Visie op de cultuur
Prof. dr. K. Schilder (2)
'Christus en cultuur'
Wie over dit onderwerp schrijft, kan bijna niet om de titel heen 'Christus en cultuur'. Onder deze titel verscheen in 1948 een bekend geworden boek. Het bevat de uitwerking van een opstel uit het begin van de jaren dertig. In 1988 verscheen een zesde druk, die (evenals de vijfde uit 1977) door prf. Douma van verklarende aantekeningen is voorzien. Cijfers tussen haakjes verwijzen naar bladzijden van de zesde druk. Wat bedoelt Schilder met zijn titel? Uiteraard dat er een heel nauw verband is tussen Christus en onze cultuurarbeid. Dat verband is gelegen in het ambt dat Christus vervult. De titel Jezus en cultuur vindt hij absoluut onjuist (24). Het gaat om Jezus die Zichzelf als de en als den Christus heeft verklaard (24). De relatie van onze Heiland tot de cultuur verloopt via Zijn ambt. 'Als tweede Adam grijpt Christus terug naar het ambt van de eerste Adam in het begin van de geschiedenis. God gehoorzamen in alle functies van het bestaan is het abc van de levens-en wereldorde.' (217).
Schilders bezwaren tegen Kuyper
Hier staan we bij de start, zowel van de geschiedenis als van Schilders visie op de taak van de mens in deze wereld. Schilder wijst de beschouwingen van Kuyper in dit opzicht af, dat Kuyper begint bij de gemene gratie; dus bij wat de mens na de zondeval nog gelaten is. In die algemene genade is, volgens Kuyper, de cultuurarbeid van de mens verankerd. Tegen deze stelling heeft Schilder verschillende bezwaren. Het meest fundamentele is wel, dat we de mens niet aan het begin zien staan. Schilder wil terug naar de oorspronkelijke opdracht, die God vóór de zondeval aan de mens heeft gegeven. Wie daar niet begint, begint te laat. Hij ziet de fundamentele scheiding die de zonde tussen mens en God brengt, en die straks doorloopt tussen de wedergeboren en de onbekeerde mens, over het hoofd. Wat er ondanks de zonde nog mag en nog mogelijk is, dat wordt dan bepalend. Zonder dat met zoveel woorden te zeggen, ziet Schilder de gemene-gratie-cultuur als een mixture. Daartegenover stelt Schilder de noodzaak van de antithese.
Deze komt alleen tot haar recht, als men erkent dat Christus ook voor de cultuuropdracht van de mens betekenis heeft. Met Zijn verlossing stelt Christus de mens in staat om zijn cultuurtaak toch nog te volvoeren. Door Christus wordt de mens weer gehoorzaam in alle functies van zijn bestaan, althans voorzover de mens vernieuwd wordt door het geloof.
Alle cultuurarbeid staat in het teken van de hemel of de hel. Christus kwam 'een rechtsstrijd voeren (in het midden van de geschiedenis voldoen aan Gods straffende en eisende gerechtigheid) en een krachtsstrijd voeren (in de loop van de geschiedenis de druiven rijp stoven voor Gods toornbediening en de nieuwe mensheid toebereiden voor de dienst van God).' (50).
Wat niet uit Christus is, is voor de hel bestemd. Wat wel uit Christus is, heeft positieve betekenis voor de eeuwigheid. Zo stelt Schilder de cultuur zelf, en ook alle cultuurarbeid onder de heerschappij van Christus. Haar betekenis wordt bepaald door voor of tegen Christus. Eigenlijk, zo concludeert Douma in zijn proefschrift, is alleen dat cultuur te noemen, wat aan Christus zijn ontstaan dankt. De niet-christelijke cultuur is geen cultuur in de diepste zin van het woord.
Het cultuurmandaat
Men begrijpt, dat de in Schilders kringen veel gebezigde term cultuurmandaat, alles te maken heeft met het ambt van Christus! Adam kreeg de opdracht, het ambt om God te dienen. Christus stelt ons in staat tot het vervullen van dit ambt. Daarom: door Christus kunnen wij het cultuurmandaat alsnog uitoefenen. Wij worden daartoe nog steeds geroepen en opnieuw in staat gesteld.
Ik ben eigenlijk onvolledig als ik de bekende (bijna zou ik schrijven beruchte) definitie van cultuur niet zou overschrijven. Deze omschrijving beslaat niet minder dan 13 regels en wordt gevormd door één zin. Vanwege deze brede opzet zie ik ervan af haar weer te geven.
Ik noem enkele elementen, in aansluiting bij de parafrasering van prof. Douma.
Cultuur is het streven naar het arbeidstotaal van het mensheidstotaal. Alle scheppingskrachten moeten worden ontdekt, ontplooid en dienstbaar gemaakt aan de naaste en de verste omgeving. Dat moet gebeuren in gebondenheid aan de door God geopenbaarde normen. De resultaten moeten bruikbaar gemaakt worden voor de dienst van de mens jegens God. Deze resultaten moeten voor God worden neergelegd, opdat Hij erin geprezen worde; opdat Hij zij alles in allen (62 v.).
Culturele arbeid is Gods-dienst (65). Cultuur is 'voorwaarde voor alle komen van God, óók tot de hel' (73). 'Cultuur viel onder het oude gebod des levens.' (116).
Ons bezwaar tegen een cultuurprogramma
Hier ligt een stukje van onze moeite. Dat Schilder teruggaat op het begin en tegelijk ook wijst op de antithese in alle cultuurarbeid heeft onze instemming.
De vraag is echter wat de betekenis en de waarde van onze cultuurarbeid is. Wij krijgen de indruk dat christenen alsnog — door de genade van Christus — het gebod des levens (daarbij inbegrepen het cultuurgebod) moeten uitvoeren. Pas als het arbeidstotaal van het mensheidstotaal is gewonnen, kan het einde van de geschiedenis aanbreken. Pas als onze cultuurtaak is volbracht, kan Christus wederkomen.
Wij zeggen het voorzichtig en spreken over een indruk. Wij kunnen ons echter niet aan deze indruk onttrekken. Naar onze gedachte moeten we de opdracht van gelovigen met betrekking tot de cultuur minder programmatisch en niet zo massief zien, als Schilder ze ons tekent. Wij zien ook onze cultuurarbeid als 'goede werken welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.' (Efeziërs 2 : 10).
Schilder wekt de indruk dat zolang dat arbeidstotaal niet is gewonnen, de geschiedenis niet kan voleindigd worden. Wij zien Christus' wederkomst in het licht van Matth. 24 : 14: 'En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.'
Wat wij doen is hoogstens versiering voor de nieuwe aarde (Openb. 19 : 8), meer niet. Het is volbracht (Joh. 19 : 30). Het evangelie moet nog de wereld door. De tussentijd tussen hemelvaart en de wederkomst van Christus, is zendingstijd. Er behoeft geen cultuurprogramma te worden afgewerkt!
Onze arbeid in de wereld heeft wel betekenis. We moeten haar zien als een deel van 'geroepen tot heilig leven'. Cultuurarbeid is werk uit dankbaarheid door de kracht van Christus.
Onze waardering voor Schilders visie raakt het feit dat hij de gemene gratie als basis en startpunt verwerpt; en dat hij op de relatie met Christus wijst.
Onze moeite is dat hij van Christus te zeer naar het begin teruggaat al moet men daar wel beginnen. Naar onze gedachte moet het werk van de Geest van Christus meer verdisconteerd worden in de (ook culturele) roeping tot heilig leven. Ons programma behoeft niet te worden afgewerkt. Christus' opdracht om het evangelie te prediken en mensen te leren onderhouden alles wat Hij hun geboden heeft, moet worden uitgevoerd.
Dat maakt de relatie Christus en cultuur niet losser. De intonatie verschilt. Nu meer vanuit het einde naar het midden, dan vanuit het begin naar het einde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's