De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De reuk van Zijn kennis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De reuk van Zijn kennis

(bij de opening van het studiejaar 1990-1991 van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond)

12 minuten leestijd

'En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet triomferen in Christus en de reuk van Zijn kennis openbaar maakt in alle plaatsen.'

Het komt mij voor, dat het goed is om ons aan het begin van een nieuw collegejaar van onze Theologische Hogeschool een ogenblik bezig te houden met de vraag, waar we in de beoefening van de theologie eigenlijk mee bezig zijn. Ik ga daarbij uit van het goed recht van een Theologische Hogeschool om op HBO-niveau aan theologiebeoefening te doen. En ik ga voorbij aan een hele reeks van vragen, die met dit thema zijn gegeven. Vragen als: is theologie een (universitaire) wetenschap? Hoe is de verhouding met andere wetenschappen? Of — om nog een actuele vraag te stellen — is het, vooral in onze geseculariseerde maatschappij, wijs om de zeggenschap m.b.t. de theologiebeoefening wellicht zo dicht mogelijk bij de kerk te houden, b.v. in de vorm van een kerkelijke universiteit? Of — een laatste vraag — is de huidige universitaire theologische training, voorzover deze gericht is op de uitoefening van het ambt van dienaar van het Woord, ook bruikbaar als toerusting voor andere vormen van kerkelijke arbeid?
Deze en soortgelijke vragen zijn belangwekkend genoeg. Ik wil me echter beperken tot een kernvraag, die onze opleiding tot in haar diepste wezen raakt, nl.: wat is theologie in Gereformeerd perspectief? Overeenkomstig de uitgangspunten in ons leerplan neergelegd. Ik wil daar aan de hand van bovengenoemde tekst uit Paulus' tweede brief aan Korinthe (2 : 14) drie dingen van zeggen.

Kennis van de enige waarachtige God
De apostel spreekt in deze tekst over: kennis. Daarom gaat het in de theologie. Theologie is Godgeleerdheid in de zin van: het kennen van de drieënige God. Of, zoals Jezus zei: 'Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt' (Joh. 17 : 3). Dat is het hoogste goed. Kennen, in de zin van gemeenschap oefenen met de waarachtige God die in de eeuwigheid woont. Die bestond voor iedere sterveling uit. En die elke sterveling overleeft. God die ons gemaakt heeft en aan wie wij alles verplicht zijn. In alle opzichten dienenswaardig. God die in Zijn oneindige goedheid een gevallen zondaar zoals u en ik op het spoor is gekomen. Om hem eeuwigheidsleven in Zijn gemeenschap te geven. God die geschiedenis heeft gemaakt. In Israël en in de zending van Zijn lieve Zoon die het verzoenend offer van Zijn leven bracht. God die door Zijn Heilige Geest Zijn recht opricht in het hart van de mens, hem van de dood levend maakt en hem aan het beeld van de tweede Adam gelijkvormig maakt.
Kort samengevat noemt Paulus dat in 2 Kor. 2: Zijn kennis. U begrijpt, dat deze kennis iets levensnoodzakelijks is. Ze is feitenkennis. Maar anders dan een feitenkennis als in de wiskunde of in de histori­sche wetenschap. Want hoe verheffend het voor een mens is om leergierig en enthousiast met het feitenmateriaal van deze of gene wetenschap bezig te zijn en hoe nuttig het ook moge heten om in de kennis daarvan te vorderen en een steentje bij te mogen dragen aan het kennen en kunnen van de mensheid, de kennis van de enige waarachtige God en van de door Hem gezonden Zaligmaker gaat daar ver bovenuit. Het gaat hier in feite om een zaak van zijn of niet-zijn. Het gemis van de glans van deze kennis baart ons een eeuwige nacht. En het bezit van die kennis is het eeuwige leven. Zo gezien is godgeleerdheid iets levensnoodzakelijks, voor u en voor mij. Ik kan me dan ook niet voorstellen, dat iemand om God verlegen is geworden en niet heilbegerig de diepten Gods wil onderzoeken. Zo gezien is de heilige godgeleerdheid een zaak van de 'man of the street' die naar waarheid zoekt. In elk geval ook van de gemeente, die de kinderschoenen wenst te ontgroeien. En wat mij betreft, kan dat gezegd worden van allen die bij onze Hogeschool zijn ingeschreven.
Wanneer nu iemand vraagt naar de bron van deze kennis van de enige dienenswaardige God, dan kan en mag ik naar niets anders verwijzen dan naar de Schriften. Wat de apostel Paulus van God wist, dat had hij uit de Schriften. En wat hij van Christus verkondigde, dat was naar de Schriften. Het is aan het levende en levenwekkende Woord van God te danken, dat wij weten kunnen wat tot onze zaligheid dient. De Bijbel, niet als object dat op de snijtafel ligt van de zgn. wetenschappelijke historische kritiek, maar de Bijbel, in geloof aanvaard als het onfeilbare en hoogst betrouwbare Godswoord. De Bijbel, als het geïnspireerde getuigenis van de Godsopenbaring, verstaan in zijn historische context van de joodse en Grieks-Romeinse leefwereld. Maar juist zo Woord van God op de man af, hoogst actueel, ook voor mensen van de 20e eeuw. Theologie die in dit Godswoord slechts een inspiratiebron ziet voor een of ander humanitair ideaal is geen theologie. Theologie waarin de Schrift slechts als een kapstok functioneert voor ervaringen van de mens, is geen theologie. Theologie is: confrontatie met de levende God in Zijn historische openbaring door Zijn Woord en Geest.
De norm voor de Gereformeerde theologiebeoefening ligt in de absoluutheid en de exclusiviteit van de Schrift. 'Al deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat ze de kerk aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn... (art. 5 NGB).

Een goede reuk van Christus
Er is echter nog iets dat een theologiebeoefening in bijbelse en Gereformeerde zin kenmerkt. Dat is wat de apostel Paulus noemt: een reuk. Het is met de kennis van God en van Christus gesteld als met de geurige olie (bestaande uit een mengsel van o.a. mirrhe, kaneel, kalmoes en kassie) die onder Israël werd gebruikt. Een soort parfum, waarvan enkele druppels genoeg waren om iemand te doen opknappen en hem fris te doen deelnemen aan een feest.
Maar die geurige olie werd soms ook in de vorm van een heilige zalfolie over het hoofd van een hogepriester uitgegoten. Zalf, waarmee hij 'was aan God gewijd' (Ps. 133). Teken van Gods Geest die bekwaam maakt tot een taak in Gods huis. Welnu, zo is het kennen van God in Christus Jezus iets zeer verrukkelijks. Theologie is zoiets als het flesje met zeer kostelijke nardus, dat een vrouw over Jezus' hoofd en voeten uitgoot (Joh. 12 : 1 vv). Als iemand daarmee bezig is, verspilt hij geen tijd of energie.
Zo is de theologie de moeder van alle wetenschappen. Ze trekt door heel het bestaan heen. Ze is maar niet iets dat in menselijke hersenen zweeft. Ze is zeker niet bedoeld om van een mens (docent of student) een geestelijke hoogvlieger te maken. Kennis die opgeblazen of betweterig maakt, is misbruikte theologie.
De kennis van Christus is iets waarmee een verloren zondaar wordt overgoten als met heilige zalfolie, zodat iedereen het op afstand kan ruiken. En waardoor hij wordt bekwaamd tot een taak in Gods huis. Noem dat bevindelijke kennis. Het is in elk geval kennis die van ons een ander mens maakt. Prof. A.A. van Ruler heeft ooit eens gesproken over 'de gestolde vreugde van de Veluwe'. Maar liever nog denk ik aan een man uit mijn vorige gemeente, die me vertelde, dat hij krankzinnig van blijdschap was, toen hij de armen om Jezus mocht slaan. Dat was geen 'gestolde' vreugde.
Nogmaals, van theologie, mits God ze door Zijn geest aan ons heiligt, knapt een mens op. Ze rust toe tot een taak in de dienst van de Heere. Ze leert ons vrede vinden in Gods beloften en ze leert ons wandelen in Zijn geboden. Vergeten we het laatste niet. Theologische vorming en training mag van ons — zeker in onze tijd met zijn geestelijke en morele ontwapening en verloedering — mensen Gods maken, tot alle goed werk volmaakt toegerust. Mensen die ook hierin de liefdegeur van Christus aan zich hebben en die als gezalfde priesters de noodlijdenden aan de kant van de weg niet voorbij kunnen, zoals in de Gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan.
Voor zulk een 'bevindelijke theologie' is een lange weg nodig. Deze kennis van Christus is niet iets, waar we alleen maar even aan komen ruiken. Er zijn mensen die er iets van opsnuiven en zichzelf voorts bedriegen met de waan, dat ze van alle markten thuis zijn. Maar 'wie slechts één boekje heeft gelezen, die pleegt een neuswijs mens te wezen'. Een geoefend theoloog is men niet een, twee, drie. En als leraren der wet onder Israël voor hun veertigste niet als rabbi mochten optreden, dan moeten zij die in het Evangelie willen dienen, zich ook maar niet te spoedig 'rabbi, rabbi' laten noemen.
Gereformeerde theologiebeoefening maakt geen hobbyisten. Ze maakt mensen met een liefdegeur die door haar reuk het hart verblijdt. Ik weet, dat er ook een andere kant is. Er zijn ook lieden die er de neus voor optrekken. Voor wie de reuk van Zijn kennis 'doodslucht' is, die er zich ook aan doodergeren. Ze achten een theologiebeoefening die verweven is met het hart van de gemeente quasi wetenschappelijk (wetenschap met een luchtje eraan). Hopeloos ouderwets en niet aangepast aan de behoeften van de tijd. Maar dat alles zal er ons toch niet van weerhouden om het Woord van God 'als uit oprechtheid, als uit God, in de tegenwoordigheid van God, in Christus te spreken' (2 Kor. 2 : 17). Als John Bunyan, de gedoodverfde lekepreker die op straat van een paar vrouwen had gehoord, wat het is om wedergeboren te worden en die zich later als uit de doden tot zijn hoorders gezonden wist.

In alle plaatsen
En dan nu nog het laatste.
Ik sprak over kennis, gebonden aan het Woord van God, de Bijbel. Over de geur daarvan, die baard en klederzoom doortrekt. Maar vergeten we tenslotte niet, dat deze zeer kostelijke nar dus ook verspreid wil zijn in alle plaatsen. Ze is een zaak, die erom vraagt ruchtbaar gemaakt te worden. Overal op aarde. Wat dat betreft is er een kenmerkend verschil tussen de kennis die de apostel ons predikt en de gnosis, die in de Griekse wereld werd aangeprezen. Daarin immers ging het om een geheimleer, die slechts voor ingewijden was bedoeld en waarin voor het aardse leven geen enkel perspectief was weggelegd. De kennis van Christus echter is er om als een geur verspreid te worden. Om overal op aarde uitgebazuind te worden. Ja om de aarde te bedekken, zoals wateren de bodem van de zee. Het is God zelf ten diepste die deze reuk van Zijn kennis verspreidt. Allerwegen. Maar Paulus mag er ook bij zeggen: 'Door ons'. Hij en alle andere door Christus uitgezondenen doen erin mee. In alle plaatsen van Zijn heerschappij.
Theologie is nooit iets van een boekje in een hoekje. Ze draagt geen ghettokarakter. Ze is niet taboe voor de schare die de wet niet kent. De geurige kennis van Christus wil de deur uit en de straat op.
Wij docenten van de Zeister opleiding mogen ermee naar onze studenten toe. 'Wee ons, als wij hun het Evangelie niet verkondigen'. En onze studenten moeten ermee verder. In alle plaatsen. Het in geuren en kleuren vertellen.
Een mens, die door de opleiding aan onze Theologische Hogeschool is heengekropen, mag geacht worden een goed verteller te zijn. Een die de dingen zelf heeft meegemaakt; als een verslaggever die van het oorlogsveld komt en hijgend melding maakt van de overwinning. 'Gode zij dank, die ons allen tijd doet triomferen in Christus' (2 Kor. 2 : 14).
Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des Heeren en Zijn sterkheid en Zijn wonderen die Hij gedaan heeft' (Ps. 78). Midden in de moderne jongerenwereld. Op de scholen van het voortgezet onderwijs. In de kerkelijke catechisatielokalen. Aan ziek- en sterfbedden. In evangelisatie en zending. Of — terzijde gestaan door de dienst­maagd van de theologie — zomaar op een post midden in het maatschappelijke leven. Of — als u dat begeert en u wilt doorstromen naar een afrondende theologiestudie aan een Theologische Faculteit — in de bediening van het Woord in een gemeente. Onze opleiding biedt onze studenten vele mogelijkheden om de geur van de kennis van de Heere Christus alom te verspreiden. En wie door God geroepen is, hoeft echt niet ledig op de markt te blijven staan.
Gereformeerde theologiebeoefening heeft missionaire aandrift. Daarom is het van belang, dat wij in onze Zeister opleiding na(ast) de Bijbelvakken, de Systematische Theologie en de kerkhistorische wetenschap ook sterk de aandacht richten op wat er zich in onze moderne wereld afspeelt in een maatschappij, die multireligieus is geworden en waarin sprake is van een cultuuromslag als nooit tevoren. Want als het goede Woord van onze God de wereld in moet, dan moeten zij die dat getuigenis willen uitdragen, bepaald weten, hoe zij spreken moeten. Zij zullen manmoedig en deskundig moeten kunnen ingaan op de vele verlegenheden en gelegenheden van onze tijd. Als Paulus eertijds op de Areopagus. Voor geen kleintje vervaard.
Daarom is het ook voor ons een eerste vereiste, dat wij onze studenten beroepsgericht toerusten en hen o.a. ook vaardigheden bijbrengen, die hen tot bekwame mensen maakt, die weten wat er voor de overdracht van het Evangelie komt kijken. En tenslotte is het mede met het oog daarop, dat er ook een persoonsvormende component in onze opleiding is. De persoonlijke geloofsverbondenheid met de levende God is voor iemand die God wil kennen en dienen, van beslissende betekenis.
Namens het bestuur van de Stichting MO-theologie GB en mede namens de studieleiding wens ik docenten en studenten voor het komende studiejaar van harte toe, dat mede door hen de reuk van Zijn kennis in alle plaatsen van onze zo zwaar geteisterde aarde openbaar mag worden gemaakt. Hij die zelf voor Zijn zaak instaat, zal het u doen gelukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De reuk van Zijn kennis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's