Vertel het aan jonge mensen (2)
Ieder vak uit het vakkenpakket van een school voor voortgezet onderwijs kent zijn doelstellingen. Het bereiken van deze doelstellingen wordt gemeten met examens. De examenresultaten zijn niet alleen een oordeel over de kennis van de leerling, maar ook over diens capaciteiten. De doelstellingen, die voor het examen bereikt worden, zijn keurig vastgelegd. Zij vinden hun vertaling in onderwijsprogramma's.
Binnen het christelijk onderwijs willen we aandacht schenken aan de godsdienstige vorming van onze leerlingen. Waar het om gaat bij christelijk voortgezet onderwijs is dat de drie aspecten 'onderwijs, begeleiding en godsdienstige vorming' niet als onderling strijdige bewegingen in de school werkzaam zijn. Integendeel, deze drie aspecten voeden de leef- en werkgemeenschap van de christelijke school.
Wat verwacht je van een christelijke school?
Bovenstaande vraag werd aan drie leerlingen voorgelegd. Ze gaven het volgende weer:
leerling 1: 'Men mag van een christelijke school verlangen, dat er serieus godsdienstles wordt gegeven. Ook vind ik dat docenten een christelijke geloofsovertuiging moeten hebben. Verder vind ik dat hun geloof moet uitkomen in onder andere dagopening en dagsluiting, stilte houden voor en na de eetpauze e.d. Ik volg nu een vervolgopleiding aan een openbare school. Natuurlijk merk je de verschillen tussen een christelijke en een openbare school heel goed!'
leerling 2: 'De christelijke school valt of staat volgens mij met de instelling van de leerkracht. De verantwoordelijkheid van het bestuur is daarmee groter geworden om juist de christendocenten naar zijn/haar persoonlijk geloof te vragen.'
leerling 3: 'Ik verwacht — ook in 1990 — van de christelijke school, dat er veel wordt gedaan aan godsdienstlessen, week- en/of dagopeningen en -sluiting en vieringen, omdat dat iets is wat de christelijke school onderscheidt van een andere school. Hiermee wordt ook bereikt, dat de docenten dichter bij de leerlingen staan. Dit is erg belangrijk voor de sfeer op school.'
Uit de reacties van deze drie leerlingen blijkt, dat ze veel van de christelijke school verwachten. Om aan deze verwachtingen te kunnen voldoen, is het nodig om een schoolgemeenschap te vormen, waarin men samen leert luisteren naar de Boodschap van de bijbel. Op een christelijke school zal voor de dagopeningen, dagsluitingen en vieringen met Kerst, Pasen, e.d. veel zorg en aandacht nodig zijn.
Op een christelijke school moet men elkaar kunnen aanspreken op de betrokkenheid bij de christelijke gemeente. Leerlingen vragen oprechtheid en geen vroomheid of vormelijkheid!
Gods Woord alleen
Waar zullen we, leerkrachten en leerlingen, ànders onze inspiratie en motivatie vandaan halen dan uit de bijbel? Door eerbiedig en open te luisteren naar de bijbel horen we immers God tot ons spreken. Daarin ontmoeten we Hem, die de kern is van ons bestaan, uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn.
Hoe kan een christelijke school anders doen dan door bijbellezing en gebed alle activiteiten brengen onder het beslag van God? Het is een zaak van levensbelang, dat ons werk wordt geheiligd, verricht in de nabijheid van God en in toewijding aan Hem. Het onderwijs houdt zich bezig met een deel van de toerusting van jongeren voor de verschillende levenstaken, waartoe ze geroepen (zullen) worden. De school mag daartoe kennis en vaardigheden bijbrengen, die nodig zijn voor beroep, voor verdere studie en voor persoonlijke ontplooiing en verrijking van de geest.
De christelijke school heeft — zeker niet in de laatste plaats — de taak de leerlingen een meer verdiept inzicht te geven in wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard en hun leren zien van hoe wezenlijke betekenis dit is voor al het andere. De leerlingen moeten een 'christelijke' kijk krijgen op de gang van de wereld en de cultuur, een kijk die hen behoedt voor ongefundeerd pessimisme èn voor een ongemotiveerd optimisme. H. Bavinck schreef in 'Pedagogische Beginselen': 'De mens, die in de Schrift onderwezen en bij haar opgevoed wordt, komt op een hoogte te staan, vanwaar hij het groot geheel der dingen overziet; zijn gezichtskring breidt zich tot de einden der aarde uit; hij omvat in zijn gedachte de aanvang en het einde der geschiedenis; hij kent zijn eigen plaats omdat hij zichzelf en alle dingen allereerst beschouwt in hun verhouding tot God, uit Wie, door Wie en tot Wie alle dingen zijn.'
Zo ontstaat er een verantwoorde totaalvisie.
Voor de christelijke school betekent dit, dat de docenten zelf van harte christen moeten zijn, zich moeten laten beheersen door de bijbel, zich moeten laten voeden door een schriftuurlijke prediking en met hun collega's op dezelfde basis staande, doordenken wat dit alles voor consequenties heeft voor het onderwijs in hùn christelijke school.
Kan dit vandaag nog? Of ligt aan de identiteitscrisis van het christelijk onderwijs een algemene geloofscrisis ten grondslag. We moeten ons houvast (weer) zoeken en (weer) vinden in Gods Woord. Dan hebben we ook temidden van alle veranderingen om ons heen vandaag zekerheden!
Voldoende ruimte?
Er is wel eens gezegd, dat Nederland tweemaal een tachtigjarige oorlog heeft gevoerd. De eerste vond plaats in de 16e en 17e eeuw en had de staatkundige vrijheid van Nederland als inzet. De tweede voltrok zich in de 19e eeuw en een deel van de 20e eeuw en had de vrijheid van onderwijs ten doel.
Deze tweede strijd, de zogenaamde schoolstrijd, eindigde officieel in 1919 met de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Voor het godsdienstonderwijs had deze ontwikkeling grote gevolgen.
Het godsdienstonderwijs werd vanzelfsprekend als een onderdeel van het bijzonder onderwijs gezien. Het gevolg was, dat — op een enkele uitzondering na — binnen het openbaar voortgezet onderwijs geen godsdienstonderwijs werd gegeven. Dit in tegenstelling tot vele andere Europese landen. In Engeland is godsdienst zelfs het enige vak dat in de onderwijswet van 1944, de Butler-Act, genoemd wordt als verplicht vak voor alle schooltypen en voor alle leerjaren. Vanwege de identiteitsgevoeligheid van het vak godsdienst binnen de christelijke school is het van groot belang door wie dat vak wordt gegeven.
Voor het vak godsdienst bepaalt het bestuur van een christelijke school wie het 'bevoegd' acht om godsdienstonderwijs te geven. De consequentie zien we op dit moment op veel scholen: door het teruglopen van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs loopt ook het aantal leraarlessen terug. Op veel scholen is het heel normaal, dat docenten uit geheel andere vakdisciplines de teruggang in het aantal lesuren compenseren met enkele uren godsdienst. Godsdienst kan immers iedereen geven!?
Het is een slechte zaak als op deze wijze wordt omgesprongen met de lesuren godsdienstonderwijs.
We vragen ons ook af welke ruimte er nog aanwezig is voor het godsdienstondenvijs, wanneer de basisvorming wordt ingevoerd. Een deel van de 'vrije ruimte' kan hiervoor worden benut. Binnen het christelijk onderwijs biedt de geplande 'vrije ruimte' te weinig mogelijkheden om de eigen richting van de school te profileren. Daarom zal er — om recht te doen aan artikel 23 van de Grondwet — meer 'vrije ruimte' moeten komen.
Wat is de opdracht?
Godsdienstonderwijs staat in het teken van de opdracht uit Mattheüs 28 vers 19: 'Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb'. Gods heil wordt ons geopenbaard door Zijn Woord en Geest. De bijbel openbaart ons de oorsprong en bestemming van mens en wereld. Door opvoeding en onderwijs vanuit Gods Woord leren jongeren:
* de (jonge) mens in zijn afval van God;
* zijn Verbondsrelatie tot God;
* het heilswerk van Christus, dat als herschepping en verlossing zichtbaar wordt in Gods Koninkrijk.
Onderricht vanuit Gods Woord richt zich op de geestelijke vorming en ontwikkeling van jongeren. Geestelijke vorming is ook begeleiding en toerusting van jongeren om hun opdracht in deze wereld te kunnen volbrengen. Christelijke opvoeding en christelijk onderwijs wil zeggen: Jonge mensen opvoeden in de vreze des Heeren. En de vreze des Heeren, zo leert ons koning Salomo in zijn Spreukenboek, is de grondslag van alle wijsheid.
Laten we als koning Salomo bidden om een wijs hart, om zo jonge mensen, die dagelijks aan onze zorgen zijn toevertrouwd, tot een rijke zegen te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's