De voorzienigheid (1)
De regionale ambtsdragersvergaderingen, die op 7 en 14 september op 12 verschillende plaatsen door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond werden belegd en door vele honderden ambtsdragers werden bezocht, stonden in het thema van De Voorzienigheid. In drie afleveringen wordt in ons blad geplaatst het referaat van één van de zes referenten, ds. J. Harteman te Wijk. Red.
God heeft alles geschapen. Na de schepping blijft Hij ook alles onderhouden en regeren. We noemen dat de voorzienigheid. De schepping en de voorzienigheid staan met elkaar in verband. Als we het over het ontstaan van de dingen hebben, gebruiken we het woord schepping. Bij het voortbestaan van de dingen denken we aan de voorzienigheid. God bepaalt ons leven. Heel de wereld valt onder het bestuur van God. Alles ligt vast in Zijn hand. In de Bijbel komen we het woord voorzienigheid niet tegen. Wel vinden we allerlei woorden die over de voorzienigheid spreken, zoals God ziet, leidt, regeert, zorgt, onderhoudt, bewaart, enz.
Op de toogdag van de mannenbond in 1979 heeft drs. K. Exalto een referaat gehouden onder de titel: Het geloof in Gods voorzienigheid. Kan dat nog? Het is geen sinecure over het klassieke voorzienigheidsbelijden te spreken. Na 1979 is de kritiek op de gereformeerde opvatting verscherpt. Vooral werd nagedacht over de relatie tussen het lijden en God. Er gebeuren in deze wereld zulke verschrikkelijke dingen, dat velen bezwaren inbrengen tegen het Godsbestuur. God kan daarmee onmogelijk te maken hebben. In onze tijd hebben mensen er de grootste moeite mee God te belijden zonder wiens wil geen haar van het hoofd vallen kan. Nog moeilijker wordt het wanneer een verbinding wordt gemaakt tussen Gods hand en het kwaad dat gebeurt. Het wekt verbittering. God wordt meteen afgeschreven of op het matje geroepen. Het geloof in Gods voorzienigheid. Kan dat nog? Het is in onze dagen een aangevochten zaak gebleven.
De vragen en twijfels, die bij de critici leven, gaan ook hen niet voorbij die onverkort het Godsbestuur willen handhaven. Het probleem van Asaf is nog springlevend. Asaf kan de voorspoed van de goddelozen niet rijmen met de verdrukking van de gelovigen. Gods leiding gaf bij hem verwarring. Ook zij die God vrezen kunnen tobben over het verdriet en de tegenslagen. Waarom laat God dit toe in mijn leven? Waarom heb ik steeds tegenslag? We komen er niet uit.
Moderne kritiek
Het is dus niet zo dat wij voor het eerst nadenken over de voorzienigheid. We zetten in bij de moderne kritiek op het geloof in Gods voorzienigheid.
Maarten 't Hart doet in het boek 'Een vlucht regenwulpen' een rechtstreekse aanval op de belijdenis van zondag 10. Opgevoed in een milieu waar deze belijdenis in ere werd gehouden, laat hij die in dit boek los. Hij kan niet aanvaarden, dat de keelkanker van zijn moeder iets te maken zou hebben met een Vaderlijke hand. De God die Maarten 't Hart zich volgens zondag 10 voorstelt, is een God die de mensen zo intens haat, dat Hij keelkanker voor hen heeft uitgevonden. Het is een karikatuur van God.
De Amerikaanse rabbijn Harold S. Kushner schreef een boek met de titel 'Als 't kwaad goede mensen treft'. Het hoofdmotief van dit boek is de bewering, dat God niet alles doet. Het kwaad dat ons overkomt, moet teruggebracht worden op tegenslag. De oorzaak van zo'n tegenslag is niet te achterhalen. In ieder geval mag God niet verantwoordelijk gesteld worden voor het lijden. Bij Kushner zien we dat God van Zijn macht wordt ontdaan. Hij kan niet aan alles iets doen. Er wordt ruimte geschapen voor het toeval.
Jürgen Moltmann legt in 'De gekruisigde God' verband tussen onze werkelijkheid en God. Hij ziet Het Kruis als het specifieke Godsgebeuren. Moltmann schrijft niet alleen dat God Zelf in het lijden van Christus aanwezig is als de Vader Die meelijdt met Zijn wereld, maar hij komt ook telkens tot de omkering daarvan: Het lijden is in God. Het gaat hem om troost en bemoediging in het lijden. Nu weten we, dat wat we meemaken God niet vreemd is. Dit geldt zowel het persooiilijk levensleed als de krisis waarin onze kuituur zich bevindt. God is in dat alles.
Dorothee Sölle gaat verder dan Moltmann. Moltmann legt de klemtoon op: Het lijden is in God; Sölle op: Het lijden is God. Sölle geeft een aangrijpende ervaring door van E. Wiesel, een overlevende van Auschwitz: 'De SS hing twee joodse mannen en een jongen voor de verzamelde kampbewoners op. De mannen stierven snel; de doodsstrijd van de jongen duurde een half uur. 'Waar is God? Waar is Hij?' vroeg iemand achter mij. Toen na een poosje de jongen nog altijd in de strik martelde, hoorde ik de man weer roepen: 'Waar is God nu?' En ik hoorde een stem in mij antwoorden: Waar is Hij? Hier is Hij. Hij hangt daar aan de galg'. Volgens Sölle is God geen kwelgeest. Op geen enkele wijze veroorzaakt Hij het lijden. God staat aan de kant van het slachtoffer. Hij wordt gehangen.
Opvallend is, dat de mensen anders over God spreken dan voorheen. Tussen Moltmann en Sölle zijn accentverschillen. Beiden vinden dat het beeld van God als de Almachtige onhoudbaar is. De moderne theologie is betrokken op het modern levensgevoel. Door toename van het mondigheidsbesef is de visie op God veranderd. Een God verscheen met menselijke trekken. Een God Die niet alles kan. Een God Die nabij is in ons verdriet. Een God Die Zich aan de kant van de lijdenden bevindt.
Een brandende vraag bij het spreken over de voorzienigheid van God is: Is de situatie in Auschwitz God uit de hand gelopen? Wijlen prof. dr. F.O. van Gennep spreekt in zijn boek 'De terugkeer van de verloren Vader' over Auschwitz. Wat mensen heeft geschokt, aldus Van Gennep, is dat God niet bij machte geweest is in te grijpen. 'Wie na Auschwitz nog wil geloven, moet een antwoord vinden op de vraag hoe het mogelijk is, dat de levende God heeft kunnen toezien, hoe zes miljoen joden, het door Hem uitverkoren volk, naar de gaskamers werden gedreven, of op andere wijze werden afgemaakt'. Van Gennep komt, als hij de vraag van dit lijden aan de orde stelt, uit bij een machteloze, meelijdende God. Wij mogen de vragen van en na Auschwitz niet als iets onbeduidends voorstellen. Het aandragen van goedkope oplossingen is hier contra-bande. We maken de volgende tegenwerping: In Auschwitz trad niet Gods machteloosheid, maar de radicale verdorvenheid van de mens aan het licht.
We sluiten de moderne kritiek op het geloof in Gods voorzienigheid af met prof. dr. A. van de Beek. Hij schreef een boek over lijden, schuld en God getiteld Waarom? Het uitgangspunt voor Van de Beek zijn de geschriften van het Oude en het Nieuwe Testament. Maar het hedendaags beleven legt gewicht in de schaal. Van de Beek heeft kritiek op de traditionele gedachtengang van de onveranderlijkheid van God. Gods handelen gaat door. Hij doet ook nu nog nieuwe dingen die om een bezinning vragen. Dit handelen van God brengt Van de Beek tot het standpunt van de veranderlijkheid van God. Hij wil mensen met vragen over lijden en schuld helpen. Tegen mensen zoals Maarten 't Hart moet dan gezegd worden: God wil het kwade niet. Hij heeft dat definitief laten zien in de opstanding van Jezus Christus.
Kennis van God
Duidelijk is, dat voor ons spreken over de voorzienigheid onze kennis van God een grote rol speelt. Kennis van God hebben we uit de Schrift. Die kennis is ten dele. God kan wel gekend, maar niet begrepen worden. De Bijbel geeft het uitstijgen van God boven alles aan.
God is de Heilige (Jesaja 6). Hij kan en mag niet gezien worden.
God bewoont een ontoegankelijk licht (1 Timotheüs 6:16).
De wolken en de donkerheid, waarmee de verschijning van God telkens gepaard gaat, (Exodus 20 : 21 en Deuteronomium 4 : 11) tonen God ver boven de mensen verheven. God is zo machtig en zo heerlijk, dat we er ons geen voorstelling van kunnen maken.
Paulus gaat in Romeinen 11 : 33 over tot lofverheffing als hij beseft dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen en Zijn gedachten hoger dan onze gedachten: diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! De apostel heeft in Romeinen 11 iets van het geheim van Gods beschikking over joden en heidenen laten zien. Meer dan iets is het niet. Hij eindigt met een lofzang op de wijsheid en de kennis van God. Het is ons te groot en te wonderlijk. Gods wegen zijn vaak onbegrepen wegen. Bekend is vers 8 (berijmd) uit Psalm 77: Heilig zijn, o God, Uw wegen; Niemand spreek' Uw hoogheid tegen. Alle puzzels in het leven worden niet opgelost. Artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis merkt op, dat er dingen zijn die boven ons verstand uitgaan. Daar God een God is van wond'ren, zal Hij wegen vinden waarlangs we kunnen gaan. In Psalm 77 vers 20 lezen we: Uw weg was in de zee. We hebben hier de troost dat God ons zal leiden uit al onze noden, al waren ze nog zo groot en zo diep als de Rode Zee. God kan een weg banen boven het menselijk verstand uit.
Het ligt aan ons, als Gods doen onbegrijpelijk is. Job komt onder de indruk van het wereldbestuur van God. Hij ontdekt dat de mens veel te nietig is. God in Zijn optreden na te rekenen. Zijn klachten en aanklachten verdwijnen. Job klaagt zichzelf aan: Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist (Job 42 : 3). Asaf is in het heiligdom van God tot erkentenis gekomen, dat niet de Almachtige dwaalde, maar hij onvernuftig (onverstandig) was en niets wist (Psalm 73 : 22). Hoe heeft Asaf zijn geloofscrisis overwonnen? Door in Gods heiligdommen te gaan en daar de raadsels van het leven bij God te brengen. God heeft hem vastgegrepen. Zie vers 23: Gij hebt mijn rechterhand gevat.
Wij willen alles van God begrijpen. Op die manier trekken we de hele zaak scheef. We moeten God God laten. Dit is makkelijker te zeggen dan in praktijk te brengen. Bij nalatigheid komen we vast en zeker in moeilijkheden. Ter opheldering gebruiken we het beeld van het borduurwerk, dat algemeen bekend is. Als je een geborduurd kleed aan de onderzijde bekijkt, is het een chaotische wirwar van draden. Maar aan de bovenzijde bekeken, kom je onder de indruk van het prachtige handwerk. Als wij de gebeurtenissen van de wereld van de onderzijde bezien, is er geen patroon in te ontdekken. Van Gods kant wordt ons leven van stap tot stap geleid.
Geloven in de voorzienigheid. God God laten, gaat tegen vlees en bloed in. Het geloof aanbidt. De Heere is recht in al Zijn weg en werk. Onvergetelijk is Habakuk 3 : 17 en 18: Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan de wijnstok zijn zal, dat het werk van de olijfboom liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; Zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God van mijn heil'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's