De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In Helpende Handen (St. Hulp Oost-Europa) wordt aandacht gevraagd voor een 'vergeten gebied' in het zuiden van de Oekraïne, 'De Unterkarpaten':

'Er zijn slechts enkele Bijbels in een dorp. Bovendien zijn er voor de bestaande 80 gemeenten veel te weinig predikanten: slechts 12. Jonge mannen die om toestemming vragen om in Boedapest, Debrecen of Cluj theologie te mogen studeren, krijgen of helemaal geen antwoord of na enkele jaren een afwijzend antwoord. Hoewel er enige verandering te bespeuren is, heeft de Staat nog steeds uitroeiing van de godsdienst voor ogen. Oude mensen mogen wel naar de kerk gaan, maar juist de jongeren moeten worden verhinderd het Woord van God te horen. Maar ook in een "vergeten" gebied regeert God.
De oudere predikanten slaan de handen ineen. Met heel eenvoudig materiaal gaan ze zelf een opleiding starten. Op deze wijze wordt het mogelijk (hulp)predikers op te leiden.
Dan schrijft Gods vinger opnieuw.
Hij gebruikt een man als Gorbatsjov om in dit verlaten gebied ruimte te geven. De grens staat op een kiertje voor de Hongaren die aan weerszijden van de grens wonen. Bij het passeren van de grens mogen ze nu enkele Bijbels meenemen. Stichting Hulp Oost-Europa helpt aktief mee de voorraad in het grensgebied te vergroten. De Hervormde Kerk in Hongarije is behulpzaam bij het Bijbeltransport. (...) De werkdruk van de predikanten in dit deel van Gods wijngaard is enorm hoog. Elke predikant heeft gemiddeld vijf gemeenten, die soms 30 km van elkaar verwijderd liggen. Elke zondag moeten ze vijfmaal preken. De kerkdiensten worden goed bezocht, ook door jongeren. Sommige predikanten hebben 400-500 catechisanten. En dan geen catechisatieboekjes e.d. te hebben! De bibliotheken van de predikanten zijn bijzonder klein. Het is dan ook van groot belang dat zij worden voorzien van verantwoorde, reformatorische (studieboeken, opdat de vrijzinnigheid zich in hun midden niet zal baanbreken. Een "vergeten" gebied, de Unterkarpatan, heeft hulp nodig. Voor het aanschaffen van goede lektuur zijn financiële middelen nodig. Helpt u ons helpen?'


In Zwingli, het orgaan van de 'principieel-vrijzinni­gen' vertelt S. Krol onder de titel Kerkepad iets over zijn ervaringen als predikant. Me dunkt dat ook aan 'orthodoxe' lezers enkele kruidige opmerkingen van een 'niet-orthodox' predikant zijn besteed:

• 'Ik herinner me iemand, die jaren geleden ergens "op beroep ging preken", waar ik als hoorder aanwezig was. De man deed alle moeite om de in die tijd in ons land zo bekende kanselredenaar ds. Westmijse uit Rotterdam na te doen. Dat lukte natuurlijk niet. Hij maakte zich lichtelijk belachelijk en kreeg het beroep niet.
Ook herinner ik me een jonge predikant, die echt wel iets in zijn mars had en veel beloofde voor de toekomst, die soms met een aantal boeken onder de arm de preekstoel besteeg en dan aan een eenvoudige dorpsbevolking op een "geleerde" manier het Evangelie ging brengen.
Verder denk ik aan de vermanende uitspraak van ds. Van Koetsveld in zijn bekende boek uit de veertiger jaren van de vorige eeuw "De Pastorie van Mastland", waar hij de spreker waarschuwd voor acteren en denkt dat "de jonge mens, die dadelijk de vrijmoedigheid heeft een spreker te zijn, lichtelijk spoedig de onbeschaamdheid zal hebben een babbelaar te worden."
En ik denk ook aan een in het verre verleden mij gegeven opinie van een oudere predikant, dat "een goed voorgedragen slechte preek het beter doet dan een slecht voorgedragen goede preek".'

• 'Wat was er veel humor op mijn Kerkepad. En wat heb ik van die humor genoten:
1. Eens was ik aan het werk in de tuin voor de pastorie. Een man kwam langs en een gesprek ontspon zich over het tuinhek (kort weergegeven):
hij: ok ais an't wark, domie? Ik kom bie joe nait in karke.
ik: ja, dat weet ik, maar waarom eigenlijk niet?
hij: ik bin otterdoks en joe vrijzinnig en daorom kom ik nait.
ik: maar wat is dat dan, orthodox?
hij: jao, dat walt ik ok nait, maor joe binn'n 't nait en daorom kom ik nait.

2. Een feestavond in het dorp. Mijn vrouw en ik zijn speciaal uitgenodigd en krijgen een ereplaatsje voorin de zaal. Het is zaterdagavond en de volgende ochtend heb ik "Dienst" en daarom wordt van ons verwacht, dat we voor twaalf uur de deur uit zijn. Dat gebeurt dan ook en het feest gaat door tot...?
Voordat we weggaan worden we nog hartelijk toegesproken en bedankt voor de belangstelling en ons wordt goedenacht gewenst.
In de gang trekken we de jassen aan en de deur naar de zaal staat nog open. Wat vangen we nog op?
"Ziezo, nou binn'n wie weer onner aigen volk."

't Is lang geleden, maar ik geniet er nog van. Wat zou ons leven zijn zonder die heerlijke humor, die het leven zo pittig weet te kruiden, ook op een kerkepadroute.'


In het Hervormd Kerkblad Voetius (Land van Heusden en Altena) schreef ds. J. van Beek te 's-Gravenmoer het volgende over 'de magnetische armband':

'De magnetische armband: of te wel de bio regulator wordt door steeds meer mensen gedragen. Ik heb daar iets over gezegd in de preek op 15 juli 1990 n.a.v. Hand. 19 : 1-20 (tekst vers 20). Bij de reclame worden bekende Nederlanders getoond die deze band dragen. En in de gemeente is de leuze "Ik heb er baat bij". Deze beide zijn blijkbaar de norm geworden of iets wel of niet mag. Echter, de vraag is of Gods Woord ons toelaat zo'n armband te dragen. Ik denk het niet! Ik schrijf deze dingen aan u, die krachtens de Heilige Doop bij de gemeente van Christus behoort. En ik schrijf dit vanuit een grote bezorgdheid. De armband heeft te maken met de zgn. witte magie en zij streeft een heilzaam doel na. Deze magie gaat steeds meer de plaats innemen in de gemeente van het gelovig gebed. Zo krijgt het bijgeloof steeds meer greep op u en de gemeente. Wanneer we iets mankeren worden we geroepen Gods genade troon te zoeken en te bidden om Zijn kracht en bescherming. Onderschat in deze de kracht van de boze niet. Leest u maar eens 2 Thess. 2 en 2 Tim. 3 en 4. Naarmate steeds meer belijdende christenen de kracht van de ware Godsvrucht zullen verloochenen, zullen zij zich steeds meer wenden tot "dwaalgeesten en leringen van boze geesten" en "hun oor van de waarheid afkeren en zich naar de verdichtsels keren." Om kort te gaan, wij roepen u op deze armband niet te dragen, want daarmede wederstaat u de Heilige Geest.'


Zo maar tussen gemeenteberichten in een kerkblad stonden enkele dichtregels van Jeremias de Decker (1609-1666). De datum boven het kerkblad – 21 september – vormde kennelijk de aanleiding.

'soo volgen bitter winterweer
En soete Somer op malkander;
soo volgen dag en nacht
d'een en d'ander;
Soo gaet 'et all nu op, nu neer.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's