De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Erasmus van Rotterdam (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Erasmus van Rotterdam (2)

7 minuten leestijd

Erasmus en Luther
Zowel Rome als de Reformatie probeerden Erasmus voor hun zaak te behouden of te winnen.
Erasmus geloofde niet in de bijgelovigheden van de oude middeleeuwse kerk. Haar feilen en zonden stelde hij in zijn 'Lof der Zotheid' op een bedekte en tegelijk overduidelijke wijze aan de kaak. Niettemin poogde hij zo lang mogelijk angstvallig onpartijdig te blijven — hij koos niet de kant van de Reformatie, ook niet zonder meer die van de Roomse Kerk.
Toch had Erasmus in het begin waardering voor Luther: 'Alle goede mensen beminnen de vrijmoedigheid van Luther...' — 'stellig is tot nog toe Luther de wereld van nut geweest...' — 'Veel heeft Luther voortreffelijk gelaakt...'
Maar dan volgt zijn bedenking: 'wanneer hij het slechts gematigder gedaan had.'
Ook Luther had aanvankelijk waardering voor Erasmus, en had graag gezien, dat deze zich openlijk aan de zijde van de Reformatie had gesteld. Maar al spoedig verzuchtte Luther over Erasmus: 'De menselijke dingen betekenen voor hem meer dan de goddelijke'.
Erasmus en Luther waren totaal verschillende mensen, eigenlijk elkaars tegenbeeld.
Als Luther sprak, daverde het huis, beefde de kerk en wankelde de wereld. Alles wat van Erasmus kwam, was gericht op evenwicht en harmonie. Bij Luther kwamen onder een geweldige hoogspanning de meest schokkende tegenstellingen aan het licht.
Van Luthers persoonlijkheid straalde macht uit — Erasmus' macht uitte zich het sterkst, wanneer hijzelf onzichtbaar bleef
Luther, de strijdbare held! Bucer zei van hem: 'Er gaat een bijna dodelijke huiver door mijn leden, wanneer ik aan de woede denk, die in de man kookt, zodra hij met een tegenstander te maken heeft.'
Erasmus, de irenische humanist: 'Wanneer ik een groot landgoed zou kunnen verkrijgen, en daarvoor een proces zou moeten voeren, dan zou ik liever van het landgoed afzien.'

Erasmus en de vrije wil
Zowel van de kant van Rome als van de Reformatie werd er grote aandrang uitgeoefend op Erasmus om zich uit te spreken in het onderhavige geschil. Maar Erasmus was daartoe allerminst genegen. Hij vreesde een schisma in de katholieke kerk, en daarmee zou dan tegelijk zijn humanistisch ideaal van eenheid en vrede in Europa op wrede wijze worden verstoord. Tenslotte uitgedaagd door Luther, greep Erasmus naar de ganzeveer en schreef… tégen Luther.
Daarbij pakte Erasmus de reformator niet aan op zijn rechtvaardigingsleer: alleen door het geloof... Ook niet op Luthers genadeleer: alleen door genade... Althans Erasmus deed dit niet direct, wèl indirect. Hij tastte dieper en raakte daarmee de zenuw van de Reformatie: Luthers praedestinatieleer! Hier is immers onmiddellijk de vrijheid van de menselijke wil in het geding en dus de mogelijkheid of onmogelijkheid tot het doen van goede werken. In de ogen van Erasmus bleef de mens — in Luthers augustijnse praedestinatieleer — voor eeuwig de gevangene van God. Naar zijn mening bracht Luthers leer van de verkiezing en verwerping van eeuwigheid hem tot een 'fatalisme'.
En dat zou volgens Erasmus' stellige overtuiging fataal zijn voor de menselijke verantwoordelijkheid, en daarom meende hij deze te moeten stipuleren tegenover wat hij bij Luther waarnam als 'fatalisme'.
Erasmus ontkende niet, dat de leer van de praedestinatie een Bijbelse waarheid bevat, alleen, deze behoorde tot de verborgen dingen van God. En daarover moest men niet te veel preken of spreken, want dan bracht men de mensen (en de kerk!) in verwarring. In ieder geval mocht er over verkiezing en verwerping niet zó worden gesproken, dat de mens zijn verantwoordelijkheid werd ontnomen. En hij vreesde, dat dit bij Luther gebeurde. En daartoe poneerde Erasmus met kracht de leer van de vrije wil. God dwingt en dringt de mens niet om te zondigen, uit vrije wil kan de mens het goede of het kwade doen.
Maar weet Erasmus dan niet dat de menselijke wil door de zondeval is gebonden?! O, zeker! En daarom zegt óók Erasmus, dat de genade aan het doen van goede werken vooraf gaat: 'Want het hart wordt alleen door de genade gedreven om het goede te denken, en van de genade geschiedt het voorts, dat het gemoed volbrengt, hetgeen het gedacht heeft... Want wie ontkent er toch, dat alle goed van God als de fontein van het goed voortkomt?
God heeft de mens geschapen met een vrije wil, door de zondeval werd zijn wil gebonden en dus onvrij, maar door Gods genade wordt deze wil òntbonden en dus is ze weer vrij en is vervolgens in staat tot het doen van goede werken.
En deze goede werken moet de mens dan ook uiteraard willen doen en vervolgens ook doen om zijn zaligheid uit te werken. Daartoe krijgt de mens dan ook nog de hulp van Gods helpende genade.
Dus Gods genade gaat vooraf aan de goede werken, en werkt mee met de goede werken.
En die goede werken worden gedaan uit vrije wil — door een wil, die bevrijd is door de genade, maar dan toch maar een menselijke wil, die zèlf wil! En Erasmus gaat zelfs zo ver, dat hij meent, dat Pelagius de vrije wil al te veel toeschreef... zij kan immers nooit die genade verdienen, waardoor wij gerechtvaardigd worden.
Met de verloste vrije wil is dus de menselijke verantwoordelijkheid gegeven. Anders zou men God moeten betichten van wreedheid en de mensen zouden mistroostig en zelfs zorgeloos worden. En bij dit laatste kijkt Erasmus Luther aan, omdat hij hem hierop aankijkt.
Het wordt ondertussen wèl spannend, want bij oppervlakkige lezing zal de adder onder het gras nog wel niet gesignaleerd zijn.

Luthers antwoord
Luther neemt de handschoen en vervolgens de pen op en schrijft zijn 'Servum Arbitrium' (de knechtelijke of onvrije wil).
Boven zijn verhandeling staat: 'Martinus Luther wenst de eerwaardige man Desiderius Erasmus te Rotterdam, genade en vrede in Christus'.
Hij was er Erasmus erkentelijk voor, dat deze het nu eens niet had over al die 'bijzaken', als het vagevuur, de pauselijke onfeilbaarheid enz., maar dat Erasmus kennelijk precies begrepen had, waar het Luther eigenlijk om te doen was.
Luther had zijn eigenlijke tegenspeler gevonden!
Hij maakte daar duidelijk gebruik van en trok vervolgens van leer, het ging nu im­mers om de leer van de Reformatie, om de Bijbelse leer!
Dan moest Erasmus in de eerste plaats weten, dat de praedestinatie-leer vooral diende om de gelovige te verzekeren van zijn zaligheid. Daaraan hing zelfs de zekerheid van het geloof
Als er geen uitverkiezing was, dan werd er geen mens zalig, maar omdat er wel een uitverkiezing is, daarom moeten er vast en zeker mensen zalig worden. Van deze zekerheid des geloofs hield de Roomse Kerk niet — integendeel — en daarop wenste Luther dan ook reformerend in te werkenvia de leer van de praedestinatie.
En dan moest Erasmus niet quasi-eerbiedig spreken van de verborgen dingen van God. Wat God geopenbaard heeft, kan niet tegelijkertijd verborgen zijn. Welnu, als in de Heilige Schrift de verkiezing en de verwerping van eeuwigheid geopenbaard worden, dan behoren ze dus niet tot de verborgen dingen.
In God zijn er verborgenheden, dat zal waar zijn, maar de Heilige Schrift is helder en klaar. En daarom dient geheel Gods openbaring te worden geleerd en gepredikt en geloofd!
Maar Erasmus had goed begrepen, dat de praedestinatie-leer alles te maken heeft met de plaats van en de ruimte voor de mens in het zalig worden.
Wil hij deze leer daarom verbergen?! Dan verbergt Erasmus wat God heeft geopenbaard.
En dan verbergt Luther zich àchter hetgeen God ten dezen heeft geopenbaard. Opdat het Woord Gods aan het woord kome: Alzo spreekt de Heere!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Erasmus van Rotterdam (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's