Albert Schweitzer een voorbeeld?
Inleiding
4 september zal het vijfentwintig jaar geleden zijn, dat Albert Schweitzer op 90-jarige leeftijd in Lambarene stierf. Van Bach heeft men gezegd, dat hij niet een 'Bach', niet een beek, maar een 'Meer', een zee was. Iets dergelijks zou te zeggen zijn van Schweitzer, een van de veelzijdigste mensen van deze eeuw. Elders heb ik over hem als theoloog geschreven. In dit artikel wil ik trachten iets van zijn veelzijdigheid toe te lichten.
Een man van twee werelden
Bijna op alle gebieden, waarop Schweitzer zich bewogen heeft, heeft hij een wending meegemaakt of veroorzaakt. Hij was een zoon van de Elzas, dat wil zeggen: het gebied dat vanaf 1870 — en ook reeds daarvóór — zich bewoog tussen Frankrijk en Duitsland, soms vrijwillig, heel vaak onvrijwillig. Hierdoor was Schweitzer begiftigd met twee culturen, die dan ook in zijn familie rijkelijk tot uitdrukking kwamen. Zowel in zijn universitaire loopbaan als in het muziekleven, waar hij aan deelnam, zijn die twee culturen telkens voelbaar. In het vrijzinnig protestantisme, waar hij deel van uitmaakte, was hij in die zin een uitzondering dat hij totaal eigen wegen insloeg. Dat blijkt uit zijn Nieuwtestamentische studies, wanneer hij kiest voor de joods-eschatologische achtergrond van het Nieuwe Testament en voor een geheel eigen historische benadering van het Nieuwe Testament. Het blijkt evenzeer uit zijn preken, die qua toonaard bepaald niet vrijzinnig aandoen en, waar dat inhoudelijk toch het geval is, vol staan van bewuste tegenstrijdigheden. Daardoor stelt men zich gedurig de vraag: Wat geloofde deze man en wat is het vuur, dat zo duidelijk en in toenemende mate zich in zijn preken en toespraken manifesteert? Het blijkt uit zijn ethische standpunten. Wij kennen allen de slagzin: Eerbied voor het leven. Maar Schweitzer, die leefde in de slagschaduw van de Eerste Wereldoorlog, heeft het daarbij niet gelaten. Voor zijn ogen zag hij dat mensen in naam van het (over)leven elkaar afmaakten. Hoe kon de volkerenmoord worden overwonnen en het christelijk westen gered? Hij doordacht de eerbied voor het leven in de richting van de wil tot leven. Merkwaardig genoeg wees hij daarbij elke bovenaardse verklaring of grond voor deze wil tot leven (metaphysica) af, om vervolgens deze wil tot leven gegrond te vinden in de navolging van Christus. Zijn afwijzing van elke bovenaardse fundering van de ethiek voltrok de definitieve scheiding tussen Immanuël Kant en hem. Schweitzer was immers als idealist begonnen, met een proefschrift over de godsdienstwijsbegeerte van Immanuël Kant. Maar de ontwikkelingen binnen West-Europa vervreemdden hem volstrekt van de vader van het idealisme.
Ook op muzikaal gebied is Schweitzer de man van twee werelden. Onder de inspirerende leiding van Charles-Marie Widor is hij tot een geheel eigen interpretatie van het werk van Johann Sebastian Bach gekomen, waar zijn grote werk over Bach van een kleine duizend bladzijden de vrucht en neerslag van is. Het bijzondere is dat hier een organist — die Schweitzer was — over het gehele oeuvre van Bach schrijft, en wel op een wijze, die herdrukken van het boek tot ver na zijn dood rechtvaardigt. De andere muzikale wereld van Schweitzer was Wagner. Onbegrijpelijk!
Een zendeling die geen zendeling kon worden
Wat op de meeste mensen grote indruk heeft gemaakt en wat Schweitzer zo ongelofelijk populair doet zijn, is zijn zendingswerk. Ook hier die integrale aanpak van bouwen, wegen aanleggen, voor irrigatie en beplanting zorgen, de fauna zo goed en zo kwaad het gaat in stand houden, dagopeningen en dagsluitingen verzorgen en medisch werk verrichten van de vroege ochtend tot de late avond. En 's nachts schrijven.
Schweitzer was zijn grote theologische werk over de geschiedenis van het onderzoek naar het leven van Jezus geëindigd door vast te stellen, dat Jezus onbekend blijft, totdat Hij ons roept zoals destijds de discipelen: Gij echter, volgt Mij. En Hij stelt ons voor de problemen, die Hij in onze tijd moet oplossen... Schweitzer had, zelf in 1905 ervaren wat de waarheid is van wat hij hier schreef. Het woord uit het Evangelie: Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar wie zijn leven zal verliezen om Mijnentwil en om des Evangelies wil, die zal het behouden, hield hem voortdurend bezig.
Door een artikel van een Parijs zendingsgenootschap over wat de Kongozending nodig heeft, een artikel dat eindigde met een oproep aan hen 'op wie reeds de blik van de Meester rustte' en dat aanried eenvoudigweg te antwoorden: Ik ben gereed, besloot Schweitzer dat dit zijn weg was en dat hij degene was, op wie tot dit doel het oog van de Meester had gerust. Schweitzer is een man geweest met een ongekend sterk roepingsbesef.
Maar eenvoudig was de weg niet. Schweitzer wist bij voorbaat, dat het Parijse zendingsgenootschap orthodox was, en dat men hem als zendeling-theoloog wel niet zou uitzenden. Hij besloot daarop, 'slechts als arts' te komen. Maar zelfs tegen een arts die niet hun geloofsinzichten deelde, hadden de leden van het genootschap bezwaren. Schweitzer vermeldt in zijn eigen levensbeschrijving, dat er weliswaar een Zwitsers zendingsgenootschap bestond, dat hem graag had geaccepteerd, maar dat hij zich door het artikel van het Parijse zendingsgenootschap geroepen voelde naar Equatoriaal Afrika en dat hij zich dus melden ging te Parijs, al was hij zich de bezwaren die tegen hem bestonden, bewust.
Schweitzer was hoogleraar in de theologie te Straatsburg en meldde zich nu voor zeven volgende jaren als medisch student aan dezelfde universiteit. Hierin voorzag het akademisch statuut echter niet! Nooit eerder was het voorgekomen, dat een hoogleraar zich als student aan een andere faculteit liet inschrijven. Maar Schweitzer zette door en won. In 1912 voltooide hij ook deze studie met een dissertatie over een door medici veronderstelde geestesstoring bij Jezus. Intussen was hij aangebleven als hoogleraar Nieuwe Testament, als organist, ook als hulpprediker aan de Sint-Nicolaaskerk te Straatsburg en bleef hij nog wel honderd andere taken nauwgezet vervullen. Vanaf 1913 verblijft hij dan met betrekkelijk korte tussenpozen tot zijn dood in 1965 in Lambarene.
Tussen de tijden
Te Lambarene voltooide Schweitzer zijn eigen levensbeschrijving (autobiografie) in 1931. Men heeft wel gezegd, dat hij dit werk veel te vroeg afgesloten heeft. Er zouden als antwoord praktische redenen zijn aan te voeren, doch die laat ik achterwege. Men kan ze in Schweitzers eigen woord vooraf vermeld vinden. Van het werk bestaat een uitstekende vertaling van Eigenhuis en diens echtgenote. Belangrijker nog dan de redenen, die Schweitzer ertoe gebracht hebben om een bestaande biografie uit te breiden, is een geestelijk motief waar velen overheen hebben gezien. Hij voelde zich in 1931 oud worden en vroeg zich af, hoeveel hij nog zou voltooien van de arbeid, die hij zich voorgenomen had. Tegelijk had hij met de uitwerking van de eerbied voor en de wil om te leven in feite zijn grote levenswerk verricht. 'Omdat ik op de kracht der waarheid en van de geest vertrouw, geloof ik in de toekomst der mensheid', zo schreef hij op de voorlaatste bladzijde van zijn autobiografie. Dit geloof is ook door de Tweede Wereldoorlog ongeschokt gebleven. Toen hij in 1954 te Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nam, bleek dat hij nog steeds geloofde in het hervinden van de ethisch gerichte geest, waar Europa door groot is geworden en die een scheppende kracht is. Deze geest zou ons kunnen weerhouden om de ons ter beschikking staande macht te misbruiken voor enig destructief doel. Wij mogen dus aannemen, dat Schweitzers denken rond 1930 sluitend was en er geen nieuwe elementen meer bijgekomen zijn. Daarom kon hij zijn leven en denken in die tijd gaan beschrijven.
De oplossing?
Het is zeer eenvoudig om Schweitzer als een religieuze humanist te veroordelen. Maar wie zo over hem spreken, begrijpen niet wat hij bedoelde. Toen hij tot na de Tweede Wereldoorlog toe het beginsel van eerbied voor het leven via de geest van de mens had uitgewerkt, was voor hem de cirkel rond. Zo was hij ook begónnen op het slot van zijn boek over het onderzoek naar de historische Jezus en de geschiedenis van dit onderzoek. 'Een tijdperk heeft slechts zoveel werkelijke en levende betrekking tot Jezus, als het in de stof van zijn voorstellingen ethisch-eschatologisch denkt en in zijn wereldbeschouwing datgene wat overeenkomt met het willen en hopen dat bij Hèm op de voorgrond staat, kan aanwijzen...' Het leven aanvaarden, dat is de wil om te leven. En deze wil tot leven, dit aanvaarde leven doet de naaste geen kwaad, want het beweegt zich in de navolging van Jezus naar het Koninknjk van God.
Wie ooit zich met Schweitzer bezighoudt, moet dit bedenken. Anders heeft hij van de zendeling van Lambarene niet veel begrepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's