Globaal bekeken
Dezer dagen stuurde een predikant-lezer ons enkele stukken toe van wijlen dr. O. Noordmans (hij haalde ondanks zijn grote gaven van hoofd en hart nooit een professoraat). Eén van de stukken handelt over de Oudejaarsavond n.a.v. de Jaarwisseling, een preekschets over Joh. 14 : 1-3).
'De Oudjaarsavond laat ons op een heel bijzondere wijze voelen, dat wij menschen zijn. ledere avond doet dat een beetje: hij brengt stemming mee. Maar zeer in het bijzonder gebeurt dat op een oogenblik als dit, wanneer wij ons gereed maken een heel jaar te zien eindigen.
Mensch-zijn betekent in den tijd te leven. Wij kunnen van den dag van heden niet naar gisteren terug.
Al het heden wordt verleden
Schoon 't ons toegerekend blijft.
En dat is nu met een heel levensjaar het geval. Het is geen wonder dat gij behoefte gevoelt neder te zitten en te peinzen over uw staat, over uw lot en ook over uw God.
Gij gevoelt u klein tegenover Hem. Hij is de eeuwige, die als een springbron Zich zelf ieder oogenblik vernieuwt. Gij zijt maar een mensch. En wat dat beteekent, hebt gij alle driehonderd-vijf-en-zestig dagen van dit jaar kunnen merken. Uw leven ging van den eenen dag in den anderen. Nu gaat het van het eene jaar in het andere. Het is een vlieden, een vluchten, haastig, snel, zooals een schaduw, die over de velden strijkt.
Zoo is de mensch, zoo is zijn leven.
Van een vrouw geboren, zegt de oud-testamentische wijze. Job weet wat dat inhoudt. Hij vervloekte eenmaal zijn geboortedag. De dagen zijn kort, de onrust lang. Zooals de bloem bloeit om te worden afgesneden, zoo schijnt de mensch geboren te worden om te sterven.
Nu een blad in uw levensboek wordt omgeslagen merkt gij hoe sterk de storm des Geestes is, de adem der eeuwigheid die daarover gaat.
Wij, menschen van na den oorlog, kunnen zoo licht niet denken over de macht des doods, het jagen van de onrust als misschien soms een geslacht dat vroeger heeft kunnen doen. Wij verstaan meer de klacht van Job: kort van dagen, zat van onrust.
Welke stemming is het, die zich van ons meester maakt, als wij aan het einde van 1947 peinzen over het menschenlot, ook over uw lot? Zullen wij het weemoed noemen? Dat is het niet. Gij wenscht u zelf niet in de oorlogsdagen terug.
Het is iets anders, iets sterkers. Gij voelt dat de hand Gods op u is. Dat Zijn oordeelen zich daarheen wentelen als de wateren. Gij die een mensch zijt, uit een vrouw geboren, kort van dagen, zat van onrust. – Toch laat God u niet toe te veel te mijmeren, weemoedig herinneringen te plegen, ook niet in 1947. Hij blijft God tegenover u en over u; Hij blijft vreeselijk wakker in den nacht der tijden, waarin gij liefst wat zoudt insluimeren en u op uw vergankelijkheid en zwakheid en onrust zoudt willen neerleggen. Hij houdt Zijn oogen wijd open en betrekt u ook nog in het gericht.
Wat wil God toch van ons: wat wil Hij met ons. Is Hij opgestaan om ons te vernietigen. Weet Hij niet dat wij van een vrouw geboren zijn. Hij die Zijn eigen Zoon deed geboren worden uit eene maagd? En heeft Deze aan 't kruis voor ons den dood zijn macht niet ontnomen?
Is Christus tevergeefs voor ons gestorven. Zal er nog een overblijfsel op aarde overblijven? Zal er een Kerk blijven om Christus tegemoet te gaan, als Hij komt? En zijn wij nog menschen, van een vrouw geboren? Berouwt het den Heere, dat Hij den mensch geschapen heeft?
Kom Heere Jezus!
Ons werd toegezonden het Wetenschappelijk jaarverslag 1988 van de Rijksuniversiteit te Utrecht. Het is een 443 pagina's tellend boek, waarin per faculteit het onderzoeksbeleid en de publicaties 'per voorwaardelijk gefinancierd programma' worden vermeld. Indrukwekkend wat in één jaar aan wetenschappelijk werk wordt verricht. Ooit las ik dat in tien jaar tijd wetenschappelijke kennis verdubbelt. Opvallend is – of heeft dat te maken met het feit dat in ons land weleer de theologie 'Koningin der wetenschappen' werd geheten – dat het boek begint met weer te geven wat in de faculteit der godgeleerdheid werd gepresenteerd. Ook hier is het aantal wetenschappelijke publicaties indrukwekkend. Het viel ons op dat in een serie publicaties van dr. A. Noordegraaf wel werd opgenomen wat hij schreef in 'Lof en dienst' (een uitgave van de Gereformeerde Bond), in Kontekstueel en in de Postille van Boekencentrum, terwijl zijn artikelenserie in ons blad met als titel 'Een theologisch commentaar op het evangelie van Johannes' niet werd genoemd.
Er bestaat een magazine Business Contact, een orgaan dat nauw in verband staat met de de Vereniging Christen-zakenmensen in Nederland. In het julinummer stond een artikel getiteld Commerciële ballonvaart heeft de wind mee!. Zonder op de kwestie zelve in te gaan laten we volgen de 'belevenis' van dhr. Van Doormael, die via de gewone luchtvaart kwam tot de 'ballonsport'.
• 'Voor Van Dormael is ballonvaren iedere keer weer een bijzondere en fantastische belevenis waarvan hij enorm geniet. Voelt hij zich nu dichterbij God als hij zo tussen hemel en aarde zweeft? "Het heeft Iets heel intrigerends. Je wordt uit het gevecht van de zwaartekracht getild. Weg van het grijze, stoffige wereldje waarin je leeft. Al is het maar voor een uur. Een christen ervaart dat niet anders dan een niet-christen. Als mensen letterlijk en figuurlijk loskomen van het aardse, dan zijn ze allemaal onder de indruk." En hij vervolgt: "Als het mij na 1000 uren nog niet verveelt, wat moeten de passagiers dan wel ervaren?"
Een antwoord op die vraag kan hier helaas nog niet worden gegeven!'
In dit blad ook een artikel over 'Tweewieler concurreert met vierwieler'.
• 'Momenteel zijn er in ons land ruim 130.000 motoren geregistreerd. Een schijntje in vergelijking met het aantal geregistreerde personenauto's dat onze vaderlandse wegen bevolkt. Ook de verkopen van nieuwe motoren vallen bij het aantal verkochte vierwielers in het niet. Zo gingen er vorig jaar 12.054 nieuwe motoren 'over de toonbank' tegen 9.606 in 1988. Een relatieve verkoopstijging van bijna 25 procent. Daarnaast is ook de markt voor tweedehandsmotoren zeer sterk in beweging. Die toegenomen belangstelling voor motorrijden blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dat vorig jaar ruim 51.000 motorrij-examens afnam. Ten opzichte van 1988 een stijging van liefst 34 procent.
Als gekeken wordt naar het financiële welbevinden van de motorbezitters blijkt dat driekwart van hen naast de tweewieler ook nog een auto in de garage heeft staan. Waarmee dus gerust gesteld kan worden dat het merendeel der motorbezitters bepaald niet tot de armsten van de samenleving behoort. Dat daarmee ook het beeld van de gemiddelde motorrijder moet worden bijgesteld zal duidelijk zijn.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's