De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

J.B. Ruben: Enkele facetten van de Geref. Gem. A.D. 1990. 21 blz. ƒ 5,—.
In deze brochure met bijlagen reikt Ruben, tot voor kort scriba van de Geref. Gem. te Tholen, een aantal overwegingen aan over de Geref. Gem. Het uitgangspunt daarbij was de steeds terugkerende vraag als hij als ambtsdrager meeging bij een begrafenis van een gemeentelid of de overledene wel een duidelijke boodschap van wet en evangelie had gehoord. Zijn we als gemeente met onze prediking wel vrij van het bloed van de hoorders, die op weg zijn naar de eeuwigheid?
Ten opzichte van de jeugd stelt hij de vraag: krijgen ze in onze gemeenten wel gefundeerde antwoorden op hun levensvragen? Wordt de jeugd aangesproken in een taal, die ze begrijpt? Is de prediking nog wel gereformeerd? Wezenlijke vragen, die in feite iedere ambtsdrager in welk kerkverband ook zich heeft te stellen. Dat betekent een voortdurende doordenking van ons bezig zijn in het ambt. Het is dan ook betreurenswaardig dat wanneer je als ambtsdrager deze vragen op de tafel van je kerkeraad legt, je daarop uit het ambt wordt gezet, wat Ruben ten deel is gevallen. Een kenmerk van het ware leven vanuit Gods Woord is toch dat we elkaar in alle eerlijkheid over het wezen van Schrift en belijdenis mogen bevragen? Dat dit hier en daar onmogelijk is, is een teken aan de wand. De vragen, die Ruben stelt laat hij opkomen en onderbouwt hij met de Schrift. Of is zijn vermoeden toch juist, dat Synodeuitspraken belangrijker zijn dan de Schrift?
Wie een grondige studie maakt van de Reformatie kan niet anders dan vaststellen, dat er in de loop der tijd heel wat verwrongen is. Daarom hebben we ons steeds weer te bezinnen: is wat ik zeg wel naar Gods Woord? Is het naar de wil en mening van de Heilige Geest?
Ruben brengt zijn vragen onder in een zestal hoofdstukjes:
1. De praktijk van het kerkelijk leven in de Geref. Gem.
2. De belofte in de prediking van de Ger. Gem.
3. De prediking van het Evangelie volgens de H. Schrift
4. De prediking van de Geref. Gem. (schriftuurlijk-bevindelijk?)
5. De leer omtrent de H. Doop
6. De toelating tot de Theologische School
Ik kan niet beoordelen of de weergave die hij tekent van de Geref. Gem. juist is. Daarvoor ken ik het te weinig van binnenuit. Dat is ter beoordeling van de lezer zelf. Ik ben het hartelijk eens met de wijze waarop hij de prediking beziet vanuit de Heilige Schrift. Hij stelt, dat als we zien hoe God in Christus uit is op ons behoud, zelfs het woord 'aanbod' nog zwak is uitgedrukt. De Heere zendt ons er toch op uit om de mensen te dwingen om in te gaan? Daar ontbreekt het nogal eens aan. Veel prediking blijft in een beschrijvende sfeer hangen. Predikanten, die de Schrift na willen spreken, worden anders minder gewaardeerd. In die beschrijvende prediking ontbreekt het aanbod van genade en de oproep tot allen en een ieder (D.L.) met bevel van geloof en bekering. Als dit ontbreekt is het inderdaad de vraag of we nog wel kunnen spreken van een schriftuurlijk-bevindelijke prediking.
Dat dit ook zijn weerslag heeft op de visie op de Doop laat zich verstaan. Zelf heb ik indertijd uit de mond van een ambtsdrager van de Geref. Gem. de uitspraak gehoord: de Doop is voorwerpelijk en het Avondmaal onderwerpelijk. Teelinck zegt heel terecht dat we bij het Avondmaal tot niets nieuwere dingen verplicht worden op grond waarvan we bij de Doop al verplicht waren: tot een nieuwe gehoorzaamheid.
Over de toelating tot de Theologische School is al zoveel geschreven, dat ik dit verder laat rusten. De vraag van een oud-ambtsdrager van de Geref. Gem. is denk ik de moeite waard om in dit verband te overdenken. Als het ontstaan van de Geref. Gem. in de gunst des Heeren is geweest, hoe is het dan te verklaren, dat veel gemeenten nog nooit en sommige gemeenten bijna altijd een predikant hebben?
Uit de stellingen, die toegevoegd zijn, komt duidelijk naar voren wat de eigen visie op de gestelde vragen is binnen de Geref. Gem. Ik begrijp wel waarom men daaraan vast wil houden. Laat men dit los, dan is men ook de basis kwijt waarop men het gescheiden optrekken rechtvaardigt.
Ik hoop dat de brochure van Ruben toch mag bijdragen tot een verdere doordenking, opdat we in onze tijd ook een duidelijk herkenbare prediking hebben voor jong en oud binnen de Geref. Gem. en daarbuiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's