De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het grootschalige en het kleinschalige

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het grootschalige en het kleinschalige

Een drieluik

12 minuten leestijd

In het begin van de zeventiger jaren nam Het Getuigenis stelling tegen de zich verbreidende gedachte dat de zonde, het kwaad zat in de structuren van de samenleving. De zonde — zo werd daartegen betuigd — zit allereerst in het menselijk hart. Tegenover wereldverbetering door structuurverandering werd dan ook gesteld de vernieuwing van het hart door wedergeboorte en bekering. Toch is er uiteraard samenhang tussen het persoonlijke leven en de structuren van de samenleving, tussen het grootschalige en het kleinschalige. Mensen maken nu eenmaal de structuren, de verbanden van de samenleving en nemen daarin hun hele door de zonde aangetaste bestaan mee. Maar mensen maken ook déél uit van die samenlevingsverbanden en worden daardoor ook weer in hoge mate beïnvloed. Het kwaad zit in het hart van de mensen maar werkt door in de wereld en krijgt van daaruit ook weer een terugkoppeling naar het persoonlijke bestaan.
Ooit zei iemand dat, als men wilde weten waar de oorlogen vandaan komen, men moet gaan kijken op het schoolplein. Anderzijds is het zo dat oorlogen, vernietiging op grote schaal, grootschalige misdaad ook weer hun uitstraling, hun voorbeeld werking hebben voor het gedrag van mensen afzonderlijk.
In het hiervolgende noem ik een drietal voorbeelden van de parallellen tussen het grootschalige en het kleinschalige.

Oorzaak en gevolg
De wereld is in korte tijd in rep en roer ge­raakt door de inval van Irak in Koeweit. De oorzaak van de oorlogsdreiging, die de wereld in de ban heeft, ligt in het doodsimpele feit, dat één machtswellusteling alles opoffert aan zijn eigen begeerte naar uitbreiding van macht. Door deze bruut is geen middel onbeproefd gelaten om zijn machtswellust te kunnen botvieren. Als toppunten mogen worden aangemerkt, dat hij zich niet ontzag duizenden van zijn eigen volksgenoten om te brengen en dat hij nu onschuldige burgers als gijzelaars en schild misbruikt. Afschuwelijk waren de beelden van 'Oom Hoessein', die de kindertjes van de gijzelaars over de kuif streek.
Intussen werd Amerika binnen enkele dagen door Hoessein zelf als de agressor aangemerkt. De acties van Amerika en van de gehele wereld waren weliswaar een gevolg van de daden van Hoessein. Maar in korte tijd schaarden duizenden in de arabische wereld zich achter Hoessein en zongen het anti-amerikaanse lied mee. Niet Hoessein was de dader, de óórzaak van het verschrikkelijke drama, dat zich dreigt te voltrekken, maar degenen die aangevallen worden en werden. Al eerder schreven we over de beschuldigende vinger in de richting van Israël.
Het griezelige van dit soort zaken is echter dat, naarmate de tijd voortschrijdt, steeds meer het onderscheid tussen oorzaak en gevolg gaat vervagen. Op den duur, bij het voortslepen van het conflict, gaat het gewoon om twee machten die tegenover elkaar staan. En er behoeft maar weinig te gebeuren of de mening kentert ten gunste van diegene, die de oorzaak van het conflict is. We hebben het gezien aan de palestijnse kwestie. Jawel, vandaag worden we opgeschrikt door het feit, dat de PLO zich onverbloemd aan de kant van Hoessein plaatst en schijnt de publieke opinie (even?) te kantelen. Maar prof. dr. D.C. Mulder, voorzitter van de Raad van Kerken in Nederland, heeft nu al aangekondigd dat wat hem betreft de houding van de Raad van Kerken ten opzichte van de PLO geen herziening behoeft. 'Vandaag is het in het Midden Oosten zó, morgen weer anders'. Ook prof. dr. A. Wessels legde in Centraal Weekblad al bijvoorbaat een verband met de palestijnse kwestie. En het IKV hanteert in een omzichtige verklaring inzake de PLO-vandáág de fluwelen handschoen: ó zo veel begrip! Dat Arafat en c.s. in deze in de lijn van een voor zichzelf sprekende traditie staan wordt volstrekt uit het oog verloren. Dat de bezette gebieden een gevolg zijn van àrabische agressie wordt vergeten.


We zien die vervaging van het onderscheid tussen oorzaak en gevolg ook op het kerkelijk erf. Er onstaan dàn hier, dàn daar broedertwisten, met als gevolg scheuringen, afscheidingen. Er is er altijd wel één, die begint en de echte oorzaak is. Maar na verloop van tijd, als de fronten zich verharden, verbleekt het onderscheid tussen oorzaak en gevolg en kan de gunst omslaan naar diegenen, die de oorzaak waren van soms diepgaande kerkelijke ellende. Ook dan behoeft er weinig te gebeuren of de martelaarsmantel krijgt de volkssympathie achter zich.
Zo gaat het ook met persóónlijke conflicten. Er is altijd een oorzaak maar op den duur is er de verharding en vallen de verwijten over en weer, zonder dat nog beseft wordt wáár en waaròm het allemaal begonnen is.

Onze conclusie moet zijn, dat voor eerlijke beoordeling van brandhaarden en conflicten, ook wat de gevolgen betreft, we altijd weer terug moeten naar het begin, naar de oorzaak. Historisch besef is om zo te zeggen in het groot en in het klein nodig. De dingen moeten telkens weer op een rij worden gezet.
Daarbij realiseer ik me wel, dal als inderdaad alles op een rij wordt gezet, als we inderdáád bij het begin beginnen, we bij Adam terechtkomen. Want daar ligt toch de gròte oorzaak van al het verschrikkelijke dat zich grootschalig en kleinschalig afspeelt. De gevòlgen zijn niet uitgebleven. Maar dat betekent niet, dat niet elke verschrikkelijke gebeurtenis haar eigen begin heeft. We moeten steeds weer terug naar het begin om, vanuit het rechte schuldbesef, de vergeving te dieper te verstaan.

Macht en bezit
Intussen mogen we niet vergeten dat het in het Midden Oosten allemaal draait om de olie. Kernachtig is dezer dagen uitgedrukt dat, wanneer Koeweit slechts bananen had te bieden, het allemaal zo ver niet gekomen was. Hoessein heeft zijn macht gebruikt om zijn olie-begerige handen naar Koeweit uit te strekken. Maar ook in Koeweit zelf ontbraken de jaren door die olie-begerige handen niet. En de wereld kwam nu in feite in rep en roer omdat de hele wereld olie-afhankelijk is geworden.
In het drama rondom Iran en Irak heeft de wereld van verre toegekeken. Nu het gaat om ook ònze belangen loopt de wereld te hoop. Aan de benzinepomp kan ieder al merken hoe geld-gevoelig de Midden-Oostenproblematiek ligt.
Het water van de zee wast echter intussen niet weg, dat al sinds jaar en dag duidelijk is hoe dictator Hoessein zijn macht misbruikt om zijn begeerte naar bezit, of het nu is van land of van de goederen, die de aarde voortbrengt, te bevredigen.
We stuiten hier op de wortel van alle kwaad. De Schrift zegt dat de geldgierigheid de wòrtel is van alle kwaad. Welnu, we kunnen deze Schriftplaats breed interpreteren. Telkens weer in de geschiedenis en overal in de wereld zien we hoe het materialisme de mensen in de greep heeft en oorzaak is van velerlei ellende. Macht en geld, macht en bezitsdrang hebben vaak veel met elkaar te maken. De één mergelt de ander uit, grootschalig en kleinschalig. Ook hier liggen verbanden tussen het kleinschalige en het grootschalige.


Juist binnen de kerken mogen we wel diep doordrongen zijn van deze wortelzonde, namelijk die van de begeerte naar het slijk der aarde, die de oorzaak is van andere zonden, verfijnd of grof. Er is sprake van grof geld maar ook van verfijnd geld. Dat soms gééstelijke macht misbruikt wordt om eigen belang te dienen, ook in materieel opzicht, mag wel het hoogst genoteerd staan als het gaat om misstanden in kerk en gemeente. Ook wanneer het in verfijnde vorm voorkomt, moet het worden onderkend en ontmaskerd.
Maar in het algeméén moeten we zeggen dat het hele menselijk bestaan vaak betoverd wordt door het materiële. Daar moet vaak veel, zo niet alles voor wijken. Men ziet het soms in ontwikkelingslanden dat personen, die gestreden hebben tégen de macht van de bezittende klasse, —zodra ze zelf in het zadel zitten — aan de kant van die bezittende klasse terecht komen. Misschien zien we hiervan zelfs wel de trekken in het westerse socialisme. Maar het materialisme leeft in ieders hart. Bij de één komt het meer naar buiten dan bij de ander. Juist in onze welvaartssituatie zijn de kansen voor het materialisme, als invalspoort voor het kwaad, als voedingsbodem voor een ik-gericht leven, op enorme wijze toegenomen. Dat komt in de prediking wellicht veel te weinig aan de orde. We maken ons druk over veel poppenzonden (om een woord van Luther te gebruiken) maar gaan vaak voorbij aan een sluipend kwaad, dat intussen bezit neemt van de gemeente. Het bezit néémt bezit van óns. Bezit boeit en slaat in boeien.
Macht, ook geestelijke macht kan enerzijds misbruikt worden om bezit te vermeerderen. Geld kan anderzijds ook misbruikt worden om macht te oefenen. Er zijn, zoals dagelijks blijkt, ook hier parallellen tussen het grootschalige en het kleinschalige.

Orthodoxie
Voor het laatste, dat ik in deze drieluik aanstippen wil, begin ik met een persoonlijke ervaring. Toen ik recent, bij de ingang van de klaagmuur in Jeruzalem, bij de aanvang van de joodse sabbat, in een gesprek gewikkeld was met een mij niet onbekend landgenoot, passeerde ons een jood in vol, orthodox ornaat. Het gebeurt niet vaak, dat zo iemand je daar, op dat tijdstip aanspreekt. Maar toen hij een Nederlands gesprek hoorde, bleef hij staan en voegde zich bij ons. Hij kwam oorspronkelijk uit Amsterdam en al spoedig kwam zijn levensverhaal eruit. Drie jaar geleden stond hij, wat betreft de joodse religie nog 'op nul'. Zijn ouders hadden hem er niets van bijgebracht. Maar hij werd 'zoekende' en kwam uiteindelijk terecht in de liberale gemeente van rabbijn Soetendorp in Amsterdam. Na korte tijd beviel hem dat toch niet en sloot hij zich aan bij de orthodoxen. Sinds kort is hij in Jeruzalem en daar heeft hij de aansluiting gezocht bij de ultra-orthodoxie, in één van de chassidische groeperingen. In de groepering, waarin hij zich nu ophield en waarbinnen hij de thora bestudeerde, mocht — zo zei hij, niet zonder trots — nòg veel minder dan in andere orthodoxe groeperingen. De wetten waren er nòg meer verfijnd en toegesneden. Hij praktiseerde op een bepaald moment zijn strakke stijl door op fotografen, die meenden op veilige afstand te zijn heel in de verte, toe te rennen om hen — zo bekende hij — als het nodig mocht zijn de fototoestellen uit de handen te slaan.


Ik heb aan deze ontmoeting veel moeten terug denken. Ik staarde de man na: een wettische godsdienst tot in het uiterste, maar zonder Christus. Men ziet dit ook binnen de kerkelijke orthodoxie wel eens gebeuren. Mensen komen van nul af tot de kerk en schieten door naar andere uiterste, waar bijna niemand hen meer volgen kan. Ze vinden in feite hun bijbels evenwicht niet.
Als het er helemáál op aankomt: op de weg van de wet is geen stilstand. De wet zegt altijd: 'geef, geef, geef', nóóit genoeg. Het wettische jodendom heeft de eeuwen door laten zien, dat steeds verdere verfijningen moesten worden aangebracht: gebod op gebod, regel op regel. Ook in orthodox-christelijke kring kunnen echter mensen zó door de wet bezet en gevangen worden, dat er geen stilstand meer is. De wet is een slavendrijver, die rusteloos voortdrijft van het ene gebod of verbod naar het andere.

Hier kunnen we ook de overstap maken van het kleinschalige naar het grootschalige, met wederzijdse wisselwerking. Hele groeperingen, gemeenschappen, kerken ook en gemeenten kunnen zo in de ban van de wet raken en in wettisch vaarwater terechtkomen. Soms ligt de oorzaak bij één enkele mens of bij een klein aantal personen.
In de islam zien we de laatste jaren het moslim-fundamentalisme veld winnen (één van de brandhaarden in het Midden Oosten en ook in de wereld). We moeten echter niet vergeten dat hier één enkele mens, een ayatolla Khomeiny een flinke opduwer geweest is in de ontwikkeling vàn dat fundamentalisme in de laatste tien jaren.
Zo is ook de orthodox-gereformeerde sector er niet te goed voor om in de greep van zulke ontwikkelingen te geraken. Ortho­dox-gereformeerd kan ook in de greep van de verstarring van de wet komen op een weg, waarop geen stilstand meer is. Men ziet dat verschijnsel soms ook in gemeenten voltrekken. Soms is een enkeling die geestelijke macht uitoefend, voldoende om zo'n weg in te slaan. Op den duur blijkt dan echter toch, dat er ook invloed vanuit gaat naar de gemeente of de groepering als geheel. Langzaam wordt de steven gewend, ook in de persoonlijke belevenis van afzonderlijke mensen. Er ontstaat extra rechtzinnigheid. Zulke rechtzinnigheid behoeft bepááld niet bijbels doorademd te zijn maar kan, net zo goed als het in andere godsdiensten voorkomt, soms ook teruggebracht worden tot godsdienst-psychologische factoren. Al was het alleen maar om zich extra te profileren ten opzichte van anderen, die men als minder principieel brandmerkt of wel móét brandmerken.


Van Ruler heeft eens gezegd, dat het rechtse altijd rechtser wil. Aangezien 'rechts' een moeilijk te duiden begrip is, zeg ik liever dat het wettische altijd wettischer wil. Er vindt dan soms ook aansluiting plaats bij het verfijnde wettische jodendom en eigenlijk ook een terugkeer tot oud-testamentische inzettingen, zonder dat daarover nog de glans van het Nieuwe Testament, liever van het Evangelie valt. Ds. H.G. Abma heeft zo in het verleden eens ontdekkende artikelen over de joodse sabbat en de christelijke zondag geschreven in het Gereformeerd Weekblad.

Als evenwel in het persoonlijke of gemeentelijke of kerkelijke leven de wet gaat overheersen, raakt Christus op de achtergrond. Ik moet het omkeren: waar Christus niet centraal staat, krijgt de wet haar kansen. Veel wetticisme — wat iets anders is dan Ieven naar het gebod Gods of een nauwgezet leven — gaat gepaard met onvolkomenheid als het gaat om de verkondiging vàn en het leven ùìt Christus. In Christus valt onder de wet niet meer te leven. Zònder Christus krijgt de wet ruim baan. Maar Christus gaf de doodsteek aan de wet. Vanuit Christus zijn we door de wet aan de wet gestorven en licht een vrijheid op, die de wereld niet kent, ook al heeft men er daar de mond vol van. De wet zegt: 'geef'. Christus zegt: 'Ik geef'. Hier ligt een verschil tussen nacht en dag. En vanuit Christus is het een vreugde om naar al Gods geboden te leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het grootschalige en het kleinschalige

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's