De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vreugde der wet (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vreugde der wet (2)

11 minuten leestijd

Een vorig keer toonde ik aan met welk een uitbundigheid het feest wordt gevierd, wanneer in de synagoge opnieuw een begin wordt gemaakt met het lezen van de thora! Die uitbundigheid komt hierin o.a. tot uiting, dat men op een hartstochtelijke manier de thora-rollen kust. Er is zoveel liefde tot de thora waarin God Zijn heilige wil openbaart, dat men niet anders daarmee kan omgaan. Men móet zich op deze wijze uiten.
Het laat ons zien de innige en intieme relatie die er is tussen de gelovige Israëliet en de Heere, die Zich als de trouwe God van het Verbond openbaart. Hij móet alle lof en eer ontvangen. De thora (Zijn wet) is alle hulde waard!

Thora
Meerdere keren is reeds het woord 'thora' gebruikt. Het is zoals wij zullen weten een Hebreeuws woord dat betekent: leer, onderwijzing met Goddelijk gezag. Nu wordt in de Bijbel het woord thora op drie verschillende manieren gebruikt. Doorgaans zal men uit de contekst (de omgeving waarin het woord wordt gebruikt) moeten opmaken wat onder 'wet' verstaan dient te worden. Het woord 'thora' is namelijk vrijwel altijd met 'wet' vertaald. Dat wil dus zeggen, dat wij — wanneer wij het woord 'wet' lezen — niet altijd zullen moeten denken aan de decaloog, de tien geboden. Het is wel de allereerste betekenis van het woord 'thora' en in heel veel gevallen zullen wij letterlijk daaraan moe­ten denken, niettemin heeft het woord 'thora' zeker nog twee andere betekenissen. In ruimere zin wordt daarmee bedoeld de pentateuch, de vijf boeken van Mozes. Dat wij hieraan hebben te denken, blijkt ons duidelijk als wij de geschiedenis van de besnijdenis van Jezus lezen. Er staat in Lukas 2 : 23: 'Gelijk geschreven is in de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent, zal de Heere heilig genaamd worden'. Wanneer wij dit lezen, verstaat een ieder dat in deze tekst onder de wet des Heeren niet de tien geboden òf de tien woorden begrepen moeten worden, want in de hele decaloog wordt over de besnijdenis niet gesproken. Wel wordt er over de besnijdenis o.a. in Genesis 17 gesproken. De Heere zegt tot Abraham: 'Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten' (Genesis 17 : 12a). Ook het boek Genesis evenals de andere vier boeken van Mozes (Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) behoren tot de thora. Ja, in de ruimste zin van het woord dient onder 'thora' heel het Oude Testament verstaan te worden. Een voorbeeld daarvan vinden wij in het Evangelie. Op het feest van de tempelwijding zegt Jezus tot de joden: 'Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt Goden?' Dit laatste kunnen wij lezen in Johannes 10 : 34. Jezus citeert er de woorden uit Psalm 82 : 6. Ook de Psalmen vormen dus een onderdeel van de thora d.i. in dit geval van het gehele Oude Testament.
Het is wellicht aardig om te weten dat het woord 'thora' in de Hebreeuwse tekst 220 keer wordt gebruikt. In de Nederlandse tekst is het echter meestentijds zoals ik schreef met 'wet' vertaald. Wij doen, gezien de drie verschillende betekenissen, er dus wel goed aan om er nauwkeurig op te letten, in welke omgeving het woord 'thora' is uitgesproken.

Wet en Verbond
Als A.A. van Ruler ons één ding goed heeft willen leren is het wel, dat wij de wet geen zelfstandige plaats moeten toekennen en die moeten los zien van het verbond. In meerdere van zijn geschriften, maar met name wel in 'De vervulling der wet' hamert hij erop, dat de wet staat in het verbond. De geboden hebben een wervend karakter. Dit laatste drukt A.A. van Ruler op deze manier heel mooi uit. Meestal zien wij de geboden als grenspaaltjes, die niet overschreden moeten worden. Bij het overtreden van geboden denken wij direkt aan straf. En inderdaad, ik zal niet ontkennen dat gedachten hieraan onjuist zijn. Maar laten wij niet vergeten: het is één aspect daarvan. Een zwaar aspect, jazeker, maar niet het enige. Ik denk althans dat wij het wervend aspect van de geboden niet uit het oog hebben te verliezen. Een vraag is natuurlijk wel, waarin dat wervend karakter van de wet dan uitkomt? Het komt naar voren met name in de verkondiging. Laatstgenoemde wil de wet in de wil van de hoorder indrukken en een overtreding innerlijk onmogelijk maken door de herinnering aan de daden des Heeren. Wervend is de wet dan in die zin, dat zij voor een overtreding bewaart uit eerbied voor God en uit liefde tot Zijn geopenbaarde wil. Het gehoorzamen aan de wet als de uitgedrukte wil van God geeft innerlijk dan ook vreugde. De wet werft voor en nodigt uit tot echte vreugde en vrijheid. Natuurlijk moeten wij dit alles niet losmaken van Christus. Daarbij zal zeer zeker ook niet het werk van de Heilige Geest vergeten dienen te worden. Dat heeft A.A. van Ruler zéker niet gedaan. Wanneer er één in navolging van Calvijn alle accent heeft gelegd op het werk van de Geest, is het Van Ruler wel geweest. Mooi is het trouwens als hij schrijft in dat kader dat het loon op de vervulling van de wet alleen daarin bestaat, dat men blijft in het Heilig Verbond en het heil des Heeren. Wanneer dit in het geloof wordt beleefd, krijgt de drieënige God alle eer. Wel zullen wij verstaan dat het loon alleen maar uitbetaald kan worden, omdat Christus de wet vervuld heeft. Nooit of te nimmer zullen wij om Golgotha kunnen gaan. Het kruis d.i. vloekhout blijft de unica spes (onze enige hoop) op het blijven in het Verbond en in het heil des Heeren. Zo komt er ook een innerlijke vrijheid alsmede een vreugde niet alleen over Hem Die de wet vervuld heeft, maar niet minder, over de wet zelf.

De wet niet afgeschaft
Alles hangt met alles samen. Dat geldt ook voor ons onderwerp. Soms hoor ik in het pastoraat zeggen, dat men aan de wet totaal geen vreugde beleeft. Men vindt de decaloog, de tien aanwijzingen (Buber), een knellende band. Nu moet ik er wel bij zeggen, dat ik in het pastoraat in de loop der jaren géén tientallen mensen ben tegengekomen die dit zeiden. Wel velen die dit in hun daden lieten zien. Dat het werd gezegd, was meer een incident. Wat ik echter meer heb gehoord, is dat mensen mij vriendelijk en vrolijk vertelden dat de wet was afgeschaft. En gelooft u mij: het waren echt niet altijd oppervlakkige mensen. Meer dan eens heb ik gedacht: wat kunnen wij van die mensen wat betreft hun levenswandel véél leren. Soms trof je bij hen een liefde tot de naaste aan, die zeer weldadig aandeed. Wat hadden zij ook vaak veel voor zending en evangelisatie over. Wat ging het zieleheil van hun buurvrouw òf buurman ze ter harte. Wat waren ze trouw in de kerkgang! Ik heb ze wel ontmoet die iedere zondag twee keer in de kerk waren. Nooit zouden zij hun plek leeglaten. Werkelijk, zij waren een voorbeeld voor allen in de gemeente die niet zó nauwgezet leefden en soms om allerlei kleinigheden op Gods dag gemakkelijk thuisbleven. Zij echter waren er altijd! En in de kerkdienst konden zij zich doorgaans best vinden, behalve dàn wannéér 's ochtends de wet werd voorgelezen. Niet altijd, maar wel heel vaak begonnen zij dan wat te draaien. De wet was naar hun mening afgeschaft; die behoorde tot het Oude Testament òf zoals zij zeiden: tot de oude bedeling. Wij leefden in de nieuwe bedeling. Wij waren verloste mensen, ook verlost van de wet.
Hoezeer ik deze mensen altijd heb geacht en dit nog altijd doe vanwege hun stijl van leven, ben ik toch van mening, dat zij wat deze gedachte betreft, die zelfs door hen gekoesterd wordt, dwalen. Zij bevinden zich op een dwaalweg waarop zij ontsporen, tenzij de Almachtige zelf ingrijpt. Met nadruk stel ik daarom tegen deze dwaling, dat de wet niet is afgeschaft. Zelfs meen ik te moeten en te mogen poneren in navolging van wat de Zaligmaker heeft gezegd dat er van de thora (ik bedoel nu de tien geboden) geen jota (punt) of tittel (komma) voorbij zal gaan. Bovendien ontzegt men zich zoveel vreugde der wet (jázeker, vreugde over de decaloog = zedewet) wanneer men stelt, dat die is afgeschaft.

De Vervuller van de wet
Even attendeerde ik onder het kopje 'Wet en verbond' op Jezus als de Vervuller van de wet. Hierop wil ik graag nog wat verder voortborduren, opdat hopelijk aan wat ik hierboven een dwaling noemde, toch enigszins een halt toegeroepen kan worden. Want al is het mij in het pastoraat dan niet altijd gezegd, dat Jezus de wet door Zijn kruisdood heeft afgeschaft, niet heb ik mij altijd aan de indruk kunnen onttrekken, dat dit meer leefde dan dat het geuit werd.
Nergens lezen wij in, de Schrift, dat Jezus de wet heeft afgeschaft. Wel, dat Hij de wet heeft vervuld. Welke wet is daarmee dan bedoeld? Wel, de wet van Mozes, zoals hij die had ontvangen uit de handen van God op de berg Sinaï. Nader aangeduid: de twee stenen tafelen, waarop de Heere Zelf voor Zijn Verbondsvolk Zijn wil had neergeschreven.
Het is daarom niet verkeerd als ik stel dat de Heere slechts één thora (= wet) heeft, nl. de wet die door Mozes gegeven is (Johannes 1 : 17a). Die wet is heilig, rechtvaardig en goed. Wat heeft de Heere Jezus nu met deze wet gedaan? Hij heeft die Wet niet aan de kant gezet en gezegd: 'Daarmee heb Ik niets te maken'. Dat kon Hij trouwens moeilijk zeggen, omdat het juist de zedewet was, waartegen gezondigd was en waarom Hij moest lijden. Jezus is gekomen — en dan hebben wij direkt het antwoord te pakken — om de wet van Mozes te vervullen. Dat wilde in Zijn geval dus zeggen: om naar de wet te sterven tot betaling van de zonden en in die weg alle geboden volmaakt te volbrengen. Zo leert ons de apostel Paulus dit. Nu weet ik wel, dat Paulus in de kerk niet altijd zulke beste papieren bezit en men hem soms alles toedicht wat lelijk of mooi is, maar daaraan doen wij niet mee. Zijn brief aan de Romeinen is en blijft voor ons het Woord Gods. En wel heel duidelijk wordt juist in de Romeinenbrief gesteld, dat de wet wet blijft en uitdrukking is van Gods wil.
Een christen — ik bedoel een christen van zondag zeven van de Heidelberger — heeft geen andere wet, kent geen andere wet, krijgt geen andere wet dan de tien geboden.
Het zou trouwens wel een heel vreemde zaak zijn, wanneer een christen na zijn bekering een andere wet zou krijgen dan die hij had vóór zijn bekering. Mag hij dan na zijn bekering wel Gods dag ontheiligen, Zijn Naam ijdel gebruiken, naar een andere man of vrouw dan die van hemzelf kijken en daarmee omgaan of stelen? Een ieder begrijpt toch wel zeker, dat dit niet het geval is? Ik wil maar zeggen, dat een christen geen andere wet krijgt. En ook dat de Zaligmaker de wet niet heeft afgeschaft, doch — zoals ik reeds schreef — heeft vervuld.
In het leven van een oprecht christen heeft de wet een andere functie gekregen. Zij functioneert meer als een regel der dankbaarheid, zoals b.v. de berijming van de tien geboden dit ons laat zingen: 'Och, of wij Uw geboôn volbrachten! Genâ, o hoogste Majesteit! Gun door 't geloof in Christus krachten, Om die te doen uit dankbaarheid.'
Wanneer het geloof dan ook op God drieënig en Zijn daden georiënteerd is, zal het leven in de ziel: Hoe lief heb ik Uw wet; zij is de ganse dag mijn vermaking. Dat is wel wat anders dan klagen over een knellende band òf zeggen dat de wet met Christus' komst is afgeschaft. Vergeet het maar niet: hoe verder wij door de Heere in Zijn heilsgeheimen worden ingeleid, hoe liever wij Zijn wet krijgen. En dat om Hem Die de wet vervuld heeft, en in Wie God ons aanziet als hadden wij nooit één zonde gedaan, ja als hadden wij zelf al de geboden Gods voldaan.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vreugde der wet (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's