Begeerte om ontbonden te worden
... hebbende begeerte om ontbonden te worden... Filippenzen 1 : 23
Daar kijken we toch wel wat van op: hebbende begeerte om ontbonden te worden. Verlangen om te sterven dus? Denkt Pauus hier niet wat al te gemakkelijk over de dood? Is die voor hem dan geen koning der verschrikking?
Of is Paulus hier er ook zo aan toe als eens de profeet Elia. Na het gebeuren op de Karmel was hem de vervulling van zijn opdracht als profeet te veel geworden. Hij wilde er, althans op dat moment, van af en legde zich in de woestijn onder een struik en vroeg God hem maar weg te nemen. De omstandigheden, waarin Paulus verkeert, zijn er wel naar. Hij zit gevangen en moet er mee rekenen, dat zijn proces wel eens op een doodvonnis kan uitlopen.
Toch is het bij Paulus anders. Hij ziet blijkens dat, wat hij in de eerste twee hoofdstukken van zijn brief aan de Filippenzen schrijft, duidelijk nog een taak voor zich liggen. Hij meent ook dat het, ook al zou hijzelf nu liever ontbonden worden om met Christus te zijn, voor de gemeente nodiger is, dat hij vooralsnog 'in het vlees blijft'.
Maar stel eens, dat hij kon kiezen tussen leven of sterven, dan is er geen aarzeling. Ontbonden te worden en met Christus te zijn, dàt is zeer verre het beste'! Alleen hij heeft die keus niet. Zoals geen mens die heeft. Onze tijden zijn in Gods hand. Dat mocht wel eens wat meer bedacht worden in de huidige discussie over de legitimering van euthanasie. Evenwel, zoals gelegd, Paulus heeft die keus niet. Maar gesteld dat hij die had, hij zou zich geen ogenblik behoeven te bedenken. Hij zou ontbonden willen worden om naar zijn stellige overtuiging van stonde aan met zijn Heere en Heiland, Die in alle eeuwigheid leeft, te zijn.
Mogelijk, dat ook hij evenals zijn medebroeder in de bediening, de apostel Johannes, moest zeggen, dat het nog niet geopenbaard is, wat wij zijn zullen (1 Joh. 3 : 2). Hij geeft er in dit schrijven aan de gemeente te Filippe evenwel duidelijk blijk van dat sterven voor hem betekent, dat zijn ziel dan onmiddellijk tot Christus, haar hoofd, zal opgenomen worden. Zo hoorde de berouwvolle medekruiseling Christus Zelf zeggen: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn (Lukas 23 : 43). Zo belijdt de kerk van de Reformatie het dan ook in Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus: van stonde aan met Christus.
Het is leerzaam om het door Paulus hier gebruikte woord eens nader te bezien. Het wordt bijvoorbeeld ook gebezigd voor het uitspannen van de paarden als een reiziger ergens voor langere of kortere tijd zijn intrek neemt. Voor het opbreken van een tent als men die op een andere plaats wil opslaan. Voor het lichten van het anker als het schip afvaart naar een nieuwe bestemming. De Kanttekeningen van de Statenvertaling verklaren 'ontbonden worden' dan ook als volgt: 'verhuizen, verherbergen, te scheepgaan en het touw losgooien om de reis aan te nemen'.
Maar, vragen we ons af, kent Paulus dan geen huiver voor de dood als een koning der verschrikking? Zeker wel. Lees er 2 Cor. 5 : 4 maar op na. Hij verklaart daar er moeite genoeg mee te hebben, omdat hij precies als ieder ander mens eigenlijk niet 'ontkleed' wil worden, waarmee hij de afbraak van 'ons aardse huis van deze tabernakel' bedoelt. En denk aan 1 : Cor. 15 : 26, waar hij de dood een vijand noemt, die nog teniet gedaan moet worden.
Een vijand dus geen vriend. Maar dan wel een door Christus overwonnen vijand! Daarom kan Paulus in geloofsverbondenheid met zijn Heere en Heiland dood, graf en hel triomferend toeroepen: Ge meent het gewonnen te hebben, maar ge hebt het voor altijd verloren! Christus heeft u 'verslonden tot overwinning'. Paulus weet zich, als het sterven wordt, bewaard in de handen van Hem, Die de Zijnen heeft toegezegd, dat niemand en niets hen uit Zijn hand zal rukken. Al houdt de dood dan het langst het verzet tegen God en Diens Gezalfde vol, hij is toch uiteindelijk niets anders dan een knecht, die tegen wil en dank Gods kinderen thuis moet brengen in het Vaderhuis met zijn vele woningen. Onze Catechismus vat dat kort en bondig samen in het antwoord op vraag 42: De dood is voor hen, die de Heere vrezen 'geen betaling voor de zonden, maar een afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven'!
Daarom verlangt Paulus ernaar verlost te worden van dit nog aan de dood onderworpen bestaan: 'Ontbonden' te worden. Ontbonden te worden ook van de wet, die hij in zich vindt en waarmee hij zoveel te stellen heeft. Een wet, die strijdt tegen de wet van zijn gemoed; die hem altijd weer gevangen neemt onder de wet der zonde (Rom. 7 : 23).
Ontbonden worden dat zal wat zijn! Verherbergen om het met de woorden van de Kanttekeningen te zeggen, verherbergen naar dat betere hemelse vaderland, waar we altijd met de Heere zullen zijn en waar de macht van de zonde zich nooit meer kan laten gevoelen. Inderdaad, men moet niet licht over het sterven denken, maar door die donkere poort heen komt Christus' kerk thuis! Dat vooruitzicht, zingen, we in de 16e psalm, verheugt. Ook als het door moeite en strijd heen gaat:
De lieflijkheên van 't zalig hemelleven zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.
Het sterven gewin, enkel gewin. Dat te weten brengt een getroost leven mee. Denk maar aan die andere psalm: Maar — blij vooruitzicht, dat mij streelt ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met uw godd'lijk beeld. (Ps. 17 : 8 ber.).
Dat is een rijk leven! Weet u wat het geheim daarvan is? Paulus laat aan de betuiging, dat hem het sterven gewin is, in vers 21 voorafgaan: Het leven is mij Christus! Hij mag door het geloof in gemeenschap met Christus leven, vóór Hem leven, uit Hem leven, uit het heil dat Christus voor hem verworven heeft. Voordien leefde hij uit eigen verdiensten. Althans uit dat wat hij doorvoor hield. In hoofdstuk 3 van deze brief somt hij het op. Hij had het leven, dat is de mogelijkheid om voor God te bestaan in eigen hand. Hij was er met zijn afstamming, zijn bestdoeningen, zijn plichtplegingen, zijn eigengerechtigheden. Genade had hij niet nodig en het Evangelie, dat hem opriep om zich met God te laten verzoenen door het bloed van Christus, was hem dwaasheid en ergernis. Dat laatste vooral.
Dat werd anders toen de Heere ingreep. Hij moest alles, waarvan hij zo 'heilig' overtuigd was, dat het hem 'gewin' was, voor waardeloos vuil en schadelijke rommel rekenen (Fil. 3 : 8) en zo leerde hij de zaligheid buiten zichzelf te zoeken en mocht hij die in Christus vinden. In Christus, Die voor de zonden betaalde en zó voor de Zijnen de dood tot alleen maar een afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven maakte.
Die Christus wordt ook ons verkondigd, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh. 3 : 16). God roept ons in de prediking toe: Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem.
Het is enkel zaligheid om door de knieën te moeten gaan en met Paulus, toen nog Saulus, te vragen: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren.
Wegen, waarop we helaas zo dikwijls nog struikelen en vallen. Het gaat mogelijk door een nacht van smart en zorgen, door moeite en strijd. Straks nog de afbraak en de dood. Maar Christus, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, is die donkere poort door gegaan naar Zijn heerlijkheid en zal doen wat Hij heeft toegezegd: Als ik eenmaal verheerlijkt zal zijn, zal ik hen allen — allen, die hun leven buiten zichzelf in Mij zochten, tot Mij trekken. Zo is sterven voor ieder, die God vreest, gewin!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's