De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Macht bederft, onmacht helpt!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Macht bederft, onmacht helpt!

(Het kerkelijk leven in Oost-Duitsland)

7 minuten leestijd

Tijdens de door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond georganiseerde studieweken theologie te Oudewater, sprak op vrijdag 31 augustus 1990, de heer Joh. Cieslak uit Seifhennersdorf, als oudvoorzitter van de Sachsische Synode van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Oost-Duitsland over het kerkelijk leven in Oost-Duitsland (Gnadauer Gemeinschaft). Een bewerking van deze lezing treft u onderstaand (in verkorte vorm) aan.

Verdrukte kerk?
De heer Cieslak zette zijn verhaal als volgt in:
'Ik wil eerst de toestand schilderen, zoals die voor de vreedzame revolutie in de herfst van het vorige jaar was tussen Staat en Kerk. Hetzelfde kan gezegd worden voor het Gnadauer Verband. In Nederland heeft men daarvan vaak een verkeerde voorstelling gemaakt. Men noemde de kerk de "ondergrondse kerk". De kerk, hun gemeenten en het Gnadauer Verband konden in kerkelijke gebouwen te allen tijde het Evangelie verkondigen, kinderen en jongeren bij elkaar laten komen om hen zo met de Bijbel in aanraking te brengen. In de schoolvakanties werden Bijbelstudies gehouden met kinderen en jongeren. Er waren diakonale instellingen voor hulp aan ouderen en gehandicapten. In de DDR waren enige evangelische ziekenhuizen en bejaardenhuizen, huizen voor zwaar gehandicapten en moeilijk opvoedbare kinderen en er waren evangelische kleuterscholen. Al vanaf het begin van het Conciliair Proces waren er binnen de kerken verschillende vredesgroepen en groepen voor gerechtigheid en bewaring der schepping. Met betrekking tot de vredesgroepen en andere groepen probeerde de Staat moeilijkheden te scheppen. Met het geloof had dit evenwel niets te maken, maar deze groepen leefden binnen de kerk. In de kerk konden de groepen zich verzamelen en openlijk praten. De moeilijkheden door de Staat waren van zeer verschillende aard. Zo waren er nare hindernissen bij gedrukte stukken. Er was censuur! Alles mocht niet in de publiciteit komen. Juist de bewuste christenen ondervonden de grootste nadelen. Vanaf 6 jaar was het voor kinderen mogelijk om zich aan te sluiten bij de zgn. "pioniers". Bij deze groepering werd een atheïstische opvoeding gegeven. Wie zich niet aansloot, was een buitenstaander. Dit uitte zich bijvoorbeeld in slechte cijfers en het was verboden om mee te gaan zwemmen met de andere kinderen. 1 op de 30 sloot zich niet aan. Wie zich later niet aansloot bij de FDJ, een jongerenorganisatie van Staatswege en niet deelnam aan de zgn. 'Jugendweihe', had vaak geen mogelijkheid om toelatingsexamen te doen voor een verdere studie aan Universiteit of Hogeschool. Wie in militaire dienst niet wilde schieten, kreeg geen plaats op de Universiteit. Volwassenen, die niet van de partij lid waren, hadden in menige beroepen moeilijkheden. Het beroep van leraar en hogere loopbanen waren uitgesloten. Tevens was het niet mogelijk om een reis naar het westen te maken. Ook werden bewuste christenen bespioneerd door de Stassi (geheime dienst). Als bewuste christenen mocht men niet bij elkaar overnachten. Werd dit ontdekt, dan volgde een boete. Het bedrag van deze boete werd door de Staat van de bankrekening afgehaald. Deze en andere moeilijkheden hebben ertoe geleid, dat veel mensen de kerk hebben verlaten. In 1950 was 75% van de bevolking Evangelisch. Vandaag is dat percentage ongeveer 25%.
Het was er de Staat om te doen, individuele christenen van de kerk weg te krijgen. De verdrukking was niet zozeer op het grote geheel (de kerk) gericht, dan wel op de persoon, de christen zelf!

Voordelen
De situatie van voor "De Wende" had echter ook voordelen. Ons geloof werd versterkt en de Bijbel werd ons houvast. Er werd meer en bewuster met de Bijbel omgegaan. Tevens groeide de gemeenschap met elkaar. De wederzijdse hulp, als een bijbelse opdracht aan ons gegeven, werd op elk levensgebied in de praktijk gebracht. Vanuit de kerken was er de catechese in plaats van het godsdienstonderwijs op de scholen. De scheiding tussen Staat en Kerk vertoonde machtsverlies, maar hield winst in met betrekking tot de geloofwaardigheid van de Kerk. De almachtige Staat was "machteloos" wanneer het ging om de aanhang van haar burgers. De "machteloze" kerk was een toeverlaat voor veel mensen. Mensen, die problemen hadden, kwamen naar de kerk en gingen niet naar de Staat. In de Bijbel lezen we, dat de christenen geen macht hebben van zichzelf. Macht bederft, maar onmacht helpt! God heeft ons heel veel geleerd in deze periode en ons verder geleid. Door bijbelstudie hebben wij onze eigen weg als christenen ontdekt. De Bijbel is daarbij voor ons het uitgangspunt. Velen hebben zich aan Christus overgegeven. Met Hem is het leven lichter, is er meer gemeenschap onderling en zijn we zeer rijk. Wie Christus heeft leren kennen, helpt de ander. Dat is een ontdekking geweest. Er zijn vandaag meer bewuste christenen, die catecheet of diaken willen worden.

Na "Die Wende"
Wat is er allemaal veranderd? Er is ongelooflijk veel veranderd. We kunnen drukken wat we willen en hoeveel we willen. De censuur op kerkelijke kranten is weggevallen. We kunnen bouwen als we geld hebben en als er bouwvakkers voorhanden zijn. Christenen ondervinden geen nadelen meer op school, bij studie en bij beroepskeuze. Dit alles geldt zowel voor de kerk en de gemeenten als ook voor het Gnadauer Verband. Het Gnadauer Verband bestaat uit enkele gemeenschappen, die in de 8 landskerken thuishoren. De grootste groep treffen we aan in Sachsen. Daar ook bevinden zich de meeste leden. Hier heet de groep "Landeskirchliche Gemeinschaft". Zij is piëtistisch getint en meer dan 100 jaar oud. Zij heeft een eigen centrum in Chemnitz. De plaatsen met de meeste gemeenteleden liggen in het Ertsgebergte. Bijna alle gemeenteleden zijn ook lid van de officiële kerk (evangelisch-lutherse kerk). Zondags gaan de leden van de "Gemeinschaft" meestal naar de morgendienst van de evangelisch lutherse kerk. 's Middags of 's avonds houden zij een tweede kerkdienst of in kleine gemeenten ook wel een gebedsdienst. Zij hebben net als in de officiële kerk koren zoals mannen, vrouwen en gemengde koren. Daarnaast ook koren van verschillende blaasinstrumenten, groepen met fluitisten en gitaargroepen. Er zijn vervolgens kinder- en jeugdgroepen, vrouwen- en mannenverenigingen. Eenmaal per jaar verzamelen zich alle groepen in Blankenburg in de Harz voor een landelijke bijeenkomst.
De sacramenten worden in de officiële kerk gehouden, zoals doop en avondmaal. Het groepswerk geschiedt op dezelfde wijze als in de kerk. Er zijn heel weinig predikanten en veel leken. De leken worden extra geschoold om te kunnen preken. Er is tijdens de diensten geen vaste liturgie. Er wordt veel gezongen. De prediking is zeer sterk gericht op de levensheiliging (praktijk van alle dag). Doordeweeks worden er intensieve bijbelstudiebijeenkomsten gehouden.

Toekomstige problemen
De hereniging met de Duitsers van de Bondsrepubliek zal voor de onderlinge gemeenschap tussen de kerken heel moeilijk zijn. We hebben ons als kerken verschillend ontwikkeld. Er is verschil tussen de wijze waarop de kerkelijke gelden worden binnengebracht. De Volkskerk is een minderheidskerk geworden. We hebben geld uit het westen nodig om tot verdere opbouw en uitbouw te komen en om ons te verzelfstandigen. Alleen geld is een machtsmiddel. Wat zullen de kerken van de bondsrepubliek willen met de kerken in Oost-Duitsland? We leven in een heel andere cultuur met een geheel verschillende economische orde. Het gevaar is aanwezig, dat we altijd het "armenhuis" van de bondsrepubliek zullen blijven. De prijzen zijn enorm gestegen, terwijl de lonen niet omhoog gaan. De werkloosheid neemt schrikbarend toe. Velen hebben geen werk meer of werken voor enkele dagen in de week. Er is een grote "geestelijke" kloof tussen de kerken van de bondsrepubliek en de DDR.

Gemeentecontacten met Nederland
De contacten tussen kerkelijke gemeenten bij ons en in Nederland zijn ons tot grote steun geweest in het verleden en zijn dat nog steeds. Het doel van deze contacten is de versterking van het geloof, de onderlinge gemeenschap en bijbelstudie. Vooral het uitwisselen van ervaringen is daarbij van groot belang. Wij hebben de contacten ervaren als geestelijke hulp. Die hulp werkt verrijkend en bemoedigend in moeilijke omstandigheden. Moeilijke omstandigheden zijn er vandaag ook! De invloeden vanuit het westen zijn al merkbaar, ook in de kerk! Wij moeten waken voor invloeden, die kerkverlating bevorderen. Wat wij nodig hebben, is ook materiële hulp. Allerlei materialen zijn niet voorhanden. In mijn gemeente Seifhennersdorf (vlak bij de Poolse grens) zijn er vanuit de partnergemeente in Nederland mensen geweest, die geholpen hebben bij de restauratie van onze kerk. Verbindingen tussen kerken in Nederland en bij ons, zullen — naar ik van harte hoop — blijven en er zullen nieuwe contacten bijkomen in de toekomst.
Laten we elkaar vasthouden en bemoedigen.'
Tot zover de lezing van de heer J. Cieslak uit de DDR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Macht bederft, onmacht helpt!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 1990

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's