De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aanscherpingen in de kerklijke pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aanscherpingen in de kerklijke pers

N.a.v. uitlatingen van ds. T. Poot, ds. A.A. Spijkerboer en ds. E. Overeem

13 minuten leestijd

Het gist en bruist allerwegen in de kerkelijke pers. De toonzetting ten aanzien van omstreden zaken wordt aangescherpt, heeft soms hier en daar bittere kanten. Wanneer in het hiernavolgende een drietal vraagstellingen aan de orde komt proberen we de toon zuiver te houden, ook al is er het levensgrote gevaar ook uit de toon te vallen, gezien vals klinkende tonen elders. We wagen het er toch op, omdat publiek gestelde vragen nu eenmaal om een open antwoord vragen. Mogen we intussen bewaard blijven voor een verscherping van verhoudingen, waardoor communicatiekanalen, die tot voorheen open waren, gaan verstoppen.

Een 'opmerkelijke reactie' van ds. Poot
In Woord en Dienst spreekt ds. T. Poot over een 'opmerkelijke reactie' onzerzijds op het artikel, dat ds. L. de Liefde schreef in datzelfde blad onder de titel 'Opmerkelijke Open Brief'. Het was mijn bedoeling niet verder meer op het verschijnsel Open Brief te reageren. Maar ik heb het er kennelijk zelf naar gemaakt nu toch nog een keer enige regels aan het papier te moeten toevertrouwen. Ik schreef namelijk in mijn tweede arikel (Waarheidsvriend, 23 aug.) dat het ds. De Liefde zou sieren als hij in Woord en Dienst terug zou komen op 'misplaatste opmerkingen' in zijn artikel, waarin hij onder andere ondergetekende sprekende invoerde. In dat artikel volstond ds. De Liefde namelijk met zijn gram te uiten over het feit, dat ondergetekende van oordeel was dat de Open Brief 'niet diep genoeg graaft en peilt'. Dàt nu was namelijk het enige dat ook het dagblad Trouw van de reactie van schrijver dezes zeer summier doorgaf. Als ds. De Liefde namelijk in zijn artikel ook niet méér doorgeeft dan deze vertekening in Trouw waag ik het erop te veronderstellen, dat ds. De Liefde in eerste instantie niet méér las dan wat Trouw doorgaf.
Ds. Poot meent nu de op vacantie zijnde ds. De Liefde in bescherming te moeten nemen. Want niet zoveel predikanten — zegt hij — lezen zo grondig wat er in binnen en buitenland geschreven wordt als hij. Hij heeft de Open Brief — aldus ds. Poot — grondig gelezen. Dat nu ontken ik geenszins. Mijn vraag was echter of hij mijn artikel ook zó grondig gelezen had. Als dat zo is moet ik ootmoedig het hoofd buigen wanneer ds. De Liefde dan ook alleen maar tot dezelfde slotconclusie komt, die Trouw ook had getrokken: de brief spit niet diep genoeg. Ds. Poot zelf heeft het in ieder geval in Kontextueel nog opgebracht te zeggen, dat er bij mij ook begrip bestond voor aspecten van de Open Brief.
Een uiterst zwak argument in het artikeltje van ds. Poot om mij te bewegen terug te komen op wat ik in De Waarheidsvriend schreef is, dat er ook onder 'zijn (lees: Waarheidsvriend, v.d.G.) lezers' zijn, die ds. De Liefde bijvallen als hij het woord 'misplaatst' gebruikte ten aanzien van mijn reactie op de Open Brief. Het is nooit een sterk argument om mensen anoniem ten tonele te voeren. Het is beter met open vizier te strijden. Nu moeten anonieme personen kennelijk dienen om eigen gebrek aan argumentatie kracht bij te zetten. Ik besef dat het bovenstaande inhoudelijk weinig zoden aan de dijk zet. Maar het stukje van ds. Poot in Woord en Dienst was dan ook eerder een emotionele reactie om solidariteit met ds. De Liefde te betuigen dan een inhoudelijke bijdrage ten aanzien van datgene wat onder ons aan de orde is. De solidariteit van ds. Poot is in ieder geval duidelijk.
Enfin, wellicht komt er nog een vervolg, als ds. De Liefde terug is van vacantie. Dan zal blijken of hij inderdaad niet meer in mijn artikel gevonden heeft dan wat ook Trouw ervan doorgaf. Mocht dat zo zijn, dan heb ik in ieder geval gefaald in wat ik ten diepste wilde doorgeven. Het zou echter ook kunnen zijn dat niet meer wát geschreven werd maar dát geschreven werd kritiek oproept.

Ds. Spijkerboer schiet met scherp
'Gereformeerde Bond bederft reformatie.' Zo luidde het uitdagende opschrift van een artikel van ds. A.A. Spijkerboer in Evangelisch Commentaar. Ds. Spijkerboer heeft altijd een irriterend versneden pen. Toen ik dit artikel van hem gelezen had moest ik echter denken aan de dominee, die zijn preek had gemaakt voor de komende zondag maar alleen zijn tekst er nog bij moest vinden. Nadat Spijkerboer allerlei relativeringen heeft aangebracht ten aanzien van de waardering van de Reformatie en de inhoud van de belijdenisgeschriften, komt hij tot de uitspraak, dat de Gereformeerde Bond, 'die toch nogal op het verleden gericht is', weliswaar altijd druk in de weer is met de Reformatie, maar dat de Reformatie bij de Gereformeerde Bond niet in goede handen is. Als ik in enkele woorden samenvat waaròm dat, naar Spijkerboer meent, dan zo is, dan komt dat doordat de Gereformeerde Bond niet beginnen wil bij de rechtvaardiging van de goddeloze. Zelfs prof. dr. C. Graafland doet dat in zijn laatste boek 'Gereformeerden op zoek naar God' niet. Want die spreekt ook nog over 'een toeleidende weg'. Bij de Gereformeerde Bond gaat het altijd eerst om de boetvaardigheid door de Wet, waardoor de mens begint uit te zien naar Gods genade. Hij noemt dit 'allerlei stutwerk voor "Jezus alleen"'.
Voor Spijkerboer is de traditie (van de Reformatie) wel van groot belang, — 'een duw in de goede richting' — maar niet van doorslaggevend belang. De Reformatie is alleen van belang als het gaat om 'de hoofdzaak'. En dat is 'dat Jezus Christus ons leven in Zijn hand neemt'. En dan gaat het om de rechtvaardiging door het geloof.


Eerlijk gezegd vind ik het verhaal van Spijkerboer nogal pover. Als Spijkerboer zijn artikel besluit met de m.i. wat vertwijfelde uitroep dat 'wij onze traditie zelf in ere moeten houden en niet doen alsof wij die verder wel aan de Gereformeerde Bond kunnen overlaten', dan schept Spijkerboer hier duidelijk afstand tussen die 'wij' — dat is dus de kring, waarin hij zèlf zich kerkelijk ophoudt — en de Gereformeerde Bond. Misschien moet ik daaruit aflezen dat hij toch van mening is dat die traditie — zelfs als het gaat om wat hij de hoofdzaak noemt: 'de rechtvaardiging door het geloof' — ook in 'zijn' kring kennelijk niet in goede handen is gebleken te zijn. Anders behoef je er niet toe op te roepen die traditie zelf in ere te houden.

Maar terzake. Ik val ds. Spijkerboer grif bij als hij stelt dat de Reformatie bij de Gereformeerde Bond niet in goede handen is. Als het bewaren van de erfenis van de Reformatie in handen van mensen ligt, ziet het er somber uit. Dat de erfenis van de Reformatie ook in een ge-déformeerde kerk als de kerk van de Reformatie hier te lande telkens weer kracht van overleven bleek te hebben, is warempel niet aan mensen te danken maar aan Gods bewarende trouw. Het is verder ook een overbekende stelregel, dat men datgene, wat men van de vaderen heeft geërfd, moet verwerven om het te bezitten. Maar dat betekent wel: er in studie mee bezig zijn, dus bepaaldelijk ook omzien naar het verleden om te ontdekken en te herontdekken uit welke bronnen de vaderen hebben gedronken, om daar vervolgens dan ook in deze tijd eigentijds uit te putten. Ik ben er verder ten zeerste van overtuigd, dat in dìè sectoren van de kerk, waar de Reformatie met ere wordt genoemd en 'reformatorisch' een exclusieve eigennaam aan het worden is, zeer wezenlijke elementen van de Reformatie zijn teloor gegaan of onder spanning zijn komen te staan. Men kan zich in gemoede afvragen of kennis van de Reformatie altijd daar aanwezig is, waar de Reformatie met de mond wordt geroemd. Dat betreft niet alleen de klare roemtaal van het geloof maar ook het zicht op de wereld en het zicht op de eenheid van de kerk.
Wie niet grondig bezig is met de erfenis van de Reformatie zal er ook vandaag niet uit leven. Ik herinner mij echter dat prof. Van Niftrik ooit de klacht uitte, dat veel theologen het vandaag gemakkelijk hebben. Hun theologie begint pas met vandaag. Studie van de geschiedenis, de kerken dogmengeschiedenis, de bestudering van het reformatorisch erfgoed, is niet meer nodig. Nu verdenk ik er ds. Spiekerboer niet van dat hij behoort tot diegenen, die Van Niftrik bedoelde. Maar proef ik in zijn oproep om zelf de traditie ernstig te nemen toch niet, dat hij in feite teleurgesteld is over het feit, dat kennis van de Reformatie in zijn eigen kring schaars geworden is?


Ik laat nu liggen het feit, dat Spijkerboer de Reformatie alleen serieus wil nemen als het over de hoofdzaak gaat. Over 'geest en hoofdzaak' is, ook als het over de belijdenis gaat, al zoveel geschreven en gezegd. Maar altijd weer heeft 'geest en hoofdzaak' betekend verlies van het erfgoed. Als het echter gaat om wat Spijkerboer zelf 'hoofdzaak' noemt, de rechtvaardiging van de goddeloze, dan is er bepaald vanuit de Reformatie méér te zeggen dan wat hij doet. De rechtvaardiging van de goddeloze is een diep bijbelse notie, die, telkens als er weer sprake was van een opleving binnen de kerk, vanuit de Romeinenbrief nieuw werd ontdekt. Maar dan gaat het niet om de rechtvaardiging van de goddeloze als een fait accompli, een stand van zaken, een gebeuren dat zich alleen (hoewel allereerst, jawel!) in Jezus Christus op Golgotha heeft voltrokken. Maar het gaat, naar de Romeinenbrief zegt, ook om het gelóóf in Hem, die de goddeloze rechtvaardigt om niet. In Romeinen 5 spreekt Paulus dan ook, als hij roemt in de rechtvaardiging uit het geloof, over de liefde Gods die uitgestort is in onze harten door de Heilige Geest. De rechtvaardiging uit het geloof heeft een (objectieve) buitenkant: op het Kruis is het geschied. Maar ook een (subjectieve) binnenkant: De Geest werkt één en ander ook uit in de mens. Welnu, de Reformatie heeft ook het werk van de Heilige Geest centraal gesteld. Calvijn is dan ook wel de theoloog van de Heilige Geest genoemd. Over hoofdzaak gesproken! En daarom is het een versmalling van de Reformatie als de rechtvaardiging door het geloof gesteld wordt buiten het inwendige werk van de Heilige Geest. In het artikel van Spijkerboer komt het werk van de Heilige Geest nergens voor. Dat is veelzeggend.
Uit Spijkerboers artikel wil ik evenwel serieus oppakken het appèl om de Reformatie niet te versmallen. Maar me dunkt dat Spijkerboer die in feite al versmald en verarmd hééft. Vandaar. Het zou overigens een grote zaak zijn als we sámen de traditie van de Reformatie in ere zouden houden.
Maar dan wel integraal, en niet op (geselecteerde) 'hoofdzaken'. De vragen van de toeëigening des heils komen dan ook zeker aan de orde.

De ruiten van ds. Overeem
Dit brengt mij op een laatste kwestie. En passant nam ds. Spijkerboer in zijn artikel ook mee, dat de Gereformeerde Bond niet veel ziet in Samen op Weg, omdat het 'met de gereformeerden van tegenwoordig bar en boos' is gesteld. Hij acht het ook pijnlijk dat de secretaris algemene zaken van de Hervormde Kerk (ds. mr. J. Haeck) de vraag heeft gesteld of het niet beter zou zijn, dat de gereformeerden gewoon zouden terugkeren naar de Hervormde Kerk. Allerwegen heeft men kunnen lezen, dat deze vraag — hoewel niet voor het eerst gesteld — bij de praeses van de Gereformeerde Kerken, ds. E. Overeem, grote toorn heeft wakker geroepen. Dat is in Samen op Weg nooit aan de orde geweest, zo zei hij. Zou een dergelijke vraag gesteld worden op een combi-synode dan zou men in Leusden direct de ruitenzetter moeten bestellen, zo reageerde hij, want de vensters zouden kennelijk uit de sponningen vliegen.
In deze korte reactie van ds. Overeem komt ontzaggelijk veel aan de oppervlakte. Ds. B. Wallet, de synodepraeses van de Hervormde Kerk, heeft intussen gezegd dat de vraag van Haeck geen beleidsuitgangspunt vormt van de hervormde synode maar dat hij de vraag wel herkent. In ander verband is zelfs gezegd dat minstens tachtig procent van de Hervormden er zo over denkt.
Welnu, men kan zeggen dat, als de twee kerken, die nu samen op weg gaan, ten principále samen willen gaan, er heel wat tijd, moeite, geld bespaard zou zijn geweest wanneer inderdáád de gereformeerden gewoon teruggekomen waren. Wie zou daar dan principieel bezwaar tegen hebben kunnen maken, gezien de verscheidenheid, die de Hervormde Kerk zelf reeds kent! Maar de ontwikkeling is een andere. Wanneer het ooit tot een S.O.W.-kerk komt, dan is er inderdaad sprake van een nieuwe kerk, waarin de twee bestaande kerken opgaan. Het betekent het prijsgeven van de vaderlandse kerk, een kerk die de hervormde gereformeerden trouw gebleven zijn vanwege haar verworteling in de geschiedenis en haar oorsprong als gereforméérde kerk in dit land. Om de benaming vaderlandse kerk lacht thans al wat gereformeerd heet te zijn búíten de Hervormde Kerk. Men spreekt van een romantisch kerkbegrip. Synodaal gereformeerden kunnen er niet mee uit de voeten, maar ook vrijgemaakt gereformeerden vallen ons er scherp op aan. Zij zijn gepokt en gemazeld door Abraham Kuyper, die in zijn dagen – anders dan in de Afscheiding gebeurde – met de Doleantie een nieuwe kerk begon en radicaal brak met het historisch gegevene.
Hervormd gereformeerden voelen zich intussen in de traditie van (ook) Groen van Prinsterer staan, die de uitdrukking vaderlandse kerk ook herhaaldelijk bezigde. In zijn 'De antirevolutionaire en confessione partij in de Hervormde Kerk' bijvoorbeeld gebruikt hij die benaming op grond van de verworteling in de geschiedenis en spreekt hij één- en ander maal uit niet van haar te mogen en te willen afscheiden: 'we moeten in de kerk blijven maar om er te strijden...'. Hervormd gereformeerden hebben daarom immer principieel verzet aangetekend tegen Samen op Weg zoals het zich ontwikkelt, omdat die vaderlandse kerk wordt prijsgegeven en daarmee ook het zicht wordt verduisterd, dat Groen van Prinsterer had op de eenheid van gereformeerde belijders in de Gereformeerde Gezindheid (of Gezindte). De felle reactie van ds. Overeem maakt duidelijk, dat het in Samen op Weg om die vaderlandse kerk (van Groen) niet meer gaat of gaan màg. Het gaat om een nieuwe kerk, waarin — ironie van de geschiedenis! — ook gereformeerden vandaag aansluiten bij de 'geest en hoofdzaak' van de belijdenis (àls het daar nog over gaat), die Spijkerboer op het oog heeft.
In feite blokkeert Samen op Weg de eenheid van de gereformeerde belijders of remt een mogelijke hereniging daarvan in sterke mate. Zouden nu andere kerken van Afscheiding of Doleantie mee gaan aanschuiven in het Samen op Weg proces, dan vraagt dat om telkens een nieuwe consensus, om zich met de reeds participerende kerken te voegen bij de nieuwe kerk-in-ontwikkeling. De andere kant van de medaille is overigens, dat gemeenten, die niet met Samen op Weg meewillen, niet gedwóngen mogen worden en onder de hervormde kerkorde blijven voortbestaan. Dat geeft toch wéér (of toch nòg) perspectief in de richting, die Groen op het oog had.
Eigenlijk zou Samen op Weg begonnen moeten zijn met een herstel van de eenheid van gereformeerde belijders buiten de Hervormde Kerk. Ik denk dat dat proces nóg moeizamer verlopen zou zijn dan het huidige proces van de twee kerken. Dat de nazaten van de Doleantie dat samengaan niet meer kunnen praktiseren is tekenend voor hun positie.
De felle reactie van ds. Overeem maakt intussen wel duidelijk dat er van enig Groeniaans besef in zijn denken weinig meer over is. Voorlopig zal het dan ook met Samen op Weg wel tobben blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Aanscherpingen in de kerklijke pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's