Reïncarnatie (1)
Reïncarnatie, wat is dat?
Reïncarnatie is de gedachte, dat de mens na zijn dood terugkeert in een ander lichaam. De mens sterft en het lichaam wordt begraven. Maar de ziel keert terug in een ander lichaam. De mens heeft in vorige levens al vele keren geleefd en hij zal nòg vele keren leven, zegt de reïncarnatie-gelovige.
Reïncarnatie wordt ook wel zielsverhuizing genoemd, hoewel het woord zielsverhuizing niet veel meer gebruikt wordt. Letterlijk betekent reïncarnatie 'weer in het vlees komen', 'weer mens worden'. Men spreekt ook wel van wedergeboorte. Maar dat is dan een heel ander begrip dan de wedergeboorte waarover Jezus sprak met Nikodemus.
Eén op de vijf
Het geloof in reïncarnatie komt in onze tijd sterk op. Eén op de vijf mensen in Europa gelooft erin, bleek uit een opiniepeiling enkele jaren geleden. Voor Nederland lagen de cijfers (in 1985) niet veel anders: 11% van ons volk acht reïncarnatie 'zeer waarschijnlijk', 1% is ervan overtuigd, en nóg eens 11% meent dat het 'misschien' wel voorkomt. Dat betekent, dat één op de vijf Nederlanders reïncarnatie als een reële mogelijkheid beschouwt.
Daaronder zijn ook vele christenen. Ambtsdragers worden ermee geconfronteerd op huisbezoek, jongeren hebben er hun vragen over op de catechisatie of op de christelijke school.
Vanwaar?
Hoe komt deze sterke aandacht voor reïncarnatie? Daar zijn vele redenen voor aan te geven. We kunnen denken aan de toenemende secularisatie. Mensen zijn vervreemd van het christelijke geloof en vallen in een geestelijke leegte, maar blijven niettemin hun vragen houden over de zin van het leven en het leven na de dood. We kunnen denken aan de sterk groeiende belangstelling voor de oosterse religies. Reïncarnatie is namelijk een heel wezenlijk begrip in het Hindoeïsme en Boeddhisme.
We kunnen ook denken aan de vernieuwde belangstelling voor de theosofie en antroposofie in onze dagen, 'waarin het reïncarnatie-geloof ook voorkomt. Of aan de New Age Beweging, waarin de reïncarnatie-gedachte een wezenlijk onderdeel is.
Voor veel mensen is reïncarnatie een aantrekkelijke gedachte: we leven niet eens, we leven vele keren. Dat maakt het leven veel minder zwaarwichtig. Reïncarnatie geeft, zeggen ze, een verklaring voor veel dingen die anders onverklaarbaar zijn.
Radio en t.v. besteden aan de reïncarnatie aandacht. Er is veel literatuur over, in boeken en tijdschriften. Ook kinderen en jongeren krijgen het te horen. Met name de ontvankelijkheid voor de reïncarnatie-gedachte bij kinderen is erg groot. En inmiddels vindt reïncarnatie bij velen ingang.
Verklaringen
Een van de redenen voor de toenemende belangstelling voor de reïncarnatie-gedachte is, dat reïncarnatie een verklaring geeft voor vele gebeurtenissen in het leven en antwoord geeft op vragen over lijden en wat mensen overkomt. Waarom wordt de een in grote armoede geboren terwijl de ander rijk en gezond is? Dat heeft te maken met zijn vorige leven, zegt de reïncarnatie-aanhanger of het komt in het volgende leven goed. Dan is de nú-arme misschien rijk en de nú-rijke misschien arm. Waarom is de ene mens begaafd en briljant en kan de ander nauwelijks in de maatschappij meekomen? Dat heeft te maken met zijn vorige leven. Een kind, dat muzikaal is, moet in zijn vorige leven een goed musicus zijn geweest. Onaangename karaktertrekken zijn een restant uit een vroeger leven dat men niet verwerkt heeft. Zo is het ook met mensen die veel op hun geweten hebben. In het volgende leven zullen ze daarvoor boeten, terwijl zij die het slachtoffer zijn van bittere levensomstandigheden en zich daar op een waardige wijze doorheen slaan, daar in een volgend leven voor 'beloond' worden. Mensen kunnen er dus niet zòmaar op los leven, al lijkt het in het leven vaak zo.
Verschillende visies
Er bestaan vele visies op reïncarnatie, die soms op wezenlijke punten van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld over de vraag wàt er reïncarneert. Is dat de ziel, en wat is daaronder te verstaan? Het Boeddhisme ontkent bijvoorbeeld het bestaan van een ziel en toch kent het de reïncarnatie. Of over de vraag of reïncarnatie altijd gebeurt. Sommigen zeggen: wie wil, kan reïncarneren, wie er geen behoefte aan heeft, hoeft het niet te doen. Het is een kwestie van kiezen. Iemand die een bepaalde fout goed wil maken of een bepaalde karaktertrek wil overwinnen, zal willen reïncarneren. Anderen zeggen: reïncarnatie geldt altijd en voor iedereen. Evenzo is er geen eenstemmigheid over wanneer de reïncarnatie precies gebeurt: met de conceptie, of tijdens de zwangerschap, of tijdens de geboorte, of enige dagen daarna? Sommigen zeggen: mensen, die in een bepaalde relatie met elkaar staan (bijv. gehuwden) stonden dat ook in een vroeger leven, anderen ontkennen dat. Sommigen zeggen: ieder mens reïncarneert in zijn eigen sexe: een man blijft een man, een vrouw blijft een vrouw. Anderen zeggen: de sexe wisselt. Ook zijn er die geloven dat de ziel van de mens in een volgend leven kan terugkeren als dier of plant.
Geschiedenis
Aanhangers van de reïncarnatie-gedachte doen het wel eens voorkomen alsof het geloof in reïncarnatie oeroud is en voorkomt in de meerderheid van de religies. Dat is echter geenszins het geval. In het Hindoeisme (de bakermat van de reïncarnatie) kwam het pas ongeveer 600 voor Christus op. In de oorspronkelijke religies van China en Japan vinden we de reïncarnatie-gedachte niet, evenmin als in het oude Egypte en in de klassieke oudheid. Uitzondering is Griekenland, waar o.a. de wijsgeer Plato (± 400 v. Chr.) de reïncarnatie-gedachte leerde. Het Jodendom en de Islam (met uitzondering van de Druzen) kennen het niet. Wel komen we de reïncarnatie-gedachte tegen in de joodse kabbalah in de 13e eeuw. Ook de theosofie en de antroposofie kent de reïncarnatie-gedachte, maar anders dan in het Hindoeïsme. In de theosofie reïncarneert de mens tot steeds betere levens (het evolutie-model), in het Hindoeïsme en Boeddhisme kan hij ook 'terugvallen' in een 'minder' leven, zelfs als plant of dier.
In het christendom komen we reïncarnatie tegen in sektarische stromingen, zoals in het Manicheïsme in de 4e eeuw na Christus. De kerkvader Augustinus was in zijn jeugdjaren manicheïst. Eveneens komen we het tegen in de 13e eeuw bij de Albigenzen en Katharen in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Oude kerkvaders hebben het nooit geleerd, ook niet Origenes, zoals wel eens beweerd wordt, integendeel, ze hebben de reïncarnatie-gedachte zeer beslist van de hand gewezen.
Bijbel
Is de reïncarnatie-gedachte in overeenstemming met het christelijk geloof? Op geen enkele wijze! Toch kan men in onze tijd de opvatting tegenkomen dat het evangelie de reïncarnatie-gedachte wèl zou kennen. Verschillende teksten zouden daartoe aanleiding geven. O.a. de woorden van Paulus: 'Zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien' (Gal. 6 : 7). Maar het is duidelijk dat Paulus hier (en nergens in zijn brieven) doelt op reïncarnatie. Men noemt ook het antwoord van de discipelen op de vraag van Jezus: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?': Sommigen Johannes de Doper, anderen Elia, anderen Jeremia of een van de profeten' (Matth. 16 : 13-14). Alsof de mensen in Jezus' dagen zouden geloven dat Jezus de gereïncarneerde Johannes de Doper of Elia of Jeremia was. Maar ook hier is geen sprake van reïncarnatie. Historisch staat vast dat het Jodendom in Jezus' dagen de reïncarnatie-gedachte zeer beslist niet kende.
Een derde tekst is, dat Jezus van Johannes de Doper zegt dat hij de Elia was, die komen zou (Matth. 11 : 14). Ook hier is duidelijk, dat Jezus niet bedoelt dat Johannes een reïncarnatie van Elia is. Maar Jezus grijpt terug naar de woorden van Maleachi (Mal. 4 : 5) en naar de woorden van de engel Gabriel, dat Johannes voor de Messias zou heengaan 'in de geest en de kracht van Elia' (Luk. 1 : 17). Veelzeggend is trouwens dat Johannes zelf uitdrukkelijk ontkent dat hij Elia is (Joh. 1 : 21).
Een laatste tekst die dikwijls wordt aangehaald, is de vraag van de dispipelen aan Jezus over de blindgeborene: 'Wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders?' (Joh. 9 : 2). Als de blindgeborene zelf gezondigd heeft, zou dat in een vorig leven moeten gebeurd zijn, omdat hij vanaf zijn geboorte blind is. Maar ook hier moeten we bedenken dat het Jodendom in Jezus' dagen de reïncarnatie-gedachte niet kende. Sterker nog: ls de discipelen in reïncarnatie hadden geloofd, zouden ze deze vraag niet hebben gesteld omdat dan zonneklaar was geweest, dat de blindgeborene zijn blindheid te danken had uit een vorig leven. In deze geschiedenis gaat het erom, dat de discipelen een relatie leggen tussen ziekte (blindheid) en zonde, een gedachte, die Jezus hier zeer beslist van de hand wijst door te zeggen: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden' (vers 3).
De conclusie is: nergens in het Nieuwe Testament vinden we de reïncarnatie-gedachte. Denk o.a. aan de moordenaar aan het kruis. Hij zou in een volgend leven goed hebben kunnen maken wat hij in dit leven niet meer kan. Maar hij hoort Jezus' woorden: 'Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn'. De bijbelse boodschap luidt: 'Het is de mens gezet eenmaal (!) te sterven en daarna het oordeel' (Hebr. 9 : 27).
Eeuwig leven
Zou een van de redenen dat ook vele christenen de reïncarnatie-gedachte aanhangen of er op z'n minst belangstelling voor hebben, kunnen zijn, dat velen meer op het hiernúmaals gericht zijn dan op het hiernámaals? En dat de kerk zelf dikwijls zo aarzelend is in haar belijden en prediken van de opstanding uit de doden en de verwachting van het eeuwige leven?
Dat geldt overigens ook het gezin, de vereniging, het christelijk onderwijs, de catechese. Als in de boodschap die gebracht wordt weinig of niet doorklinkt de verwachting van het leven na de dood en de hoop op het eeuwige leven blijft er een leegte over, die licht gevuld wordt met onbijbelse gedachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's