De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De solide schuilplaats

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De solide schuilplaats

5 minuten leestijd

Gij zijt mij een Verberging (Psalm 32 : 7a)

In Psalm 32 wordt het ware geluk getoond. Daar begint het lied mee: Welgelukzalig... gefeliciteerd is de mens, wiens... ja wat? Wie het hier alles voor de wind gaat? Dat is maar heel betrekkelijk. Menigeen zal daar zijn ervaring in hebben. Weet u, waar David het ware geluk in leerde vinden? In de vergeving van zijn zonden. Denken we er wel eens over na, wat dat eigenlijk inhoudt?
De vergeving der zonden is het hart van het Evangelie. Er is geen groter rijkdom dan wanneer de Heere Zijn barmhartigheid bewijst aan een schuldige zondaar. Dat is de grootste schat..., want:
Gij... Gij zijt de hoogste gave
die een mens ontvangen kan
aardse rijkdom, schat of have
hebben daar geen schaduw van.

Die schat had David. Wat doet een mens, die deze rijkdom ontvangt? Die heeft zó'n vol hart, dat hij zijn mond niet kan dichthouden. Hoor maar, wat hij zegt: Gij zijt mij een Verberging. Het woord 'verberging' kunnen we ook weergeven met 'schuilplaats'.
Als er één was, die wist wat een schuilplaats betekende, dan was het David. Jarenlang was hij opgejaagd als een veldhoen over de bergen. Steeds werd hij achtervolgd door zijn vijanden. Dat was een onrustige tijd. Wat een verkwikking was het, als hij zich een ogenblik kon verbergen in de gangen en holen van de rotsen. Even onttrokken aan het altijd loerende gevaar. Even rust temidden van de onrust. Wat David daarin vond aan veiligheid en mst, dat vond hij in veel hogere zin in de schuilplaats bij de Heere: Gij zijt mij een verberging.
Is dat dezelfde man, die even tevoren helemaal niet kon zingen? Toen was hij bevreesd. Hij brulde als een gewond dier. Toen kwelde hem de nood van zijn ziel. Hij zocht rust, maar er was geen rust. Hij was ongelukkig. En hoe is het met ons, wat deze dingen betreft? Als de Heere ons ontdekt, kunnen onze zonden het ons zo moeilijk maken. Het wordt een hele berg. Waar je niet meer overheen kunt kijken. En dan rijst de vraag: Zou er voor mij nog genade zijn?
Dat kan een last zijn, die zwaar drukt. Hier is maar één uitkomst: dat Uw bloed mijn hoop dan wekke en mijn schuld voor God bedekke. Van Luther las ik, dat hij eens droomde. Het einde naderde. En... satan schoof hem toen een groot blad papier onder de neus. Daar stonden zijn misdaden op geschreven. Luther vroeg: Weet u er nog meer? Ja, zei de satan. Schrijf ze er dan bij, zei Luther! Dat gebeurde. Het blad stond helemaal volgeschreven. Ziezo, zei Luther en hij vulde de zondelijst nog aan. Nam toen een pen met rode inkt en schreef dwars door alles heen: Zijn bloed reinigt van alle zonden. Zijn bloed... dat bevredigt het hart van God en daarachter is een veilige schuilplaats.
Weet u wat de beste schuilplaats is? Als wij het — misschien haperend — mogen zeggen: Gij zijt... mij een Verberging, Gij... mij! kan dat wel?
Is God dan niet de Heilige, die de zonde niet zien kan? En wie zijn wij? Schuldig voor Zijn heilige ogen. Hoe kan die God dan een Verberging wezen? Is dat niet onmogelijk? Dàt is nu het grootste wonder dat er bestaat. En dat wonder ervaren allen, die met hun schuld voor de Heere komen: 'k Bekende, o Heer, aan U oprecht mijn zonden; 'k verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden... Weet u wat er dan gebeurt?
Hóe groot die last ook is, dan neemt Hij die last weg. M.a.w. dan bedekt Hij de zonden. Hij wil ze niet meer zien en er niet meer aan denken. Wij bedekken iets met onze hand. Maar God bedekt onze zonden met het bloed van Christus. Dan is het: God schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jacob, ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël.
Is dat niet een rijkdom voor een allesbederver? Dat God om Christus' wil de schuld niet toerekent? Dat zal geen schuldeiser ooit tegen u gezegd hebben. Maar zo doet God wel. Weet u het ook? En Jesaja zegt: Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als witte wol. En Micha zegt: dat God de zonden zal werpen in de diepten der zee. En dat doet Hij niet schoorvoetend, maar dat doet Hij gaarne. En dat doet Hij ook niet om iets van ons. Dat doet Hij alleen om het enige offer van Jezus Christus.
Mogen wij ons ook bij Hem geborgen weten? Dat... dat is het beste deel. Want er is geen veiliger schuilplaats dan die trouwe God, die Zijn verbond houdt, die Zijn beloften van heil vervult, die het woord zijner genade gestand doet. Deze God gaat ook nu nog uit om verloren zonen om de hals te vallen en ze naast Zich te zetten. En wie God vreest, erft alles. Maar buiten Hem is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
Bekeer u dan tot deze God, die ook uw schuilplaats wil wezen, die u in Zijn verbond opnam, die u ter verantwoording roept en die wacht... om u genadig te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De solide schuilplaats

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's