Globaal bekeken
Dezer dagen verscheen een boekje over 'De zorgzame samenleving' (uitgave Kok, Kampen), waarin verslag wordt gegeven van een symposium, dat gehouden werd ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Reclassering van het Leger des Heils. Eén der sprekers beëindigde zijn toespraak met een parabel, waarin ons vaak zo theoretisch geklets aan de kaak werd gesteld:
'Er was eens een krekel, die het eind van de zomer zag naderen en daarmee de hongerdood. Hij vroeg aan de wijze uil: hoe kan ik daar wat op vinden? De uil raadde hem: wordt houtworm. Bij de mensen kun je altijd terecht, het is binnen warm en gerieflijk, en hout genoeg te eten. Blij ging de krekel huiswaarts. Thuisgekomen realiseerde hij zich echter een probleem. Hij ging weer naar de wijze uil en vroeg: maar hoe word ik nu houtworm? Tja, kijk eens, zei de uil, het is mijn taak de problemen in een theoretisch kader te plaatsen, niet om ze op te lossen.'
In het hervormd kerkblad Voetius troffen we het volgende stukje van Charles Haddon Spurgeon, Naar Engeland:
'Eens op een dag, dat ik zitting hield om met heilbegeringen te spreken, kwam een jonge Hollander bij mij in de kamer. Hij was van Vlissingen overgekomen en wenste mij over de benauwdheid van zijn ziel te spreken. "Mijnheer", zo begon hij, "ik kan niet op Christus vertrouwen". "Waarom niet?" vroeg ik hem. "Wat heeft Hij gedaan, dat u zo ongunstig over Hem spreekt? Ik heb alles in Zijn handen overgegeven en geloof, dat Hij volkomen te vertrouwen is. Wat hebt u tegen Hem in te brengen?" "Werkelijk, mijnheer, ik heb niets tegen Hem in te brengen en schaam mij, dat ik op die manier heb gesproken, want ik geloof, dat de Heere Jezus alle vertrouwen waard is. Dat bedoelde ik eigenlijk ook niet. Maar mag ik op Hem vertrouwen om mij te verlossen en zalig te maken?"
'Natuurlijk mag dat, want het wordt u in het Evangelie bevolen. Er staat niet voor niet geschreven: ' "Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden" '. Tegen het niet geloven wordt gewaarschuwd met de woorden: ' "Die niet zal geloofd hebben, die zal verdoemd worden" '. "Ik mag dus op Christus vertrouwen! Maar belooft Hij allen zalig te maken, die op Hem vertrouwen?" "Voorzeker. Ik heb u reeds op de belofte van het Evangelie gewezen. Er staat ook geschreven: ' "Het zal zijn, dat een iegelijk, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden" '. Indien Jezus u niet zalig maakt nadat u op Hem hebt vertrouwd, dan zult u de eerste zijn, die Hij heeft uitgeworpen."
"O, mijnheer, ik zie het nu in! Waarom heb ik het niet vroeger reeds ingezien? Ik vertrouw op Jezus en Hij maakt mij zalig. Het heeft mij wel de moeite geloond, dat ik de reis van Vlissingen hierheen heb gemaakt." Ik bad met hem en hij ging heen, sidderend van blijdschap.'
Prof. dr. G.C. Berkouwer schreef een boek 'Zoeken en vinden', waarin hij een terugblik geeft op de recente geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland en zijn aandeel daarin. In Ecclesia (St. Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge) gaat dr. W. Aalders, wiens voorgeslacht uit de Gereformeerde Kerken komt ('was niet mijn grootvader van moeders zijde één van de Amsterdamse ouderlingen die met Kuyper zijn afgezet?') diepgaand op dat boek in. We laten hier een passage volgen, waarin dr. W. Aalders zijn vader in herinnering roept. De inhoud van deze passage is ook voor onze tijd actueel.
'Hoezeer ik zijdelings mij betrokken voel bij het intens trieste verhaal van Berkouwers boek, zal ieder duidelijk zijn die op bladzijde 16 in het inleidende hoofdstuk de naam van mijn vader tegenkomt: Er was in die tijd sprake van een beweging der jongeren, waarover reeds in 1916 (moet zijn:1918, W.A.) ds. J.C. Aalders had geschreven...". Ik heb na lezing van dit boek het geschrift van mijn vader nog eens opgediept en herlezen. Hij schildert daarin hoe er met name onder de jongeren kritiek leefde op wat in kerkelijke kring de geesten bezighield: rechtvaardigmaking van eeuwigheid of in de tijd, middellijke of onmiddellijke wedergeboorte, onderwerpelijke of voorwerpelijke prediking, de strijdvragen over de opleiding van predikanten: Amsterdam of Kampen, het gekibbel over Amen na de Doop, de doopheffing door de vader, en dergelijke. Wat was daar veel klein en onbelangrijk in! Geen wonder, dat de jongere generatie de kerkelijke bladen niet meer leest; dat de achting voor het ambt tot een minimum is gedaald en men over het gros der predikanten een verachtelijk oordeel uitspreekt. Het is bij velen nog maar een dun vezeltje dat hen verbindt met de kerk. En dat terwijl er vanuit het grote wereldgebeuren belangrijke vragen op ons afkomen. Staan de kerken niet voor ontzagwekkende tijdsproblemen? Is niet de theologie, de religie, de openbaring, het bestaan van God in het geding? De periode van de Afscheiding en de Doleantie is de inzet geweest van de strijd om de herovering van ons historisch pand, de Gereformeerde Belijdenis onzer kerk. Maar thans staan wij voor iets anders: de taak, de roeping om aan te tonen wat de Belijdenis vermag ten aanzien van de vragen en eisen van onze tijd. Gaan de kerken de weg van het conservatisme op, dan zullen zij stranden op separatistisch exclusivisme. Zij zullen terugzinken tot de onbeduidendheid van het sectarische en schismatieke. Zij komen buiten de stroom van het leven te staan. Glijden de kerken echter toe naar het vooruitstrevende, zij zullen het karakter gaan verliezen als Gereformeerde Kerken en raken de heilige adeldom kwijt van haar historische geboorte. Dan begaan zij de onvergeeflijke fout van onze historie op te offeren aan de tijdgeest. Dat nimmer! Daarom zij onze positie tussen beide in... Aldus J.C. Aalders in 1918.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's