De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

In Hervormd Nederland heeft ds. W.R. van der Zee (secretaris van de Raad van Kerken) een (althans voor zijn doen) zo opmerkelijke uitspraak gedaan over het politieke spreken van de kerk, dat in NRC Handelsblad de heer J.L. Heldring in zijn rubriek Dezer dagen tot een al even opmerkelijke (althans voor een 'buitenstaander') ontboezeming kwam. Hier volgt zijn voor ons herkenbaar stuk, geplaatst onder de titel 'De Kerk en de dingen van de dag':

'Hoe staat het met de kerken? Vooral de protestantse kerken hebben zich nogal eens illusies gemaakt omtrent de samenleving die in het andere deel van Europa, soms tegen de druk in, nog echte solidariteit zou tonen. Van menige kansel kreeg Reagan er meer van langs dan Honecker – en Gorbatsjov was natuurlijk helemaal een gezondene.
Maar ook hier begint er wat te roeren. In
Hervormd Nederland van 25 augustus schrijft Willem van der Zee "dat we ons opnieuw kritisch moeten bezinnen op de aard van het politieke spreken van de kerk". Nu is Van der Zee niet de eerste de beste. Hij is niet alleen predikant, maar hij is – en dat is belangrijker – ook secretaris van de Raad van Kerken in Nederland.
In de herbezinning waartoe hij de kerk oproept, betrekt hij overigens niet alleen de omwenteling in Midden- en Oost-Europa (inclusief de Duitse eenwording), maar ook de ontwikkelingen in Zuid-Afrika en de crisis in het Midden-Oosten, want bij alle discussies over deze onderwerpen waren de kerken in het afgelopen jaar "intensief betrokken". "Ze hebben standpunten ingenomen en uitspraken gedaan. Vaak zeer concreet."
Dat het kerkelijk spreken ook de politiek moet raken, is voor Van der Zee niet in discussie. "Ook de bijbelse profeten hebben zich concreet politiek uitgesproken, en ook hun taxaties waren niet altijd onfeilbaar. (...) Maar ik denk dat we wel eens te veel gericht waren op de dingen van de dag. Daar zijn politieke partijen voor en ook de onschatbaar waardevolle actiegroepen." (...)
"Maar de kerken hebben te midden van de dingen van de dag een heel eigen opdracht. Onpartijdig? Nee, natuurlijk niet. Ze zullen moeten opkomen voor mensen in de knel en onverbloemd het onrecht bij de naam noemen. Een kritische bezinning zou gaan over de vraag waar hun grenzen liggen. Want als ze die grenzen niet kennen, wordt hun spreken contra-produktief. Met andere woorden: de les van de afgelopen tijd was voor mij bescheidener en terughoudender te zijn waar het gaat om de dingen van de dag."

Van der Zee spreekt in dit stukje niet namens de kerken. Niettemin is dit geluid, komend van deze kerkelijke functionaris, heel interessant. Want hier wordt een breuk aangekondigd, althans bepleit, met een (overigens nogal recent) verleden – een verleden waarin de kerken zich niet bepaalden tot het doen van algemene, principiële uitspraken, maar in sommige gevallen in detail bepaalden wat goed of slecht was.
Daarmee begaven ze zich op een terrein dat de politieke partijen en actiegroepen al beheersten – en veel beter beheersten dan de kerken ooit zouden kunnen. Bovendien: als de taxaties van partijen of actiegroepen verkeerd blijken te zijn, beperkt zich de schade op z'n hoogst tot tijdelijk verlies aan wereldlijke macht; als dit met de kerken gebeurt, is de geloofwaardigheid van Gods woord, dat de kerken immers zeggen te verkondigen, meteen in het geding. Dat is, voor de kerken, erger.
Inderdaad is dit contra-produktief, zoals ds. Van der Zee nu zelf erkent (Overigens mag, dunkt me, produktiviteit dan wel contra-produktiviteit nooit een criterium voor de kerken zijn, maar behoort de waarheid – hun waarheid – dat te zijn, al is deze nog zo contra-produktief).
Intussen zou het interessant zijn te weten in welke specifieke gevallen de kerken, volgens Van der Zee, "te veel gericht waren op de dingen van de dag", te weinig bescheiden en te weinig terughoudend. Want daar zwijgt hij over in zijn stukje. Als ik de redactie van Hervormd Nederland was, zou ik hem de volgende keer meer ruimte geven dan een kolommetje om dat eens uit te leggen. De lezers van dit weekblad, dat een zeer activistisch christendom voorstaat, zouden daar geïnteresseerd in zijn. Of juist niet?
In elk geval zou ik wel eens willen weten of Van der Zee nu vindt dat de kerken zich niet zo stellig hadden moeten uitspreken over een "ding van de dag" als de plaatsing van middellange-afstandsraketten in Nederland is gebleken te zijn; of de dialoog met de "blanke" kerken in Zuid-Afrika niet hadden moeten afkappen; of een beetje meer afstand hadden moeten nemen van de PLO, die nu de kant van Saddam Hussein blijkt te hebben gekozen.
Of laat ik, nu ik met een predikant in discussie ben, hem een bijbelwoord voorleggen en vragen of hij vindt dat de vermaning die Christus Martha toevoegde, ook in de kerken past: "Gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinig zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel gekozen." Martha nu was bezig in het huishouden, terwijl Maria, aan de voeten van Christus gezeten, naar zijn woord luisterde.
Zo zijn er nog meer vragen te bedenken. De kerken in dienst waarvan ds. Van der Zee is, zouden geen knip voor de neus waard zijn als ze deze vragen, waartoe zijn stukje aanleiding geeft, uit de weg zouden gaan.'

P.S. Het is te waarderen dat ds. Van der Zee pleit voor meer terughoudendheid inzake het politiek spreken van de kerk maar – inderdààd! – wat moeten we nu met de uitspraken die recent gedaan zijn over de PLO? Die zijn toch niet ex-cathedra gegeven, oftewel òn-herroepelijk?


We knipten uit het 'Kerkblad van Nederlandse Gereformeerde Kerken in de provincie Flevoland, Gelderland en Overijssel' de volgende bijdrage van ds. O. Mooiweer (Enschede) onder de titel 'Meer dan herinneringen...'

'Elk mens heeft zo zijn eigen herinneringen. Dat hangt direkt samen met zijn persoonlijke levenservaring. Je maakt zo het een en ander in je leven mee. Als men wat ouder wordt, komen soms dagelijks dingen bij je boven, die het verleden hebben gestempeld en een eigen inbreng hebben in het heden. Het is zo een stukje geschiedenis geworden, dat regelmatig wordt gereleveerd. Dat kan een bijzondere betekenis voor je krijgen als je tenminste van de geschiedenis wilt leren. De geschiedenis herhaalt zich en de geschiedenis herhaalt zich nooit. Beide is volkomen waar! Het is soms pijnlijk te ervaren, dat de geschiedenis een les bevat die vaak vergeten wordt. Dan leert de geschiedenis ons, dat ze ons niets leert en veroordelen we ons zelf ertoe om de historie te repeteren. Maar er zijn ook zulke mooie dingen, die je meedraagt in je hart en in je geheugen. Ik noemde daar eerst het hart. Herinneringen zijn niet alleen een zaak van historie en memorie. Je levenscentrum — je hart — wordt erdoor beheerst Je kunt het niet meer vergeten. Toch speeltje geheugen een aparte rol in dat alles. Er zijn verhalen, die je leest, kernachtige uitdrukkingen, die je tegenkomt en die je niet meer kwijtraakt Daarom vind ik het zo interessant memoires te lezen en interviews aan te horen. Zo trof mij voor de E.O. een vraaggesprek met drs. Niek Scheps, de man die jaren lang als opvolger van zijn vader de redaktie heeft gevoerd van het bekende blad "Kerknieuws". Hij gaf in dat gesprek met Pim van der Hoff het een en ander ten beste wat waard is genoteerd te worden. Hij had het nl. over de hervormde ds. D.A. van den Bosch, wel genoemd de Haagse Spurgeon, die vóór de Tweede Wereldoorlog in de residentie stampvolle kerken trok. Toen hij naar aanleiding van zijn 25-jarig predikantschap op een zondagmorgen zijn jubileumpreek in de Julianakerk zou houden, hadden er blijkbaar om zeven uur mensen voor de ingang van het kerkgebouw gestaan, terwijl de dienst pas om tien uur begon. Ze wilden per se een plaatsje bemachtigen. Dat mocht hun niet ontgaan. Kom daar vandaag de dag eens om!
Scheps vertelde ook, dat ds. Van den Bosch vaak met een verhaaltje de preek begon. Dat is zo. Dat kan ieder nalezen in zijn prekenbundels. Hij wist van meet af de schare te boeien. Van deze begaafde prediker moet de opmerking afkomstig zijn, dat volgens het woordenboek van de Nederlandse taal ik de eerste persoon is, maar volgens het woordenboek voor het huwelijk is jij de eerste persoon. Dat is treffend gezegd en daarmee benaderde Van den Bosch paartjes in een huwelijksbevestigingsdienst. Uiteraard geldt dat niet alleen voor het huwelijk, maar voor elke vorm van omgang met een medemens. Het is een verwoording van de in- en opzet van de christelijke naastenliefde en het verzet tegen het egoïsme. Niet eerst ik en dan nog eens jij, maar: eerst jij en dan nog eens jij en dan pas ik. Dat vraagt permanente zelfverloochening. Daaraan mag niemand zich onttrekken. Want dat hoort integraal bij het ware geloof in Jezus Christus.
Er was nog iets, dat mij in dat genoemde vraaggesprek aansprak, nl. wat Niek Scheps vertelde over prof. K.H. Miskotte, destijds hoogleraar in de theologie aan de R.U. te Leiden. Toen hij na zijn professoraat weer teruggekeerd was tot de ambtelijke bediening in de gemeente en men hem toen hij al bejaard was vroeg waarom hij nog elke zondag preekte, antwoordde hij: Om te blijven geloven. Je moet eigenlijk de binnenkant van het predikambt hebben leren kennen om zo'n zinnetje te kunnen taxeren. Het is een feit — elke emeritus zal het bamen — dat je blijft preken om te blijven geloven. Niemand neme dit zó absoluut, dat men zou gaan denken, dat geen dominee buiten zijn eigen preken het geloof zou kunnen behouden. Maar het betekent wèl, dat het bezigzijn met de Heilige Schrift in de regelmatige voorbereiding voor de zondag en het steeds weer nieuwe preken maken een aparte stimulerende en vertroostende invloed heeft op het leven van de dienaar van het goddelijke Woord. Het heeft een eigen funktie in de praktizering van zijn geloof. Geloven is immers kennen en vertrouwen! Welnu, de heraut van Christus, die het grote en goede nieuws heeft uit te bazuinen, leert zo steeds meer de Here kennen en bij alle spanning voor en op de zondag steeds weer op God alleen te vertrouwen. Zo heeft elke kerkdienst effekt in het leven van de gemeente èn van de voorganger. Daarin weerspiegelt zich iets van de veelkleurige wijsheid van onze God, die roept en bekwaamt! Zo reikte een pakkend interview mij veel meditatiestof aan.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's