Globaal bekeken
In 'In de rechte straat', werd meegedeeld 'Hoe Pruisen "gekerstend" werd':
'De Teutoonse Ridders, gesticht in 1189, hadden van de paus een bul gekregen, waarin hen werd opgedragen de heidense landen in het gebied van de Oostzeekust te kerstenen. Hoe ze dat gedaan hebben, is beschreven in "Polen", door James A. Michener, op p. 68-69:
In 1226 werden ze (de Teutoonse Ridders) uit Hongarije verdreven en vertrokken ze naar Noord-Polen. Hun eerste bekeringsijver betrof de Pruisen, een beminnelijk, onbeschaafd, boers volkje dat de handel in barnsteen langs de Oostzeekust beheerste. Ze kerstenden de Pruisen op een hoogst doeltreffende manier. Ze roeiden ze uit.
Ze zaaiden verdeeldheid onder de stammen en rekenden er daarna stuk voor stuk mee af, door sommigen de zee in te jagen en anderen te verdrijven naar de woeste gronden van Rusland en weer anderen tot slaven te maken.
Degenen die achterbleven in de gebieden die de Orde opeiste, ongeveer de helft van de bevolking, werden lijfeigenen die niet mochten trouwen, zodat geen Pruisische kinderen meer zouden geboren worden. Ze moesten zeven dagen per week 15 uur per dag werken, tot ze er dood bij neervielen.
De ridders hadden de Pruisen altijd veracht, maar toen die waren uitgeroeid, namen de ridders wel hun naam en veel van hun eigenschappen over.'
In 'Evangelie en Moslims' werd het volgende meegedeeld over een 'enquête onder predikanten over islam':
'In het voorjaar hield de Evangelische Alliantie in samenwerking met "Kruistochten" en "Evangelie en Moslims" een enquête onder 607 predikanten over hun kennis van en betrokkenheid bij de islam.
Slechts 122 van de formulieren werden ingevuld teruggezonden. De meeste inzenders behoorden tot de Nederlandse Hervormde Kerk (39,2%), de Gereformeerde kerk (23,3%) en de Evangelische kerken (21,7%), waartoe Baptisten, Pinkstergemeenten en andere vrije groepen worden gerekend.
Enkele opmerkelijke elementen uit de enquête:
– Zendingsbladen worden minder gewaardeerd als bron van kennis over de islam dan dag-, week- of opiniebladen. Kunnen zendingsbladen in dit opzicht verbeterd worden? Geven ze genoeg en kwalitatief goede informatie over de islam?
– Speciale, actuele informatie, met voldoende diepgang, is nodig voor predikanten. Er zouden meer en betere artikelen geplaatst moeten worden in kerkbladen en vakbladen voor predikanten. (...)
– Bijna de helft van de geënquêteerden gaf een onjuist antwoord op een multiple-choise vraag m.b.t de vijf zuilen van de islam...
– De onderzoekers concluderen: "Aangezien moslims dikwijls een negatief beeld hebben van christenen, zal er meer gekeken moeten worden naar de benodigde "'alternatieve levensstijl"' van oprechte christenen. Met name gemakzucht, ongastvrijheid, intolerantie en onvriendelijkheid kunnen obstakels vormen. Goede relaties met moslims zijn nodig".
– 46,7% vindt moslims fanatiek tot zeer fanatiek
– 47,5% vindt hen gedisciplineerd
– 43,5% vindt hen intolerant tot zeer intolerant
– 68% vindt hen gastvrij tot zeer gastvrij
– 76% vindt dat de overheid geen subsidie moet geven voor moskeebouw, 85% vindt dat christenen niet moeten helpen de bouw van moskeeën te bekostigen, 82% vindt dat christenen zich niet actief tegen moskeebouw moeten verzetten.'
In de Reformatorische School verzorgt de heer G. van Essen een altijd lezenswaardige rubriek 'Even pauzeren...'. In het laatste nummer verklaart hij in een stukje, getiteld 'Nederlands' dat hij het nog steeds waardeert dat hij in de jaren dertig heeft mogen leren lezen. Hier volgt zijn nostalgisch verhaal:
'Reeds op de kleuterschool, destijds ook wel bewaarschool genoemd, kwam ik in aanmerking met het onderdeel poëzie. Door verzen als:
In de vliegmasjien,
In de vliegmasjien
Kun je hele hoge bergen zien.
Regels, die mij in mijn verbeelding uittilden door het alledaagse van een naar katten stinkende zandbak en het zinloos gebonk in een verveloos hobbelpaard. Ook het volgende gedichtje is niet uit mijn geheugen weg te branden:
In de witte watten sneeuw
Loopt Sofietje.
En ze neuriet voor zich heen
Een mooi liedje.
Vooral de alliteratie in de eerste versregel deed het hem, en sindsdien ben ik voor dit klankverschijnsel zeer gevoelig gebleven.
Wat een wereld ging er dus voor ondergetekende open, toen hij op de lagere school in aanraking kwam met de werkjes van een zekere Van de Hulst. Te beginnen met "Lezen Leeren". Jawel, oude spelling, want het eerste deeltje van die methode kreeg hij onder de neus omstreeks het jaar 1930...
Daarna volgden al die andere boekjes, sommige met van die mooie, allitererende titels, zoals "Bruun de Beer", "Van Bob, Bep en Brammetje", "De bengels in het bos", "Inde Soete Suikerbol", en niet te vergeten, "Willem Wijcherts".
Met dat laatste boek zijn we intussen al in de hoogste klas van voornoemde lagere school aangeland. Alwaar bleek, dat het vak "Nederlandsche Taal" niet alleen uit prachtig proza en welluidende poëzie bestond...
Het schoolbord had twee draaibare zijborden, elk met een oppervlakte van zo'n vierkante meter. Op de achtergrond van het rechterbord stonden alle jaartallen, die we moesten kennen. Het begon met 100 jaar voor Christus en het laatste jaartal was 1934. De meester had al die cijfers keurig gekalligrafeerd, in diverse kleuren, maar dat had geen verzachtende invloed op het memoriseren. Integendeel: toen ik dat bord met al die vrolijkgetinte jaartallen zag, was mijn eerste reactie: "Wat leuk!" Daar ben ik in de loop van dat jaar dan wel op teruggekomen...
Met de achterkant van het linkerbord was het nog erger gesteld: daar stonden genoteerd, eveneens in kleur, alle woordsoorten en zinsdelen, die we moesten kunnen thuisbrengen. Onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp waren al vertrouwde begrippen, maar de bovenmeester, die de scepter zwaaide in de zesde klas, deinsde er niet voor terug om daar, behalve het meewerkend en oorzakelijk voorwerp, ook een hele serie bijwoordelijke bepalingen aan toe te voegen. Die van omstandigheden niet uitgezonderd...
En dan de woordsoorten!
Ondergetekende was niet de enige in de klas die bij herhaling de wederzijdse en de wederkerige voornaamwoorden door elkaar haalde. En dat er behalve onbepaalde voornaamwoorden ook nog onbepaalde hoofd- en rangtelwoorden bestonden, maakte het voor ons, elf- en twaalfjaren, niet bepaald eenvoudiger. De tussenwerpsels, die vonden we nog het mooist...
Maar goed, op de ULO hadden we plezier van de training, die de bovenmeester ons had doen ondergaan: we ontleedden dat het een lieve lust was!
Dat uitgebreid lager onderwijs bracht ons ook in aanraking met de literatuur. We moesten gedichten uit het hoofd leren als:
Eens ging ik langs het lage riet,
Dat ruischen kan en anders niet,
Toen langs mijn pad een herder kwam,
Die een van deze halmen nam...
van Jacqueline van de Waals en "Hei molentje, molentje Hoog-in-de-Wind' van Jan Prins.
Onze opstellen werden zeer kritisch bekeken. Toen ik in een optimistische bui stelde, dat je in januari reeds de eerste voorjaarsverschijnselen kunt waarnemen, werd ik door de leraar duchtig op de vingers getikt. Ik zat toen in de derde klas, en mijn optimisme vond ongetwijfeld zijn oorzaak in het feit, dat ik op dat moment het grootste gedeelte van het uitgebreid lager onderwijs achter de rug had.
In de vierde klas moesten we boeken lezen. Nu had ik dat al gedaan, sinds ik voor het eerst met Van de Hulst in contact kwam (zie boven), maar nu werd het ernst. Op de examenlijst kwam o.a. voor "Het Hofke" van Marie Koenen. Van dat boekje kan ik me niets herinneren. Wat beter gesteld is het met "Orpheus in de Dessa" van Augusta de Wit. Met als hoofdpersoon Si-Bengkok, die al fluitspelend een karbouw bestuurde. Meer indruk maakte het boek "Oostloorn" van S. Ulfers op me, met o.a. een verhaal, getiteld "De Groote Droogte". Maar het mooist vond ik het vierde verplichte nummer: "De Familie Stastok" uit de "Camera Obscura" van Hildebrand...
Dat het vak Nederlands ook op de kweekschool een belangrijke rol speelde, behoeft nauwelijks betoog. Daar hebben we het trouwens al eens eerder over gehad. Rest mij dus deze bijdrage te besluiten met de verklaring, dat ik het nog steeds zeer waardeer, dat ik in de jaren dertig heb mogen leren lezen...'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's