Vreugde der wet (4)
In een vorig artikel wees ik reeds op het totalitaire karakter van de wet. Hierbij hebben wij niet alleen te denken aan de wet zoals die ons in de tien geboden is gegeven, doch nog meer aan de ruimere betekenis van het woord thora nl. het Woord Gods. Ik ga dat nu niet herhalen, doch in mijn tweede aflevering van deze reeks heb ik uitvoerig stilgestaan bij de betekenis van het woord thora.
De thora (het Woord) omvat niet alleen de cultus van Jahweh, maar het gehele leven. Elk terrein van het leven moet zich daardoor laten beheersen. Overal in het leven heeft de thora het voor het. zeggen.
Bij dit alles moeten wij wel bedenken, dat de thora — ook al heeft zij het overal voor het zeggen en al wil zij dat het leven naar haar voorschriften wordt geregeld — toch niet in casuïstiek vervalt. Er worden in de thora aanwijzingen gegeven, maar verbijzonderingen blijven achterwege. Er wordt in de thora een bepaalde ruimte gelaten. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat die ruimte moet worden misbruikt door naar eigen goeddunken de aanwijzingen in de thora uit te leggen en in de praktijk te brengen. Neen, het juiste gebruik wordt ons in de richtlijnen en aanwijzingen goed aangegeven. Niettemin wel met een bepaalde ruimte, die ik zou willen omschrijven als de vrijheid die met de thora (het Woord Gods) ons is gegeven.
Casuïstiek
Voor casuïstiek moeten wij bewaard blijven. Aan de casuïstiek is wel een begin, maar geen einde. Erg vriendelijk is daarom de opmerking niet, als ik stel, dat casuïstiek vaak vervalt in allerlei haarkloverij. Alsof het Woord Gods al niet heel bijzonder is, móet dit nog méér bijzonder worden gemaakt door de ruimte die ons daarin gegeven wordt weg te nemen door haarkloverij. Ik bedoel door allerlei menselijke wetten en regels op te stellen die als zodanig niet in de thora voorkomen en die men daaruit ook niet kan afleiden. Al die menselijke inzettingen en regels kunnen de vreugde om het Woord wegnemen. Mensen leiden een vreugdeloos bestaan, omdat zij zich in een dwangbuis van menselijke regels bevinden. Zij moeten zich waar maken. Dit laatste kunnen zij alleen, wanneer zij zich nauwgezet aan allerlei menselijke verordeningen houden, want anders vallen zij buiten de boot.
Trouwens, er is nog iets! ledere menselijke regel moet nog weer verbijzonderd worden. Ik ga niet in op details, maar ik krijg wel eens de indruk dat er in onze tijd meer nadruk wordt gelegd op allerlei menselijke regels, waaraan men zich strikt moet houden en waardoor de vrijheid wordt ingeperkt dan op wat God in zijn Woord van ons vraagt. Een gevolg daarvan is dat er bij alle verwarring die er al heerst, ook nog verstarring gaat optreden. En dit laatste juist bij hen die het Woord, alleen het Woord, hoog in het vaandel hebben staan. Terug naar het Woord is daarom geen loze kreet. Terug, ook naar de vrijheid, (de christelijke vrijheid) die ons in het Woord wordt geboden.
Laat niemand nu denken, dat ik pleit voor bandeloosheid òf voor een vrijheid die niet genormeerd zou zijn. Integendeel, ik pleit voor een vrijheid die is genormeerd aan het Woord. Niet voor een vrijheid die genormeerd is aan menselijke regels en die intussen geen vrijheid is, omdat de dwangbuis steeds nauwer wordt.
Behalve de oproep: terug naar het Woord en de daarin aan ons gegeven vrijheid, wil ik nog een opmerking maken. Telkens blijkt dat er ghettovorming plaatsvindt, wanneer men het Woord gaat verbijzonderen en allerlei menselijke regels en verordeningen daaruit gaat afleiden. Niet meer de kerk, niet meer de gemeente is belangrijk. Belangrijk zijn zij die het met ons eens zijn en zich conformeren aan onze denkbeelden. Met dit alles is er geen liefde meer voor de kerk. Ook niet voor de gemeente. Men beweert smart en deernis te hebben over Sions gruis. Maar als dat gruis andere gevoelens en meningen er op na houdt dan de groep, is het met de smart en de deernis al heel snel gedaan. De groep, alleen de groep heeft het, kan het, weet het en bezit het, ook al heeft men de vijf nieten van Schortinghuis soms voor in de mond.
Verbond en thora
Het is een misschien wat gewaagde stelling, toch schrijf ik hem neer: zonder het Verbond zou de thora wel het Woord Gods zijn, maar de vreugde van het Woord zou minimaal òf helemaal niet bij ons aanwezig zijn.
Vreugde der wet is er alleen omdat God een Verbond met ons gesloten heeft. Een Verbond waarin alle nadruk wordt gelegd op Zijn trouw, zelfs van geslacht tot geslacht. Krachtens Zijn Verbond werkt Hij de vreugde om het Woord. En als ik Verbond noem, noem ik tegelijkertijd de Verbondsmiddelaar, onze Heere Jezus Christus. Vreugde der wet, vreugde om alles wat God ons in Zijn liefdesbrief, d.i. Zijn Woord, voorhoudt, is er alleen in Hem om Wie er een genadeverbond is.
Schrijf ik teveel neer als ik stel, dat het Verbond te weinig onder ons leeft? Dat het zicht op de gehele kerk alsmede op de gehele gemeente verdwijnt, omdat er niet wordt geleefd uit de trouw van God aan Zijn Verbond? Het kon wel eens zijn, dat wij op grond van het Verbond Gods meer verwachting voor de kerk en voor de gemeente mogen hebben dan nu doorgaans onder ons leeft.
Ik ga de reikwijdte van het Verbond en daarmee die van de trouw Gods niet bepalen. Wel weet ik dat die reikvrijdte wel eens groter kon zijn dan menigeen denkt. Met name de profeten laten ons het één en ander over die reikwijdte lezen. Krachtens het Verbond blijven zij het gehele volk oproepen tot bekering. Zij schrijven niemand af, maar hartelijk, bewogen en vol ontferming gaat hun oproep tot terugkeer naar ieder uit. De vreugde van het Woord, de vreugde in de God van het Woord, daarin willen zij allen en een ieder doen delen!
Natuurlijk, er is ook een Verbondswraak. Een ieder die de Heere; niet gehoorzaamt. Zijn boodschap vol ontferming in de wind slaat, moet er stellig op rekenen dat de wraak van het Verbond hem/haar zal treffen. In tegenstelling tot wat de onlangs overleden predikant-dichter Geert Bogaard voorhoudt, nl. dat de wraak van het Verbond een theologische constructie is en daarom verwezen moet worden naar de 'rabies theologorum', ben ik er diep van overtuigd, dat de Schrift geheel anders spreekt. De Schrift spreekt wel degelijk over tweeërlei kinderen van het Verbond. Van Gods liefde mag men zich verzekerd weten, wanneer men Zijn Verbond en woorden als zijn schatten gadeslaat. Niettemin zal Gods wraak allen treffen, die het Verbond moedwillig hebben verbroken en in wier leven geen terugkeer tot de levende God wordt gevonden.
Desondanks denk ik — gezien de trouw van God aan Zijn Verbond en woorden — dat er toch véél verwachting mag zijn voor de kerk en voor de gemeente en dat de Heere een réveil zal geven. Niet vanwege onze trouw. Dan kunnen wij de moed wel laten zakken. Neen, echt niet onze trouw, maar Gods trouw. Het is immers de trouw Gods aan Zijn Verbond en daarmee aan Zichzelf geweest, waardoor er telkens in het leven van Israël een terugkeer tot de levende God was. Werkelijk, dat is niet van Israël uitgegaan. En ook vandaag, wanneer iemand afzonderlijk òf wanneer een kerk òf een gemeente tot de Heere terugkeert, gaat dat niet van de genoemden uit, doch van God, ja van Hem alleen.
Terecht wordt onder ons in allerlei publicaties gezegd waaraan het in de kerk en in de gemeente hapert. Ook is het niet verkeerd, wanneer de oorzaken van Godsverduistering en het tanen van het geestelijk leven worden aangewezen. Een goede analyse, gegrond op de Schrift, kan ons wellicht wat verder helpen om uit de malaise en impasse te geraken. Toch denk ik niet dat het daarbij moet blijven. Terecht wees één van de collega's onlangs in een vergadering erop, dat verootmoediging van belang is. Wij kunnen nog zo goed de dingen analyseren, maar dat heeft weinig zin als wij dan blijven die wij zijn en het eigenlijk wel goed vinden, dat er zo weinig geestelijk leven in ons eigen leven èn in dat van de kerk en in dat van de gemeente wordt gevonden.
De meeste opwekkingen zijn begonnen met verootmoediging, met het onderzoek van Gods Woord (bijbelstudie) en het aanroepen van de Heilige Geest om Zijn werkingen. Dit laatste zijn wij helaas wat kwijtgeraakt als reformatorische christenen. De evangelicals zijn hierin voor ons een beschamend voorbeeld. De werking van Gods Geest kunnen zij niet missen. Om die reden is er bij hen een gebed om de Heilige Geest. Welnu, dat mag door ons dan wel worden overgenomen. Immers, de Heilige Geest werkt en wekt nieuw leven. Hij werkt nieuw leven waar alles dood is. Hij wekt nieuw leven waar het oude leven is ingeslapen.
En nogmaals: laten wij bij dit alles Gods Verbond niet vergeten. Zijn trouw aan Zijn Verbond is zó groot. Groter dan ik hier kan neerschrijven en dan menigeen onder ons denkt. Maar als dit werkelijk het geval is, dan moeten wij het Verbond en Gods trouw maar niet verengen of versmallen. Er is krachtens Gods Verbond meer ruimte bij Hem dan doorgaans gezegd wil zijn.
Doop en Verbond
Met de eindredakteur van ons blad is afgesproken, dat deze artikelen pastoraal-meditatief van aard zullen zijn. Enige wetenschappelijke pretentie hebben zij niet, hoewel ik de wetenschap zeer hoogacht. Maar juist omdat zij pastoraal-meditatief van aard zijn, mag ik wel een klein uitstapje maken.
In het bovenstaande heb ik iets geschreven over het Verbond. Denkt erom dat het Verbond ook de vreugde van de gelovige Israëliet heeft uitgemaakt. Hij heeft er niet alleen voor zichzelf kracht en moed uit geput en zich verlustigd in de trouw des Heeren, maar niet minder heeft hij dit gedaan voor zijn kinderen. Daarom lezen wij meer dan eens in de Schrift, dat de Israëliet zijn vertrouwen uitspreekt, dat God Zijn Verbond houdt van geslacht tot geslacht.
En nu onze gezinnen! Wij en onze kinderen zijn gedoopt! Wij hebben het teken en zegel ontvangen waardoor wij in het genadeverbond zijn opgenomen. Bij onze doop zijn alle weldaden van het Verbond ons welmenend aangeboden. Ook onze kinderen is welmenend in de belofte Christus toegezegd. Laten wij dit goed vasthouden, ook met het oog op wat ik nu ga neerschrijven.
Helaas gaat het in onze gezinnen niet altijd zoals het gaan moet. Vele jaren pastoraat hebben mij wel laten zien, dat onze gezinnen bepaald niet altijd 'modelgezinnen' zijn. Als vader en moeder kunnen wij zoals ons doopformulier zegt 'naar ons vermogen' onze kinderen hebben opgevoed en ze de weg van het Woord hebben gewezen, maar dat wij toch zien dat zij een geheel andere weg opgaan. Een weg die haaks staat op het Woord. Een weg die dreigt uit te lopen op de dood, ja op de eeuwige dood. Het is te begrijpen, dat menig vader en moeder met de handen in het haar zit en zich grote zorgen maakt over de eeuwige toekomst van zoon òf dochter. Wat kunnen zij doen? Met name wanneer er met zoon òf dochter niet meer te praten valt? Wulfert Floor gaf de raad — en ik geef die maar door: — praat maar veel met de Heere over uw kinderen. En wat ik dan bij Wulfert Floor niet gelezen heb, maar waarvan ik denk dat hij het in zijn achterhoofd heeft gehad, toen hij eerdergenoemde zin uitsprak, wil ik neerschrijven: 'Vergeet in uw gebed voor uw kinderen niet het Verbond'. Dat trouwverbond dat de Heere ook met onze afgedwaalde kinderen in de doop heeft gesloten. Ik schrijf dit opzettelijk neer, omdat wij veel te weinig verwachting hebben van Gods Verbond en daarmee van God zelf.
De handen Gods zijn krachtens dat trouwverbond zo lang, dat zij onze afgedwaalde kinderen kunnen terughalen. Daarom: véél gepleit op des Heeren Verbond. Ook mag er moed, kracht en vertrouwen uit geput worden.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's