Praktisch christendom
Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande. Rom. 12 : la
Leer en leven
U weet het, u kunt geen brief van Paulus opslaan of er is wel een hoofdstuk of een gedeelte dat volstaat met vermaningen toegespitst op de praktijk van het christenleven. Paulus handelt niet alleen over de leer van de rechtvaardiging, maar ook het leven van de heiliging. Nu is het buiten kijf dat vooral de brief van Paulus aan de Romeinen, een brief is waar de rechtvaardiging sterk naar voren komt. Mannen in de kerkgeschiedenis als Augustinus, Luther en Kohlbrugge zijn door dat gewichtige thema aangeraakt en er niet meer van losgekomen. Toch moeten we er voor oppassen zo'n belangrijk thema allesbeheersend te laten zijn. Opvallend is het, dat juist de brief aan de Romeinen doorspekt is van allerhande praktische toespitsingen op het christenleven van alle dag. Al direct wanneer Paulus het heeft over de rechtvaardiging, in het midden van zijn brief, dan haast hij zich te zeggen dat dat ook consequenties heeft voor het leven van iedere dag. (Rom. 6) Dat is Paulus ten voeten uit: geen orthodoxe leer zonder een geheiligd leven.
Nu moet er aan de andere kant ook voor gewaakt worden om zoveel nadruk op de heiliging te leggen dat het geen verbinding meer kent met de leer van de rechtvaardiging. Er kan geen christelijk leven zijn, zonder een christelijke leer. Een christelijke levenspraktijk kan alleen gegrond zijn op de kennis van de gerechtigheid Gods in Jezus Christus. Men kan niet eerst de vrucht verlangen en daarna pas de boom. Calvijn zegt heel treffend: 'Wat is een schoon getimmerte zonder fundament.' Inderdaad, wat zou een goed christelijk leven zijn zonder een fundamentele kennis van het heilswerk in Christus Jezus. Daarom gaat het Paulus nooit om een leven zonder de leer en ook niet om een leer zonder het leven. Het hoort wezenlijk bij elkaar. Heiliging en rechtvaardiging zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Apostolisch vermaan met beroep op de ontfermingen Gods
Leer en leven hebben we dus heel direct op elkaar te betrekken. Dat dat voor Paulus een aangelegen punt is, blijkt uit de openingszin van Rom. 12. Na het amen dat geklonken heeft op het loflied op de grootheid en de majesteit van God, aan het einde van hoofdstuk 11, klinkt daar nu: 'Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande.' Daar klinkt een apostolisch vermaan tot de gemeente van Rome om heilig te leven. Het is een oproep tot praktisch christendom. 'Ik bid u dan, broeders.' Men kan ook lezen: ik vermaan u dan, broeders. Het is blijkbaar een vermaan waar een gebed achter zit. We zouden het ook een smeekbede kunnen noemen. Paulus staat niet met de zweep in de hand om de gemeente nu eens op te jagen tot allerhande gedragingen van een christelijk leven. Nee, met een dringend beroep op de ontfermingen Gods (let op het meervoud) d.w.z. met een beroep op de veelheid van barmhartigheid die verschenen is in Christus Jezus, spoort hij de gemeente aan tot een Gode toegewijd leven. Dat hoort voor Paulus wezenlijk bij elkaar: de ontfermingen Gods èn een heilig leven.
Dat komt ook sterk naar voren in dat kleine woordje 'dan'. 'Ik bid u dan, broeders'. In dat ene woordje grijpt Paulus terug op al datgene wat hij geschreven heeft over de rechtvaardiging van de goddeloze. Wat hij geschreven heeft over de barmhartigheid Gods die verschenen is in Christus Jezus. De ontferming Gods die blijkt uit de gerechtigheid die Christus heeft aangebracht. Met een beroep daarop stelt hij het leven der heiliging aan de orde. U voelt wel aan hoe nauw de rechtvaardiging bij Paulus verweven is met de heiliging. Het een kan hij niet los van het andere aan de orde stellen.
Wat een kracht gaat er trouwens van zo'n apostolisch vermaan uit. Wat denkt u, zal een vermaan tot heilig leven opkomend uit en gegrond in de ontfermingen Gods niet veel meer invloed en uitwerking hebben dan een koud, liefdeloos en wettisch waarschuwen. Calvijn zegt bij deze tekst: 'Hier mag men de zachtmoedigheid van de apostolische geest wel aanmerken, dat hij liever met vermaningen en vriendelijke smekingen, dan met strenge geboden heeft willen handelen.' Nadruk op een heilig leven wordt wettisch als het geen onlosmakelijke band meer vormt met de theologie van het kruis, waar de ontfermingen Gods in haar veelkleurigheid aan de orde komen. En de nadruk op de rechtvaardiging komt in de lucht te hangen als er geen praktische lijnen worden getrokken naar het christenleven van alle dag.
Het christenleven een offerande
Nu roept Paulus, met een beroep op die ontfermingen Gods, de gemeente, en daarmee ook wij, op om hun lichamen te stellen tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande. Hoe kan het ook anders. Die ontfermingen Gods zouden samengevat kunnen worden in die ene offerande van Christus aan het kruis. Mag Paulus nu niet met een klemmend beroep op dit offer vragen om een leven dat één opoffering zal zijn aan God? Vroeger werden er in de tempel levende, gave en Gode aangename offerdieren gebracht. Zij moesten worden geofferd aan de Heere. Deze offerdienst is nu voor Paulus voorbij. Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Laat nu dat leven van u een tempel mogen zijn waar heel uw handel en wandel opgeofferd wordt aan de dienst van God. Christus heeft zoveel voor u overgehad, ja zelfs Zijn eigen lichaam overgegeven tot in de dood, heeft u nu uw lichaam niet over voor God? Petrus zou zeggen in dezelfde beeldspraak: 'Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus'.
Is ons leven nu één opoffering aan God? Paulus heeft het heel concreet over het lichaam dat een offer moet zijn. Wat doen we daarom met ons lichaam? Wanneer we in een hartelijke overgave aan de Heere leven, dan komt dat ook naar buiten. Wat we met ons lichaam doen, geeft weer wat er in ons hart leeft. Wat doen we met onze handen? Hoeveel handelingen worden daarmee niet verricht? Teveel om op te noemen. Zijn het handen die we opgeofferd hebben aan Christus? U kent waarschijnlijk dat voorbeeld wel van die jongen die niet meer kon kaarten. Hij zei tegen zijn vrienden dat hij er geen handen voor had. Die vrienden reageerden verbaasd en zeiden: 'Maar je hebt toch een paar goeie handen aan je lijf?' 'Ja' zei die jongen 'maar die handen zijn niet van mij maar van God.' Ja, dat waren handen die een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande waren. En dan onze voeten. Waar dragen die ons lichaam naar toe? Zijn dat plaatsen waar we de voetstappen van Christus drukken? En wat dacht u van uw ogen? Waar laten die zich allemaal door aantrekken? Hoeveel zaken nemen we niet gretig in ons op via de media, de literatuur en de lectuur, die zeker niet getuigen van een opoffering aan Christus. En om dan maar niet te spreken over wat wij met onze tong uitvoeren. Kortom, u voelt wel aan hoever dat reikt als Paulus ons dringend vermaant om toch ons gehele lichaam te stellen tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande.
Dat vraagt om een leven van sterven. Sterven aan onszelf. Immers jezelf opofferen betekent jezelf prijsgeven. Wat je nu zelf graag zou willen, wat je zelf graag zou willen doen, willen zien, willen zeggen, ondergeschikt laten zijn aan wat God wil. Dat is een leven van zelfverloochening. En dat leer je nu alleen wanneer je in het geloof mag zien op het offer van Christus. Wanneer Zijn leven afgedrukt wordt in uw leven. 'Dit gevoelen zij ook in u, hetwelk in Christus Jezus was'. Vandaar dat Paulus enkel en alleen met een beroep op de ontfermingen Gods, naar voren gekomen in het Lam Gods dat Zich overgaf tot in de dood, ons kan oproepen tot een leven dat één offerande zal zijn aan God. Is uw leven zo'n offerande? Is er bij u een heilig leven dat op komt uit de verwondering over de ontfermingen Gods? Dan is leer en leven bij u op een bijbelse manier in elkaar verweven. Het één kan dan niet zonder het ander. Dan beoefent u de praktijk der godzaligheid. Dat is leven op de toonhoogte van het geloof. Als een onheilige, nochthans uw schuldige leven als een heilige offerande opofferen aan God. Dan bent u een onheilige heilige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's