Klokgelui en zondagsrust
Nog een tweetal overpeinzingen
'Als het aan tandarts Th. Kort ligt, zal de kerkklok van Augsbuurt zondag 16 augustus voor het laatst om acht uur 's morgens luiden. Maandag 27 augustus spreekt de Raad van State zich uit over een geschil tussen Kort en burgemeester en wethouders van Kollummerland.'
Zo begint een bericht, getiteld 'Klok Augsbuurt stoort zondagsrust van gezin', geplaatst in het nieuwe, fris-ogende blad Kerk ('wekelijks magazine met informatie uit de christelijke wereld'). Dhr. Kort staat kennelijk 's zondags om negen uur 's morgens op, want tegen het luiden van de klok om negen of tien uur blijkt hij geen bezwaar te hebben. Acht uur is hem echter te vroeg. Dat stoort de zondagsrust van zijn gezin. Maar burgemeester en wethouders willen een oude traditie in ere houden. Want de klok van het achttiende-eeuwse kerkje wordt elke dag driemaal geluid, om acht uur 's morgens, om één uur 's middags en om zes uur 's avonds. De tandarts gaat kennelijk al vroeg aan het werk, want — als het bericht in 'Kerk' juist is — richt zijn bezwaar zich alleen tegen het luiden van de klok op zondagmorgen acht uur. Het gaat hem om de 'zondagsrust' op zondagmorgen vóór negen uur.
Nu laat het bericht in 'Kerk' ons ook verder niet in het ongewisse. 'Volgens de Zondagswet is klokluiden op zondagmorgen alleen toegestaan wanneer er een kerkelijke eredienst wordt gehouden.' Dàt nu is in Augsbuurt niet (meer) het geval. Want het kerkje is sinds een aantal jaren in gebruik als muziekkapel van de streekmuziekschool. Gezien dit feit zal de Augsbuurtse tandarts het geding wel winnen en zal de klok — zo luidt de conclusie — op zon- en feestdagen voor één uur 's middags wel niet meer luiden.
Nog een overpeinzing
Dit is voor mij aanleiding voor een vijfde overpeinzing, na vier eerdere in het nummer van twee weken geleden. In heb geen verdere navraag gedaan omtrent de kwestie, waaróm het kerkje in Augsbuurt niet meer in gebruik is. Men kan de tandarts louter op grond van dit bericht er ook niet van betichten dat anti-godsdienstige gevoelens hem drijven. Want de klok roept kennelijk niet meer op tot de eredienst en op andere tijdstippen op zondag vervalt zijn bezwaar.
Maar er zijn intussen al heel wat andere plaatsen in ons lieve vaderland, waar het zondagse klokgelui tot het verleden behoort vanwege protesten van de (omwonende) burgerij. In toenemende mate wil len mensen niet meer worden gestoord in hun zondagsrust, omdat ze van zondagsheiliging niet willen weten. Kerkklokken roepen op tot eredienst en gebed. En die klokken zijn meer en meer gaan verstommen, deels omdat kerk na kerk gesloten werd, deels omdat mensen gingen protesteren tegen het klokgelui. Hun zondagsrust had vooral nog te maken met de legerstede.
De ironie van het geval wil dat ná een bepaald tijdstip op zondag het volstrekt gedáán is met de rust. Hele streken van ons vaderland worden dan onleefbaar. Hoeveel kerkgang — daar waar ook de middagdienst nog in ere is — wordt niet gestoord door lawaai, of het nu van sportevenementen is of van voortjakkerend verkeer. Daartegen steekt het geluid van die simpele kerktorenklok maar heel schriel af. Voor velen, voor wie de rust van de zondag is gelegen in de heiliging ervan, is het zo, dat ze hun ziel in lijdzaamheid moeten bezitten als de vreemdelingen hun dorpen bezetten. Zeeland geeft er sprekende voorbeelden van.
Angelus
Ik moest denken aan het fraaie lied 'Het Angelus klept in de verte' . Ik kon de woorden van het hele lied niet zo snel meer achterhalen. Maar het is een schoon lied over mooie heldere tonen, die oproepen tot gebed. Toegegeven, het 'Angelus' zelve roept op tot het driemaal daags driemaal het Ave Maria bidden en wordt door rechtgeaarde protestanten niet opgevolgd. Het Angelus heeft te maken met het brengen van de boodschap van de komende Mensenzoon door de engel des Heeren aan Maria. 'Angelus Domini nunciavit Mariae': de engel des Heeren bracht Maria de boodschap. Bijbels genoeg. Maar het Ave Maria bidden? Nee. Intussen is het angelusklokje wel een mooi klokje met mooie heldere tonen.
Hoeveel klokken — en daar gaat het me nu om — hebben met zware bronzen tonen of met lichtvoetiger klanken de scharen naar de godshuizen geroepen, de eeuwen door! Maar die klanken zijn meer en meer gaan verstommen: teken van sterke ontkerstening en daarmee gepaardgaande ontkerkelijking. In Augsbuurt is het kerkje een muziekkapel geworden. In andere plaatsen is het omgedoopt om in de kerkelijke beeldspraak te blijven, tot een koeienstal, een atelier voor een glazenier, een showroom voor boten, een expositieruimte voor schilders, en warempel, ook nog tot café. En als er dan — ter vervanging van de oude kerken — nog maar nieuwe voor in de plaats werden gebouwd! Maar meestal is dat niet het geval.
Boven het stuk in Kerk stond een foto van de Nieuwe Kerk in Den Haag. Er stond naast: 'desolate sfeer'. Daar gaat men er nog wat aan doen. Maar het is symbolisch voor situaties elders. De toestand van sommige kerken is vaak tekenend voor de geestelijke (on)welstand van de gemeente. O zeker, ook vandaag worden nog kerken gebouwd, soms zelfs miljoenen-kostende kerken. Wat het laatste betreft, overpeins ik dan: moesten we de zaak ook niet een beetje meer met elkaar delen? 'Rijken en armen ontmoeten elkander, de Heere heeft ze beiden gemaakt.' zegt de Schrift, om ons te herinneren aan wederzijdse verantwoordelijkheid. Moeten we die diep bijbelse gedachte soms ook niet méér overbrengen op gemeenten en meer tot adoptie van de ene gemeente door de andere overgaan?
Zesde overpeinzing
Dit brengt mij tenslotte nog tot een zesde en laatste overpeinzing. Kerken verdwijnen en worden gesloten, moskeeën verrijzen echter als paddestoelen uit de grond. Er heeft een ware volksverhuizing vanuit het Midden-Oosten naar westerse landen, niet in het minst ook naar Nederland, plaatsgevonden. We spreken dan over etnische minderheden. Maar in bepaalde stadswijken vormt de oorspronkelijke bevolking zèlf al een etnische minderheid.
Ik moet eerlijk zeggen, dat ik er nog geen zicht op heb hoe het met de minaret in de toekomst zal gaan. Maar wie ooit landen van het Midden-Oosten heeft bereisd weet, dat de klanken van de 'moe'adhdhin' uit de minaret (vroeger vocaal, thans via een bandopname) minstens zo ver reiken als die van kerkklokken. Boven op de Olijfberg — ik spreek uit ervaring — wekt de minaret de bewoners reeds om vier uur 's morgens voor het eerste gebed. Een objectief waarnemer zal toegeven, dat de klanken ervan minder melodieus zijn dan van de klinkende klokken. Maar wat is objectief als het om godsdienstige zaken gaat?
De invloed van de islam in de wereld neemt toe. De invloed van de islam neemt óók in Nederland toe en de invloed van het christendom is tanende. Quo vadis? Waar gaat het heen? Voor velen is dat geen probleem. We belijden allen toch dezelfde God, zo is dan de redenering. Maar Allah is een andere god dan de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de God van Abraham, Izak en Jacob. En daarom is het gebed, waartoe kerkklokken oproepen, of dienen op te roepen, een andere dan het gebed waartoe de minaret oproept. 'Niemand komt tot de Vader dan door mij,' zegt Christus. Dat is een doorslaggevende belijdenis als het gaat om de christelijke visie op de islam. Voor ons is Jezus de Profeet, voor de islam een profeet in de rij van Abraham en Mozes, maar hun laatste en hoogste profeet is Mohammed.
Omslag
We spreken vandaag nogal eens over de omslag van de cultuur en spreken in dat verband ook over godsverduistering. Ik overpeins dat daarvan niet los staat de verstilling van het geluid van de kerkklokken, het verdwijnen van kerktorens en daarbij het verrijzen van de moskeeën met de tonen uit de minaret.
Ontkerstenend Nederland heeft er andere religies bijgekregen, waarvan de islam wel de belangrijkste is. Dat moet op den duur invloed, gróte invloed zelfs hebben op de inrichting van ons volksleven. Want hóé dan ook, de godsdienst grijpt altijd in op liet culturele en het maatschappelijke leven. We zien daarvan de symptomen al. We zijn bezig los te slaan van de ankers, waarop in het verleden ons schip van staat en maatschappij vast lag. Onze, wat het verleden betreft, christelijk-historische samenleving is bezig te veranderen in een multiculturele samenleving. Vandaag kan men — zoals recent gebeurde — één onzer ministers op de grond zien liggen bij de opening van een moskee. Een rechtgeaard protestant ziet dat met weemoed aan. Om nog maar niet te spreken van het feit, dat velen een grotere tolerantie aan de dag lijken te leggen ten opzichte van de islam dan ten opzichte van het christendom, omdat mensen toch ook nogal eens de neiging hebben te spuwen in het water waarvan hun vaderen dronken.
Zie hier enkele overpeinzingen, waartoe de tandarts van Augsbuurt mij bracht. Nederland, quo vadis, waarheen? Als kerkklokken gaan zwijgen, is er meer aan de hand dan het verdwijnen van een goede gewoonte. Maar er zal een volk blijven, dat in de stilte woont.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's