Geschiedenis en ontwikkeling
Gereformeerd kerkelijk leven in Nederland
Vorig jaar werd ondergetekende gevraagd een lezing te houden aan de Radaj theologische faculteit in Budapest, waar naast Debrecen de Hongaarse predikanten worden opgeleid. Het ging om een informatieve lezing. Bijgaand staat de tekst afgedrukt. Wellicht kan het ook voor de lezers nuttig zijn de ontwikkeling binnen het gereformeerd protestantisme nog eens op een rij te zien. Het was overigens niet zo eenvoudig aan de Hongaarse broeders en zusters duidelijk te maken hoe verdeeld (hervormd en gereformeerd) Kerkelijk Nederland in elkaar stak.
Zeer geachte broeders,
Ik acht het een hoge eer, dat ik vandaag hier voor u als predikanten en andere geïnteresseerden in Hongarije, op deze historische plaats iets mag vertellen over de kerkelijke situatie in Nederland, met name over het gereformeerd kerkelijk leven.
Gezien de vele contacten, die er tussen de kerken in Hongarije en Nederland in de loop van de tijd zijn geweest en ook vandaag zijn, is het, dunkt me, van belang, dat u een beeld hebt van het kerkelijk leven in Nederland. Gezien de grote verdeeldheid van de kerken in Nederland is het op zich niet zo eenvoudig om in kort tijdsbestek een helder beeld te schetsen van de situatie. Ik hoop, dat u toch, na wat ik gezegd heb, enigszins een beeld zult hebben gekregen van de Nederlandse christenheid, met name binnen de kerken van gereformeerde origine en gereformeerde confessie.
Als ik iets over de geschiedenis zeg van de kerken in Nederland, heb ik niet de pretentie u een wetenschappelijk-historisch betoog te bieden. Ik geef slechts enkele grove houtskoolschetsen, om uiteindelijk bij het heden wat uitvoeriger stil te staan. Maar het heden zullen we alleen dan goed kennen, wanneer we ook het verleden in ons opnemen.
A. De oorsprong van de gereformeerde kerk in de Nederlanden
Ongemerkt heb ik nu al verschillende keren de uitdrukking 'gereformeerd' gebruikt. Welnu, het Nederlandse kerkelijke leven is sterk gestempeld geworden door de gereformeerde Reformatie, zeg: door de Calvijnse tak van de Reformatie. Uiteraard was het zo, dat de Reformatie in de zestiende eeuw een brede Europese beweging is geweest, waarbij zowel Luther als Calvijn hun eigen invloed hebben gehad, ook in hun onderlinge wisselwerking. Maar in Nederland was de 'nije leer' toch vooral gestempeld door Calvijn en anderen, die met hem verwant waren. Nederland stond in die tijd onder Spaanse overheersing. De worsteling om de 'nije leer' betekende zo tevens de worsteling om de vrijmaking van de Spaanse overheersing in de tachtigjarige oorlog, die gevoerd is van 1568 tot 1648; met Willem van Oranje als de strijder voor godsdienst en godsdienstvrijheid. We kunnen zeggen, dat het Nederlandse Gemenebest ontstaan is om de worsteling van de kerk in de Nederlanden. Ten tijde van die tachtigjarige oorlog, nl. van vier tot dertien oktober 1571, werd op de Synode van Emden de grondslag gelegd voor het samenleven van de Nederlandse en de Waalse Gereformeerde Kerken, die toen onder het kruis of in de verstrooiing verkeerden. Op het Convent van Wesel in 1568 waren reeds voorlopige lijnen getrokken voor een geordend kerkelijk leven. Marnix van Sint Aldegonde, die in dienst stond van Frederik III van de Palts en sedert 1571 van Prins Willem van Oranje, heeft zich zeer beijverd voor de verdere organisatie van de kerk. De uitnodiging tot de Synode van Emden was uitgegaan van de kerken in de Palts, van Heidelberg, en was ondertekend door de predikanten Petrus Dathenus, Jean Taffin en Colonius.
Op de Synode van Emden werd besloten tot de ondertekening van de Nederlandse en de Franse Confessie en tot gebruik van de Catechismus van Genève in de Waalse kerken en die van Heidelberg in de Nederlandse kerken. Hoewel het onjuist is om aan de Synode van Emden het karakter van een generale synode toe te kennen, werd daar toch de grondslag gelegd voor het samenleven van de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden.
Als gezegd is de Verenigde Nederlandse Republiek ontstaan uit de worsteling om de godsdienstvrijheid, om de gereformeerde kerk in den lande. Daarom is er van meet af een nauwe verbinding geweest tussen kerk en staat in de Nederlanden. In Amsterdam ligt een klein straatje, dat de naam draagt 'Mozes en Aäronstraat'. Dit straatje vormt de verbinding tussen de zogeheten Nieuwe Kerk uit die tijd en het stadhuis. Kerkelijke en burgerlijke overheden gingen via dit straatje bij elkaar op bezoek. Daaruit blijkt duidelijk de nauwe verbondenheid tussen kerk en staat. Een en ander kwam ook tot uitdrukking in de jaren 1618-1619, toen de Nationale Synode van Dordrecht werd gehouden.
Op die Synode werd besloten tot het uitgeven van een Bijbel in nieuwe vertaling. Zo ontstond de zogeheten Statenvertaling, die in 1635 het licht zag op last van Hoogmoogende Heeren der Staten-Generaal. Tijdens die Synode werd ook besloten tot invoering van de Gereformeerde Belijdenisgeschriften in de Gereformeerde Kerken in de Nederlanden. Maar tijdens die synode was er ook al sprake van het grote geding tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten. Ten diepste ging het om de leer van vrije genade. De Remonstranten kenden t.a.v. het verkrijgen van de genade aan de mens, een vrije wil toe. Zij stelden ook, dat er in de mens nog wel iets goeds aanwezig was, terwijl de Gereformeerden uitgingen van de totale verdorvenheid van de mens, zijn onbekwaamheid tot enig goed en geneigd zijn tot alle kwaad. De voorzitter van de Dordtse Synode, Johannes Bogerman, heeft met zijn befaamde 'ite, ite' uiteindelijke de Remonstranten weggezonden. Zo kwamen de Remonstranten terzijde van de Gereformeerde Kerk in Nederland. In de zogeheten Canones van Dordrecht, de Dordtse Leerregels, ook wel genoemd de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten, werd de leer van de Remonstranten veroordeeld en werd de leer van de Uitverkiezing met name uitdrukkelijk beleden. In deze Dordtse Leerregels is sprake van de zogeheten 'dubbele predestinatie', de leer van de verkiezing en van de verwerping. Deze Dordtse Leerregels zijn in de loop van de tijd nogal eens onderwerp van discussie geweest, omdat daarin op een te scholastieke wijze over verkiezing en verwerping zou worden gesproken. Overigens sluiten de Dordtse Leerregels af met een vermaning van de zijde van de Synode om godvruchtig met deze leer om te gaan en deze leer alleen aan te wenden tot vertroosting van de 'verslagen gemoederen'.
B. De Na-Reformatorische tijd
In ieder geval is het Nederlandse gereformeerde kerkelijke leven de eeuwen door gestempeld geweest door de drie gereformeerde belijdenisgeschriften, te weten de Heidelbergse Catechismus, de Confessio Belgica of Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Canones van Dordrecht, waarbij ook nog gevoegd kan worden, de Catechismus van Genève. In de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk, die de voortzetting is tot vandaag van de kerk der Reformatie, worden deze vier Belijdenisgeschriften met name genoemd.
Hoezeer ook op de Synode van Emden en op de Synode van Dordrecht het gereformeerde kerkelijke leven in de Nederlanden werden geconstitueerd, toch waren er van meet af diverse stromingen in het gereformeerde kerkelijke leven. Al spoedig kwam ook een brede beweging op, die de benaming kreeg 'Nadere Reformatie'. Deze Nadere Reformatie is een verzamelnaam voor die theologische stromingen, waarin de nadruk werd gelegd op de praktijk van de godzaligheid enerzijds en op de beleving, de bevinding van het geloof, door het werk van de Heilige Geest in de harten anderzijds. Enerzijds werd gewaarschuwd tegen een dorre leerstelligheid. Het geloof is niet alleen een zaak van het verstand, maar ook een zaak van het hart. Het gaat om het werk van de Heilige Geest in de harten, waardoor het heil Gods aan de mens wordt toegepast. Nadruk werd gelegd op de bevinding van het geloof, op het bevindelijke leven. Grosso modo kunnen we hier spreken van een piëtistisch gestempeld geloofsleven, hoewel er anderzijds ook bepaalde scholastieke tendensen aanwezig waren, met veel onderscheidingen t.a.v. geloof en ongeloof en met veel kenmerken van het geloof of voorwaarden, waaraan voldaan moest worden, voor van geloof sprake was. In dat opzicht is er overigens onderscheid tossen de zogeheten begintijd van de Nadere Reformatie en na-tijd. In de begintijd is er duidelijk aansluiting bij de reformatoren zelf. In de na-tijd is er meer afstand. In de begintijd worden notities, die bij de reformatoren zelf ook aanwezig waren, nader uitgewerkt, omdat gevoeld werd, dat deze noties in het geheel van de gemeenten ontbraken of onderbelicht waren. Het tweede, waarin in de Nadere Reformatie de nadruk op werd gelegd, was de praktijk der godzaligheid. Datgene, wat op zondag werd geloofd en beleden, moest in de praktijk van het leven in de week worden gelééfd, uitgeleefd. Deze Nadere Reformatie had zicht op de heiliging van het leven. Niet alleen in de personalistische zin, maar ook in de brede, maatschappelijke en politieke zin.
De Nadere Reformatie met name heeft zich beijverd voor godsdienstonderwijs in het leger en op de vloot, met name ook op de handelsvloot naar Indië. In de beste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie ging het om een re-activering van het reformatorisch erfgoed. Pas in de natijd van de Nadere Reformatie was er sprake van personalistische verenging en ook vergroeiing door het zoeken van allerlei kenmerken en bewegingen in de mens, Waarbij de vensters naar het maatschappelijke en politieke leven ook meer en meer werden gesloten.
C. De 19e eeuw
Van fundamentele betekenis voor het kerkelijke leven in de Nederlanden vandaag, is de 19e eeuw geweest. De Gereformeerde Kerk hier te lande was in de greep geraakt van allerlei theologische stromingen, die allerminst strookten met de belijdenisgeschriften van de kerk der Reformatie.
Eén van die stromingen was de Groninger richting, die model stond voor het zogeheten 'modernisme'. In het modemisme werd afgerekend met de meest fundamentele noties van de Heilige Schrift, met name t.a.v. de heilsfeiten. Al wat bovennatuurlijk was, al wat niet door de rede verklaard kon worden voor de rede acceptabel was, werd verworpen. Zo werden ontkend de maagdelijke geboorte van Christus, de lichamelijke opstanding en de hemelvaart. T.a.v. de natuurwetenschap sloot men sterk aan bij de evolutietheorie van Darwin. Kortom, het ging om een rationele theologie. Hele streken in kerkelijk Nederland kwamen in de greep van dit modernisme. Op bepaalde plaatsen werd niet meer gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar in de naam van geloof, hoop en liefde; of een kind werd gedoopt op de tranen van de moeder. De consequentie van een en ander is geweest, dat uiteindelijk zulke streken soms werden ontkerkelijkt, zeker op langere termijn. Op allerlei plaatsen, maar ook in het geheel van de kerk, ontstond een verwoede strijd tussen de rechtzinnigheid en deze nieuwe vrijzinnigheid. In 1834 leidde deze strijd tot de grote Afscheiding. Gezegd moet worden, dat de Gereformeerde Kerk van die tijd, die toen de veelzeggende naam Hervormd Genootschap droeg, verkeerde onder de zogeheten Reglementenbundel van Koning Willem 1. Door deze Reglementenbundel was de Kerk horig geworden aan de Staat. De kerk was zelf niet bij machte meer om tucht te oefenen, en om belijdend, profetisch te spreken. Op allerlei plaatsen zijn toen maatregelen genomen tegen de rechtzinnigen, die onverkort wensten vast te houden aan de Heilige Schrift als norm voor het geloof en de Drie Formulieren van Enigheid als spreekregel voor de kerk. Zo werd de Afscheiding voor een belangrijk deel veroorzaakt door de kerk zelf, daarbij geholpen door de overheid. Al moet ook worden gezegd, dat de Afgescheidenen soms zelf provocerend te werk zijn gegaan, b.v. door het demonstratief verbranden van het gezangboek van de kerken. In ieder geval is in 1834 een brede stroom van gereformeerd denkende en belijdende mensen buiten het Hervormd Genootschap terecht gekomen. Zij ondertekenden de Acte van Afscheiding en Wederkeer, waarmee zij zeggen wilden, dat zij door hun afscheiding terugkeerden tot de belijdenis en de kerkenordening van de Synode van Dordrecht. In het woord 'Wederkeer' lag tevens opgesloten dat men beloofde terug te keren tot de kerk der vaderen, de Vaderlandse Kerk, wanneer deze zelf ook weer tot haar oorsprong zou zijn teruggekeerd.
De gemeenten van de Afgescheidenen waren intussen vaak gemeenten in de verstrooiing. Een deel van die gemeenten is lange tijd in de verstrooiing gebleven. Zij zagen hun voorganger in ds. Ledeboer, die inderdaad demonstratief de gezangbundel had verbrand in de tuin van zijn pastorie. De volgelingen van Ledeboer heten Ledeboerianen en Kruisgezinden. Deze gemeenten zijn lange tijd in de verstrooiing gebleven tot ze in 1906 door arbeid van ds. G.H. Kersten voor een belangrijk deel werden verenigd tot een kerkgenootschap dat tot vandaag de benaming heeft 'Gereformeerde Gemeenten'. Gemeenten, die na deze vereniging zelfstandig, maar ook in de verstrooiing bleven verdergaan, kregen de verzamelnaam 'Oud Gereformeerde Gemeenten'. Anderzijds hebben vele gemeenten, die na de Afscheiding van 1834 waren ontstaan, zich direct gebundeld tot een zelfstandig kerkgenootschap, te weten de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk, een kerk, die ambtelijke vergaderingen kreeg en een eigen kerkorde. Later werd de naam Christelijke Gereformeerde Kerk.
Overigens bleef er binnen het Hervormd Genootschap, zeg: de Vaderlandse Kerk, een belangrijke stroom van gemeenten en predikanten, die ook binnen deze kerk onverkort wilden blijven vasthouden aan de gereformeerde belijdenis en aan de kerkenordening van Dordrecht. Zij wezen de Afscheiding af, maar kozen voor de weg van kerkherstel binnen de kerk. Van tijd tot tijd werden adressen, boodschappen gericht tot de synode van de kerk, met de oproep om zich los te maken van de Reglementenbundel van Koning Willem I en terug te keren tot de Gereformeerde Belijdenis. Soms kwam het tot manifestaties, die uitliepen op een brede beweging onder het kerkvolk. Maar alle adressen strandden in de Synode, omdat de meerderheid van de Synode modern was en slechts een minderheid gereformeerd. Soms kwam het tot bundeling van rechtzinnigen in de kerk. Zo ontstond in 1869 de Confessionele Vereniging, waarvan b.v. deel uitmaakten de bekende mr. Guillaume Groen van Prinsterer, een scherpzinnig jurist, die tevens politicus is geweest en o.a. de kampioen moet worden genoemd in de strijd om eigen christelijke scholen. Tot die tijd was het onderwijs op de scholen staatsonderwijs. Maar daar was ook het onderwijs van de Bijbel in de christelijke religie mogelijk en op vele plaatsen ook helemaal in ere. Anderzijds werden deze scholen steeds meer gekenmerkt door, wat genoemd werd, 'christendom boven geloofsverdeeldheid' en onderwijs 'in alle christelijke en maatschappelijke deugden'. Echt bijbels onderwijs was op vele plaatsen ver te zoeken. Vandaar dat uiteindelijk door de rechtzinnigen in de Hervormde Kerk en door de Afgescheidenen, gekozen werd voor eigen christelijke scholen, waar het onderwijs zou zijn in de lijn van de opvoeding thuis. Voor dit bijzonder onderwijs heeft met name Groen van Prinsterer zich sterk beijverd, tot uiteindelijk in het begin van de 20e eeuw dit onderwijs ook volledig werd erkend door de overheid en als zodanig ook werd gesubsidieerd. Behalve de Confessionele Vereniging kunnen we verder noemen de beweging 'Het Reveil', met mensen als Isaäc da Costa, Capadoce en anderen; een beweging, die niet alleen rechtzinnig was in de leer, maar die ook een sterke sociale bewogenheid had.
In 1886 voltrok zich intussen de Doleantie, die een nieuwe, kerkelijke afscheiding betekende. In 1881 was door Abraham Kuyper de Vrije Universiteit opgericht. Aan deze Vrije Universiteit werden studenten opgeleid voor het predikantschap. Toen deze studenten echter als kandidaten afkwamen, was er voor hen geen plaats in de Hervormde Kerk van die dagen. In 1886 werd toen de Doleantie in het leven geroepen. Men heeft wel gezegd, dat de Doleantie met het oog op de Vrije Universiteit in het leven is geroepen. Het ging erom, de kandidaten, die van de Vrije Universiteit kwamen, een plaats te bieden, waar zij predikant zouden kunnen zijn. Feit is, dat veel meer dan de Afscheiding de Doleantie voorgeprogrammeerd is geweest, waarbij de grote architekt Abraham Kuyper een uitermate belangrijke rol heeft gespeeld.
In 1892 zijn overigens de kerken die deze Doleantie waren ontstaan samengesmolten met een deel van de Christelijke Afgescheiden Kerk van na 1834. De verenigde kerk kreeg de naam 'Gereformeerde Kerken in Nederland'. Sinds 1892 zijn deze kerken naast de Nederlandse Hervormde Kerk de grootste geweest. De kerk, die terzijde bleef van de vereniging in 1892, ging verder onder de benaming 'Christelijke Gereformeerde Kerken'. Deze kerken bestaan ook tot op de dag van vandaag. In de Gereformeerde Kerken, die door de hereniging waren ontstaan, was sprake van een zogenaamde a-stroming en een b-stroming. De a-stroming ging terug op 1834 en de b-stroming op 1886.
Zo was rondom de eeuwwisseling de kerkelijke situatie wat betreft het gereformeerde kerkelijke leven in Nederland als volgt: naast de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en Christelijke Gereformeerde Kerken, met daarnaast de gemeenten in de verstrooiing, die later zouden worden samengevoegd tot de Gereformeerde Gemeenten met overblijvende Oud Gereformeerde Gemeenten.
In de Nederlandse Hervormde Kerk vigeerden intussen vier richtingen, nl. de vrijzinnige, de ethische, de confessionele (gegroepeerd rondom de Confessionele Vereniging) en de gereformeerde richting.
D. Ontwikkelingen in de 20e eeuw
Ik kom dan nu wat dichter bij huis door de ontwikkelingen van het kerkelijke leven in de 20e eeuw nader onder ogen te zien.
In 1906 werd binnen de Nederlandse Hervormde Kerk opgericht de Gereformeerde Bond tot vrijmaking van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze Bond beoogde het vrijmaken van de kerk van de Reglementenbundel van Koning Willem I. In 1909 werd gekozen voor een naamswijziging, nl. Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk. Met deze nieuwe naam werd het beginsel van de afscheiding afgewezen en werd gekozen voor het voluit arbeiden binnen de Nederlandse Hervormde Kerk om daarin de rechtmatige plaats van de belijdenis als spreekregel van de kerk te herkrijgen.
Binnen de Hervormde Kerk voltrok zich verder niet-aflatend de strijd om kerkherstel, waarbij zich telkens weer nieuwe organisaties opwierpen om de kerk van de Reglementenbundel van Koning Willem I te bevrijden. Bij die verschillende organisaties was er echter onderling verschil, als het ging om de waarde vàn en de binding áán de Gereformeerde Belijdenisgeschriften. Maar naast de Nederlandse Hervormde Kerk voltrok zich het gereformeerde kerkelijke leven binnen de Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken, terwijl er van dwarsverbindingen tussen de kerken niet of nauwelijks sprake was.
In de Tweede Wereldoorlog kwamen wat meer dwarsverbindingen tot stand, met name omdat gezamenlijke kanselboodschappen werden gegeven, bijv. vanwege de deportatie der Joden naar de vernietigingskampen in Duitsland en ook wel om andere knellende aangelegenheden in oorlogstijd. Uitgerekend in de barre oorlogstijd ontstond overigens binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland een scheuring, doordat prof. dr. K. Schilder werd geschorst vanwege een bepaald leerverschil, dat met kerk en verbond te maken had. Sinds die tijd bestaan in Nederland ook de Gereformeerde Kerken, onderhoudende artikel 31 van de Dordtse Kerkenorde, later genoemd Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Deze kerken monopoliseren voor zich – althans wat de oudere generatie betreft – overigens het gereformeerde kerkelijke leven. Ze presenteren zich vaak als Gereformeerde Kerken zonder meer, dus zonder toevoeging 'vrijgemaakt'.
In de zestiger jaren is binnen deze kerken nog weer eens een scheuring ontstaan, omdat een deel van de leden binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zich niet kon vinden in de strakke kerkelijke opstelling. Men kon moeilijk aanvaarden dat de ware kerk samenviel met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Sinds die tijd zijn de zogeheten Buitenverbanders naar de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, verder gegaan. Later hebben ze zich verenigd tot de zogeheten Nederlands Gereformeerde Kerken.
Binnen de Nederlandse Hervormde Kerk voltrok zich in de Tweede Wereldoorlog een diepgaande bezinning op het kerkzijn. In de concentratiekampen waren belangrijke vertegenwoordigers van de Nederlandse Hervormde Kerk bijeen, soms komend uit verschillende richtingen. Men heeft toen gezegd, dat als de Hervormde Kerk uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn zou komen, ze er anders uit zou komen dan ze er was ingegaan. De Hervormde Kerk zou worden een Christus belijdende volkskerk, die zou weren al wat haar belijden weersprak. De richtingen zouden verdwijnen en plaatsmaken voor modaliteiten, d.w.z. verschillende wijzen van hetzelfde belijden. En inderdaad is er in de naoorlogse jaren een brede vernieuwingsbeweging tot stand gekomen, die uiteindelijk heeft geresulteerd in een nieuwe kerkorde voor de Nederlandse Hervormde Kerk, die in 1951 werd aangenomen. Toen pas werd uiteindelijk gebroken met de Reglementenbundel van Koning Willem I en toen werd duidelijk uitgesproken, dat de Nederlandse Hervormde Kerk Christusbelijdende volkskerk zou zijn. Vanaf die tijd heeft de Hervormde Kerk weer als een vrije kerk in de samenleving kunnen functioneren en heeft zich van tijd tot tijd met herderlijke boodschappen tot volk en overheid gericht. De Hervormde Kerk werd in feite weer een kerk, die tucht zou kunnen oefenen naar binnen en die profetisch zou kunnen spreken naar buiten. Een ander punt is, of het hoge ideaal ook in de loop van de jaren inderdaad verwezenlijkt is geworden.
E. Discussies rondom de Hervormde Kerkorde
Bij de invoering van de nieuwe Kerkorde voor de Nederlandse Hervormde Kerk in 1951, is sprake geweest van fundamentele discussies over de plaats van de belijdenis in de nieuwe kerk. Zoals eerder gezegd, zijn in de Kerkorde van deze kerk de vier gereformeerde belijdenisgeschriften met name genoemd. De discussie cirkelde echter om de plaats van, de aard van de binding aan deze belijdenisgeschriften. De formule waarmee één en ander uiteindelijk verwoord werd, was deze, dat de Nederlandse Hervormde Kerk belijden zou in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. De benaming 'gemeenschap' is de uitdrukking 'koinonia', die we vinden in Handelingen 2. Met dit woord gemeenschap wilde tot uitdrukking gebracht zijn, dat het niet zonder meer gaat om een juridische, formalistische binding aan de belijdenis, maar ook om een geestelijke binding. Het ging om de religie van de belijdenis, waarin het bevindelijke element ook helemaal aanwezig zou zijn: 'Wij geloven met het hart en wij belijden met de mond'.
Toen echter bleek, dat een belangrijk deel van de Nederlandse Hervormde Kerk juist voor deze formulering koos om daarmee de echte binding aan de belijdenis te omzeilen, werd door een ander deel, het rechtzinnige deel, gekozen voor de uitdrukking 'in overeenstemming met de belijdenis der vaderen'. De belijdenis werd gezien als spreekregel voor de kerk, waaraan de kerk gebonden was, zolang niet vanuit de Schrift was aangetoond, dat de belijdenis op bepaalde punten onjuist was. Dit verschil in visie op de functie van gereformeerde belijdenisgeschriften heeft het hervormd kerkelijk leven in de naoorlogse jaren diepgaand gestempeld. De richtingen, hoewel anders geschakeerd als in de vooroorlogse jaren, zijn toch gebleven en van tijd tot tijd worden fundamentele discussies gevoerd omtrent fundamentele noties uit de Schrift, waarbij binding aan de belijdenis verschillend wordt geïnterpreteerd.
De Gereformeerde Kerken en de andere kerken van Afscheiding en Doleantie stonden rondom 1951 ook zeer gereserveerd tegenover de nieuwe Hervormde Kerkorde, omdat men in de kerken van Doleantie en Afscheiding koos voor de juridische binding aan de belijdenis, dus voor de uitdrukking 'in overeenstemming met de Belijdenis der vaderen'. Hoewel bij velen de hoge verwachting leefde, dat vernieuwing van de Nederlandse Hervormde Kerk ook zou leiden tot een hergroepering van de kerken, d.w.z. ook een herenigingsproces op gang zou brengen, was dit toch uiteindelijk niet het geval vanwege fundamentele verschillen met betrekking tot het zicht op de belijdenis.
F. De huidige situatie
Bezien we nu ter afronding het kerkelijk leven in Nederland vandaag, en ik bedoel dan weer het kerkelijk leven van die kerken, die hun origine hebben in de Reformatie, dan moet gezegd worden, dat er sprake is van sterke verdeeldheid. Ooit verscheen een boekje, dat de titel droeg 'Tien keer gereformeerd'. Daarmee is de kerkelijke gescheidenheid in Nederland wat het gereformeerde kerkelijke leven betreft wel heel uitdrukkelijk geïllustreerd.
Gezegd moet echter worden, dat de Gereformeerde Kerken, d.w.z. de kerken dus die uit de Doleantie van 1886 zijn ontstaan en in 1892 een herenigingsproces doormaakten, een heel specifieke ontwikkeling hebben doorgemaakt. Grosso modo kunnen we deze ontwikkeling kenschetsen als een de-confessionalisering. De binding aan de gereformeerde belijdenis, die in de vooroorlogse jaren zo sterk werd benadrukt, zodat alle ambtsdragers de gereformeerde belijdenisgeschriften moesten ondertekenen, is grosso modo losgelaten. De tachtigjarige prof. dr. Herman Ridderbos, die jarenlang een leidinggevende positie in theologisch opzicht heeft ingenomen binnen de Gereformeerde Kerken, zei dezer dagen in een interview, dat de Gereformeerde Kerken hun bestaansrecht verloren hebben, omdat van binding aan de belijdenis geen sprake meer is. Gezegd moet worden, dat binnen de Gereformeerde Kerken dezelfde stromingen, modaliteiten zich zijn gaan aftekenen, die al sinds jaar en dag binnen de Nederlandse Hervormde Kerk voorkomen. Zelfs is het zo, dat het gereformeerde element relatief zwakker aanwezig is, dan binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Dit hangt samen met het feit, dat binnen de Nederlandse Hervormde Kerk gereformeerde stromingen zich al tientallen jaren lang gebundeld hebben en daardoor een zekere consolidatie hebben teweeggebracht binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Binnen de Gereformeerde Kerken is dat niet het geval. Deze kerken zijn in hun totaliteit lange tijd gereformeerd geweest. De verschillende stromingen zijn onder invloed van theologische ontwikkelingen aan met name de Vrije Universiteit, geruisloos binnengeslopen.
En gereformeerden hebben altijd hardnekkig geweigerd om de richtingen in hun kerk te institutionaliseren, te verzelfstandigen door het oprichten van modaliteitsorganisaties, zoals in de Nederlandse Hervormde Kerk het geval is. Doordat echter de Gereformeerde Kerken confessioneel gezien in dezelfde situatie terecht zijn gekomen als de Nederlandse Hervormde Kerk, is er nu veel minder verzet binnen de Gereformeerde Kerken, als het gaat om samengaan met de Nederlandse Hervormde Kerk. In het begin van de zeventigerjaren is zo een beweging op gang gekomen 'Samen op Weg', die zich beijvert om tot een fusie te komen van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Het merkwaardige verschijnsel doet zich nu voor, dat binnen de Gereformeerde Kerken nauwelijks bezwaar wordt aangetekend tegen een dergelijke hereniging, terwijl het verzet in toenemende mate is gekomen vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk. Met name de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging, d.w.z. beide modaliteiten van gereformeerde signatuur, c.q. confessie binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, hebben grondige bezwaren tegen de voorgenomen hereniging. Gevreesd wordt, dat een samengaan van beide kerken geen versterking van het confessionele element in de zin van de gereformeerde belijdenis zou teweegbrengen, maar eerder een verzwakking zal betekenen.
In 1948 sloot de Nederlandse Hervormde Kerk zich direct aan bij de toen opgerichte Wereldraad van Kerken. De Nederlandse Hervormde Kerk had zelfs een voortrekkersrol bij het ontstaan van de Wereldraad. In die jaren — ik zeg het slechts ter illustratie van de ontwikkeling — waren de Gereformeerde Kerken mordicus tegen aansluiting bij de Wereldraad van Kerken vanwege de te vage basisformule van de Wereldraad. In de zestiger jaren werd echter, mede door de theologische ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken, het standpunt t.a.v. de Wereldraad herzien, en sloten de Gereformeerde Kerken zich bij de Wereldraad aan. Ook wat dit betreft is er geen verschil meer als het gaat om de oecumenische betrokkenheid van de beide grote kerken in Nederland.
Anderzijds moet worden gezegd, dat het enthousiasme, waarmee de beweging 'Samen op Weg' begonnen is, thans behoorlijk is geluwd, omdat nu gestuit wordt op een grote kern van gemeenten, waar het Samen-op-Wegproces geen realiteit kan worden. Er zijn momenteel ongeveer 150 zogeheten gefedereerde gemeenten gevormd; gemeenten waar een hervormd predikant of een gereformeerd predikant wordt beroepen voor een gezamenlijke gemeente. Maar in de meeste van de hervormde gemeenten en gereformeerde kerken is van Samen-op-Weg geen of nog geen sprake. Er zal nog wel heel wat water door de Rijn stromen alvorens van een herenigde kerk sprake is. Wel worden van tijd tot tijd, en in versneld tempo, zogeheten Combi-synoden gehouden, gecombineerde synodevergaderingen van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerkenin Nederland. Terzijde van deze baan gaan de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten, die overigens in 1953 ook nog een keer een scheuring hebben ondergaan en verschillende Oud Gereformeerde Gemeenten. Dan heb ik nog niet genoemd de kleine Remonstrantse Broederschap en de Evangelisch Lutherse Kerk. Deze twee kerken zijn recent wel als waarnemer bij het Samen-op-Weg-proces betrokken.
En verder heb ik geheel terzijde gelaten de Rooms Katholieke Kerk in Nederland. De Rooms Katholieke kerkprovincie vormt in het geheel van de Romana een aparte gemeenschap. Wel moet ik nog wijzen op de zogeheten Raad van Kerken, waarin allerlei kerken gebundeld zijn. Een raad, die zich bezighoudt met overall-problemen in kerk en samenleving.
Volledigheidshalve en zonder een oratio pro domo te willen houden, moet nog worden gezegd, dat vanwege de deconfessionaliseringproces binnen de Gereformeerde Kerken, het centrum van het gereformeerd kerkelijke leven in Nederland meer en meer is komen te liggen bij de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk met daarnaast, buiten de Nederlandse Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt). Er is sprake van confessionele en geestelijke verbondenheid, maar het al of niet aanvaarden van het beginsel van Afscheiding houdt gescheiden.
Ik sluit af met het ideaal, dat Groen van Prinsterer voor ogen had. Hem ging het om de zogeheten Gereformeerde Gezindte, d.w.z. om een gereformeerd kerkelijk leven, dat ondubbelzinnig, maar dan ook onbekrompen, gebonden zou zijn aan de gereformeerde confessie. Van hem is de volgende uitspraak: 'Buiten de leer van de om niet verleende genade, die Jezus Christus belijdt als waarachtig God en waarachtig mens en Zijn dood aanvaardt als een volkomen verzoening voor onze zonden, is er voor ons geen gereformeerde, ja, is er zelfs voor ons geen christelijke kerk'.
Groen hoopte, dat op basis van deze belijdenis, kerken in Nederland van gereformeerde confessie ooit een keer één zouden zijn, elkaar zouden gaan herkennen en erkennen. Daar is het nog ver van. In ontkerstenend Nederland is de Gereformeerde Kerk nog steeds een versplinterde kerk. Toch is er, Goddank, sprake van gereformeerd, kerkelijk leven, waarbij ook vandaag mensen met hart en ziel betrokken zijn: 'Wij geloven met het hart en wij belijden met de mond'.
Ik hoop van harte, dat er zo ook sprake mag zijn van dwarsverbindingen met de kerken hier in Hongarije van gereformeerde confessie. Want door alles heen belijden we dat Gods werk wereldwijd is. Als gereformeerde christenen in Nederland en in Hongarije hebben we elkaar in de geschiedenis diep in het hart gekeken, zowel in Debrecen als in Boedapest.
Afgelopen vrijdag werd in Utrecht een symposium gehouden i.v.m. het 400e geboortejaar van de bekende theoloog Gijsbertus Voetius. In één van de lezingen werd gezegd dat hij zestien Hongaarse studenten op zijn college had, die aan een dispuut deelnamen. Velen uit Hongarije hebben in Utrecht gestudeerd.
God zegene uw gemeenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's