Geestelijke eenheid in verscheidenheid
Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat 'de heilige Kerk' van Christus — die omschreven wordt als 'een heilige vergadering van ware Christ-gelovigen' — niet aan een bepaalde plaats of 'aan zekere personen' gebonden is. Ze is verspreid en verstrooid door de gehele wereld maar is 'nochtans samengevoegd en verenigd... in één zelfde Geest door de kracht van het geloof. De kerk, de gemeente Gods is een wereldwijde gemeenschap. En wie zou het laatste woord durven hebben als het gaat om de plaatsen waar de Geest mensen opzoekt, vindt en brengt bij Christus! In Het Evangelie zegt Jezus ons, bij gelijkenis, dat, als bij de uitnodiging voor het grote avondmaal velen zich verontschuldigen, de wijken moeten worden opgezocht waar de armen, de verminkten, de kreupelen en de blinden wonen. Ik heb aan dit woord vaak moeten denken als ik in de sloppenwijken in bepaalde grote wereldsteden, waar de armoede en ellende je vanuit alle hoeken van de sloppen toeschreeuwt, zag hoe daar 'religieuzen' zich inzetten voor zulke marginalen in de wereldsamenleving en iets doorgaven in woord en daad van de rijkdom van het Evangelie, van de liefde van Christus voor armen en verlorenen. Hoeveel mensen, onkundig van de vele dogma's en leerstukken, waarover stevig gediscussieerd wordt terwijl nochtans het hart leeg kan zijn, zijn zo toch niet door de Geest geleid, omdat ze terecht kwamen bij Hem, die van Zichzelf getuigt dat Hij het brood en het water des levens is, waaraan hongerigen en dorstigen zich mogen laven.
Pluriformiteit als verscheidenheid
Hiermee wil uiteraard niet gezegd zijn dat theologische bezinning op de grondwaarheden en grondwaarden der Schrift niet noodzakelijk zou zijn voor de kerk. Ik putte het begin van dit betoog uit de Nederlandse Geloofs Belijdenis, die op zìch een neerslag is van gelovige theologische reflectie op de Schriften. De kerk kan niet zonder de heilige leer. Maar met de leer alléén is het niet te doen. De leer handelt ook over het werk van de Heilige Geest, die uiteindelijk leidt tot liefde tot de Zaligmaker. Maar als het erop aankomt is het werk van de Geest niet na te rekenen en leerstellig te fixeren.
De Heilige Geest werkt naar het getuigenis van de Schriften in verscheidenheid. Er is verscheidenheid van gaven en verscheidenheid van bedieningen maar het is dezelfde Geest. Er is dan ook sprake van een wettige pluriformiteit in de kerk van Christus. Het begrip pluriformiteit is een belast woord geworden, omdat er meestal mee wordt beoogd allerlei leringen, die met elkaar op gespannen voet staan of die zelfs op gespannen voet staan met de Schrift zelf, onder één paraplui te brengen. De Schrift wekt ons echter telkens op om de dwaalleer te onderkennen en uit te bannen. Niet al wat zich aandient aan theologische bezinning binnen de kerk kan helaas de toets van de bijbelse kritiek doorstaan. Daarom heeft de kerk ook haar belijdenissen, die een accoord van kerkelijke gemeenschap zijn, en die, hangend aan de Schriften, dienen om juist het alléén gezaghebbende van de Schrift en de nauwe verbinding van Woord en Geest te onderstrepen.
Maar de Schrift kent toch pluriformiteit, en wel als verscheidenheid van bediening door de Heilige Geest. In een verdeelde kerkelijke situatie, dichtbij en wereldwijd, hebben we daarom dunkt me immer te bedenken, dat de Heilige Geest, als het om de persoonlijke bearbeiding van mensen gaat, menselijke vooringenomenheden, kerkelijke grenzen, zelfs confessionele afgrenzingen doorbreekt.
In concreto:
Luther en Calvijn verschilden grondig met elkaar over verschillende essentiële zaken, al denken we alleen maar aan de leer inzake het avondmaal, maar ook bijvoorbeeld aan het zicht op de overheid. Toch zal niemand de één tegen de ander willen uitspelen als het gaat om de leiding door de Heilige Geest. Beiden zijn aan de kerk geschonken om hun gaven (Geestesgaven) aan te wenden voor de kerk tot op de dag van vandaag.
Mensen als Spurgeon en Bunyan waren, in strikte zin, geen gereformeerden, dat ze zich gebonden wisten aan onze confessie. Maar ze waren wel door de Geest verlichte en geleide lichtdrágers in het Koninkrijk Gods.
Wie zou durven ontkennen, dat Kohlbrugge — ook al bespeelde hij weer andere snaren — een begenadigd kind Gods was en een grote in Gods Koninkrijk? Hij werd door de Geest geleid en confronteerde de ingezonken kerk van zijn dagen met wat hij door de Geest diep had geput uit de Romeinenbrief: de rechtvaardiging door het geloof.
Zo hebben allerléí groten in het Koninkrijk Gods soms profetisch zicht gehad op wat zij in hun tijd aan voor de kerk levensnoodzakelijke dingen hadden te benadrukken, terwijl ze soms niet ontkwamen aan eenzijdigheden. Maar ze werden door de Geest geleid. En ieder die door de Geest van God geleid wordt is een kind van God, zegt de Schrift.
Soms is er ook sprake van een bepaalde onkunde inzake noties in de Schrift, zonder dat gezegd kan worden dat de Heilige Geest niet werkt. Als Paulus in Efeze de vraag stelt of de 'discipelen aldaar' de Heilige Geest ontvangen hebben toen ze geloofd hebben, is het antwoord, dat ze zelfs niet wisten dat er een Heilige Geest was. Die ontvangen zo dan overigens onder oplegging der handen.
Elkaar aanvaarden
Waarom dit alles gezegd? Omdat altijd weer in de kerk, met name binnen kerken van gereformeerde confessie, het gevaar aanwezig is, dat bij leerstellige verschillen, waarover strijd wordt gevoerd, afgedongen wordt op de geestelijke staat van mensen. De werking van de Geest heeft ook een verborgen zijde, al is het onmiskenbaar zo, dat het vat uitgeeft wat het in zich heeft. Slechts wanneer er sprake is van aperte dwalingen verbiedt de Schrift zelf die met een beroep op de Geest of met een beroep op geestelijke verscheidenheid (pluriformiteit) te erkennen. Maar bij allerlei verschillen, die aan de dag treden, kunnen toch mensen betrokken zijn, die — hoewel verschillend van overtuiging — voluit Schriftgelovig zijn! Wanneer iemand voluit Schriftgelovig is en de heilsdaden Gods in Christus beaamt, belijdt, gelooft en vertrouwt, dus voluit Christ-gelovig is, dan hebben we het uit handen te geven, in Hogerhand, of iemand een kind Gods is of niet. De kerk oordeelt niet over het innerlijk. Dat is een duidelijke stelregel van onze gereformeerde vaderen.
Niet te ontkennen valt dat door allerlei kerkelijk getwist en door theologische haarkloverijen heen soms (vaak) geestelijke averij is veroorzaakt. Mensen worden soms geestelijk beschadigd en gekwetst in hun diepste gevoelen door liefdeloos oordelen over het hart. Doodzwijgen is dan vaak nog het meest beproefde middel. Soms worden mensen en de zaak waarom het gaat volstrekt met elkaar vereenzelvigd en wordt het al of niet behoren tot Gods kinderen afgemeten aan eigen geestelijke maat. Dat is overigens altijd ook het hachelijke van het bezigzijn in Gods Koninkrijk op de snijlijnen ook van de kerkelijke en theolologische discussies. Maar al te gemakkelijk kan worden afgeschreven wat er bij God toch bij behoort.
Gereformeerd
Wanneer wij een gereformeerd kerkelijk leven voorstaan dan doen wij dat omdat we van de Reformatoren van God uit geleerd hebben, dat de Schrift alléén het voor het zeggen heeft als het gaat om de nonnen voor het gemeentelijk en van daaruit ook het geestelijk leven. De Reformatoren hebben de diepte van de genade leren verstaan en mogen beleven en hebben van daaruit doorgegeven, dat ieder, die door de Geest van God geleid wordt vrij is van 'de dienstbaarheid' van de wet. Wie door de Geest geleid wordt, is ten diepste aan niemand anders verantwoording verschuldigd dan aan God zelf en is innerlijk vrij. Ze hebben dat zelf gepraktiseerd in hun strijd met Rome. Zo innerlijk bevrijd zijn, betekent ook bevrijd zijn van de kramp om geestelijk voor vol te worden aangezien door anderen. Wie ons oordeelt is de Heere.
Wie door de Geest geleid wordt, krijgt ook oog vóór en wil leven in de gemeenschap met allen, die de verschijning van onze Heere Jezus Christus hebben lief gekregen. Calvijn zegt bij 1 Cor. 12 : 13 ('allen in één Geest gedrenkt'), dat de gelovigen 'zodra ze door de Doop van Christus geheiligd zijn, begaafd worden met genegenheid om onderlinge eenheid te oefenen: daarna als zij het heilig nachtmaal ontvangen, dat zij dan geleidelijk tot dezelfde eenheid geleid worden, omdat ze samen met dezelfde drank vermaakt worden'.
Als we ervan overtuigd zijn, dat met name de gereformeerde belijdenis ons brengen en houden wil bij het rechte Schriftgeloof dan zal er ook zicht zijn op de gemeenschap met allen, die uit datzelfde geloof willen leven. Het 'hebben' van dezelfde belijdenis en niet leven in gemeenschap des Geestes met elkaar is een innerlijke tegenstrijdigheid. En hoe zou dan — als we elkáár al niet meer verdragen binnen de grenzen van éénzelfde belijdenis — nog zicht overblijven op al diegenen, die, hoewel in een andere traditie staande, ook door de Geest geleid worden. Dan is de uiterste consequentie overigens het volstrekte isolement van een steeds kleiner wordende groep.
Diepe tonen
Onze belijdenis slaat soms diepe tonen aan als het gaat om ondoorgrondelijke zaken in Gods handelen met mensen. Niet ieder verstaat in dezelfde mate al datgene wat de belijdenis uit de Schrift heeft opgediept, liever nog al datgene wat de Schrift aan onderscheiden werkingen des Geestes leren wil. De één wordt dieper ingeleid in de dingen Gods dan de ander. Doorslaggevend is of 'de wortel der zaak' in ons gevonden wordt, namelijk de doorleving van de drie stukken van de Heidelberger, de doorleving van zonde en genade.
We mogen hier zeker wel beducht zijn voor het kweken van een zekere élite in de gemeente. De Schrift zegt dat zo wie één van de kleinen, die in Christus geloven, ergeren zal, beter een molensteen om de hals kan krijgen en in de diepte van de zee kan worden geworpen. Zo radicaal rekent de Schrift af met het koesteren van een geestelijke elite.
Toch kan het Woord Gods niet diep genoeg worden verkondigd, ook als het om de bevindelijke uitwerking gaat van het werk des Geestes. De diepste tonen doen altijd snaren meetrillen in de harten van hen, die dieper ingeleid zijn dan anderen, die wel ooit het Evangelie gaarne aannamen maar met minder geestelijke kennis werden en worden bedeeld. Maar die diepe tonen zullen ook bij anderen opwekken tot (verlangen naar) groei. Geestelijke stilstand is achteruitgang.
Rechtvaardigen
Het is een gave van de Heilige Geest als mensen in de gemeente met diep geestelijk inzicht zijn bedeeld, geleerd uit ondervinding in de omgang met God. Niet ieder wordt in dezelfde mate bediend. In de joodse religie kent men de zogeheten tsaddikiem, de rechtvaardigen. Ze zijn als geen anderen ingeleid in het wezen van de joodse religie. Veel dieper (want nieuwtestamentischer) moeten we zeggen is daaraan sprake wanneer de Heilige Geest mensen doorzichtig maakt tot op Christus in diens diepe borgtochtelijke lijden en sterven alsook in de hoogte van de opstanding, waaraan de rechtvaardiging door het geloof ontspringt.
Maar ook diep ingeleide christenen zijn geen keurcorps. Ze mogen dienen als lichtdragers, waarvan de lichtvonken ook overspringen op anderen. Ze zijn juist mededeelzaam. Noem ze rechtvaardigen in de diepe christologische betekenis. Geen gerechtvaardigden in die zin dat ze een plus hebben bóven het geloof. Ze zijn niet méér uit genade gerechtvaardigd dan diegenen, die met een klein geloof begiftigd zijn, dat desalniettemin de rechtvaardiging aan zich heeft. Maar de Schrift zègt wel, dat de gedachtenis van de rechtvaardige tot zegen zal zijn.
Er is in de kerk en in de gemeente veel strijd, met als gevolg ook vaak een elkaar geestelijk afschrijven of overtroeven. Maar wie ootmoedig leeft uit de door Christus verworven gerechtigheid zoekt naar gemeenschap met ieder, klein of groot, die de Heere Jezus in onverderfelijkheid lief heeft. Dan wordt eenheid in verscheidenheid beoefend en verscheidenheid in de eenheid van het ware geloof in dank aanvaard.
Onze gereformeerde belijdenis bewaart als het goed is bij de waarheid en bij de eenheid des Geestes. En wat het laatste betreft, ook vandaag is het volk Gods verspreid door de gehele wereld en 'niet gebonden aan zekere personen'. Dat leert ons onze belijdenis, náár de Schriften.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's