Het bedrog van de rijkdom en rijke vrucht
... en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord en het wordt onvruchtbaar. Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig en de ander dertigvoud. Matth. 13 : 22 en 23)
We stipten het al even aan: niet alleen de bekommernis van deze wereld, ook de verleiding van de rijkdom heeft een verstikkende werking. Dus ook het tegendeel van de zorg, de rijkdom, geld en goed in overvloed te bezitten, bergt ditzelfde gevaar in zich. Nee, de rijkdom zelf wordt door Jezus niet veroordeeld en hoeft op zich nog geen gevaar te betekenen voor het zaad. Wel de verleiding van de rijkdom. Letterlijk vertaald staat er: het bedrog van de rijkdom. Rijkdom, waardoor de mens zich zo gemakkelijk laat bedriegen, alsof daarop te vertrouwen is. Jezus waarschuwt er meer dan eens voor: 'Hoe zwaar is het, dat zij die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk van God ingaan — (Markus 10 : 24). De rijkdom zet ons zo snel op een dwaalspoor, bedriegt ons, omdat hij het altijd weer zo doet voorkomen alsof dat het eigenlijke is. De illusie dat geld gelukkig maakt. Iets dat we direkt allemaal zullen ontkennen, maar ondertussen is het geld, het materialisme bij een ieder van ons zo'n hardnekkige distel. Bij de één in het groot, bij de ander meer in het klein. En aanvankelijk wordt de aandacht nog verdeeld tussen Christus en de Mammon. Het is het dienen van twee heren door één hart, het is het groeien van het zaad en de doornen op één en dezelfde akker. Maar het blijkt mettertijd dat de doornen de overhand nemen. Niet opeens, maar geleidelijk. Langzaam, maar zeker. Maar dat maakt het nu juist zo gevaarlijk. Het is een proces, dat blijkt ook uit het woord verstikken. Zo kan het zijn dat tussen de voortwoekerende doornenstruiken hier en daar nog een sprietje gezien wordt, dat aan een beter verleden herinnert. Een enkele steek in het geweten, een vluchtige zweem van schuldgevoel, een haastig teruggedrongen gedachte aan God, aan Gods recht op heel ons leven, totdat ook deze laatste ritseling verstikt. Wie twee heren wil blijven dienen, komt tot de ontdekking (als het te laat is!?) dat het goede zaad uiteindelijk het onderspit heeft moeten delven.
Eén ding is zeker: er is naast het Woord zoveel anders dat strijdt om de voorrang in het leven. En wat wint het nu? Nodig is en blijft het gebed: 'Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg is. En leid mij op de eeuwige weg'. Wie zo leeft, dichtbij de Heere, die vergadert zich door genade schatten in de hemel, die zoekt de dingen die boven zijn, die vindt het leven. En dat is meer waard dan het fijnste goud op aard. Al lezend zouden we bijna moedeloos worden en denken dat het zaaien onbegonnen werk is. We zien de weg, de doornen, de rotsen. Wat heeft het zaaien nog voor zin? Toch mogen en moeten we zo niet spreken. Want de arbeid in het Koninkrijk van God is nooit ijdel. Door alle weerstanden heen breekt dit Koninkrijk zich baan. Het welbehagen des Heeren gaat gelukkig voort door de grote Zaaier. Tegenover een drievoudig horen zonder vrucht staat de drievoudige vruchtbaarheid.
En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht, het één honderd-, het ander zestig- en het ander dertigvoud. De weerstand van het mensenhart is groot, maar groter nog is de kiemkracht van het zaad van het Woord.
Het staat er eigenlijk als een blijde uitroep aan het eind van de gelijkenis: en het zaad gaf vrucht! Wat een wonder! Het is immers beslist niet vanzelfsprekend dat dit gebeurt, dat heeft de gelijkenis ons tot nu toe wel geleerd. Het is niets minder dan een wonder van genade. Het Woord werkt door. Goede aarde, dat is aarde die God gereinigd heeft door Zijn Heilige Geest. Juist, zegt iemand, dus dan moeten we maar afwachten totdat de Heere begint met dat reinigende werk, daar kunnen we niets aan af of toe doen. Nee, zo ligt het niet. Het ligt veleeer in de lijn van de gelijkenis om te zeggen dat dat reinigende werk niet buiten ons omgaat. Hoor maar wat de Heere Jezus zegt: 'Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat...' Ook hier is het, die het Woord hoort. Goede aarde ontvangt echt geen aparte behandeling. Ook hier begint het met horen. Telkens weer horen. Horen naar het Woord in de lezing en in de prediking van de Heilige Schrift. Het geloof is immers uit het gehoor. Dat maakt onze verantwoordelijkheid ook zo groot. Want hoe vaak heeft de Heere al niet tot ons gesproken, hoe vele keren hebben we Zijn Woord al niet gehoord? Misschien wel vanaf onze jeugd.
Die het Woord hoort en verstaat. Verstaan, dat is geloven. Ze nemen het Woord in zich op, het zaad schiet wortel en doortrekt heel hun leven. Ze nemen het Woord in zich op. Zoals je voedsel tot je neemt en dat voedsel één wordt met je lichaam, zo is het nu ook met dat Woord. Het wordt ons eten en drinken, we kunnen er niet meer buiten. Het Woord troost, bemoedigt, ondersteunt, schenkt kracht, ook vermaant en bestraft het soms.
Het Woord wil niets liever doen dan ons heenwijzen naar en brengen bij de Heere Jezus Christus, zodat we gaan leven uit Hem, Die het Leven is. En dat (alleen) is een rijk leven, werkelijk een leven in overvloed, een leven waarin Hij ons dagelijks schenkt genade op genade. Door middel van Zijn Woord wil de Heere nieuw leven schenken, het Woord heet niet voor niets het zaad der wedergeboorte.
De kernvraag is: leven we van alle Woord dat uit de mond van God uitgaat? Nee? Bid dan om het reinigende, overtuigende werk van de Heilige Geest, Die ons hart bereid wil maken om Christus en Zijn genade te ontvangen.
Zalig zijn zij die het Woord horen en bewaren, verstaan en gehoorzamen. Verstaan, dat is het Woord dringt ons hart, ons leven binnen. Maar daar blijft het niet. Het komt ook weer naar buiten. Het kan niet verborgen blijven. Waar het hart vol van is... Het zaad draagt vrucht. Uit één graankorreltje komen tientallen andere, halmen vol. Ja, wanneer het zaad in goede aarde valt, dan wordt het meer. Dat wil ook zeggen: dan gaan anderen erin delen. Je houdt het Woord niet voor jezelf alleen.
Het Woord draagt vrucht. Daar gaat het om. Daar is het werk van de Zaaier immers op gericht. Die vruchten zijn niet te danken aan iets van onszelf. Ze zijn te danken aan de kiemkracht van het zaad, aan de kracht van het Woord. Het zijn dus geen vruchten van eigen akker. Onze vrucht wordt uit Hem gevonden. We wijzen van onszelf af.
Het zijn vruchten die horen bij geloof en bekering, vruchten van de Geest (Gal. 5). Die ook vrucht draagt en voortbrengt, de één honderd-, de ander zestig-, en de ander dertigvoud. Er is blijkbaar onderscheid in vruchtbaarheid. We hebben te staan naar overvloedige vrucht. Immers, zo zegt Jezus: 'Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt'.
Welke halmen dragen de meeste vrucht, bevatten het grootste aantal graankorreltjes? Die het diepst doorbuigen! Wie werkelijk vrucht draagt, zal belijden altijd te weinig vrucht voort te brengen en ootmoedig erkennen: de vruchten die er zijn, zijn er dank zij U. Door U, door U alleen! Vrucht dragen, dat wil ook zeggen dat anderen erin gaan delen, zo zeiden we. Dan worden wij, op onze beurt, ook een zaaier, een getuige in woord en daad. Op school, op het werk, in het gezin, in onze vriendenkring. Ieder op zijn of haar eigen plaats en wijze.
In dit zaaien moeten we de Zaaier uit onze gelijkenis maar tot een voorbeeld nemen. In Zijn volharding, trouw, volledige inzet en in het Zich niet laten ontmoedigen.
Het kan soms lijken dat we op rotsen ploegen, alsof alles tevergeefs is. Maar hoor dan naar wat de grote Zaaier zegt: 'En een ander deel viel in de goede aarde, en gaf vrucht'. De gelijkenis van de Zaaier wil ons bewaren voor al te hoog gespannen verwachting, maar tevens voor moedeloosheid. Ze steekt een hart onder de riem van hen die geroepen zijn tot christelijke opvoeding, van allen die (ambtelijke) arbeid mogen verrichten in Gods Koninkrijk. Het Woord draagt vrucht. Wat een bemoediging aan het begin van het winterseizoen. Onze arbeid is niet ijdel in de Heere. De Koning van de kerk staat er voor in: er zullen halmen zijn die van zwaarte schudden. Straks komt Hij weder, dragende Zijn schoven. De tijd komt dat de stem van de grote Zaaier zal klinken: 'Breng de tarwe samen in Mijn schuur'. En allen die op de Naam des Heeren gehoopt hebben, die het gebeden hebben: 'O God, wees mij zondaar genadig', zullen daar gebracht worden waar geen doorn meer is en geen distel meer woekert. Daar waar een ieder prijst het werk van de Zaaier en Hem toebrengt alle lof, roem en aanbidding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's