De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Hier volgt een gedicht uit een bundel 'Climax', geschreven in de bezettingsjaren ('opklimmend uit de verdrukking') onder de titel Nebukadnezar:

De Führer heeft weer eens een speech gehouwen
in 't meer dan barstensvolle Sportpalast,
De radio heeft ons erop vergast:
"Ich sage Ihnen, deutse Männer, Frauen,

Das Judenvieh hat mich damals verspottet
toen ik de wereld sprak van mijn vijf-jaren plan,
Jetzt gibt's kein Jude der noch lachen kann,
Ich hab' sie in Europa ausgerottet,

Ik het het Duitse volk weer raum gegeven,
Geen land, dat nog mijn Wehrmacht kan weerstaan,
Ik zal mijn vijanden te pletter slaan..."
Plots stokt zijn demagogenstem heel even.

Hij ziet een man te midden van 's rijks groten,
Nebukadnezar in een kleed van goud:
"Ziedaar het Babel, dat ik heb gebouwd",
Waanzinnig wordt hij van zijn troon gestoten.

Door 't Sportpalast deint wild applaudisseeren.
De Führer dankt 't gehoor voor deez' ontvangst,
Hij staat doorhuiverd van een vreemde angst...
Het Ghetto bidt: "O redt ons. Heer der Heren..."'


Berucht is in de Tweede Wereldoorlog geweest de mufti van Jeruzalem. In Hervormd Nederland beschreef Martin Ros de relatie tussen deze mufti en diens neef Yasser Arafat:

'Uit een door Philips Matar bij de Columbia University Press zojuist gepubliceerde biografie van de mufti van Jeruzalem blijkt dat Saoedi-Arabië traditioneel voor, tijdens en na de oorlog de grote steunpilaar is geweest achter de mufti en zijn radicale anti-joodse politiek. Een foto in Die Zeit liet ons de mufti zien in zijn gruwelijke glorie. Hij drukt in 1942 de hand van Himmler tijdens een bezoek aan Auschwitz, waar tenminste 100.000 joden op voorspraak van de mufti heen waren gebracht. Al tijdens de eerste wereldoorlog was de latere mufti pro-Duits. Hij vocht in het Turkse leger mee tegen de Engelsen en tegen de Arabische opstand toen. In het begin van de jaren twintig wordt hij een heftige Arabische activist In 1921 volgt hij door machinaties vanuit Saoedi-Arabië zijn broer op als mufti van Jeruzalem, een sleutelfunctie in de verbinding tussen Arabisch nationalisme en moslimreligie. (...)
Als het Derde Rijk ineenstort treffen we de mufti nog op geldjacht. Op 4 april 1945 laat hij zich nog 50000 DM uitbetalen door de nazibandieten. Dat hij na de oorlog de doodstraf ontsprong is een raadsel. Mogelijk heeft Tito die consequent zijn uitlevering weigerde problemen willen voorkomen met de mohammedaanse bevolking in zijn nieuwe verenigde Zuid-Slavië De mufti kan dus weer zijn gang gaan. Op 14 mei 1948 staat hij te juichen achter de inval van de Arabische liga in Israël. Hij roept in september zelfs de democratische Arabische staat Palestina uit. Hij vestigt zijn hoofdkwartier in Beiroet, waar hij guerilla's traint. Een van zijn assistenten is dan zijn neef Yasser Arafat. Door steun uit Saoedi-Arabië vooral, kon de mufti het zelfs weer tot het voorzitterschap van de Islamitische wereldconferentie brengen. Op de fameuze Afrikaans-Aziatische conferentie in Bandoeng in 1955 vertegenwoordigt de mufti Jemen. Als de bloedige voorloper van Saddam-Hoessein, Kassem, in Irak via een zoveelste coup aan de macht komt probeert de mufti met hem een nieuwe Palestijns-Arabische republiek op te richten. In 1964 wordt echter buiten hem om de PLO opgericht. Na zich aanvankelijk tegen de PLO verzet te hebben, haat hij deze beweging na 1969 als Arafat de leider ervan is geworden, steunen. Arafat, die ooit nog samen met de muft een anti-zionistische krant heeft geredigeerd, liet zich geregeld door de muft souffleren. De mufti overleed in 1974. Vooraan in de begrafenisstoet in Beiroet liep Arafat.'


In de Bondsrepubliek en de DDR is de afgelopen tijd druk gediscussieerd over een nieuw volkslied na de hereniging. In Trouw schrijft Hans Ester dat het wel zal worden het 'Deutschlandlied' (1841) van A.H. Hoffmann van Falserleben:

Einigkeit und Recht und Freiheit
Für das deutsche Vaterland!
Danach lasst uns alle streben
Brüderlich mit Herz und Hand!
Einigkeit und Recht und Freiheit
Sind des Glückes Unterpfand –
Blüh im Glanze dieses Glückes,
Blühe deutsches Vaterland!


Ester zou liever zien dat het 'het vrome, deemoedige en blijmoedige' Morgenlied van Paul Gerhardt (1606-1676) zou worden, die opgroeide in dat deel van Duitsland, dat het latere deel van de DDR zou uitmaken. Het lied staat in het Duitse Evangelische Kirchengesangbuch:

Alles vergehet,
Gott aber stehet
Ohn alles Wanken,
Seine Gedanken,
Sein Wort und Willen hat ewigen Grund;
Sein Heil und Gnaden,
Die nehmen nicht Schaden,
Heilen im Herzen
Die tödlichen Schmerzen,
Halten uns zeitlich und ewig gesund.


31 oktober – Kerkhervorming
LUTHER

Hij was en bleef een drift-gebonden boer,
Die zingen kon zodat het klooster dreunde,
's Avonds sloeg hij verwoed op schonk en schoer,
En niet de duivel, maar HIJ brulde en kreunde.

Tusschen zijn lachlust en bezetenheid,
Dit fel en onverhoeds vagebonderen,
Is jarenlang hij slingerend geleid,
Totdat hij zweeg voor 't aangezicht des Heeren.

Hij voelde door zijn afgebeulde bloed
Gods vrijmacht van genade zuivrend stroomen;
Hij, een nieuw schepsel, profeteerde en zong,
En heeft met de oude drift en nieuwen moed
Den kamp met kerk en keizer opgenomen.
Omdat de Heer hem op de Knieën dwong.

Uit: Kaleidoscoop
Willem de Mérode


Uit een kerkblad de volgende uitspraken van Luther:

• Elk die de preekstoel beklimt, trachte drie honden daarvan te weren, te weten: Gierigheid, nijdigheid en hoogmoed.

• Zo dikwijls ik minder dan Christus in de schrift gevonden heb, ben ik nog niet verzadigd geworden.

• De Heilige Schrift is open en klaar genoeg, maar dat wij dezelve niet verstaan, ligt alleen aan de ogen van ons hart, omdat deze niet goed open en verhelderd zijn.

• In de zonde voortgaan, en daarvan geen afstand willen doen, en dan toch om vergeving bidden, is met de Here God spotten.

• God houdt op het strand de baren der zee tegen, en Hij houdt ze tegen met... zand!

• Er is geen leer zo dwaas of schandelijk, die niet ook zijn scholieren en toehoorders vindt.

• Een leugen is als een sneeuwbal: hoe langer men hem rolt, des te groter hij wordt...

• Hogescholen zijn poorten van de hel, indien zij niet vlijtig de Heilige Schrift beoefenen, en aan het jonge volk inprenten.

• Waar men het Woord openlijk vervolgt, daar wil het zijn. En waar het vrij en openlijk is, daar wil men het niet hebben.

• God is een zodanige Here, Die niets anders doet, dan maar te verhogen, wat nederig is; te vernederen, wat hoog is; te breken, wat gemaakt is; en te maken, wat gebroken is.

• God is de almachtige Schepper. Ik kan Hem niet te diep vallen, of Hij kan mij opheffen. Ik kan Hem niet te hoog zitten; of Hij kan mij doen nederstorten.

• Het gaat niet anders: waar Christus is, daar moet zijn Judas, Pilatus, Herodes, Kajafas, Anna en daartoe ook Zijn kruis; of het is de rechte Christus niet!

• Eer een mens leert verstaan de eerste zin van Mozes: 'In den beginne schiep God de hemel en de aarde', is hij reeds dood. Indien hij echter daarna ook nog duizend jaren leefde, dan was hij er nog niet aan uitgeleerd!

M. Luther 1483-1546


Uit De Schakel van de hand van M. Dankers:

In de laatste week van september kreeg Nederland een nieuwe minister voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Bukman heet hij, doctorandus Pieter Bukman.
Hij is de zoon van een protestants-christelijke tuinder uit het Westland. Een jongen ongetwijfeld, die thuis hard werken heeft geleerd.
Minister van ontwikkelingssamenwerking is hij geweest Zijn foto stond vorig jaar in hetzelfde nummer van het Woord & Daad-orgaan als waarin het In Memoriam stond van mijn dochter Gerdien. Daardoor staat zo'n man een ietsje dichter bij je dan andere ministers en staatssecretarissen. Bovendien krijgt Bukman nu visserij onder zijn beheer. En de visserij is bij ons in Den Helder een aangelegen onderwerp. Toen er dan ook zondagavond 30 september bij ons in de kerk voor de neiuwe minister gebeden werd, vond ik dat persoonlijk zeer op zijn plaats. Ten eerste omdat Paulus het ons gebiedt. Vóór alle dingen zelfs. Voor àllen, die in hoogheid zijn, zegt hij. Dus ook voor minister Bukman. Maar vervolgens ook omdat deze dienaar van de Kroon de portefeuille van visserij krijgt toebedeeld, het terrein waarop zijn voorganger, Braks, gestruikeld is. (Wat een tragedie voor zo'n man; was er ook gebed voor hem?)
De visserij, die schone, heroïsche, bij uitstek Nederlandse, bij uitstek bijbelse tak van nijverheid — welke sector van het bedrijfsleven telde vanouds zoveel godvrezende beoefenaars als juist de visserij? O, het mocht Bukman gegeven zijn om met Gods hulp in deze verziekte sector, waar zonde geen zonde meer is, weer recht en gerechtigheid te doen terugkomen, opdat iedere beoefenaar van dit oude beroep weer een eerlijk stuk brood verdienen mag en opdat er in de private en publieke gebeden voor de visserij, die vanouds in de kustplaatsen van ons vaderland zo'n grote plaats in het geloofs- en kerkelijk leven innam, niet langer die verlammende verhindering zou mogen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's