De voorzienigheid (3)
Beleving
De voorzienigheid wordt persoonlijk door de gelovige beleefd. God de Vader bewaart tegen de aanvallen van de boze. zijn machtig' arm beschermt de vromen. En redt hun zielen van de dood; Hij zal hen nimmer om doen komen in duren tijd en hongersnood. In de grootste smarten blijven onze harten in den Heer gerust. Het geloof in de voorzienigheid behoort tot de enige troost beide in het leven en sterven. Antwoord 1 van de catechismus spreekt over dit bewaren van de Vader in Christus. Er is sprake van persoonlijke bevinding: Zonder de wil van mijn hemelse Vader kan geen haar van mijn hoofd vallen. We moeten opletten dat Zondag 10 in het stuk van de verlossing wordt behandeld. Buiten het geloof om is ons spreken over de voorzienigheid theoretisch en op afstand. We kennen een God voor ziel en lichaam. De dichter van Psalm 103 looft de Heere voor Zijn weldaden. Hij geeft een opsomming van geestelijke en stoffelijke zegeningen. Er is verzoening en vrede met God: De Heere vergeeft al de ongerechtigheid en verlost het leven van het verderf. Er is onderhouding van het lichaam: De Heere geneest al de krankheden en verzadigt de mond met het goede.
Beproeving
God de vader beproeft Zijn kinderen. De beproevingen dienen tot versterking en tot vermeerdering van het geloof. Romeinen 5 geeft aan dat God Zijn kinderen oefent. Wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven'.
Zoals een kurk die onder water gedrukt wordt, zich dringt tegen de hand die hem onderdrukt, zo is het de aard van het geloof om als het beproefd wordt, zich aan Gods hand vast te klemmen, omdat het in zichzelf machteloos is en alle kracht alleen van God verwacht. De verdrukkingen kunnen ons terugbrengen op de weg van Gods geboden (Psalm 119 : 67).
Thomas Boston schreef het boek: 'Het kromme in het levenslot'. Hij geeft uit de Schrift voorbeelden van allerlei krommingen. Boston heeft deze overtuiging: 'God heeft in Zijn liefste kinderen Zijn gunst doen schitteren, door in hun levenslot merkwaardige krommingen te maken en te herstellen. Het zijn Zijn lievelingen, die gewoonlijk de grootste krommingen in hun lot zien gemaakt. Maar, nadat zij zich tot de Heere gewend hebben, wordt de weg gebaand tot de rijkste ondervindingen in de verwijdering van hetgeen hen drukte. Hoe duidelijk blijkt dit uit de lotgevallen van Abraham, Jakob en Jozef'!
Kastijding
In Hebreeën 12 : 5-11 wordt over het nut van kastijding gesproken. De tuchtiging is een bewijs van de liefde van God. De Heere wil met Zijn kastijding iets bereiken. Hij wil dat wij meer en meer toenemen in heiligheid. De opvoeding van God brengt zegen. We mogen ons niet verzetten tegen de tuchtiging van God. Als God Zijn kinderen straft, dan is dat nooit naar de maat van hun zonden. Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden (Psalm 103 : 10). God kastijdt altijd met de bedoeling dat Zijn kinderen er veel nut van hebben.
De volgelingen van Jezus zijn kruisdragers. 'Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij' (Mattheüs 16 : 24). Ieder christen heeft een kruis. Dit kruis is datgene wat hem overkomt door de gemeenschap aan het lijden van Christus. De strijdende kerk van Christus wordt gehaat en vervolgd om Zijn naam. Achter Jezus verloochent een discipel zichzelf en neemt hij zijn kruis op dat hem door de verbondenheid met Christus is opgelegd. Het dragen van het Kruis is de navolging van Hem, Die het allerzwaarste Kruis, Gods vloek tegen de zonde, heeft gedragen. Het kruis is het onderscheidingsteken van het geloof. Kruis en geloof zijn aan elkaar verbonden. Er is geen geloof zonder kruis. Door het geloof kunnen we ons kruis vrolijk achter Christus dragen.
Onderwerping
De onderwerping aan God onderscheidt zich van het verkeerd berusten. Bij onderwerping is er een gelovig vertrouwen op God, Die om Christus' wil onze God en Vader wil zijn. We zien dan het leven niet als een donkere afgrond. Dwars door het verdriet, de tegenslagen en het lijden, zeggen we met David: Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God (Psalm 42 : 12). Indien deze wereld aan Gods leiding was onttrokken, bleef er niets te hopen. Alleen de Heere geeft uitkomst. Hij troost in het lijden. Hij verlost van zonde en dood.
Bij die onderwerping blijven er raadsels, die wij niet ontraadselen kunnen. In 1984 schreef ds. A.F. Troost een brief aan rabbi Kushner, die in het kerkblad werd gepubliceerd. Troost ziet het boek van Kushner 'Als 't kwaad goede mensen treft' als een sympathieke poging om tòch een antwoord te geven op het waarom. Het antwoord van deze rabbi is: God is te klein om Almachtig te zijn. Troost heeft zelf geen antwoord op de vraag naar het waarom. Hij eindigt zijn brief met deze woorden: 'Ik leg mijn hand (niet langer als een vuist) plat op mijn mond. Dat heb ik moeten leren. Dat heb ik mógen leren. Van Job. Maar vooral van Jezus, de Rechtvaardige. God is niet te klein om al-machtig te zijn. Wij, wij mensen zijn te klein om God te zijn.'
Er zijn mensen die wel vlug een antwoord kunnen geven op de vraag naar het waarom. Ze durven zelfs Gods hand in het kwaad toe te passen op anderen. Nietszeggende opmerkingen, weliswaar vroom getint, vellen een vonnis. Voorzichtigheid is geboden. Wij weten niet overal een antwoord op. De ramp in 1953, een verschrikkelijk gebeuren, riep allerlei vragen op. Waren die van Stavenisse slechter dan die van Scherpenisse, omdat de stormramp er zoveel slachtoffers eiste?
Door eigen schuld kunnen de gelovigen in zonde vallen en Gods misnoegen ervaren. Die lijn is in de Bijbel legitiem. Vooral in de Psalmen is het bewustzijn dat er een samenhang is van het straffen door God en persoonlijke zonde.
Het leven met zijn strijd en bitterheid kan opstandigheid veroorzaken. We kunnen niet aanvaarden dat God ons op moeilijke wegen leidt. Job heeft gepeinsd over het mysterie van het leed, totdat hij er niet meer uit kon komen. Prediker heeft zich moe gedacht over alle kromme wegen in het bestuur van God. Opstandigheid leidt tot een gevecht met God.
De armoede en de honger in de derde wereld weerhouden velen de voorzienigheid te belijden. God wordt de schuld gegeven. Voor de armoede is de westerse mens verantwoordelijk. Voor de honger in de wereld kan onmogelijk God de schuld krijgen. Er is voedsel genoeg voor alle mensen. Het is beter de hand in eigen boezem te steken. Wij hebben een ongekende weelde. Door de welvaart gaan wij in goddeloosheid onze weg.
Kan het nog?
Het geloof in Gods voorzienigheid. Kan dat nog? Ons antwoord is bevestigend. Niets kan ons scheiden van de zorg van God de Vader. Voor de onderhouding van het tijdelijk leven behoeven we niet bezorgd te zijn. Die de Heere vrezen, hebben geen gebrek (Psalm 34 : 10). Niets en niemand kan Gods genade ongedaan maken. Niemand kan een volgeling van Jezus uit Zijn hand rukken. Wij weten, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede. Gods kind leeft anders dan die van de wereld. Ook hij is van gisteren en weet niets. Toch weet hij één ding: God regeert. Er wacht een hemelse erfenis. Die heerlijkheid gaat het lijden dat we in deze tegenwoordige tijd moeten ondergaan ver te boven. Wie kan ons scheiden van de liefde van Christus? 'Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere (Romeinen 8 : 38, 39).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's