De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In mijn artikel over 'Klokgelui en Zondagsrust' (9 augustus l.l.) noemde ik het Angelus, waarbij Ik opmerkte dat Ik de tekst ervan niet meer geheel wist te reproduceren. Van verschillende zijden werd me de tekst van dit lied, dat oude(re)n waarschijnlijk kunnen dromen, maar jongeren wellicht onbekend is, toegestuurd.
Eén lezer voegde ook de Duitse tekst van het eerste couplet toe. Hier volgt één en ander:

Het Angelus klept in de verte
In tonen zo zuiver en hel.
De grootmoeder knielt op de drempel
De kindren, zij staken hun spel.
Grootmoeder bidt 't Onze Vader.
De kindren zeggen 't haar na.
Een zonnestraal glijdt door het lover.
Een glimlach, een glimlach
van 's Heeren genâ.

Zij bidt 'o God, schenk Uwen Zegen
Ook over deez' kinderkens klein.
En wees hun nabij met Uw liefde,
Als ik niet meer bij hen kan zijn.'
Grootmoeder bidt 't Onze Vader
De kindren zeggen 't haar na.
Een zonnestraal glijdt door het lover.
Een glimlach, een glimlach
Van 's Heeren genâ.

Das Angelus laütet von ferne
In Tönen zo silbern und rein
Die Groszmutter kniet auf der Schwelle
Die Enkelchen treten hinein.
Groszmutter spricht Vater Unser.
Die kleinen regen sich nicht
Ein Sonnenstrahl gleitet hernieder
Ein Abglanz, ein Abglanz
Vom göttlichen Licht.


'Kerkuil kan weer broeden', aldus een bericht in De kerkvoogdij (hervormde kerkvoogdijen):

'De kerkuil mag weer broeden in de Brabantse torens. Dat wordt mogelijk gemaakt doorplaatsing van speciale broedkasten door de vogelwerkgroep Midden-Brabant.
De kerkuil was de laatste jaren sterk op z'n retour, omdat steeds meer torens met gaas werden afgesloten om vervuiling van bouwwerken te voorkomen. Om de kerkuil toch weer een kans te geven heeft de vogelwerkgroep een afgesloten broedkast ontworpen, die toegankelijk gemaakt wordt door een inlooppijp vanuit een galmgat. De broedkast is daardoor erg donker, wat voor kerkuilen wel, maar voor andere vogels niet aantrekkelijk is.
Voor eigenaars of beheerders van gebouwen waar kerkuilen broeden, wordt de plaatsing van een broedkast extra aantrekkkelijk gemaakt door een subsidie van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, aldus een publikatie in het Friesch Dagblad van de vorige maand.'


In Kerk een stukje over de Heks:

'Een verre voorouder, in de zeventiende eeuw als heks verbrand door toedoen van de kerk, is géén geldig excuus om te weigeren 'Kirchensteuer', ofwel 'kerkbelasting' te betalen.
Een werkgever In Duitsland weigerde dat, omdat hij het niet over zijn geweten kon krijgen 'hand- en spandiensten' te verrichten voor de Kerk, die een verre voorouder zo onmenselijk behandeld had.
Het fiscale hof in München echter, gaf de man ongegelijk. Volgens het hof was niet de Kerk, maar de toenmalige deelstaat verantwoordelijk voor de terechtstelling, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung.'


Een dank(lied) uit De Wekker van K.W.B.:

O God, heb dank voor al het goede, mij gegeven.
Ik was niet waard om voor Uw heilig aangezicht te leven.
Toch hoorde Gij 't gebed van hem, die in zijn zonden tot U riep.
Hij lag wel diep terneer, onpeilbaar diep.
Doch Gij, – Ontfermer is Uw naam, – ontfermde U toch over hem,
die 't al verbeurd had en verzondigd.
Met liefderijke stem hebt Gij hem opgebeurd.
Gij had geen lust in zijne dood.
O God, heb dank!, heb dank! – wat is uw liefd' oneindig groot


Er zijn volgens Het Zoeklicht verschillende versies in omloop van een rijm over de 66 Bijbelboeken.
Hier volgt er één:

De Bijbel, 's Heren heilig woord,
dat 't hart van al Gods volk bekoort,
heeft zes-en-zestig boeken.
Vijf zijn van Mozes en daarna
vindt men het boek van Jozua.
Dan moet men Richteren zoeken.
Voorts Ruth en twee van Samuël;
dan de Koningen van Israël
en twee van de Kronieken.
Dan Ezra en Nehemia,
voorts Esther, die als koningsga
't gevaar haars volks deed wijken.

Na deez' verhalen volgt een rij
van werken, die in poëzij
door dichters zijn geschreven.
Als Job, de Psalmen, 't Spreukenboek
en Prediker, waarin men zoek'
wat goed is in dit leven.
En eindelijk het Hogelied,
waarna g'een reeks profeten ziet,
die 's Heren woord doen horen.
Jesaja, zo verheven schoon
en Jeremia die de toon
van 't Klaaglied niet kan smoren.

Als derde volgt Ezechiël
en daarna d'eed'le Daniël.
Die vier zijn groot geheten.
Hosea, Joël, volgen dan,
Amos, Obadja, en wie kan hier
dan Jona nog vergeten?

Voorts Micha, Nahum, Habakuk,
Zefanja, Hagaï, die na druk
de blijde dag voorspelde.
Dan Zacharia, Iddo's zoon
en Maleachi, die zo schoon
Messias' komst vermeldde.

Het Nieuwe Testament vangt aan
met Jezus' leven en Zijn daân.
Daarvan zijn vier verhalen,
die samen, door Gods Geest geleid,
in waarheid en gerechtigheid,
de Zoon van God ons klaren.
Van dezen zijn de eerste drie
Mattheüs, Marcus, Lucas, die
Johannes volgt als vierde.
Het boek dat Handelingen heet
leert wat God aan Zijn kerk eens deed
en 't christendom versierde.

Aan Paulus is de kerk verplicht
om vele brieven van gewicht.
Eén moest voor Rome wezen;
twee zond hij naar Corinthe heen,
aan de Galatiërs slechts één,
ook één aan de Efezen.
Filippie en Colossers
en twee aan de Tessaloniërs.
Timotheüs twee en tevens
aan Titus en Filemon één;
voorts noemt men de Hebreeën
als Paulus' brief daarneven.

Aan 't einde van de Bijbelblaân
treft men nog zeven brieven aan,
die 'algemene' heten.
Eén schreef Jacobus, Petrus twee,
Johannes drie, voorts moet men hier
ook Judas niet vergeten.
Het Openbaringsboek aan 't slot
toont in gezichten 't heerlijkst lot
dat wacht voor al de vromen;
als Jezus, voor de laatste maal
in volle glans en zegepraal,
zal op de wolken wederkomen.


In Opbouw (Nederlands Gereformeerd) een 'danklied na de omwenteling' (in Roemenië).

­ Prijst, dankt nu God de Heer!
Hij bracht een ommekeer:
aan de landen in banden gebonden
gaf Hij de vrijheid weer!
De mannen van de nacht,
vertrouwend op hun macht,
met hun hamers, hun sikkels, hun leuzen,
heeft Hij ten val gebracht.

Zijn volk ging diep gebukt,
vervolgd en onderdrukt,
maar de gesels waarmee zij het sloegen
heeft Hij uiteengerukt.
Hij hoorde hun gezucht;
tyrannen zeer geducht
met hun hamers, hun sikkels, hun leuzen,
God joeg ze op de vlucht.

Een Krijgsheld is ontwaakt
en heeft zich naam gemaakt,
want het zuchten en vluchten der kleinen
had Hem het hart geraakt.
Hun roep heeft Hij gehoord.
De leuzen zijn gesmoord.
en verdwaasde, verbaasde misleiden
gaan vragen naar zijn Woord.

O God, bestel uw recht,
zoals Gij hebt gezegd.
Doe de laatste verdwaasde tyrannen
omkomen op hun weg!
Dat iedereen belijdt
dat Gij de Koning zijt,
die uw vrinden, beminden, uw kindren
met sterke hand bevrijdt.

Tekst: Johan Klein (1950)
Melodie uit Valerius' Gedenckclanck 1626:
Heer, als ik denk aan 't goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's