De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hedendaagse gebeurtenissen in profetisch licht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hedendaagse gebeurtenissen in profetisch licht

9 minuten leestijd

In bepaalde tijden worden de boeken der profeten met bijzondere belangstelling bekeken. Zo ook vandaag. De gebeurtenissen in het Midden-Oosten, die elkaar de laatste tijd snel hebben opgevolgd, doen bij velen de vraag rijzen of de profeten soms al voorzegd hebben wat zich vandaag onder de volkeren voltrekt.
Bij de opening van het loofhuttenfeest in Jeruzalem, waaraan jaarlijks ook christenen uit de hele wereld deelnemen, zei Israëls premier Jitschak Sjamir, dat het niet aan elke generatie is gegeven de vervulling van profetieën mee te maken. 'Wij verheffen onze stemmen in dankbaarheid dat wij dit privilege hebben.' Sjamir doelde kennelijk op de terugkeer (alijah) van tienduizenden joden uit Rusland naar Israël; over enkele jaren gerekend zelfs honderdduizenden. 'Elke dag zien we nu de vervulling van een profetie, die vele honderden jaren geleden werd uitgesproken', zei hij. Hij had de Bijbel opengeslagen bij Jesaja 43 : 5 en 6: 'Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde'.


Ongetwijfeld heeft Sjamir in zijn toespraak ingespeeld op de gevoelens van de duizenden christenen, die onder zijn gehoor verkeerden en die – grosso modo, naar men mag aannemen – óók zo de terugkeer van de joden houden tegen het licht van de oud-testamentische profeten. Behalve teksten uit Jesaja kan zo ook nog worden genoemd het woord uit Zacharia 2 : 6: Hui, hui, vliedt toch uit het Noorderland, spreekt de Heere; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de Heere'.

Hoe te verstaan?
Nu is het onmiskenbaar zó, dat er geen eenstemmigheid van gevoelen bestaat onder op zich 'Schriftgetrouwe' christenen wanneer het gaat om de uitleg van de profeten, casu quo genoemde profetieën.
Voor sommigen (velen), met name in wat we noemen evangelische kringen, heeft elk profetenwoord een betekenis in het licht van hedendaagse gebeurlijkheden. De gebeurtenissen van onze tijd worden als een legpuzzel in elkaar gelegd aan de hand van een bladwijzer in de boeken der profeten. Zo leest men vandaag Saddam Hoessein en zijn nieuwe babylonische rijk concreet in de profetieën.
Feit is dat zulke concrete duidingen telkens om correctie vragen, zodra namelijk blijkt, dat de geschiedenis zich toch niet ontrolt als de 'profeten' wilden. Dat was b.v. het geval toen jaren geleden de Egypti­sche president Anwar Sadat vrede sloot met Israël. Dat stukje paste niet in de legpuzzel.


Het andere uiterste is, dat gesteld wordt dat alle oud-testamentische profetieën hun definitieve vervulling hebben gekregen in Christus, voor zover ze al niet in de oud-testamentische tijden zèlf hun vervulling hebben gekregen. We moeten misschien zeggen dat deze visie op de profetieën vooral ook binnen het gereformeerd protestamentisme de eeuwen door opgeld heeft gedaan, al geldt dit niet over de hele linie. Het gevolg is vaak (meestal) geweest een vergeestelijking van de boodschap der profeten of een overdrachtelijke actualisering in preken, die het karakter van een tijdpreek hadden vanwege ontwikkelingen dichtbij, in eigen samenleving. Feit is intussen ook, dat hier dan veel profetieën buiten de geijkte preekpaden liggen. De Bijbel is in de wekelijkse verkondiging ook wel eens klein geworden. Waar sommigen met grote vrijmoedigheid de profeten concretiseren, zien we 'onder ons' soms een terughoudendheid, die zelfs kan omslaan in veronachtzaming van hele gedeelten uit de Schrift.

Noorderland
Als het om het 'Noorderland' in de profeten gaat, zeggen velen vandaag: dat is Rusland. Vandaar komen nu immers de tienduizenden terug. De 'klassieke' uitleg is dat het Noorderland Babel is. Die verklaring heeft ook recht van spreken uit de context van Zacharia 2 : 6. ln het zevende vers wordt immers gezegd: 'Hui, Sion! ontkomt gij, die woont bij de dochter van Babel'. Hoewel Babel – het huidige Irak – niet letterlijk in het Noorden lag, liep de weg naar Babel in noordelijke richting.
Wanneer Calvijn dit Schriftwoord uitlegt kiest hij óók voor Babel als het Noorderland. Kennelijk heeft hij echter moeite met 'de vier winden des hemels', waarheen Israël is verdreven. Hij ziet hierin zoveel als een lichte overdrijving en gaat er niet verder op in.


Zouden we ons echter niet mogen afvragen of er in de profetieën niet sprake is van getrapte vervulling? Ongetwijfeld zijn vele profetieën met de komst van Christus vervuld. Ongetwijfeld zijn er ook profetieën, die in de oud-testamentische tijd zelf hun vervulling hebben gekregen. Maar is er ook niet sprake van een niet-vervulde rest? Zou het verder ook niet zo kunnen zijn, dat bepaalde profetieën in de oud-testamentische tijden een eerste vervulling hebben gekregen en verder in profetisch perspectief mogen (moeten) worden gelezen naar de toekomst toe? Zo niet, dan rest ons van deze oud-testamentische Schriftgedeelten niets anders dan een louter historische of een louter allegorische uitleg.


Als Calvijn in zijn tijd de verstrooiing naar de vier winden des hemels te wijds gezegd acht, dan weten we vandaag wat die vier windstreken letterlijk betekenen, alsook 'de einden der aarde' van Jes. 43, zeker ook met betrekking tot de wereldwijde verstrooiing der joden. Zouden we dan toch in de terugkeer van de joden naar het land van de vaderen niet ook de (herhaalde) vervulling van de oud-testamentische profetie mogen zien?

Doorgaande lijn
Het hachelijke van veel eigentijdse duidingen der profetieën is echter, dat personen of situaties in de Schrift worden ingelezen, zonder dat daar een bijbels-dwingende reden voor is. Zo is b.v. de antichrist in de loop der tijden op allerlei wijzen geconcretiseerd: Rome, het communisme, de E.E.G., het Verenigd Europa, de Paus.
Maar hóé men het ook wendt of keer Israël komt in de Schrift voor. Dat is geen kwestie van interpretatie. Met name ten aanzien van Israël doet zich in Schriftgetrouwe kring evenwel de moeite voor, dat, waar de één voor Israël Israël leest, de ander voor Israël de gemeente leest.


Wie nu oog heeft voor het concrete Israël in het bijbels getuigenis ziet een doorlopende lijn. Vanuit Romeinen 9-11 komt het concrete volk Israël duidelijk tot ons in Gods voortgaand handelen met Zijn volk. 'Heeft God Zijn volk verstoten?' Vraagt Paulus en dan geeft hij zelf zijn familiekaartje af als hij zegt zelf een zoon van Abraham te zijn, van de stam van Benjamin. Men kan, dunkt me, met goed recht niet volhouden dat zolang en voor zover het in Romeinen 9-11 over de verharding gaat het volk Israël is bedoeld en als het over het herstel gaat de gemeente wordt bedoeld (vanaf Rom. 11 : 25).


Vanuit het gezichtspunt van Gods blijvende trouw aan Israël (omwille van Zijn verbond) hebben velen oude gereformeerde theologen ook bepaalde profetieën in het perspectief naar de eindtijd gezien. Het land Kanaan was immers aan Abraham en zijn nakomelingen tot een 'eeuwigdurende bezitting' beloofd. Daarom hebben theologen in het verleden de terugkeer van de joden naar het land van de vaderen voorzegd. De laatste tijd is meer en meer duidelijk geworden, dat dit bij onderscheiden theologen van de Nadere Reformatie en bij Engelse Puriteinen het geval is geweest, en niet alleen een specimen was van 'vader Brakel'.
Het geschrift, dat de Hervormde Synode in 1970 uitgaf Israël, volk, land en staat, gaat zo ook uit van de landsbelofte voor Israël, die ook vandaag geldig is. Op grond daarvan is ook de vestiging van de joden met de staat Israël in Palestina in 1948 theologisch gerechtvaardigd.
Er is hier sprake van zicht op een doorgaande lijn in het handelen van God met Israël tot op vandaag.

Ook vandaag
In het licht van het bovenstaande heb ik er persoonlijk geen moeite mee in de profetieën over de terugkeer van Israël uit de ballingschap ook vandaag een concrete vervulling te zien. Maar voor de zenuwachtige wijze, waarop velen vandaag opeens deze profetieën menen te moeten hanteren – alsof nu het beslissende moment in de geschiedenis is aangebroken – is dunkt me geen grond. De terugkeer naar het land van de vaderen begint niet vandaag pas, ook al komen de joden dan vandaag weer bij tienduizenden terug. Het is allemaal al begonnen met de alijah in de vorige eeuw, toen Theodor Herzl de bazuin voor de terugtocht blies. Er is verder een nieuwe fase ingetreden bij de vestiging van de staat Israël in 1948. En we mogen dunkt me niet uitgesloten achten, dat we vandaag weer een nieuwe fase beleven. Als zodanig mogen we letten op de tekenen der tijden, zonder dat we onze dagkalender er voor trekken en God gaan voorrekenen.

Tot op Christus
Wat we intussen niet en nooit zullen mogen vergeten is dat de Schrift is 'was Christum treibet'. De samenhang van het Oude Testament en het Nieuwe Testament dwingt ons de Schriften, ook de profetieën tot (op de bedoeling van) Christus te lezen. Want als Romeinen 9-11 dan op het concrete Israël slaat, dan blijft onomstotelijk staan, dat ze 'vijanden zijn aangaande het evangelie' (Rom. 11 : 28), hoewel nochtans aangaande de verkiezing beminden. Maar hoe zou die verkiezing zich anders kunnen realiseren dan langs de weg van de Ene Verkorene bij uitstek?
En àls Ezechiël 37 (het visioen van het dal met de dorre beenderen) dan slaat op 'het herstel van Israël' (zó staat het immers boven de pericoop), dan gaat het ook tenslotte om het profeteren tot de Geest, want er was (is) nog geen geest in de bijeengebrachte beenderen. Daarom kan het gesprek tussen kerk en Israël nooit om het skandalon, de ergernis des Kruises heen.

Wij weten niet
En overigens: zo min als wij weten van de dag en de ure, waarop Christus op de wolken des hemels verschijnen zal, zo weten we niet hoe de boekrol van de geschiedenis zal worden ontrold. Wel weten we dat het eind der dagen gekenmerkt is door oorlogen en geruchten van oorlogen... 'maar nog is het einde niet'.
We worden intussen opgeroepen waakzaam te zijn en op de tekenen der tijden te letten. Dat is ons genoeg. En onze tijden, de hedendaagse gebeurtenissen, zijn ernstig genoeg. Zouden we daarbij dan de profeten niet lezen in profetisch perspectief? Samen met het boek der Apocalyps, de Openbaring aan Johannes, waaruit we weten dat de engelen hun fiolen uitgieten op de aarde maar waaruit we ook moed putten omdat Christus wandelt, blijft wandelen temidden van de zeven gouden kandelaren!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hedendaagse gebeurtenissen in profetisch licht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's