De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Woord van God is niet gebonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Woord van God is niet gebonden

Actualiteit van bijbelse prediking (1)

15 minuten leestijd

A. Prediking is actueel
In hoeveel gemeenten in eigen land, werelddeel, en in deze wereld wordt 's zondags niet het evangelie bediend. Beginnende vanuit Jeruzalem hebben de apostelen het Woord Gods de wereld ingedragen. De boodschap van het evangelie van vrije genade werd wereldwijd bekend gemaakt. En vandaag ìs het Evangelie ook wereldwijd bekend.
O, zeker, er zijn ook vandaag landen, of delen van de wereld waar het Evangelie nog niet is gekomen òf waar het wel ooit geweest is maar weer weg is. Maar alleen al in Nederland zijn er per zondag naar schatting 4000 kerkdiensten in geordende kerken van protestantse signatuur (ik spreek niet over de identiteit ervan). Ik ga daarbij uit van minstens één dienst per zondag. In Nederland bedienen van zondag tot zondag ongeveer 4000 voorgangers in de geordende kerken het Woord voor minstens 400.000 hoorders. Er zijn 's zondags nog altijd meer mensen in de kerk dan in het stadion. Prediking is ook vandaag actueel.

B. Daad van Godswege
Wanneer we over de actualiteit van de prediking spreken, zetten we allereerst een streep onder het feit dat prediking geschiedt van Godswege. Het gaat om de verkondiging, het kerugma. Het gaat om de proclamatie van Gods Naam en daden. Als we in de Schrift de teksten erop nazien, waarin het gaat om de verkondiging, dan treffen we dit woord verkondiging aan met betrekking tot Gods Naam, Gods daden, kortom Gods Woord.
In Lucas 9 : 60 lezen we dat Jezus zegt tot hen, die Hem volgen willen, dat ze het Koninkrijk Gods moeten verkondigen.
In Joh. 4 : 25 zegt de Samaritaanse vrouw, dat de Messias ons al deze dingen zal verkondigen.
In Hand. 3 : 18 wordt gemeld dat door de profeten al is verkondigd dat Jezus zou lijden.
En in Hand. 7 : 8 lezen we dat de profeten zijn gedood, die de komst van de Rechtvaardige verkondigen.


Gaat het om het Woord Gods dan lezen we in Hand. 8 : 4 dat de verstrooiden het Woord verkondigen.
In Hand. 13:5 vinden we geschreven, dat Barnabas en Paulus in Salami het Woord verkondigden en in Hand. 13 : 38 zegt Paulus dat door Deze, door Jezus, vergeving der zonden wordt verkondigd.
Gaat het om de inhoud van de verkondiging dan vinden we deze genoemd in verband met het 'bekeert u', het spreken van de 'grote dingen' die God gedaan heeft, de weg der zaligheid, de zeden die ons niet geoorloofd zijn (Hand. 16 : 21). Dan gaat het zelfs om de verkondiging van Hem, die mensen 'niet kennende toch dienen' (Hand. 7 : 23). En dan gaat het om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus (Efeze 3 : 8).
In Rom. 10 : 15 lezen we tenslotte dat lieflijk zijn op de bergen, de voeten dergenen, die vrede verkondigen.


De verkondiging geschiedt, zoals al werd opgemerkt, in Gods Naam, van Godswege. Zij heeft de volmacht van God mee, en daarom kan Paulus met gezag zeggen: Wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen' (2 Kor. 5 : 20). Daarom kan Paulus ook zeggen: 'Wie u hoort, hoort Mij. Wie u verwerpt, verwerpt Mij'. Paulus zegt zelfs heel vermetel: 'Voorts broeders, ik maak u bekend, het Evangelie dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat, door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze als ik (cursief van mij, v.d. G.) het u verkondigd heb, tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt' (1 Kor. 15 : 2).
Paulus heeft de Opgewekte Christus ontmoet, en vanuit die ontmoeting met Hem mag hij als apostel, met gezag van Godswege de Naam, de daden en de woorden Gods uitzeggen in deze wereld. Zijn verkondiging culmineert uiteindelijk in de proclamatie van de opstanding: 'Indien Christus niet is opgewekt, zo is onze prediking ijdel, en ijdel is ook ons geloof' (1 Kor. 15 : 14).

De Heilige Geest
Wie gesteld is in de volmacht van de prediking, mag daarin ook staan met de volmacht van de Heilige Geest. Wanneer de Geest der Waarheid zal gekomen zijn. Hij zal u in alle waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen en zal het u verkondigen. Al wat de Vader heeft is het Mijne. Daarom heb ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en u verkondigen! (Joh. 16).


In de prediking stellen, als het er op aankomt, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen de dienaar des Woords in de volmacht. De drieënige God geeft de volmacht tot de prediking. De Geest neemt het uit Christus, en al wat de Vader heeft, zegt deze, is mijn. Daarom kan Paulus ook aan de Korintiërs schrijven dat God de dienaren van het Nieuwe Testament bekwaamt. Maar daarom weet hij er ook van dat de bediening van de Geest, in tegenstelling tot die van de letter, in heerlijkheid is.
In 2 Kor. 2 : 12 zegt Paulus: Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest die uit God is, opdat wij zouden weten, de dingen die ons van God geschonken zijn; dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.'

Welnu, omdat de prediking geschiedt in de volmacht van de Heilige, de Hoge en de Eeuwige God, is prediking ten allen tijde actueel. Als het de Hoge God behaagt om zich van mensenwoorden te bedienen, om Zijn Heil bekend te maken in deze wereld, dan is er zelfs sprake van hoge actualiteit.

C. God zendt
God zendt zijn dienaren uit in deze wereld. Aanvankelijk was Gods openbaring beperkt tot Israël. Wij lezen in Psalm 105, dat God met geen volken wilde handelen zoals Hij met Israël handelde. Die moesten Zijn getuigenissen en Zijn verbondsgeheimen missen. Via Israël heeft God zich bekend gemaakt in deze wereld. Maar Pinksteren mocht worden het feest van de Geest, die de grenzen doorbrak: het feest van de menigerlei talen. Het Evangelie brak door de grenzen van Israël heen en mocht wereldwijd worden gehoord. Ieder mocht in eigen taal de grote werken van God horen. Beginnende van Jeruzalem, gaat dat heil naar de einden der aarde.


Schoon wordt dit alles vertolkt in de Dordtse Leerregels (I, 1, 2, 3).
Daar wordt gezegd dat alle mensen in Adam gezondigd hebben en de vloek en de eeuwige dood schuldig zijn geworden. God zou niemand onrecht hebben gedaan, als Hij het ganse menselijk geslacht in zonde en vervloeking had willen laten, want de hele wereld is voor God verdoemelijk. Ze hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods (Rom. 3 : 19, 23); en de bezoldiging der zonde is de dood (Rom. 6 : 23).
Máár, wordt dan gezegd, 'hierin is de liefde Gods geopenbaard, dat Hij zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe' (1 Joh. 4 : 9; 1 Joh. 3 : 16).
En dan wordt onovertroffen mooi gezegd: 'En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap, tot wie Hij wil, en wanneer Hij wil; door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus, de gekruisigde. Want hoe zullen zij in Hem geloven, van welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden?' (Rom. 10 : 14, 15).
En in de Dordtse Leerregels (II, 5) lezen we: 'Voorts is de belofte van het Evangelie, dat een ieder, die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe; welke beloften alle volken en mensen, tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof'.

Welnu, duidelijk is uit deze artikelen in onze belijdenis dat God zijn Zoon gezonden heeft in deze wereld om zondaren zalig te maken, en dat Hij, op grond van de zending van Zijn Zoon, ook zijn dienaren zendt.

D. Opdracht
De dienaren van het Woord worden de wereld ingezonden met de opdracht het bevel zelfs tot geloof en bekering.
Ook in het Oude Testament lezen we deze noties reeds.
In Deut. 30 : 19 zegt Mozes tot het volk: 'Leven en dood heb ik u voorgesteld, zegen en vloek: kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad'.
Welnu, de actualiteit van de prediking is altijd weer de actualiteit van het levende en levenwekkende Woord Gods. Het Woord omspant zo de tijden, omdat het het eeuwig-blijvende Woord van God is. Het Woord van God is gisteren en heden, wat de verkondiging betreft, geladen met hetzelfde appèl. Het plaatst voor de keuze van leven en dood. Het daagt de mens van alle tijden voor het gericht Gods.
In Deut. 30 : 11 lezen we: 'Want dit gebod, hetwelk ik u heden gebied, is voor u niet verborgen, en het is niet ver. Het is niet in de hemel om te zeggen: wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale en ons het horen late, dat wij het doen. Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: wie zal voor ons overvaren naar gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond en in uw hart om dat te doen.' Zo overbrugt de Geest de tijden en brengt de mensen van tóén en nú en morgen te binnen wat nodig is om getroost te leven en zalig te sterven.


Predikers zelf moeten overigens, liever mogen het Woord Gods dan eerst door de Geest zelf hebben gezien en gehoord.
In 1 Joh. 1 : 1-5 lezen we: Hetgeen van de beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens... hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met de Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.
En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.'

Johannes zegt aan het eind van zijn brief (ook weer vermetel): 'Deze is de discipel, die van deze dingen getuigt en deze dingen geschreven heeft en wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is.'
De apostelen mochten getuigen zijn van wat ze gehoord en gezien hadden; in het leven van Jezus, op de kruisheuvel Golgotha en op de paasmorgen toen het graf open was en de engel verkondigde: 'Hij is hier niet. Hij is opgestaan.'

Levenwekkend
Onder die verkondiging van wat de apostelen gehoord en gezien hebben, komen mensen tot leven, zodat ze onder de prediking zelf gaan verstaan wat het zeggen wil, 'ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest'.
Het is de Geest der waarheid; die door de prediking overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, maar die dan ook Christus verheerlijkt in de harten van zondaren (Joh. 16 : 12, 14 en 15). En zoals Abraham al van verre de dag van Christus zag in de belofte, zo mogen hoorders ook nu van verre terùgzien door iniddel van het Woord, dat nabij ons is, in onze mond en in ons hart.


Prediking staat intussen altijd op de hoogte van de heilsfeiten, want —schrijft Paulus aan Timotheüs — 'buiten alle twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot. God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid!' Hier staat de prediking — 'gepredikt onder de heidenen' — tussen de grote heilsfeiten in, namelijk van de feiten, dat God geopenbaard is in het vlees en dat Hij is opgenomen in heerlijkheid. Prediking die op de hoogte van de heilsfeiten staat, is actueel, alle tijden omvattend, staat op de hoogte van Gods tijden, van Gods feiten.

E. Drie facetten
Wanneer de discipelen de opdracht krijgen om heen te gaan in de wereld, krijgen zij in feite drie opdrachten. 'Gaat dan heen, onderwijst alle volken, ze dopende in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, lerende hen onderhouden al wat ik u geboden heb'.
Het gaat om het onderwijs, het gaat om de doop, en het gaat om het leren onderhouden van Gods gebod.


De mensen zullen allereerst onderwézen worden van de weg der zaligheid. Dat is onopgeefbaar.
Tegelijkertijd is die weg der zaligheid onuitputtelijk. Predikers mogen uitdelers zijn van de verborgenheden van de menigerlei genade, naar de gaven, die ieder van hen ontvangen heeft (1 Petr. 4 : 10). Die prediking is altijd nieuw omdat het gaat om een 'verse en levende weg'. En tijdens en onder de prediking blijkt dat de Geest blaast waarheen Hij wil. 'Gij weet niet vanwaar Hij komt en waar Hij heengaat. Alzo is het met ieder die uit de Geest geboren is' (Joh. 3:8).
Onder de prediking worden mensen tot nieuw leven gewekt, wederom geboren: geboren tot een nieuw leven, het leven met God.
Die prediking, hoogst persoonlijk gericht, is vooral dáárom actueel, omdat elk mens onder die prediking uniek is. God gaat met elke mens Zijn unieke gang op dè weg des levens naar dè Weg, de Enige Weg, die Christus is.
God gaat met ieder mens een eigen weg. Dat betekent dat ieder mens in het pastoraat (dus ook in pastorale prediking) een eigen benadering krijgen mag. Maar dat betekent ook, dat onder het horen van de prediking mensen op een geheel eigen wijze de boodschap, die in verscheidenheid wordt gebracht, naar zich toe krijgen.
Ik citeer hier wat ds. L. Blok schrijft in het boek 'Woord en Geest'. Hij zegt dat er in het onderwijs des Geestes sprake is van grote veelkleurigheid.
'Dat eist meermalen een andere aanpak, een andere gerichtheid van de prediker. De Bijbel geeft daarvan duidelijke voorbeelden. Ook de spreekwijze van Jezus maakt dat duidelijk. Een zondares spreekt Hij heel anders aan (Joh. 8 : 11) dan de blinde leidslieden (Joh. 9 : 41; Matth. 23). Nicodemus pakt hij heel anders aan, dan de los-levende Samaritaanse vrouw (Joh. 3 en 4). Beiden rnoet ontdekt worden aan hun onbekeerdheid en zonde; beiden wil Hij brengen tot de weg des geloofs, dus het doel is één, maar Zijn methoden zijn heel verschillend.
Nicodemus, de man, die denkt er te zijn, moet horen, dat alle godsdienst en alle gelovigheid zonder wedergeboorte door de Geest, tekort is voor het Koninkrijk Gods; de zondige vrouw, die begint te vragen naar Gods weg, moet horen, dat wij Gods weg alleen zullen kunnen vinden als wij onze zonden inzien en met de zonden — in haar geval o.a. het zondige samenleven — willen breken.
Zo was ook Gods weg met Lydia (Hand. 16 : 14) anders dan Zijn weg met Saulus (Hand. 9 : 3-6), Zijn weg met Luther anders dan met Calvijn, Zijn weg met u anders dan met mij, enz. Daar moet een prediker oog voor hebben. Gods werk is maatwerk, geen confectie; Gods werk is afgestemd op onze toestand, op ons verleden, op ons karakter zelfs; wij mogen Gods wegen niet dwingen in ons denk-corset, in ons dogmatisch systeem.
Dezelfde verschillen zien wij ook in de brieven van de apostelen. Niet alleen heeft Johannes een heel andere stijl van spreken dan Paulus en dan Petrus en dan Jacobus, maar ook Paulus zelf heeft in zijn verschillende brieven een heel andere wijze van benaderen. Niet één sleutel past op alle sloten; niet één preektrant is voor allen en in alle omstandigheden de juiste, de alleenzaligmakende. Als de prediker maar eerlijk is; als hij afziet van mensensmaak en mensen-eer; als hij maar niet eigen eer bedoelt maar de eer van zijn Zender en het heil van de gemeente.'

Augustinus
Augustinus zegt intussen: 'Wij kunnen u vermanen door het geluid van onze stem, maar als er binnen u niet iemand is die u leert, blijft ons geluid tevergeefs. Luistert gij niet allen naar deze preek, en hoevelen gaan straks weg zonder iets geleerd te hebben? Ik heb naar mijn deel tot allen gesproken, maar degene die deze innerlijke zalving niet leert, die de Heilige Geest niet leert, gaat ongeleerd hier vandaan. Het onderricht van buitenaf is een zeker hulpmiddel en een opwekking, maar wie de harten leert, heeft zijn leerstoel in de hemel.'


Dat is de andere kant van de medaille. Mensen kunnen de prediking ook vrijblijvend aanhoren. Prediking zelf mag nooit vrijblijvend zijn, maar mensen kunnen ook ongeleerd naar huis gaan. Prediking ontmoet tegenspraak en bijval. Prediking is een kracht Gods tot zaligheid, maar zij is ook ergernis en dwaasheid. Christus is gezet tot een val en opstanding. De prediking is zo te allen tijde een reuke des levens ten leven of een reuke des doods ten dode.
In Hand. 7 : 54 lezen we dat onder de prediking van Paulus de harten van degenen, die het Woord hoorden, barstten. En we lezen in Openbaring 22 : 11: 'Die vuil is dat hij nog vuiler worde', maar ook 'die rechtvaardig is dat hij nog gerechtvaardigd worde'.


Onderwijs des Geestes, zoals dat in de prediking actueel present wordt gesteld, heeft altijd weer een tweeledige uitwerking. Zó actueel is de prediking, dat mensen gedrongen worden tot een keuze vóór of tegen. Een tussenweg is er niet.


In de tweede plaats (in de eerste plaats ging het om het onderwijzende element) worden de discipelen de wereld ingezonden om te dopen. Ik ga daarop nu niet nader in, maar wil nog slechts opmerken dat waar de sacramenten verwaarloosd worden, zodat de levende tekenen, waarmee het Evangelie verbonden is, aan de prediking worden ontnomen en aan de gemeente worden ontnomen grote schade aan het geestelijk leven wordt aangericht. Wat is een gemeente zonder sacramentsgemeenschap? Waar is dan het levenwekkende Woord?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Woord van God is niet gebonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's