De 'Gemeenschap' na de 'Wende' (1)
Normaals naar de D.D.R.
Vóór de 'Wende' mocht ik namens de Stichting Hulp Oost Europa een bezoek brengen aan de D.D.R., het land van Luther achter het IJzeren Gordijn, en wel bij de Gnadauer Gemeinschaft. Dat was in september 1989. Niemand dacht toen nog aan een 'Wende'!
Maar toen de sekretaris van de Gnadauer Gemeinschaft, dr. Drechsel, in januari bij ons in Nederland op bezoek was voor de predikantenkonferentie van de G.B. was het wonder inmiddels geschied: de muur was gevallen! Maar vele vragen blijven open, zei onze broeder uit de D.D.R. tot de broeders in Woudschoten. Het kontakt met G.B., G.Z.B, en I.Z.B. werd zeer op prijs gesteld. Wij werden uitgenodigd voor een volgende konferentie. En zo mocht ik, ditmaal niet meer namens H.O.E., maar namens de G.B., opnieuw naar het land van Luther, maar nu ná de Wende. Ik vloog ditmaal niet over het IJzeren Gordijn heen, maar nam de trein om te kunnen zien wat er nog van over was: bij de grens moest de trein nog wel even wachten (dubbel spoor werd kort enkel spoor) maar het was genoeg je paspoort even te tonen. Het landschap was voorbij de grens even groen als ervoor, de dorpen en steden nog steeds een stuk armelijker.
Ditmaal naar Leipzig
Er waren voor de konferentie meer buitenlandse gasten uitgenodigd: een groep uit Denemarken, Noorwegen, Finland, één uit Polen, enkelen uit Zwitserland: de Oostduitse Gnadauers waren door de nood gedreven 'internationaler' geworden dan de Westduitse!
Met elkaar gingen we de binnenstad van Leipzig in: binnen de voormalige singels een historische stad. Op de plaats van het Neue Rathaus stond vroeger de Pleissenburg: hier hebben Luther en Eek in 1519 hun beroemde dispuut gehouden. Je kunt verdedigen: hier is de Reformatie begonnen! Want hier – en nog niet in de 95 stellingen van 1517 – zei Luther voor 't eerst n.a.v. Hus, dat concilies en pausen kunnen dwalen. Hiérom is Luther veroordeeld. Twintig jaar later is hier in Leipzig en heel Saksen de Reformatie ingevoerd: Luther preekte in de Thomaskirche. Die Thomaskirche hebben we vervolgens bezocht: een prachtige hallenkerk, waarin Bach gearbeid heeft. In het koor ligt Bach begraven. Vóór de kerk staat zijn standbeeld. Tegenover de kerk staat zijn huis. Tegenover de kerk staat ook een goede christelijke boekhandel, waar de broeders onmiddellijk op afgingen. Van de Thomaskerk ben je zó op de oude Markt, waar een prachtig oud Raadhuis uit de 16e eeuw staat. Ervóór een Waag. Erachter een Beurs. Even verderop staat dat de Nicolaïkirche, de eigenlijke stadskerk. Hier waren dan de Friendensgebete van ds. Magirius, die uitliepen op de grote demonstraties van afgelopen herfst: de grote Wende!
Via de Karl Marx Platz trokken toen de duizenden over de singels de oude binnenstad om.
Boek over de Wende in Leipzig
Ik kreeg een boek in handen, dat inmiddels verschenen is over de Wende in Leipzig. 'Jetzt oder nie – Demokratie! Leipziger Herbst '89', een uitgave van Neues Forum in Leipzig. Dat Neues Forum is opgericht op 9 september, zoals later bekend werd. Maar het boek laat duidelijk zien: de Friedensgebete, elke maandag weer, al jarenlang, maar ná de zomer een onderdak voor de angstige schare, speelden een centrale rol. Men ziet op een foto al op 18 september politie bij de kerk. Op 25 september volgde op het Friedensgebet de eerste demonstratie. In een brief van de kerk aan de plaatselijke overheid, bevestigd aan een prikbord, stond te lezen, dat de demonstranten niet identiek waren met de kerkgangers. Maar op maandag 2 oktober vertolkte de voorganger, een studentenpredikant, het gevoel van de velen: ons geduld van jaren is nu op. Toch zei hij, dat hij demonstraties bij deze machtsverhoudingen nú niet zinvol achtte. Maar ze waren niet meer tegen te houden. En het geweld van enkele relschoppers werd met tegengeweld van de politie beantwoord. Maar het geweld bleef nog beperkt: de massa was gedisciplineerd geweldloos. Bij het 40-jarig 'jubileum' van de D.D.R. dreigde opnieuw escalatie van geweld. Bij het daarop volgende Friedensgebet was daarom de spanning in de stad te snijden: 9 oktober werd beslissend. Toen zag men in de kerk dr. Zimmerman aan Pfr. Führer een papier overhandigen: een verklaring werd voorgelezen van prof. Masur en vijf andere vooraanstaande Leipziger persoonlijkheden die opriep tot dialoog. Er waren drie partijfunctionarissen bij de ondertekenaars, die zich voor die dialoog zouden inzetten. Deze boodschap klonk ook buiten de kerk door de stadsradio, telkens herhaald. Deze boodschap heeft menselijkerwijs bij de hierop volgende demonstratie geweld voorkomen. Prof. Masur heeft ons leven gered, zeiden velen achteraf. Ds. Magirius noemde de boodschap in een telefonisch interview met het Saksisch Dagblad een eerste teken van hoop. Hij zei dat zeven jaar geleden, toen na het bekendworden van het Nato-dubbelbesluit de Friedensgebete waren begonnen, velen de ontwapening voor een utopie hielden, maar die is intussen toch werkelijkheid geworden. Zo nu ook met de beloofde dialoog. Inderdaad nam de partij nu kontakt op met de oppositie, waaronder als eerste de kerk. In die dialoog trad Neues Forum toen sterk naar voren.
Achteraf verklaarde prof. Masur hoe hij tot zijn bemiddelingspoging kwam. Hij merkte als direkteur van het 'Gewendehaus' (Stadsgehoorzaal) dat de spanningen in de stad het werk der musici bemoeilijkte... Enigen van hen hadden kinderen, die bij de Friedensgebete waren en daarna de straat opgingen. De angst groeide. Het was geen politieke daad, maar 'een humanitaire daad van het moment', zei hij zelf. Hij kende de partijfunctionarissen persoonlijk en die kenden de Universiteitstheoloog Zimmerman (CDU) weer van jarenlange gesprekken. Zodoende. Ook Zimmerman noemt 'medemenselijkheid' de belangrijkste reden voor zijn inzet en de inbreng van de christenen.
De rol van de kerk bij de Wende
Ik wilde – intensief op zoek naar de rol van de kerk bij de Wende – ds. Magirius zelf horen en zo mogelijk spreken. Daarom ging ik – als enige conferentieganger – 's zondags naar de Nicolaïkerk, waar een vrouwelijke predikant preekte over 1 Corinthe 9 : 19-22, zonder het hart van het Evangelie te noemen toegepast op de situatie -nu: Wende, Vereniging, Wahrung. Ds. Magirius bediende het Avondmaal. In lied en sacrament klonk het Evangelie zelf toen nog door: vergeving door het bloed. Met een echtpaar dat ik na afloop aansprak en dat Magirius moest spreken mocht ik even mee naar de werkkamer van de grote man in de Superintentur aan de overzijde. Maar voor mij geen tijd. 's Maandags probeerde ik het nog eens: ik ging met een bevriende E.O.-journalist naar het laatste Friedensgebet vóór de vakantie, en wij schoten na afloop opnieuw Magirius aan. Maar over de economie wilde de vriendelijke man geen interview afgeven. Over de theologie kon ik hem toch nog één vraag stellen: welke theologische inspiratie de kerk bewoog voor en bij de Wende? De 'Väter', was zijn antwoord. De Bekennende Kirche! Had ik het niet gedacht! De 'Barmenthesen' ook, die Dibelius na de oorlog aanwendde tegen het communisme? Die waren, zei hij, veelal onbekend. Maar bovenal dit: hij wees op het liederenblad voor het vredesgebed in mijn handen, dat opent met de Zaligsprekingen uit de Bergrede. Dat was de basis van alles. Magirius komt als een goede herder bij ons over. Hij is intussen, zoals zovele theologen, bij de politiek betrokken geraakt: hij is voorzitter van het stadsparlement in Leipzig geworden. Maar pastor gebleven.
Zijn collega ds. Eberling van de Thomaskirche is anders in het nieuws gekomen. Bij de demonstraties hield deze Lutheraan de kerk gesloten! Tot de (centrale?) kerkeraad hem dwong de deuren te openen...
'Dat zal Leipzig nooit vergeten', zei een Leipziger jongeman ons bij een gesprek op een terrasje. Nu is ds. Eberling voorzitter van de D.S.U.! 'Die krijgt in de kerk geen plaats meer', zei me een broeder. Ik vroeg de man op het terras: zal Leipzig ook nooit vergeten, dat de Wende toch in de kerk begon? In drie, vier, vijf, zes kerken werden Friedensgebete gehouden! Waar zijn nu al die mensen? De Nicolaïkerk zit tegenwoordig nog niet halfvol. Ach, zei de man, de kerkgebouwen waren verzamelplaatsen en startpunt voor de demonstraties.
Maar als de Wende nu eens een gebedsverhoring is? vroeg ik. Dan laat de massa nu God lelijk in de steek! Ja, dat was zo...
Ik dacht aan Jezus' woord: 'Zijn niet de tien gereinigd, en waar zijn de negen.'
Deden de Gnadauers mee?
In de wandelgangen heb ik telkens de vraag gesteld: deden jullie mee bij de Friedensgebete en demonstraties? Waren jullie erbij?
In Leipzig zelf had de prediker geen tijd op maandagavond en de huismeester vond het niet verantwoord tegenover vrouw en kinderen; als vrijgezel zou hij gegaan zijn. (Ds. Magirius is een goede bekende bij de Gnadauers, hij komt er wel het Avondmaal bedienen!) Deze houding was wijdverbreid: 'Weinigen van ons waren er bij'. Wij hadden 'Berührungsangst'. Daarbij speelde ook een rol, dat de Friedensgebete vaak theologisch-liberaal waren. Maar er waren ook andere geluiden. De prediker van Wittenberge vertelde me, dat hij met zijn gemeenschap uitdrukkelijk betrokken geweest was bij de Friedensgebete: de Pfarrer daar, onzeker over de afloop, had de Piëtisten om hulp gevraagd. En de prediker van Eisenach – die over Kohlbrügge begon! – had zich bewust aangesloten bij de plaatselijke kerken: de bisschop had een klaar-Bijbels getuigenis laten horen. De prediker was trots op zijn zonen, die aktief waren geweest: ze hadden vader kennelijk meegetrokken! Ouderen, die het neerslaan van de opstand van juli 1953 hadden meegemaakt waren banger dan de jongeren! De jeugdwerkleider van de Gnadauers vertelde me, dat de jeugdleiding een brief had laten uitgaan: wij doen mee. Maar het hoofdbestuur had geen aanwijzingen gegeven.
De voorzitter, br. Martens uit Berlijn, heeft altijd een zeer principiële houding ingenomen tegenover het regime. Hij weigerde zelfs als jongeman de 'Jugendweihe'. 'Wat geen dominee kon, deed Ulbricht: ik werd bewust christen', getuigde hij. Ook als voorzitter bleef hij tegen de Jugendweihe en het deelnemen aan schijnverkiezingen. Dat was hem niet altijd in dank afgenomen ('Zo brengt u het werk in gevaar, broeder'!). Nu vond Martens dat de schuldvraag niet verdrongen moest worden: alleen als schuld beleden wordt kan God ons zegenen. Martens vreesde dat Gnadau dezelfde fout zou maken als in 1946: zwijgen. Christen-academici hebben zich het meest gecompromitteerd, zei hij. Martens beaamde, dat de bisschoppen (m.n. Krusche) goede geestelijke leiding hadden gegeven. Hij zat zelf in de synode en stond erachter. Een afgevaardigde van de kerk (de Probst uit Wittenberg, slotkerk!) zei in zijn groetwoord ter konferentie: schuld en vergeving zijn in de kerk ineens weer aktueel geworden.
De Wende zelf wordt algemeen ervaren als Gods hand in de geschiedenis. De meeste Gnadauers zullen wel CDU gekozen hebben. Dus 'rechts'. Maar ter conferentie liep een bijbelschool-student rond met een button op zijn revers: 'Links ist gut'. Hij bleek te bedoelen: niet alles in het socialisme was slecht. Maar hij voelde zich wel een eenling. Toch zei een jonge prediker uit de omgeving van Berlijn me ook zoiets. Maar overwegend was de afkeer van het systeem. En de vele moppen over Honecker...
MaatschappeIijke verantwoordelijkheid
'Er waren vijf discussiegroepen, o.a. over evangelisatie, gemeenteopbouw enz. maar er was er ook één over 'maatschappelijke verantwoordelijkheid'. Ik koos die groep en werd zeer geboeid.
Hier ging het om de vraag: doen wij Gnadauers nú mee?
Evenals in de hele kerk worden voorgangers gevraagd in de politiek verantwoordelijkheid op zich te nemen. Keuren we dat goed: een prediker in de politiek?! Dat is de roep: wij hebben een christen nodig! 'Piëtisten hebben veel in te halen', zei er één. 'Onpolitiek waren wij ook in het verleden niet', zei een ander. 'Vroeger waren we kritisch, nu moeten we ook kritisch blijven.' 'We kunnen weer bij het volk komen.' 'Maar wil men ons?'
Iemand had bij een politieke vergadering Spreuken aangehaald: 'Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is de schandvlek der natie'. Hij Bijbelwoord was echter niet welkom geweest... 'In de kerk zijn de enigen, die democratie geleerd hebben.' 'In deze overgangssituatie hebben we dubbele verantwoordelijkheid.' Maar is het ònze dienst? Anderen hebben andere diensten, wij hebben de dienst aan het Evangelie.
Hoe zit dat eigenlijk? vroeg iemand aan de aanwezige theologen, 'Geldt de twee-rijken-leer van Luther tegenwoordig nog?'
Algemeen gelach. De theologen legden uit dat daar verschillend over gedacht wordt. En dat Luther ook verkeerd uitgelegd werd. Gevraagd werd ook, hoe in het buitenland hierover werd gedacht, m.n. in Skandinavië. In het Lutherse Noorwegen bleek de koning nog hoofd van de kerk te zijn! Ik heb maar niet geprobeerd de Nederlandse situatie uit te leggen...
Toen gezegd werd, dat deskundige èn christelijke economen nodig waren, heb ik wel verwezen naar de economie-van-hetgenoeg van Goudswaard en De Lange.
Ook de milieu-problematiek kwam aan de orde: in de D.D.R. is de natuur meer dan elders 'kaput'. Dresden zelf is een stinkstad... De conclusie was toch wel: in deze nood-situatie mogen christenen zich niet aan hun verantwoordelijkheid onttrekken; zoek de vrede van de stad; dit is een kans voor ons getuigenis, al zit men daar niet op te wachten; gezamenlijk overleggen, dan met voorbede begeleiden. Want vergeet niet onder welk aspekt dit alles ter sprake werd gebracht: de navolging van Christus, kruisdragen!
Uit deze werkgroep kwam later een 'verklaring', die gepubliceerd zal worden in het Gnadauer Mededelingenblad.
Vóór ik die verklaring weergeef, nu eerst een indruk van de konferentie als geheel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's