De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In memoriam prof. dr. H. Jonker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In memoriam prof. dr. H. Jonker

(28 maart 1917-9 oktober 1990)

7 minuten leestijd

'Nescis quid vesper vehat: men weet niet wat de avond zal brengen. Dit woord van Livius, dat als motto kan dienen voor ieder mensenleven, is wel in bijzondere mate toepasselijk op het leven van Professor Hendrik Jonker. Wie de feiten uit zijn leven verzamelt en overziet, komt tot de conclusie dat zijn levensgang telkens anders verliep dan mensen, en ook waarschijnlijk hij zelf, dachten en verwachten.' Zo luidt de openingszin van het levensbeeld dat in Ervaren Waarheid, een bundel opstellen door vrienden, collega's en leerlingen aan prof. dr. H. Jonker aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar praktische theologie vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, geschetst is.
Inderdaad is de op 28 maart 1917 te Kampen geboren Hendrik Jonker niet zonder slag of stoot predikant geworden. Via allerlei omwegen – zoals een onderwijzersopleiding – heeft hij de tocht naar kerk en theologie afgelegd. Overigens zat dat reizen in zijn bloed; later zal hij de theologie omschrijven als een 'theologie van reizigers', van mensen onderweg, niet alleen in historische en temporele, maar zeker ook in geografische zin.
Bij de keuze voor de theologie en het predikantsschap speelde zijn grootvader Jonker een grote rol. Deze, van huis uit buitenkerkelijk, tot bekering gekomen onder een ernstige prediking, worstelde in de gebeden over de toekomst van zijn kleinzoon. En de laatste kon met eerbied èn humor over deze markante persoonlijkheid, die gedurende de helft van zijn negentigjarige leven ouderling van de Hervormde gemeente IJsselmuiden was geweest, vertellen. En dan werd het zijn gesprekspartner duidelijk dat dat niet in het minst was omdat Jonker in zijn grootvader zichzelf herkende!
Zo zien wij hoe reeds in zijn jonge jaren hij in beslag genomen werd door de vraag die hem zijn levenlang bezig zou houden: de relatie van waarheid en werkelijkheid.
Dit alles voltrok zich onder tal van omstandigheden, allereerst in de kandidaatsgemeente Molenaarsgraaf, waar hij geconfronteerd werd met een bevindelijkheid, die niet vanuit het Woords Gods maar vanuit eigen menselijke bevindingen en mys­tieke ervaringen de zekerheid van het geloof zocht.
Het was Jonker te doen om de echte bevinding die haar bron in de openbaring Gods vindt, zoals Hij Zichzelf openbaart in de schepping, aan Israël, in de vleeswording van het Woord, door het getuigenis van profeten en apostelen, door het Schriftgeworden Woord, door het gepredikte Woord. Dan geldt van bevinding, wat in een op 10 november 1988 in dit blad gepubliceerd interview te lezen valt: 'Door de Heilige Geest wordt het Woord verder be-grepen, opgevat. De theologie kan daarin overigens behalve meehelpen ook tegenstaan. De Heilige Geest vat het Woord op voor de mens, die bij de Heere uitkomst krijgt. Wat het Woord Gods zegt wordt, door de vertolking van de prediking heen, erkend, bevonden als 'het ware'. Troost, troost, mijn volk...'.
Na de jaren in Molenaarsgraaf (1944-1946) was Jonker predikant te Bodegraven (1946-1950), een trouw-kerkelijk meelevende gemeente. Schriftmatig en theologisch geïnteresseerd. Daar leerde hij Geertrui van Dobben de Bruyn, dochter van de oud-burgemeester van die plaats (Van Dobben de Bruyn was één van de oprichters van de Gereformeerde Bond) kennen, met wie hij in het voorjaar van 1948 in het huwelijk trad.
In januari 1950 verhuisde het echtpaar naar Amsterdam, waar Jonker door prof. dr. J. Severijn als predikant van de wijkgemeente van de Oranjekerk bij de Ceintuurbaan in Oud-Zuid werd bevestigd. Men kan stellen dat hier sprake is van een nieuwe levensfase: de Amsterdamse predikant komt hier in aanraking met de moderne (stads)mens en diens levensvragen. Voor hem betekende dat hernieuwde theologische verdieping èn oriëntatie op het moderne levensgevoel.
Jonker, die vanuit de diepte van het gereformeerd belijden de moderne mens wil aanspreken, geeft een en ander richting in zijn doktoraal-studie en in de keuze van zijn promotie-onderzoek dat Jaspers' Metamorphose der Bijbelse Religie tot onderwerp heeft. Promotor was prof. dr. J. Severijn, de Utrechtse promotie trok veel publieke en wetenschappelijke belangstelling.
In 1953 werd het gezin Jonker verrijkt met de geboorte van een zoon, Roelof Dick Constans.
Toch wel onverwacht wordt dr. H. Jonker in 1958 door de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk tot kerkelijk hoogleraar te Utrecht benoemd.
De godsdienstfilosoof krijgt als leeropdracht de bijbelse theologie, wezen en geschiedenis van het apostolaat en de praktische theologie, met de nadruk op het laatste vak.
In zijn colleges en in de sindsdien van zijn hand verschenen publicaties zet Jonker de eens begonnen weg voort: hij ging de uitdaging van de vragen van de moderne tijd niet uit de weg, zocht deze zelfs op en trachtte de problematiek te verwerken vanuit het Evangelie naar het gereformeerd belijden. Zo stelde hij zich bewust kwetsbaar op, niet altijd begrepen door moderne tijdgenoten vanwege zijn gereformeerde visie, niet altijd verstaan door gereformeerde belijders vanwege zijn moderne presentatie. Hij had de uitdaging lief en worstelde met de theologische verwerking.
Dat heeft geleid tot de introductie van algemene praktische theologie naast en met deelgebieden als pastoraat, catechetiek en homiletiek. Belangrijkste getuige daarvan is het in 1983 verschenen Theologische praxis, waarin Jonker de structuur een inhoud van zijn denken ontvouwt.
Als één van zijn sterke punten mag zeker de homiletiek genoemd worden, niet alleen wat de theorie betreft die (onder andere) in En toch preken (1973) haar neerslag heeft gekregen, maar ook in de vorm van zijn (gebundelde) preken die heel wat hoorders én lezers trokken! Menig predikant zal met dankbaarheid terugdenken aan de preekschetscolleges en preekoefeningen, die onder zijn leiding zijn gehouden.
De teleurstelling heeft niet ontbroken, zo had de Utrechtse hoogleraar meer gevolg verwacht van zijn publicatie op het terrein van de liturgiek: Liturgische Oriëntatie (1962); de instemming met deze publicatie heeft nauwelijks daadwerkelijke gevolgen gehad, wat de betrokkene ten zeerste heeft betreurd.
Dit laatste hangt nauw samen met de rol die Jonker in de kerk heeft gespeeld, hij is nooit voorman geweest (en wilde dat per se ook niet zijn, maar was veeleer leidsman en voortrekker op wegen waarop men hem niet altijd volgde. De platgetreden paadjes, waar leiderschap succes garandeerde, verfoeide hij.
Professor Jonker was een man met een brede belangstelling, daarvan getuigt zijn boek over Verdun, Sporen van een slag, een historische en strategische studie, maar ook duidelijk gelardeerd door een 'theologisch intermezzo'.
Tenslotte Jonker als persoon: hier zullen tal van ervaringen meespelen, bepaald door de relatie tot de predikant of de hoogleraar Jonker. Het zou de schijn kunnen hebben van een platitude om Jonker te beschrijven als een toch wel wat afstandelijk mens die echter, wanneer je hem beter leerde kennen, een warmkloppend (pastoraal) hart bleek te hebben, zeer emotioneel kon zijn bij het klimmen van de jaren.
Wie een beeld van de 'echte' Jonker wil hebben moet zijn in Theologia Reformata gepubliceerde 'Reflexen' en zijn laatste, bij Callenbach verschenen boek, Landingsplaatsen, lezen. In een literaire vorm tref je daar bevindelijke literatuur aan!
Men weet niet wat de avond brengen zal. Een waarheid die werkelijkheid werd in het leven van Hendrik Jonker, in het bij­zonder ook in de zes jaren die hem ná zijn emeritaat geschonken waren. Hij moest door een diep dal gaan, pijn en verdriet zijn hem niet bespaard gebleven. In de laatste persoonlijke ontmoeting in het ziekenhuis bleek dat opnieuw, hoewel ook toen, zo kort voor zijn heengaan, er geen sprake was van een gebroken, maar van een gelovig man.
In de rouwdienst op vrijdag 12 oktober in de Zuiderkapel te Bilthoven, en voortgezet en afgesloten op de begraafplaats 'Den en Rust', waarin zijn oud-leerling dr. E. S. Klein Kranenburg èn Jonkers opvolger prof. dr. M.J.G. van der Velden voorgingen en waaraan vooraf een woord van gedachtenis door de Utrechtse decaan prof. dr. O.J. de Jong werd gesproken, zongen wij – naar de wens van Hendrik Jonker – ondermeer dit lied:
'Nu jaagt de dood geen angst meer aan,
Want alles, alles is voldaan.
Die in 't geloof op Jezus ziet,
Die vreest voor dood en helle niet.'
Wij bidden de familie Jonker deze troost toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In memoriam prof. dr. H. Jonker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's