebeden? Stel u voor dat deze vraag in een enquête binnen de gereformeerde gezindte gesteld werd. Wat zou het resultaat zijn? Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat men in de meeste gezinnen volstaat met het stille gebed, ieder voor zichzelf. Toch kan het enorm verrijkend zijn wanneer de vreugden en de noden van de gezinsleden door de vader, als hoofd van het gezin, voor ieder hoorbaar worden neergelegd voor de troon der genade. Een godvrezende vader hoorde ik eens zeggen: Mijn kinderen hebben er recht op te weten, hoe ik met God spreek en wat er leeft in mijn hart. Die uitspraak ben ik nooit vergeten. Voor de kinderen betekent het hardop bidden aan tafel een leerschool voor hun eigen gebedsleven. En waarom zou het gebed ook niet door de moeder of één van de kinderen mogen worden uitgesproken?
Een belangrijk element in het gezamenlijke gebed heeft de voorbede te zijn. Alles wat er in het gezins- en familiegebeuren aan de orde is, mag in het gebed worden uitgesproken voor Gods aangezicht. Het woord van Paulus uit de brief aan de Filippensen geldt ook voor de huisgodsdienst: Laat uw begeerten in alles door bidden en smeken onder dankzegging bekend worden bij God. Daarbij zal het geestelijke welzijn van alle gezinsleden voorop moeten staan. We bidden voor elkaar om geloof en gehoorzaamheid, om vergeving van onze zonden en vernieuwing van ons leven. Om de leiding van de Heilige Geest in alle wegen die we gaan. Maar ook de 'gewone' dingen van elke dag mogen hun plaats krijgen in de voorbede. Die moeilijke overhoring, dat examen, die teleurstellende ervaring, het maken van een moeilijke keuze... Wat kan het goed doen te weten dat de anderen om ons heen met ons meeleven en meebidden.
Natuurlijk mag de voorbede niet beperkt blijven tot ons eigen kleine kringetje. De voorbede heeft zo breed als de kerk, zo wijd als de wereld te zijn. Daarbij is het gevaar groot dat we iedere dag in dezelfde opsoming van noden vervallen. Daar moeten we erg voor oppassen. Op den duur gebeurt dat gedachteloos en wordt ons bidden voor anderen veel te algemeen. In sommige gezinnen heeft men een rooster gemaakt. ledere dag komen één of meer gebedsonderwerpen aan de orde, waarvoor dan heel bewust en concreet gebeden wordt: de eigen gemeente, de zieken, evangelisatie en zending, Israël, het werelddiakonaat... Zinvol is ook om de kinderen gelegenheid te bieden aan te geven waarvoor zij graag zouden willen bidden.

Het lied in het gezin
Op één aspect van de huisgodsdienst vandaag wil ik nog nader ingaan: het gezamenlijke zingen. Vele ouderen zullen zich het harmonium uit hun jeugd herinneren. In nogal wat christelijke gezinnen werd 's zaterdags en 's zondags rond het orgel gezongen. In onze dagen zijn wij vermoedelijk veel passiever in dit opzicht. Wij laten voor ons zingen via de radio of de compactdisc. Wanneer althans de tv ook dat al niet verdrongen heeft. Ik pleit er sterk voor het samen zingen meer plaats te geven in onze huizen. Na iedere maaltijd een Psalm of een ander lied betekent een geweldige verrijking van onze gezinsdevotie. Wie eraan begint als de kinderen nog klein zijn, zal ontdekken dat zij er helemaal aan gewend raken. Ze zouden het niet graag meer missen en vinden het fijn om zelf een lied te mogen opgeven. Wanneer de kinderen al wat groter zijn, wordt het moeilijker om er nog aan te beginnen. Aarzelingen en schroom zullen moeten worden overwonnen. Toch, wie deze moed opbrengt, zal er geen spijt van krijgen en de zegen van het samen zingen ervaren. Er gaat kracht van uit. Het verruimt het hart en verjaagt dikwijls de zorgen. Was het Luther niet die zei, dat door bidden en zingen de duivel op de loop gaat? Maar vooral: heeft de levende God er geen recht op dat wij Hem lofprijzen als gezin voor alle goeds dat Hij ons schonk?

Veni creator spiritus
Wanneer ik dit laatste artikel schrijf, komen de Pinksterdagen in zicht. Dat bepaalt me er des te meer bij, dat wij in alles de Heilige Geest zo dringend nodig hebben. Ook in het vormgeven en beleven van de huisgodsdienst, als inspiratiebron voor ons geloof en ons dagelijkse bezig zijn. De Geest van God maakt levend wat doods is, geeft nieuwe glans aan wat dor is. Laten we als ouderen en jongeren, als ouders en kinderen daarom bidden dat die Geest vaardig over ons wordt, zodat we persoonlijk en gezamenlijk de Heere zullen dienen naar Zijn Woord. Veni, creator spiritus, kom Schepper, Geest!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een pleidooi voor huisgodsdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's